mama werkt thuisblijfvader
Beeld: Pexels

Sommige stellen draaien het om: zij verdient de kost, hij is thuisblijfvader. En dat is vaak een groot succes: “Mijn kind gaat hooguit soms een beetje vreemd gekleed naar school.”

ANGELA (29), MOEDER VAN DEVON (3) EN IN VERWACHTING VAN EEN DOCHTER, WERKT ZODAT HAAR MAN RENÉ KON STUDEREN.

“René en ik leerden elkaar kennen toen ik nog studeerde. Ik was 21, hij twee jaar ouder en na de havo blijven hangen in een baantje dat hij niet echt leuk vond. Toen ik drie jaar later afstudeerde en aan de slag kon bij een architectenbureau, keek René met lede ogen toe. Hij gunde mij mijn droombaan, maar had spijt dat hij zelf nooit aan een studie was begonnen. Dat ik kort daarop zwanger raakte van Devon, was niet gepland. Ik was pas 25 en bovenal: ik wilde mijn heerlijke baan niet kwijt. Aan de andere kant: René en ik waren gelukkig samen en wisten zeker dat we ooit kinderen wilden. Dan kwam dat kind wat eerder – nou en?
 

Thuisblijfouder

‘Als ik nou toch eens aan die studie begon?’ vroeg René op een avond. ‘Dan kun jij fulltime blijven werken, zorg ik voor de baby, en hebben we alleen opvang nodig als ik naar college moet.’ Zo vaak was dat niet, ontdekten we al snel, want veel lessen waren ’s avonds. Hoewel ik hem nogal optimistisch vond – studeren én voor een baby zorgen leken me nogal wat – pakte het wonderwel uit. Devon was een droombaby die het grootste deel van de dag sliep. Mijn zwangerschapsverlof was fantastisch, want René was de volle zestien weken thuis. We hebben het gros ervan straalverliefd op het terras doorgebracht.

Aan het werk gaan viel tegen. Vooral als ik de baby ’s ochtends achterliet met flesjes afgekolfde melk. En nog steeds, wanneer Devon bijvoorbeeld valt en niet om mama roept maar om papa. Aan de andere kant: René is een topvader. Als ik thuiskom na een dag hard werken, heeft hij gekookt en kan ik nog heerlijk spelen met onze zoon. Dan is-ie maar meer een vaders- dan een moederskind; hij houdt echt niet minder van me.

René is inmiddels afgestudeerd en kan zo aan de slag als controller, maar hij wacht nog even. Ik verdien genoeg voor ons samen en hij wil straks ook voor onze dochter zorgen. Zien we na een tijdje wel weer verder. Na vijf jaar als kostwinner word ík misschien wel de thuisblijfouder.”
 

Tegenslag

DORINE (32) WILDE NA DE GEBOORTE VAN DOCHTER ROMY (2) PARTTIME GAAN WERKEN, MAAR TOEN KREEG HAAR VRIEND EEN ONGELUK.

“Ik was 24 weken zwanger toen Joris een auto-ongeluk kreeg. Zijn toestand was niet levensbedreigend, maar hij had gecompliceerde botbreuken en zou lang moeten revalideren. Oké, dacht ik, dit is erg maar hier komen we doorheen. Ergens vond ik het wel gezellig: hij zou de rest van mijn zwangerschap thuis zijn.

De botbreuken herstelden sneller dan verwacht, maar geestelijk ging het niet goed. Joris was vergeetachtig en had helse hoofdpijnen. Een whiplash, constateerde de arts: binnen twee maanden moest het over zijn. Maar de klachten verdwenen niet. Joris werd gedeeltelijk afgekeurd. Een enorme tegenslag, ook financieel. En nu werk ik dus fulltime. Het kan niet anders.

Ik heb een leuke baan, maar voel me doodongelukkig omdat ik mijn dochtertje mis. En omdat mijn relatie eronder lijdt. In mijn hart neem ik het Joris kwalijk dat ik Romy op werkdagen niet zie. Stom natuurlijk, hij heeft echt niet voor die whiplash gekozen. En anders was híj degene geweest die die dingen had gemist van Romy – iemand moet inleveren.”
 

Manny

MARIËLLE (46) RUNT EEN MEUBELBEDRIJF EN ZORGT IN HAAR EENTJE VOOR HAAR VIER KINDEREN.

“Onze fantastische nanny Ponidjo woont sinds vier jaar bij ons. We noemen hem manny. Het is een jongen ja, tot verbazing van veel vriendinnen. Dat ik keihard moet werken begrijpen ze, maar vertrouw ik dat wel, zo’n kerel bij mijn kinderen?

Mijn oudste zoon is twaalf, de jongste zes. Ertussen zitten nog twee dochters. Hun vader heeft ze twee weekenden per maand. Het zou thuis een puinhoop zijn als ik Ponidjo niet had, want ik zit vijftig uur per week op kantoor. Of in het buitenland om een van mijn meubelfabrieken te bezoeken. Minder werken is geen optie: ik heb elke cent nodig met zo veel monden te vullen, een groot huis en een ex die alimentatie wil. Ik prijs me gelukkig dat ik me Ponidjo kan veroorloven. Er zijn genoeg single ouders die net zo hard werken als ik, maar kinderen en huishouden in hun eentje moeten bolwerken. Oók als school weer eens een lesvrije dag heeft of er een kind ziek is. Als ik thuiskom, is mijn koelkast gevuld en is het eten klaar.

Ik vind het niet altijd makkelijk hoor, dat ik zo veel van mijn kinderen mis. Kom ik er na drie dagen achter dat mijn jongste zoon zijn enkel heeft verstuikt. Dan jank ik wel even onder de dekens. Soms ben ik stikjaloers op moeders die elke dag om drie uur op het schoolplein staan, maar als ik eerlijk ben past dat niet bij mij. Ik ben nu eenmaal iemand die graag hard werkt, hoewel een tandje minder erg fijn zou zijn.”
 

Lees ook
Papa is thuis, mama werkt >

 

Een jaar proberen

ANNEMARIE (37) HEEFT DRIE KINDEREN EN RUILDE VAN PLEK MET MAN WIEGER.

“Ik vond de babytijd van mijn kinderen heerlijk, maar tegen de tijd dat de oudste naar de basisschool ging was ik er klaar mee. Mijn jongste was één, ik zou nog drie jaar thuis moeten zitten.

‘Dit trek ik niet’, zei ik tegen Wieger. ‘Ik ben niet in de wieg gelegd om de hele dag in mijn eentje voor de kinderen te zorgen.’

Wieger begreep het gelukkig, hij weet dat mijn werk als pedagoog mijn passie is. Bovendien zat hij net in een reorganisatie op zijn werk; de kans was groot dat hij zijn baan zou kwijtraken. ‘We proberen het een jaartje, schat’, zei hij. Ik blijf thuis of ga parttime werken en jij gaat je neus achterna. Wordt een van ons daar ongelukkig van, dan bedenken we gewoon een ander plan.’

Dat is nu twee jaar geleden; onze jongste gaat binnenkort ook naar school en dan gaat Wieger weer werken – tijdens schooluren, dat wel. Ik geloof niet dat onze kinderen last hebben gehad van de wisseling van wacht. Papa is vaker thuis dan mama, dat maakt niks uit. Ze zijn hooguit soms wat vreemd gekleed. Gaat mijn zoon in zijn Spiderman-pyjama naar school of zo. Daar moet ik om lachen, ik vind dat relaxte van mijn man eigenlijk wel goed voor de kinderen. En we geven ook nog eens een goed voorbeeld.”
 

Dierbare tijd

RUTH (35) HEEFT TWEE ZOONS VAN 6 EN 4. OMDAT HAAR VRIEND RONALD VOOR ZIJN ZIEKE VADER ZORGT, MOET ZIJ DE KOST VERDIENEN.

“Er komt een tijd dat de alzheimer zo ernstig wordt dat mijn schoonvader niet meer zelfstandig kan wonen. Om zijn vader nog even weg te houden uit het verpleeghuis, verzorgt Ronald zijn maaltijden, wast en verschoont hem een paar keer per dag en helpt met boodschappen en andere klusjes. Om die reden is hij tijdelijk gestopt met werken.

Ronald is alleen door zijn vader opgevoed. Ik snap dat hij dit terug wil doen. En het kan, want we redden het op mijn fulltime salaris als verpleegkundige. Het is geen vetpot, maar zolang we het zien als tijdelijke oplossing is het prima – dan maar een keertje niet op vakantie. Gelukkig hoeven we geen buitenschoolse opvang te betalen, want na schooltijd gaan de jongens gezellig met papa mee naar opa. Dit is een dierbare tijd. Ik ben blij dat we dit kunnen doen.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 05-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Bankrekening Curaçao
Beeld: Pixabay

Sandra heeft drie jaar op Curaçao gewoond en heeft daar geleerd alles uit het leven te halen.

