bankrekening erfenis moeder scheiding man
Beeld: Shutterstock

De dood van haar moeder leidde ook tot de dood van haar huwelijk. Maar dankzij de erfenis kon Irene met haar zonen in hun huis blijven wonen.

Irene (39), moeder van Ruben (8) en Merlijn (6): “Ze liep wat mank, mijn moeder. Een spiertje verrekt, dachten we, of gewoon wat slijtage. Maar het werd steeds erger en toen ze op een ochtend niet meer uit bed kwam, stuurde de huisarts haar naar het ziekenhuis voor een scan. Diagnose: kanker. Ze liep er duidelijk al een tijd mee, want op meerdere plekken in haar lichaam zaten uitzaaiingen.

Article continues after the ad

Uitbehandeld. Eén woord dat de levens van onze hele familie op z’n kop zette. Mijn zus en ik groeiden op zonder vader. Onze moeder was onze rots; vader en moeder tegelijk, riepen we altijd. Terwijl de klas voor Vaderdag een asbak of stropdas knutselde, maakten mijn zus en ik schilderijtjes ‘voor de beste ‘mappa’ van de wereld’. En nu zouden we wezen worden. Of je nu zestien bent of zesendertig: die pijn is onmetelijk groot.
 

Lasten

Thuis liep het niet lekker. Mijn man Joeri herstelde van een burnout. Alle lasten kwamen op mij terecht: werken, de zorg voor de kinderen, huishouden. Ik deed het met liefde, al vond ik het wel zwaar. Al meer dan een jaar deed ik alles voor hem, en nu kwam daar ook nog de mantelzorg voor mijn moeder bij. Het was te veel. Net toen ík dreigde in te storten, achtte de bedrijfsarts Joeri sterk genoeg om te re-integreren op zijn werk. Die positiviteit was fijn, maar nam me in de praktijk niets uit handen.

Tot overmaat van ramp kon hij me geen enkele steun bieden in de situatie met mijn moeder; zowel praktisch als psychisch. ‘Ik heb mijn handen vol aan mezelf’, zei hij. Wat ik begreep, maar ook behoorlijk egoïstisch vond. Altijd had ik voor hem klaargestaan en nu het erop aankwam, liet hij me keihard vallen. ‘Het is wat is’, haalde hij zijn schouders op. ‘Het is jouw afscheid, daar moet je zelf doorheen.’ Terwijl ik alleen maar zijn sterke schouder wilde.
 

Pleaser

Het zette me aan het denken. Eigenlijk was ons huwelijk nooit echt gelijkwaardig geweest. Joeri voer zijn eigen koers, ik zorgde voor een gespreid bedje wanneer hij thuiskwam. Terwijl ik, net als hij, vier dagen per week werkte. Niet dat hij dat van me eiste. Het verzorgende zit in mijn aard, ik ben een pleaser. Ik vroeg ook niet om meer. Dus ergens kon ik het Joeri niet kwalijk nemen dat, toen ik wél meer wilde, hij het in Keulen hoorde donderen. Toch: tijdens het sterfproces van mijn moeder ging opeens de knop om. Wat haalde ík nu eigenlijk uit onze relatie? Puntje bij paaltje stond ik er helemaal alleen voor.
 

Op een andere bank

Op de crematie van mijn moeder zat Joeri weliswaar vooraan in de zaal, maar op een andere bank dan de mijne. Geen arm om me heen; de kinderen – ieder onder een van mijn oksels – hadden mij harder nodig dan ik hem, oordeelde hij. Mijn tantes zaten er met gebogen hoofden naast.

De volgende ochtend, mijn rouwjurk nog op het voeteneind van ons bed, zei ik dat ik wilde scheiden. Dat leek Joeri wat overtrokken. Bovendien: ons huis van 300 duizend euro konden we prima betalen van ons gezamenlijke inkomen, maar op één salaris werd het wel wat krap. Allebei een nieuwe, betaalbare woning vinden in de Randstad leek al helemáál onmogelijk; daarvoor heb je tegenwoordig echt een stapel eigen geld nodig.
 

Ons 'nog lang en gelukkig'

Ik zou nog wel bijdraaien, dacht Joeri. Maar ik had mijn besluit al genomen. Als mijn man me zelfs niet kon steunen tijdens de moeilijkste periode van mijn leven, wat deden we dan nog samen? Dan maar op een flatje driehoog achter, dacht ik; ons ‘nog lang en gelukkig’ was een farce waar niemand beter van werd. Wekenlang leefden we in ijzige stilte langs elkaar heen. De kinderen kregen er weinig van mee. Mama was verdrietig over oma, dat begrepen ze wel. En papa was altíjd druk.

Tot de brief van de notaris op de mat viel. Mijn zus en ik erfden ieder meer dan 150 duizend euro. Ik wist niet of ik moest huilen of juichen. Dit was mijn kans, mijn uitweg. Ik zou Joeri ermee kunnen uitkopen en het huis op mijn naam kunnen zetten, en dan hield ik nog geld over. Als ik dat zou aflossen op de hypotheek redde ik het nét, vertelde mijn financieel adviseur. Hoe beklemmend de naderende dood van mijn moeder al die maanden had gevoeld, zo groot was nu mijn opluchting. Ik zou met de kinderen in ons heerlijke huis kunnen blijven wonen. Maar die vreugde had een donkere keerzijde, want ik had er wel mijn moeder voor moeten verliezen.
 

Lees ook
'Ik heb nog maar 75 euro op mijn spaarrekening staan' >

 

Uitfasering

‘Dus je meent het?’ vroeg Joeri. Natuurlijk twijfelde ik. We hadden het zo lang volgehouden samen, en eerlijk: ook echt fijn gehad. Maar ik kon niet langer door zijn egocentrisme heen kijken, ik wilde niet meer verbloemen. Ik wilde een partner die net zoveel moeite voor mij deed als ik voor hem. We besloten ons huis zolang te delen. Joeri verkaste naar de logeerkamer, was ’s avonds doorgaans sporten, en langzaam wenden de kinderen aan het idee dat ons leven zou doorgaan zonder papa er fulltime bij. Doordat hij zo geleidelijk uitfaseerde, geloof ik niet dat ze de scheiding heel bewust hebben meegekregen. Op een dag sliep hij gewoon niet meer thuis, maar er veranderde verder weinig.
 

Vrijheid

Joeri’s appartement, betaald met behulp van de uitkoopsom, ligt een kilometer verderop. De kinderen kunnen zelf naar hem toe, maar in de praktijk zijn ze er alleen om het weekend. Iedereen is er gelukkig mee; Joeri geniet van zijn vrijheid, ik van het leven dat ik al leidde. Financieel ben ik er niet op vooruit-, maar ook niet achteruitgegaan.

Dat we alleen mijn salaris van 2300 euro netto hebben om op terug te vallen, voelde aanvankelijk wel als een gigantische verantwoordelijkheid. Joeri betaalt geen alimentatie, hij verdient ongeveer evenveel als ik. Maar met het woongenot dat ik heb met de kinderen ben ik dik tevreden.

Soms springt hij bij wanneer de jongens nieuwe jassen én schoenen nodig hebben. Of geeft hij een kleine bijdrage wanneer we met z’n drietjes een paar dagen op vakantie gaan – iets wat hij zelf niet onderneemt. We leiden een modaal leven. We eten en drinken wat we lekker vinden en hebben ruimte om soms iets leuks te doen.

Ik mis mijn huwelijk niet, maar mijn moeder nog elke dag. Maar wanneer ik de jongens dankzij haar nalatenschap ’s avonds instop in het huis waar ze geboren zijn, voel ik dat ze nog steeds bij ons is. En dat is uiteindelijk goed zo.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 12-2020.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.