Een zoen of knuffel: niets fijner om die aan je kind te geven of ‘m te krijgen. Maar wat als ze ouder worden en daar minder behoefte aan hebben? Moeder Elizabeth Broadbent merkt het bij haar zoons en heeft daar moeite mee.
Lees verder onder de advertentie
Gered
Een knuffelmoeder, noemt Elizabeth zichzelf. ‘Ik droeg mijn eerste kind na de bevalling het ziekenhuis uit in een draagdoek. Ook sliep hij bij mij in bed’, vertelt ze. ‘Veel moeders houden niet van die constante nabijheid, maar het heeft mij zelfs gered van een ernstige postnatale depressie. Het risico dat ik die zou krijgen was hoog, want tijdens de zwangerschap leed ik al aan een depressie.’
Lees verder onder de advertentie
Verleden tijd
Na de geboorte van haar tweede zoon, droeg Elizabeth beide kinderen tegelijk: één op haar rug, de ander op haar borst. En ook haar derde hield ze daarna dicht bij zich. ‘Als de jongens bang of gekwetst waren, nam ik ze op schoot voor een knuffel.’
Inmiddels worden ze ouder en vragen ze niet meer zo vaak om een paar armen om zich heen. Als Elizabeth geluk heeft, krijgt ze een knuffel als ze erom vraagt. ‘Mijn oudste houdt nog wel mijn hand vast. En de jongste kruipt bij me als hij ’s ochtends wakker wordt. Maar het zal niet lang meer duren voordat de knuffels verleden tijd zijn.’
Lege armen
Haar zoons worden met de dag zelfstandiger. ‘Dat is natuurlijk prachtig en ik ben er dankbaar voor – waarom voeden we anders onze kinderen op? Ik kan ze niet eeuwig klein houden en ik weet dat die lege armen de eerste stap zijn. Maar dat is wel moeilijk. Het loslaten van mijn zoons doet pijn. Dus tot ze mij helemaal niet meer nodig hebben, geef ik ze nog zo vaak als ik kan een knuffel.’
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.