Sandra (40), getrouwd met Teun, twee dochters van 14 en 12, fulltime gastouder “Ik zie net op mijn telefoon dat een van de gastouderbureaus waarvoor ik werk, heeft betaald. Mooi, dan kunnen we vanavond uit eten. Dagelijks vang ik maximaal zes kinderen op: de jongste is een baby van drie maanden, de oudste een meisje van acht.

Alle kinderen zijn welkom, of ze nu gedragsproblemen hebben of niet. Als hun ouders minder te besteden hebben, vraag ik een kleinere vergoeding. Voor het geld moet je dit werk niet doen. Per maand verdien ik gemiddeld vijftienhonderd euro.
 

Kinderopvang-proof

Toen ik na de geboorte van mijn oudste dochter aan huis was gekluisterd vanwege bekkeninstabiliteit, begonnen vroegere collega’s hun kinderen bij mij te droppen. Ik kreeg zo veel energie van die kinderen, dat ik dacht: dan kan ik het net zo goed betaald gaan doen. Ik haalde de benodigde papieren en heb ons hele huis kinderopvang-proof gemaakt.

Onze dochters weten niet beter. Het zijn gemakkelijke en sociale meiden die gewend zijn alles te delen. Als het een drukke dag is geweest, biedt mijn jongste dochter vaak aan om te koken – ze bakt al een betere biefstuk dan ik. Ik heb er wel altijd voor gewaakt dat ze genoeg aandacht van mij krijgen. Jarenlang gingen we aan het eind van de dag met z’n drietjes in bad, en met de jongste doe ik dat nog steeds.
 

'We deinen mee op de golven'

We zijn vaak met zijn drieën. Mijn man is chef d’équipe bij de marine, en veel van huis. Het komt voor dat hij zondagavond terugkomt uit Den Helder en zegt: ‘Schat, ik ga drie maanden weg.’ Ik zeg altijd: we deinen mee op de golven. Vrouwen die geen nacht zonder man kunnen slapen, dat vind ik zo’n gezever. En dat een zeeman in ieder stadje een ander schatje heeft, is onzin. Teun en ik weten wat we aan elkaar hebben.

Als je dat wil verkloten met een stomme nacht met een ander, ben je dom bezig. Nee, ik vind het heerlijk zo veel alleen te zijn. Als hij terugkomt van een lange reis gaan we ’s avonds samen in de tuin zitten, onder het afdakje voor de winterhaard. Biertje en glaasje wijn erbij en dan uitgebreid bijpraten.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Drie jaar Curaçao

Het werk van mijn man heeft meer voordelen. Toen de meisjes vijf en acht waren, zijn we voor drie jaar naar Curaçao vertrokken. We kozen er bewust voor te midden van de lokale bevolking te wonen en niet tussen de Hollandse expats, en hebben er vrienden voor het leven gemaakt.

Met gemiddeld drieduizend euro per maand heeft Teun een modaal salaris, maar daar waren we met dat geld schatrijk. Onze tuinman woonde met elf andere familieleden in een piepkleine kunuku – een huisje volgestouwd met stapelbedden, zonder douche. Veel eilandbewoners moeten rondkomen van vijfhonderd euro. ‘We hebben geen geld, maar wel de blauwe zee en de barbecue’, zeggen ze vaak. Een tijd naar het buitenland kan ik iedereen aanraden, het leert je relativeren. Ik ben milder en relaxter teruggekeerd naar Nederland, laat me minder snel van mijn stuk brengen.
 

BRCA1

Van die levenshouding heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad. In mijn familie komt BRCA1 voor, de genmutatie die borstkanker of eierstokkanker kan veroorzaken. Na de geboorte van mijn tweede dochter heb ik me laten testen. Die timing was bewust, niet alleen omdat mijn gezin compleet was, ook omdat we als ik positief zou testen misschien geen hypotheek konden afsluiten, en ook geen levensverzekering. Ik testte inderdaad positief. De kans dat ik ooit kanker zou krijgen was tachtig procent.

Tien jaar lang werd ik elke zes maanden onderzocht en zat ik tien lange dagen in spanning over de uitslag. Toen drie jaar geleden mijn nichtje, moeder van twee jonge kinderen, overleed aan borstkanker, besloot ik een einde te maken aan die onzekerheid. Ik dacht: bepaalt dit gen wie ik ben? Bepaalt dat gen wat ik ga doen met de rest van mijn leven? Ik wilde de controle terug. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Genieten van het leven.
 

De impact van angst en onzekerheid

Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk ik sliep, die eerste nacht nadat mijn eierstokken en borstweefsel waren verwijderd. Toen ik zo uitgeslapen wakker werd, realiseerde ik me pas echt hoeveel impact de angst en onzekerheid op mijn leven hebben gehad.

Ik heb het geluk dat Defensie ook goed voor de partners van hun werknemers zorgt, en ik via hen ben verzekerd. Wat niet wil zeggen dat de verzekeraar niet tegenstribbelt. Dat deden ze bijvoorbeeld bij mijn borstreconstructie; die wilden ze niet vergoeden omdat het om een cosmetische ingreep zou gaan. Wat ik ook krom vind: als zzp’er kan ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering vergeten. Die is vanwege mijn medische geschiedenis onbetaalbaar.

Terwijl ik sinds de operaties net zoveel kans heb op kanker als jij. Maar zoals ik al zei: ik laat me niet meer gek maken. En richt me op wat ik kan betekenen: bijvoorbeeld door mee te werken aan alle mogelijke onderzoeken op het gebied van deze gen-mutatie, zodat onze dochters later niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan.
 

'We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om'

Het enige waarvoor we sparen, is om de eventuele studies van onze kinderen te bekostigen en om Teuns pensioengat aan te vullen. Op de rekening voor onverwachte uitgaven staat altijd wel tweeduizend euro. Verder mag het geld gewoon op. Aan etentjes met vriendinnen. Weekendjes weg met zijn vieren. Een spontane wintersportvakantie die we eigenlijk niet kunnen betalen. Dan bijten we daarna maar weer even op een houtje. We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

NASCHRIFT 

In dit interview vertelt Sandra dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering vanwege haar medische voorgeschiedenis voor haar te kostbaar werd. Ter verduidelijking: wie een BRCA-mutatie heeft, kan zich bijna altijd tegen de normale voorwaarden verzekeren. Als je toch borstkanker of eierstokkanker hebt gekregen, is het wel mogelijk dat de je premie omhoog gaat. Meer informatie vind je op oncogen.nl, een platform voor mensen met kanker in de familie. 

 

​​​​​​​

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaapgebrek kort lontje
Beeld: Pixabay

Als je iemand wilt martelen moet je zorgen dat ie-niet slaapt: Nienke Blokhuis gelooft het meteen. Toen haar zoon maandenlang niet doorsliep was ze in staat een moord te plegen.

Ik kende ze, de verhalen over kinderen die hun ouders tot waanzin dreven door nachten achtereen niet te slapen. Ik had met ze te doen, maar was vooral heel erg blij dat het bij ons wel goed ging. Onze oudste zoon duikt van jongs af aan met plezier zijn bed in en slaapt door tot in de late ochtend.
 

Jullie zijn zulke relaxte ouders

“Jullie zijn ook zulke relaxte ouders, dat zie je terug in het kind hè”, hoorde ik vaak als ik vertelde dat we op dit vlak niets te klagen hadden. Dan antwoordde ik iets van: “Pfff nahh haha joe”, met een wegwerpgebaar en uiteraard een flinke toef valse bescheidenheid. Want natuurlijk klopten wij onszelf op de borst. Potdorie, dat hadden we maar goed gedaan.
 

Tweede zoon is vreselijk slechte slaper

En toen, ruim twee jaar later, kwam nummer twee. Een joekel van een kind met een flinke bos haar en grote donkere ogen. Mijn prachtzoon. Een dikke tevreden boeddha met een enorme eetlust en flinke stembanden, die hij gelukkig alleen gebruikte als het echt nodig was. We waren dik tevreden met onze nieuwe aanwinst.

Toen hij ’s nachts wat begon te spoken, susten we dat met het geruststellende: “Het zal wel weer een sprongetje zijn”. Totdat het zelfs niet meer binnen de brede marges van Oei, ik groei viel. En een dutje overdag voor mij niet meer voldoende was om bij te slapen. Het duurde even voordat ik toe kon geven dat mijn zoon een vreselijk slechte slaper was. En ik dus een oververmoeide moeder.
 

Slaaponderbreking is een martelmethode

Even voor de duidelijkheid: mijn zoon sliep wel, hij werd alleen steeds wakker. Bijna om het uur. Dan wilde hij mijn hand voelen, of even aan de borst en sliep na twintig minuten weer verder. Om na een uur weer wakker te worden voor nog zo’n sessie. Behalve als ik hem naast me liet liggen, onze voorhoofden tegen elkaar. Lief, maar voor mij een onmogelijke positie om weer in slaap te vallen.

Daarom legde ik hem uiteindelijk weer terug in zijn bedje, waar hij na een klein uurtje, jawel, weer wakker werd. En dat tot de vroege ochtend. Slaaponderbreking is een beproefde martelmethode, las ik ergens. Mensen kunnen er gek van worden, en ziek. Het raakt je namelijk in je diepste biologische functies die verantwoordelijk zijn voor je lijf en je verstand. En man, dat heb ik geweten. 
 

Een kort lontje met vies haar

Ik geef alvast één cliffhanger weg: mijn vriend is al die tijd bij mij gebleven. Een godswonder. Gek genoeg sliep hij altijd door het gehuil heen, waardoor hij mijn geraaskal waarschijnlijk nog redelijk op kon vangen. Ook leerde hij al snel niet meer tegen mij in te gaan als ik ’s ochtends de gebroken nachten evalueerde.

Soms durfde hij het aan ook een beetje te klagen als hijzelf iets van het gehuil had meegekregen. “Ik merk het toch wel aan mezelf hoor, dat gespook ’s nachts”, probeerde hij dan. “Je bent niet de enige die moe is.” In mij groeide dan een gloeiend hete bal die langzaam naar boven steeg. “Hoe bedoel je”, kreeg ik er nog net uit. “Ik zág je verdomme slapen, al die keren dat ik rechtop in bed zat.” Meestal liet hij het hierbij, een enkele keer sloot hij af met: “Maar dat hoef je nog niet op mij af te reageren”. Waarop ik gilde: “Dat zal wel, maar dat moet je me maar even gunnen!” Want ik was me er heus van bewust dat ik zowel fysiek als mentaal de slechtste versie van mijzelf was: een kort lontje met vies haar. En het ergste nog: zonder humor.
 

Hersencellen één voor één uitgeschakeld

Want hoe ik ook mijn best deed tijdens gesprekken op feestjes, altijd ging de clou langs me heen. Of antwoordde iemand, nadat ik het voor elkaar had gekregen een scherpe volzin te formuleren, dat die conclusie net ook al was getrokken.

Eén keer heb ik zes vergeefse pogingen gedaan het woord ‘manipulatief’ foutloos uit te spreken. De slapeloosheid schakelde mijn hersencellen één voor één uit totdat er maar een handjevol actief bleef. Die laatste dappere exemplaren leken alleen maar goed te zijn voor de meest noodzakelijke functies: eten, drinken, rechtop staan, lopen. En praten over slaap.
 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over slaapgebrek >

 

Als een suikerpatiënt

Want god, wat praatte ik graag over nachtrust. Als een suikerpatiënt die een slagroomtaart moet beschrijven, zo ging ik los over slaap. Vroeg iemand mij hoe het met me ging, dan begon ik over de nachten. Ondertussen zag ik overal mogelijkheden waar ik mijn hoofd even neer kon leggen.

Een etalage van een beddenwinkel was als een snoepwinkel. Let wel: niet alle slaapverhalen waren welkom. De anekdotes van een vriendin die na mij was bevallen van een dochtertje dat meteen doorsliep kon ik niet aanhoren. “We snappen er zelf ook niets van,” sloot ze haar succesverhaal steevast af, “maar vaak genoeg moeten we haar zelf ’s ochtends wakker maken.”
 

Dat het niet aan mij lag, stond nooit in zo'n lijstje

Daarna volgde een reeks tips die ik uiteraard zelf allang had uitgeprobeerd. Dat deed pijn. Want dat ik gewoon pech kon hebben, dat het niet aan mij lag, dat kwam nooit in zo’n lijstje voor. Nee, dan de moeders die in hetzelfde schuitje zaten. Ik pikte ze er meteen uit: zij die zich in een gesprek hardop afvragen waar ze het ook alweer over hadden, tijdens het luisteren ineens een glazige blik opzetten of op zoek zijn naar het mobieltje dat ze op dat moment in hun hand houden.
 

Jezelf en je gevoel voor humor kwijt

Toen ik een keer via Marktplaats bij iemand een wipstoeltje ging ophalen, zag ik het al toen ze de deur opendeed: de kleine oogjes, haar smoezelige yogabroek, de blik waaruit bleek dat ze even geen idee had waarvoor ik kwam. Toen ze in haar woonkamer vroeg voor wie het wipstoeltje was, begon ik automatisch over mijn nachten.

Als afgesproken viel ze me bij. Hoe onproductief ze al maanden is op haar werk. Hoe intens ze die collega haat wiens kinderen wél doorslapen. Samen bespraken we hoe irritant het is jezelf zo kwijt te zijn, en je gevoel voor humor. Hoe je relatie eronder lijdt en dat je partner echt geen recht van spreken heeft als hij wel slaapuren maakt. Later dan gepland fietste ik weer naar huis. Het motregende en het stoeltje gleed bij elke bocht van mijn stuur. Maar ik voelde me licht en fris. Ik zou bijna zeggen: uitgeslapen.
 

Dagelijks op jacht via Google

Eén hoofdstuk besprak ik niet met deze vrouw: die met oplossingen en adviezen. Want we wisten van elkaar dat we alles uit de kast hadden getrokken. De opmerking ‘laat je vriend het eens doen’ kon ik bijvoorbeeld niet meer horen. Ook al lag ik een verdieping lager of een huis verder, door mijn verstoorde nachtritme werd ik alsnog minimaal vier keer wakker.

Wel googlede ik dagelijks nieuwe slaapmethodes. Las ik iets over de heilzame werking van wollen rompers, dan stond ik al in een antroposofische kinderwinkel een loeiduur exemplaar af te rekenen. Ik gaf mijn zoon papflessen voor de nacht omdat een volle maag hem in slaap zou houden, bakerde in en weer uit, vermeed op krampachtige wijze oogcontact als ik hem op bed legde (en bad dat hij hier geen sociale stoornis aan zou overhouden), zong liedjes, speelde muziekdoosjes af, probeerde een verduisteringsgordijn en nachtlampjes, liet hem huilen of bleef sussen. Maar het hielp allemaal niets.
 

Ik flipte de pan uit

Toen mijn schoonmoeder begon over een aanschuifbedje, werd dat vanzelfsprekend mijn nieuwe missie. Op Marktplaats vond ik een perfect exemplaar. Meteen maakte ik een afspraak: zaterdag zou ik het ding ophalen. Ik was in een jubelstemming, zag voor me hoe mijn zoon intens tevreden in zo’n bedje lag, naast mij, zijn ronkende moeder. O jongens, dacht ik. Vanaf zaterdag slapen we weer. Alles komt goed.

Totdat op vrijdag een berichtje van verkoopster Chantal binnenkwam. Met een lullig ‘sorry’ kondigde ze aan dat ze het wiegje net had verkocht aan iemand die het eerder kon ophalen.Het was als het moment in een real life-soap waarop de voice-over zegt dat er ‘iets in haar knapte’. Ik flipte de pan uit. Ik overwoog Marktplaats te mailen om deze vrouw aan te geven. Ik gilde naar mijn vriend dat dit toch zeker niet normaal is. Dat dat hele Marktplaats toch zeker nergens op slaat als dit soort mensen eraan meedoen.

Wat mijn antwoord aan haar is geweest weet ik niet meer. Ik durf het niet op te zoeken. Maar het voelde wel heel fijn om eindelijk eens iemand volledig de schuld te geven van alle misère. Om de hele baggerse zooi bij deze volstrekt onbekende vrouw uit te storten. Ontremming, noemen ze dat in de psychologie. Knettergek, moet Chantal gedacht hebben. 
 

Eén voor één knipten ze weer aan

Dat aanschuifbedje is er nooit gekomen. Rond diezelfde periode bouwde ik de borstvoeding af en ging er meer flesvoeding in. Of misschien was het het weer, die nieuwe slaapzak, de stand van de maan. Het kan me niet schelen: hij sliep.

Ik heb nog weken moeten herstellen van zijn Guantanamo Bay-regime en werd iedere nacht vier keer wakker. Maar toen was-ie daar. Die hele nacht slaap. En nog één. Eén voor één knipten mijn hersencellen weer aan als kerstlampjes, ik kreeg weer zin in jurken en lipstick, etentjes, feestjes. Ineens was mijn vriend weer leuk en kwam ik eindelijk toe aan alle dingen die ik in die maanden had willen doen. Bijna alle dingen dan. Ik moet Chantal nog steeds een excuusmailtje sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >