laat mij maar saai zijn last minute uitjes nee
Beeld: Shutterstock

Als je journalist Marieke van Wijk vraagt of ze ergens mee naartoe gaat, is het antwoord doorgaans nee. “En nu vinden ze me saai, heel gek.”

‘Superjammer jongens, maar vanavond wordt ’m niet. Mijn kind is ziek geworden dus ik moet thuisblijven. En ik ben eigenlijk ook ziek.’ Het is vrijdagmiddag als dit appje binnenkomt en mijn dag is meteen goed. Wat vreemd is, want het betekent dat het reünie-etentje dat al maanden staat, en waar ik bij het maken van de afspraak ook best zin in dacht te hebben, plotseling op losse schroeven is komen te staan.

More content below the advertising

Meteen reageert een ander met het voorstel dan een nieuwe datum te prikken, want haar komt het ook niet echt uit en ik ben er als de kippen bij om te zeggen dat ik dat een goed idee vind, want in de maanden tussen het maken van de afspraak en de daadwerkelijke dag is mijn zin tot onder het nulpunt verdwenen. Het is niet dat ik de mensen niet leuk vind, ik vind ze ook niet per se leuk, ik vind ze neutraal. En eigenlijk ligt het ook niet aan hen, maar aan mij. Ik vind het namelijk gewoon heerlijk als een afspraak wordt afgezegd en er zich een golf aan extra thuis-tijd aandient.
 

Thuis-tijd

Die thuis-tijd, dat is een belangrijk item in mijn leven. Ik hou van thuis zijn, vooral ’s avonds, en ik hou nog meer van baas zijn over mijn eigen tijd. Zo veel eigen tijd schiet er namelijk niet over, naast werk en kinderen. Hoe dol ik ook ben op mijn nageslacht van 4 en 2, ik denk dat de hoeveelheid tijd die kinderen kosten op één staat bij de dingen die ik had onderschat aan het moederschap. Soms heb ik het gevoel dat ik alles met een gespleten hoofd doe, één helft bij de taak van het moment, de andere afgestemd op de kinderen.

Ik wil niet klagen, want ik hou van hun vrolijke gebabbel, de tig miljoen dingen die ze verzinnen en waardoor ik geen moment rustig kan zitten (“Mama, kijk, ik kan volgens mij op mijn hobbelpaard van de trap”) en de kusjes waarvoor ze in volle vaart op me afstormen en nog net het keukenkastje kunnen ontwijken, maar het betekent wel dat ik zelden uit kan staan als ik thuis ben.

Uit staan op je werk is ook niet iets wat doorgaans gewaardeerd wordt, waardoor uit staan eigenlijk alleen mogelijk is op spaarzame avonden van niets moeten (als het werk af is en er geen verplichtingen roepen). En daar kan ik echt naar uitkijken.
 

Eigen tijd indelen

Nu is het maken van afspraken natuurlijk ook een vorm van eigen tijd indelen. Ik vind het ook leuk, ik heb gewoon voorbereidingstijd nodig. Moet minstens drie dagen wennen, en dan nog twee om aan agendamanagement te doen. Met een man die drie avonden per week weg is voor werk- en opleidingsverplichtingen is dat agendamanagement een project an sich. En ik heb ook geen relatie die heel lekker draait op afwezigheid. Willen we het een beetje gezellig houden allemaal, dan moeten Simon en ik niet op zondag de agenda’s trekken en de afwezige avonden precies afwisselen, want dat leidt tot irritaties. Goed plannen en rekening houden met het huwelijk, zeg maar.
 

Lastminute-uitjes

Wat hier allemaal niet bij past, is de in mijn omgeving te bespeuren voorliefde voor allerlei spontane ideeën. Echt, het is niet normaal hoeveel mensen kennelijk wél in zijn voor lastminute-uitjes.

Een greep uit mijn whatsapp van de afgelopen zes weken: ga je vandaag mee naar de foute bingo, een nineties-feest waar je verkleed moet als je favoriete Take That-lid, kijken bij een schaatswedstrijd in Noord-Friesland, een cocktailworkshop, een toneelstuk op een afgelegen cultuurpodium, sporten in mijn achtertuin (een lang niet gesproken kennis met goede voornemens) en ook: hé hoi, ik dacht: superleuk, laten we een borreltje doen met de vrouwen van wie de mannen vanavond samen op stap zijn, dus kom je langs? (73 kilometer verderop, om acht uur ’s avonds, met twee slapende kinderen). En allemaal voor dezelfde dag. Ik zei overal nee op.

Het ligt aan mij, laat dat duidelijk zijn, niet aan de mensen die onvermoeibaar – ze verdienen een lintje voor hun volhardendheid en kennelijk zijn ze me wonder boven wonder nog altijd niet zat – blijven bellen en appen.
 

