Caila Smith werkt niet en heeft vier kinderen. Dat ze amper tijd heeft voor het huishouden, wordt haar regelmatig aangerekend. Tot haar grote frustratie.
Lees verder onder de advertentie
‘Dat ik een thuisblijfmoeder ben, wil niet zeggen dat ik niet werk’, schrijft ze op haar blog.
Jaren vijftig
Caila noemt de vele taken die zij dagelijks op zich neemt. Van verjaardagen organiseren tot tandartsafspraken plannen en haar kinderen naar sportclubs brengen. Maar, zo schrijft ze, níet het huishouden. Simpelweg omdat ze er te weinig tijd voor heeft. Ze merkt echter dat haar omgeving dat wel van haar verlangt. ‘De buitenwereld denkt altijd dat thuisblijfmoeders verantwoordelijk gehouden mogen worden voor het schoonmaken van het huis’, zegt ze. ‘Maar guess what: dat is een manier van denken uit de jaren vijftig. Totale onzin.’
Caila is het zat dat zij de badkamer moet schoonmaken of een stofzuiger door de woonkamer moet halen. ‘Waarom ben ik daar de aangewezen persoon voor? Ja, ik ben een moeder die thuisblijft. Maar zelfs al ben ik thuis, dan werk ik nog steeds. Misschien lijkt het niet zo, met vier kleuters die ik de hele tijd achter hun broek aan moet zitten. Maar ik heb nooit een vrije dag. Dus zeg niet dat ik de boel moet opruimen en schoonmaken. Ik heb genoeg te doen.’
Een zwangerschap terwijl je huwelijk net is stukgelopen, zet alles op zijn kop. Als vervolgens blijkt dat je niet één, maar drie baby’s verwacht, wordt die nieuwe werkelijkheid nog veel groter. Kim maakte het mee en werd midden in haar scheiding moeder van een eeneiige meisjesdrieling.
Wendy is trotse mama van een dochter (16) en een zoon (9). Hun gezinsleven is een heerlijke, soms chaotische mix van liefde en mooie momenten. Die deelt ze graag, ook de uitdagingen die op ons pad komen. Je volgt ons op Instagram.
Je vraagt je kind om zijn kamer op te ruimen en een halfuur later is er… precies niets gebeurd. Behalve dat er inmiddels nóg meer Lego op de vloer ligt. Herkenbaar? Misschien kun je de sterren de schuld geven.
“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.
Een buur helpen als ze een keer omhoogzit met de opvang? Natuurlijk. Maar bij Babette lijkt haar behulpzaamheid inmiddels iets te vanzelfsprekend te zijn geworden. Ze heeft zelf een dochter van zes, maar krijgt op maandag regelmatig twee extra kinderen over de vloer. Zonder dat haar buurvrouw eerst vraagt of dat eigenlijk wel uitkomt.