man vertellen droom delicatessenzaak om zeep geholpen geld op
Beeld: Shutterstock

Terwijl Alida (42) ’s nachts wakker lag vanwege de geldzorgen, dacht haar man dat het uitstekend ging met hun delicatessenzaak. Tot de blauwe enveloppen op de mat vielen.

“‘Er moet iets gebeuren, Alida. Nu.’ Mijn accountant keek me doordringend aan. Met het zweet in mijn handpalmen zat ik in zijn kantoor, de laatste twee kwartaalmappen van onze delicatessenzaak opengeslagen voor me op zijn bureau. ‘Als je nu niet inkrimpt met je bedrijf, zijn jullie dit jaar nog rijp voor faillissement.’
 

Article continues after the ad

Delicatessenzaak

Het was niet de eerste keer dat hij me waarschuwde. De zaken liepen al langer niet lekker. Deels door verkeerde, te grote investeringen, deels door pech. Drie jaar geleden zagen Ronald en ik kans om te doen waar we al jaren van droomden: we openden een winkel op een A-locatie in het centrum. De huur was torenhoog, maar de klanten – en daarmee het geld – zouden ongetwijfeld binnenstromen, daar waren we van overtuigd. We kregen gelijk. Wat betreft de klanten, tenminste.

Onze omzet verdubbelde bijna, maar die grotere afname betekende ook dat we meer moesten inkopen; kosten die je daarna pas terugverdient. Om de drukte in de winkel aan te kunnen, moesten we bovendien iemand in dienst nemen. En dat bij een groter pand ook hogere vaste lasten horen, hadden Ronald en ik bij onze beslissing schromelijk onderschat. Of nou ja, voornamelijk ik eigenlijk, want Ronald had nauwelijks weet van de financiën. Net zoals ik niet zou weten hoe ik de keuken zou moeten bestieren.
 

Zwaan-kleef-aan

Ronald en ik leerden elkaar kennen op een mbo in Brabant. Hij deed een koksopleiding, ik een administratieve. ’s Avonds hingen alle studenten in dezelfde paar kroegen van de stad; zoveel keus was er niet. Onze opleidingen waren amper twee weken begonnen, toen Ronald en ik aan de praat raakten boven een biertje. Het was liefde op het eerste gezicht en sindsdien waren we onafscheidelijk. ‘Zwaan-kleef-aan’, noemden ze ons lacherig. Terecht: want nu, 25 jaar later, zijn we nog steeds samen.
 

Startkapitaal

Vijftien jaar geleden begonnen we onze zaak. In een onooglijk huurpandje ver buiten het centrum, waarin we ook woonden; na het werk konden we zo naar boven lopen. Ronald stond praktisch dag en nacht in de winkel. Ik hielp hem met eenvoudige kookklusjes en de inkoop, en hield me verder bezig met de administratie. ‘Laat mij daar alsjeblieft buiten’, had Ronald vanaf het allereerste begin gezegd. Met zijn dyscalculie is het bijhouden van zijn privérekeningen al een beproeving. Prima, vond ik, want mijn expertise lag juist op het administratieve vlak.

Met een piepklein startkapitaaltje, zelf bij elkaar gespaard en aangevuld met een schenking van Ronalds ouders, redden we het net. Het eerste jaar draaiden we quitte – best knap voor een startende ondernemer. Het jaar erop maakten we zelfs een beetje winst. De zaken bleven goed lopen. Zo goed, dat toen ik drie jaar na onze start zwanger bleek van Julia, we een huis konden kopen.
 

'Dit was onze kans'

Met de komst van Julia ging ik minder werken, maar dat had nauwelijks effect op ons inkomen. Onze omzet bleef stijgen. De administratie deed ik volledig vanuit huis, zodat ik zelden opvang nodig had voor onze dochter. Soms, in drukke tijden, sprong ik een dagje bij op de zaak, om te helpen achter de toonbank. Zo leidden we jarenlang een heerlijk leven. We waren niet rijk, maar we konden elk jaar op vakantie en hoefden niet buitengewoon te besparen op de boodschappen. Logisch dus dat toen drie jaar geleden ons droompand vrijkwam, we niet lang hoefden na te denken. Dit was onze kans om dé delicatessenzaak van de stad worden.

