bankrekening schuldenvrij
Beeld: Pixabay

Vanwege de schulden van haar ex zit Marloes (38) in de schuldsanering. Ze is moeder van Dean (7), een jongetje met een verstandelijke beperking, en werkt als vrijwilliger in een buurtcentrum.

“Vijf euro cash, dat is alles wat ik op dit moment in mijn portemonnee heb. Morgen maakt mijn financieel bewindvoerder weer vijftig euro naar mijn rekening over. Met dat bedrag moet ik het iedere week zien uit te zingen. Dat lukt, ik ben het al drie jaar gewend. Ik doe boodschappen bij Lidl, houd de Euroweken bij Dirk van den Broek in de gaten en kook altijd voor meerdere avonden vooruit. Kleding voor Dean betaal ik van de kinderbijslag. Voor cadeautjes leg ik € 2,50 per week opzij. Aan mezelf geef ik niks uit; ik vind het belangrijker dat mijn zoon er leuk bijloopt.
 

More content below the advertising

Gemeenschap van goederen

Tegen het eind van mijn huwelijk kwam ik erachter dat mijn man tienduizenden euro’s aan schulden had gemaakt. Waaraan hij die had overgehouden, wil ik liever niet kwijt. Belangrijker is dat het schulden waren waar ik ook verantwoordelijk voor was omdat we in gemeenschap van goederen waren getrouwd. Erg zuur ja, zeker omdat ik er ook mijn spaargeld van een paar duizend euro door kwijt ben geraakt. Maar het heeft weinig zin daar lang bij stil te staan: ik kijk liever vooruit.
 

'Het is alsof ik weer even een kind ben'

Het is vreemd de controle over je financiën volledig uit handen te geven en door een instantie te laten regelen. Alles wat er binnenkomt en uitgaat, gaat langs mij heen – het is alsof ik weer even een kind ben. Maar het is beter dan je de hele dag zorgen moeten maken om die schulden. Ik heb geen familie die me een beetje kan ondersteunen, maar ik zou dat ook niet willen. Het lijkt me niet prettig steeds maar dankbaar te moeten zijn.
 

Behoefte aan structuur

In 2013 zijn mijn ex en ik gescheiden. Dean ziet zijn vader nu drie keer per week twee uur. Meer kan mijn ex vanwege een ziekte niet aan. Dat gaat oké – ik ben blij dat mijn zoon zijn vader ziet, hij kan niks doen aan de problemen die er tussen z’n papa en mij spelen.

Dean heeft een autismespectrumstoornis en een verstandelijke beperking; zijn IQ zit rond de vijftig. In zijn ontwikkeling is hij net zover als een kind van tweeënhalf. Hij heeft extreem veel behoefte aan structuur: alles wat er op een dag moet gebeuren, van tandenpoetsen tot een glaasje drinken, staat met tekeningetjes uitgebeeld op een groot bord. Dean is het liefst buiten: naar de kinderboerderij, fietsen, zwemmen. Daar geniet ik ook van en het is nog gratis ook.
 

'Thuis was het oorverdovend stil'

Dean volgt speciaal onderwijs en gaat om het weekend naar een logeerhuis, dat op een eigen bijdrage van vijf euro na wordt betaald door de gemeente. Gek trouwens, dat ik op dat logeerhuis werd gewezen door een andere moeder. Het is fijn dat er veel dingen goed geregeld zijn in Nederland, maar je moet er wel zelf achter zien te komen. De eerste keer dat ik hem erheen bracht, klopte mijn hart in mijn keel. En thuis was het oorverdovend stil. Maar nu hij het daar erg naar zijn zin heeft, er leuke vriendjes heeft gemaakt en ik wat meer gewend ben geraakt aan een weekend in mijn eentje, merk ik dat het fijn is even op adem te kunnen komen. Ik kan lekker uitslapen, rustig boodschappen doen, zomaar naar de bioscoop.
 

Lees ook
Geen cent te makken door mijn eigen stomme schuld >

 

'Werken met cijfers blijkt mij te liggen'

Voor ik in de bijstand terechtkwam, werkte ik op de longafdeling van een ziekenhuis, maar toen ik er alleen voor kwam te staan viel die baan niet meer te combineren met de zorg voor Dean. Er was te vaak iets met hem aan de hand waardoor ik naar huis moest. Daar houden werkgevers niet zo van. En naschoolse opvang is veel te vermoeiend voor hem.

In mijn stad verwacht de gemeente een tegenprestatie voor de € 982,72 die ik maandelijks aan bijstand ontvang. Daarom doe ik vier dagen per week de boekhouding en administratie van een buurthuis. Dat bevalt goed. Iedereen loopt er binnen; vluchtelingen die een inburgeringscursus moeten doen, vrouwen voor een naaicursus, ouderen voor een praatje. Dat werken met cijfers blijkt mij bovendien wel te liggen. Tegelijkertijd vind ik het fijn dat er geen druk op ligt en dat ik gewoon weg kan als mijn zoon me nodig heeft. Een betaalde baan kan altijd nog.
 

Poststop

Ik heb nog precies een jaar schuldhulpverlening te gaan: alles wat er dan nog openstaat, zal worden kwijtgescholden. Ik krijg ook een zogenaamde post­stop: ik kan dan niet langer post ontvangen van deurwaarders en dergelijke. Of ik dan een heel ander leven ga leiden, betwijfel ik.

Als ik honderdduizend euro zou krijgen, zou ik niet eens zo snel kunnen bedenken wat ik ermee zou doen. Een auto hoef ik niet, ik heb niet eens een rijbewijs. Het lijkt me gewoon heerlijk om schuldenvrij te zijn, om na jaren verlost te zijn van die donkere wolk die boven me hangt. Ik zou weer wat geld opzij zetten, zodat Dean later kan studeren. Al is het maar een tientje per maand. Je moet ergens beginnen.”


Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >