Kek Mama’s Malu kon hoog of laag springen, tijdens het avondeten kreeg ze geen hap naar binnen bij zoon Mack (1,5). Behoorlijk frustrerend.
Lees verder onder de advertentie
‘Wat zijn we toch gezegend met een makkelijk etend kind hè?’ Ik hoor het mezelf nog zeggen aan de keukentafel een paar maanden geleden. Oké, we hoefden Mack geen rauwe stukken broccoli voor te schotelen en af en toe werd er een lepel appelmoes overheen gekwakt, maar het meerendeel van wat ik kookte ging er altijd prima in. Tot hij een paar weken geleden besloot op alles wat we toereikten ‘nee’ te zeggen.
Lees verder onder de advertentie
Op de grond
Van z’n favoriete pasta tot mierzoete pannenkoek: de inhoud van zijn bord eindigde na flink wat commotie steevast op de grond. Om vervolgens opgegeten te worden door hond Ziggy.
‘Zal wel een fase zijn’, zeiden we de eerste dagen. Maar toen Mack na twee weken nog steeds geen avondeten at en Ziggy behoorlijk in omvang toenam, wisten we dat het anders moest.
Een ingeving
Vliegtuigje spelen met een lepel, appelmoes, vliegtuigje spelen met twee lepels, nóg meer appelmoes, de tablet: we probeerden van alles, maar net op het moment dat ik uit frustratie de boel bij elkaar wilde schreeuwen, kreeg m’n vriend een ingeving. ‘Zullen we Mack morgen iets eerder te eten geven? Dus niet om 17:30 uur, maar om 16:00 uur? Vaak gaat z’n tussendoortje er dan wel in.’
Lees verder onder de advertentie
Tot de laatste kruimel
Daar had hij een punt, dus zo geschiedde: de volgende dag stond Macks bordje klokslag 16:00 uur voor zijn neus. En wat denk je? Hij at ‘m in nog geen vijf minuten leeg – tot aan de laatste kruimel macaroni.
Lees verder onder de advertentie
Sindsdien geven we Mack eten voordat we zelf aan tafel gaan. Zo hebben we geen gedoe, eet ons kind netjes alles op en kunnen wij in serene rust ons eigen bord leegeten. Heerlijk.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
‘Daar praten we niet over waar de kinderen bij zijn.’ Geld was vroeger in veel gezinnen ongeveer net zo’n gezellig gespreksonderwerp als de belastingaangifte.
Niet praten na een ruzie, je kind vergelijken met anderen of nooit toegeven dat je fout zat. Voor veel boomerouders waren bepaalde opvoedgewoontes heel normaal. Volgens deskundigen kunnen sommige daarvan nog jaren doorwerken in de relatie met hun volwassen kinderen.