Ik liep de financiën door; daar stonden alle seinen op groen. Ook onze accountant zag geen belemmeringen. Van de bank konden we geld lenen om de verbouwing te bekostigen. Ronald gaf bijna licht, zo blij was hij. Ik evengoed, maar een bedrijf runnen aan de achterkant voelt toch anders dan wanneer je dag in, dag uit in de winkel staat, en een deel van je producten zelf maakt. Hoewel we beiden eigenaar zijn, ís Ronald onze zaak.
 

Storm

Vanaf de eerste dag in ons nieuwe pand liep het storm; de klanten wisten ons te vinden. We namen Rosa aan om ons te ondersteunen in de verkoop. Ze vroeg een behoorlijk salaris, maar dat hadden we er graag voor over; de mensen liepen weg met haar. En, heel belangrijk, ze kon de zaak een paar dagen draaiende houden zonder ons. Zo konden we als gezin op vakantie zonder de winkel te hoeven sluiten, zoals we in voorgaande jaren altijd hadden gedaan.

Tussen Roland en mij ging het ook fantastisch. Het succes van de zaak had zijn weerslag op ons, en dat werkte weer door op Julia. Ik genoot ervan ze zo gelukkig te zien. Dus toen Ronald wilde investeren in een toonbank met vitrine die eigenlijk te duur was, besloot ik een oogje toe te knijpen. We zouden het bedrag wel weer compenseren, dacht ik. Die krater in ons budget kwamen we niet meer te boven. Want bij ons grotere pand kwamen toch ook wel erg veel extra kosten kijken. Die had ik deels wel ingecalculeerd, maar dat de energiekosten zo hoog zouden zijn, daar had ik me op verkeken.

Bovendien kent een nieuwe zaak altijd opstartproblemen. De keuken had aanpassingen nodig om aan de wettelijke eisen te voldoen. De koeling begaf het. De kosten bléven oplopen. Voor het eerst in al die jaren zakten we in de rode cijfers. Ronald wist ervan, maar vertrouwde er blindelings op dat ik het wel zou oplossen, samen met de accountant. Die accountant was er op zijn beurt niet helemaal gerust op; er moest nu wel structureel meer geld binnenkomen om niet nog verder in het rood te zakken.
 

Na twaalf jaar knokken

Ronald ligt bij de minste of geringste zorgen al wakker, dus besloot ik hem te ontzien. Als hij zou instorten, zouden we helemaal de poppen aan het dansen hebben; wie moest dan de zaak runnen? Niet dat ik een greintje beter sliep. Het kon toch niet zo zijn dat we na twaalf jaar knokken eindelijk onze droom hadden verwezenlijkt, om hem meteen in duigen te zien vallen?

Tijdens de zoveelste slapeloze nacht hakte ik de knoop door. Ronald en ik hadden nog beleggingsrekening. Als ik de aandelen zou verkopen, zouden we voorlopig even uit de problemen zijn. Het was geld dat we over hadden, we zouden er in het dagelijks leven niets van voelen. Behalve dan dat een groter huis kopen, iets wat we heel graag wilden, voorlopig geen optie meer was zonder eigen geld. Een paar weken later boekte ik meer dan een halve ton over naar onze zakelijke rekening: privé-inbreng.
 

Blauwe enveloppen

Wekenlang liep ik met een knoop in mijn maag. Toch besloot ik Ronald niets te vertellen. Het was niet dat we ernstig in de financiële problemen zaten. Sterker nog: ik had ons er juist bijna uit geholpen. Ik was zo bang dat hij zich zorgen zou maken nu onze privé-buffer weg was, dat ik zijn geluk verkoos boven mijn sores. Alleen, toen vielen er ook nog een paar blauwe enveloppen op de mat. Meer inkomen betekent meer belasting betalen. Onze accountant trok niet voor niets al een tijdje aan de bel.

In lichte paniek belde ik hem op, om af te stemmen wat nu wijsheid was. ‘Als je ergens nog een potje met geld hebt, is dit het moment op het aan te wenden’, zei hij. Maar we hadden niets meer. De negatieve spiraal waarin we belandden, ik overzag het niet meer. Hoe meer ik het lek probeerde te stoppen door het ene gat te dichten met het andere, hoe harder de boel overstroomde. Onze accountant had gelijk: we moesten structureel iets aanpassen.

Eigenlijk was er maar één wijze beslissing: ons peperdure pand verlaten en verhuizen naar een goedkopere locatie, waar we het ook weer af konden zonder extra werknemer. Zonder Rosa dus. Je kunt iemand niet zomaar ontslaan, maar wel op economische gronden.
 

Lees ook
'Dit gebeurde er toen mijn man failliet ging' >

 

Pure paniek

De middag nadat de accountant het woord faillissement had uitgesproken, besefte ik dat er geen weg terug was. Ik moest Ronald inlichten en vertellen dat onze droom was mislukt. Zíjn droom vooral, die ik om zeep had geholpen. Misselijk van ellende reed ik naar huis, en toen Julia die avond sliep, biechtte ik het hele verhaal op.

Ronald vatte het alles behalve licht op. Op zijn gezicht las ik pure paniek. ‘Duidelijk’, zei hij nadat ik mijn verhaal had gedaan, pakte zijn sleutels, en vertrok. Dat was het dan, dacht ik. Zaak weg, huwelijk weg; ik had alleen mijn kind nog. Ronald kwam dezelfde avond nog terug, maar verkaste wel met zijn dekbed naar de logeerkamer.

De crisis duurde maanden. De sfeer in huis was om te snijden, en het geforceerd leuk doen in Julia’s nabijheid sloopte me. Ik wist zeker dat Ronald een scheiding zou aanvragen. Tot hij op een avond het gesprek opende en ook de hand in eigen boezem stak. Hij had zelf weleens wat beter in de boeken kunnen kijken, gaf hij toe. Of mee kunnen gaan naar de accountant. Hij voelde zich er rot over dat ik de zorgen al die tijd alleen had gedragen, zei hij, en begreep ook wel waarom ik dat had gedaan. Had hij niet al die tijd geroepen dat-ie niets wilde horen over de cijfers?

We besloten ons huwelijk even geen onderwerp van gesprek te maken en eerst zakelijk te proberen orde op zaken te stellen. Dat luchtte op: ons leven werd langzaam maar zeker weer wat overzichtelijker. Inmiddels huren we een pandje in een dorp verderop. Het is zo mogelijk nog kleiner dan de winkel waarmee we ooit begonnen, maar de kosten zijn een fractie van wat ze waren.
 

Buurtwinkel

Alsof we hulp kregen van hogerhand, diende Rosa zelf haar ontslag in; zij wilde juist in een grotere zaak werken, met meer collega’s. Een pak van ons hart, zeker omdat ze op zaterdagen nog steeds weleens helpt in de winkel. Het is een gevecht om maandelijks alle rekeningen plus aflossingen betaald te krijgen, maar we draaien. Gek genoeg genieten we er nog van ook; we hebben ons assortiment aangepast en fungeren echt als buurtwinkeltje. Heel gezellig, we hebben al aardig wat vaste klanten. Ronald doet nu ook een deel van de administratie en ik sta meer in de winkel. Julia is oud genoeg om na schooltijd even alleen te zijn.
 

Voorgoed geschaad

Op vakantie zijn we sinds alles aan het licht kwam niet geweest, en dat zit er het komende jaar ook nog niet in. Daarmee is onze dochter dus ook de dupe geworden van mijn financiële wanbeleid. Ik weet niet of het ooit helemaal goed komt tussen Ronald en mij. Dat ik zijn droom deels in duigen heb laten vallen is één ding, maar zijn vertrouwen heb ik voorgoed geschaad. Dat ik geen open kaart heb gespeeld zal hij me waarschijnlijk nooit helemaal kunnen vergeven.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2019.

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!