Lees ook
7 manieren om nee te zeggen >

 

Gefaseerd sociaal

Het ding is: ik ben gefaseerd sociaal. Ik hou echt wel van andere mensen, van kletspraatjes, van spelende kinderen over de vloer, van het vangnet dat we met onze vrienden voor elkaar proberen te zijn. Echt. Dol op. Maar ik hou ook van privacy. Van mijn eigen gezin. Van niet binnen vijf minuten terug appen en daar dan geen commentaar op krijgen, laat staan meteen een telefoontje of het wel goed met me gaat (?). Als ik uiteindelijk gealarmeerd terugbel, is het antwoord: “O nee, niks, gewoon, ik vroeg me af waar je was.” Thuis, maar ik heb gewoon geen zin om een slaaf van mijn telefoon of sociale leven te zijn. Of de deurbel, want die gaat hier ook nogal vaak voor een “Heb je tijd, nee gewoon, koffietje doen nu onze kinderen op de opvang zijn?” Nou, nee. Als ik dat zeg, wordt er vaak korzelig gereageerd. “Nou, sorry hoor.” Maar ik vind het gewoon vervelend als mensen tijd in beslag nemen waarvoor ik nou net een andere invulling had bedacht.

Die invulling is over het algemeen helemaal niet wereldschokkend, integendeel, die invulling bestaat uit werk (in geval van een kinderopvangdag of een drukke avond) of een boek lezen dan wel afleveringetje Netflix, en ik kan me op die laatste twee nou eenmaal intens verheugen.
 

Tijdslurpers

Gisteravond nog, appt een vriend van mijn man dat hij ‘even’ iets komt brengen. ‘Joh prima’, appt Simon terug. Prima? Prima?! Helemaal niet prima. De vriend staat bekend als notoire plakker en als je niet tijdig ingrijpt, zit hij er om twee uur ’s nachts nog. Zijn leven te beklagen, want sinds zijn recente baanverlies deugt er weinig meer van de wereld. Simon vindt het sneu en ondanks het feit dat hij, net als ik, niet houdt van tijdslurpers, zit de vriend even later toch op onze bank. Hij kwam om tien voor negen.

Om kwart over elf zei ik geeuwend dat ik mijn spullen voor morgen ging inpakken. Iets te drinken kreeg hij niet, omdat ik Simon even voor zijn binnenkomst met hel en verdoemenis dreigde als hij dat zou aanbieden. Dan blijft hij namelijk nog veel langer. Maar de Narcos die we onszelf beloofd hadden, schoot er mooi bij in.
 

Nee zeggen

Dat hele ‘ik kom wat brengen en blijf veel te lang plakken’ zou mij niet snel overkomen. Ik ben namelijk goed in tijd bewaken door nee te zeggen. Althans, op dit soort dingen. ‘Kom ik wel even halen’, zou ik hebben teruggestuurd, om vervolgens wat het dan ook was wat niet kon wachten (in dit geval iets wat ook nog eens per mail verstuurd had kunnen worden) bij de voordeur in ontvangst te nemen.

Uiteraard is naar nee zeggen trouwens ook onderzoek gedaan, en wel door twee Amerikaanse hoogleraren in de marketing. Zij stelden vast dat het uitmaakt hoe je nee zegt. Ga je voor ‘ik kan niet, want...’ of voor een simpel doch doeltreffend ‘ik doe het niet’? Weinig verrassend misschien, maar optie twee is een stuk efficiënter en minder vermoeiend. Verklaar jezelf dus vooral niet nader, je blijft aan de gang. Doe ik ook zelden. ‘Nee, ik ga niet mee’ vind ik zelf al een behoorlijk uitgebreide verklaring. Wie vervolgens vraagt: ‘Kan je niet?’ ga ik niet wijzer maken. Wat maakt het uit of ik niet kan? Ik wil niet, en dat lijkt me belangrijker.

Zit ik te vastgeroest in mijn comfortzone? Ja, maar ook nee. Want ik ben wel dol op nieuwe dingen. Als mijn werk saai slash voorspelbaar dreigt te worden, ben ik de eerste om aan de bel te trekken en een nieuw project op te pakken. Ik woon zo’n beetje op Funda want hé, is toch leuk, verhuizen? En ik ben niet helemaal een kluizenaar, want ik zeg natuurlijk ook vaak ja. Op de leuke dingen. Waar ik energie van krijg. Etentjes met mijn beste vriendinnen, een weekend weg, en dan lekker een halfjaar van tevoren afspreken, of nog langer. Maar dan is het mijn keuze, die past in mijn eigen innig geliefde planning en weet ik dat ik blij word van wat ik ga doen. Dat is belangrijk.
 

Naar eigen inzicht besteden

Het leven is niet alleen maar een aaneenschakeling van hoogtepunten, maar ik vind dat ik de weinige tijd die ik overhou naast mijn werk, kinderen en zesduizend moetjes, naar eigen inzicht mag besteden. En als dat voor mij betekent dat ik thuis op de bank een boek ga lezen in plaats van op het laatste moment ergens een Take That-pak vandaan te trekken, dan ben ik maar saai. Overigens ging de Take That-verkiezing uiteindelijk sowieso niet door, begreep ik achteraf. Te weinig deelnemers. Ben ik kennelijk toch niet de enige die liever thuisblijft.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2019.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >