Beeld: Marc Deurloo
Beeld: Marc Deurloo

Het is zomer 2016 en Anke hoort op een terras een gesprek tussen vriendinnen. Zij durven sinds ze kinderen hebben niet meer in bikini. Daar snapt Anke niks van, en niet omdat ze zelf nou zo dun is.

“Weet je wat ik wel zou willen? Blote armen met dit weer. Maar dat gaat niet, hoor. Ik schaam me dood voor die kipfiletjes die onder mijn bovenarmen hangen.” Ik zit op De Parade en luister stiekem een gesprek tussen vriendinnen af. “Echt he? Gaat iemand van jullie nog in bikini? Sinds ik een kind heb, durf ik dat echt niet meer aan,” zegt een ander. Vol verbazing kijk ik naar het groepje. Allemaal prachtige, goedgeklede, leuke vrouwen. Ik snap er niks van.

 

Hele kalkoenen

Zelf heb ik namelijk helemaal geen last van kipfiletjes onder mijn armen. Niet omdat ik zo slank of afgetraind ben (ik heb in plaats van kipfilets hele kalkoenen onder mijn armen hangen waarmee ik als ik niet oppas in al mijn enthousiasme iemand zo een whiplash zwabber), maar omdat het me gewoon niet boeit. Ik ben dik. Daarnaast ben ik grappig, mooi en (zonder PMS) prima gezelschap. Als ik heel eerlijk ben, en dat ben ik graag, ben ik hartstikke tevreden met mezelf.

 

Potloodtest

Dat was niet altijd zo. Ik was een slanke tiener. Niet extreem dun, maar zeker ook niet dik. Gewoon, gewoon. Daar dacht ik zelf natuurlijk heel anders over. Al op mijn veertiende zakte ik voor de op mijn middelbare school immens populaire potloodtest (Ken je die? Als je een potlood onder je borsten kunt klemmen en hij blijft zitten, dan hangen ze teveel. Ik kon op mijn veertiende al een mediumsize kleurdoos kwijt en inmiddels, als ik echt mijn best doe, een hele tekenleraar.) Dat vond ik verschrikkelijk. Als ik nu de foto’s van toen terugzie, dan kan ik niet geloven dat ik niet zag hoe mooi ik was. Hoe mooi we allemaal waren, trouwens. Stelletje stralende tieners.

 

Gezonde dikkerd

Maar de middelbare school is voorbij en ik ben niet alleen verdubbeld in leeftijd, maar ook in gewicht. Dat vond ik lang verschrikkelijk, maar op een bepaald moment ging er een knop om. Ik ben een gezonde dikkerd. Integendeel tot wat je meestal hoort en leest, kan dat ook. Lage bloeddruk, prima suiker, gemiddelde conditie. Alles in orde. Moet ik me dan elke dag ongelukkig voelen omdat ik mijn lijf zo haat? Wat zonde.

 

Tijgerstrepen

Beter zie ik het voor wat het is. Een prachtig rond lichaam dat twee kinderen heeft gemaakt, ze heeft gevoed en ze nog regelmatig de kamer rondsjouwt. Met een buik vol striae waarvan ik mijn zoon ooit vertelde dat het littekens waren van een gevecht om hem uit de klauwen van een tijger te redden. Hij is nu zeven en weet heus wel dat dat niet zo ging, maar toch hoor ik het hem soms nog trots aan een vriendje vertellen. Een lichaam waar mijn dochter elke ochtend even tegenaan komt liggen. Knuffelen. “Papa is van botten gemaakt”, zegt ze dan. “En jij van kussens. Zo lekker!”

 

Proost!

De volgende keer als ik zo’n gesprek als op De Parade hoor, loop ik erheen, En vertel ik ze hoe het is. Dat ik een van kussens gemaakte, tijgerbevechtende moeder ben, die gewoon met haar blote kalkoenen wijn gaat drinken op een terras, in in bikini aan het zwembad ligt, en zichzelf af en toe trakteert op een dagje sauna. Die geniet van haar lijf in al haar volheid. Zij zullen verbaasd naar zichzelf kijken en denken: verrek, ze heeft gelijk! En dan proosten we. “Op mooie wijven met prachtige lijven. Proost!”

Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder van Jakob (7) en Hannah (6). Maandelijks schrijft ze in Kek Mama uitgesproken over wat ze meemaakt. Deze column verscheen vorig jaar.


moeders-altijd-boos

Er zijn van die dagen dat je kind maar één sok hoeft te laten slingeren voordat de stoom uit je oren vliegt. En zo vreemd is dat helemaal niet: blogger Karen Jonson legt op Scary Mommy uit waarom.

‘Boosheid komt altijd voort uit een andere emotie’, schrijft ze.

 

Onderzoek

Karen vervolgt: ‘In dit onderzoek wordt uitgelegd dat boos worden vaak een onderliggende oorzaak heeft: je voelt je onbegrepen, onbelangrijk, onzichtbaar of machteloos tegenover anderen. En vervolgens moeten de mensen van wie je houdt het ontgelden.’ Volgens de blogger is praten de beste manier om hier als moeder mee om te gaan. ‘Vertel waar je behoefte aan hebt, zodat je niet hoeft te exploderen om één klein ding.’

 

Lees ook
'Ik vertel mijn kind liever wat er in míj omgaat dan boos te worden' >

 

'Rondje lopen'

Of, schrijft Karen verder, ‘Loop een rondje buiten, haal een frisse neus en bedenk wat het probleem is: ben je oververmoeid? Heb je te veel aan je hoofd? Houden je kinderen zich niet aan hun afspraken? Zet voor jezelf op een rij wat jou boos heeft gemaakt en kijk wat je hiertegen kunt doen. Niemand verdient het om te leven in een huis vol boosheid - je gezin niet en jij niet. Máár: accepteer ook dat je af en toe je dag niet hebt.’

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
kinderen kamer delen
Beeld: Unsplash

Als kind wil je het liefst een kamer voor jezelf, maar in huis is daar niet altijd ruimte voor. Bij moeder en blogger Christine Organ is die ruimte er wel, maar ze laat haar kinderen toch samen slapen. En daar heeft ze zo haar redenen voor.

'Zo leren ze dat groter niet altijd beter is', schrijft ze op Scary Mommy.

 

Schone sokken

Vroeger wist Christine het zeker: als ik later kinderen heb, zorg ik ervoor dat ze een eigen slaapkamer krijgen. ‘Zelf deelde ik als kind een kamer met mijn jongere zus’, legt ze uit. ‘Dat kon niet anders, gezien de ruimte, maar soms had ik echt behoefte aan mijn eigen plek. Mijn zusje en ik zetten kasten in het midden van de kamer om een ‘eigen’ kamer te creëren, maar dat duurde maar een paar dagen. Tot één van ons geen schone sokken meer had en naar ‘de andere kant’ moest om een nieuw paar te lenen. Lastig, want ik wilde ruimte en onafhankelijkheid.’

 

Lees ook:
Kamertje kijken: 'Als het maar schattig is' >

 

Blijvende herinneringen

Toch hebben haar twee kinderen tegenwoordig niet een eigen kamer – ook al is daar in huis wel plek voor. ‘We laten onze kinderen bewust samen slapen, want daar hebben we een aantal heel goede redenen voor’, vervolgt Christine. ‘Ten eerste leren ze zo om ruimte te delen, wat later alleen maar goed van pas komt – of het nou om een huisgenoot, partner of collega gaat. Daarnaast zullen ze blijvende herinneringen hebben: hun moeder die boos de trap op komt dat ze moeten gaan slapen, maar hopelijk óók dat ze samen mooie gesprekken hebben gehad ’s avonds laat.’

Christine denkt ook dat het delen van een kamer haar kinderen dichter bij elkaar brengt. ‘Onze kinderen schelen 3,5 jaar en delen verder niet heel veel. Maar als het licht uitgaat, hoor ik ze giechelen en grapjes maken of fluisteren over wat er op school is gebeurd. En de laatste levensles? Ze leren dat groter niet altijd beter is. Spullen – huizen, slaapkamers, bezittingen – zijn niet zo belangrijk als relaties.’

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >