8 dingen nooit van mezelf verwacht
Beeld: Unsplash

Sinds ze kinderen heeft, doet Mariëtte heel vreemde dingen. Zo is ze van plan een gps-tracker aan te schaffen en die op haar kinderen te plakken.

  1. DAT IK FOTO’S VAN EEN VAKANTIEPLEK INZOOM OM EEN TUINHEKJE TE BESTUDEREN
    Kijk, ik wil niet beweren dat ik in het pre-kinderentijdperk onbevreesd de wereldzeeën bevoer, luxe iets voor mietjes vond en met slechts een uitklapbare tandenborstel op zak oergelukkig door Afrika hikete, maar een pietlut was ik nou ook weer niet. Wie me toen had verteld dat ik op een dag zou gaan inzoomen op van die onscherpe foto’s op verhuursites om te detecteren of de ruimte onder de onderste balk van het hekje rondom de tuin wel klein genoeg was om baby’s/dreumesen/peuters op ontdekkingstocht tegen te houden, zou ik honend hebben uitgelachen.
     
  2. DAT IK AL IN DECEMBER DE ZOMERVAKANTIE BOEK
    ‘Het boekingssysteem gaat op 1 december open, dus dan zit ik klaar, snap je?’ Glazig keek ik mijn vriendin en medemoeder aan. Het was eind september, ze was koud terug van zomervakantie en nu al diende de vakantie van volgend jaar te worden geboekt? Leek mij wat overdreven. Om niet te zeggen: hysterisch. Maar wat wist ik ervan, ik had een baby en geen benul van het fenomeen ‘op vakantie als het ganse land gaat’. Tot vorig jaar.

    De baby was inmiddels drie en nog niet leerplichtig, maar de man volgt een studie en is dat wel. Vorig jaar maakten wij de fout te denken dat wij wel rond april – wie nu besmuikt lacht en ‘amateur’ fluistert: ik begrijp het – een vakantie konden boeken, waardoor wij de keus hadden uit bordkartonnen stacaravans op slechts 7800 meter loopafstand van het strand (maar wel op minder dan één meter afstand van de buren) of een stel overprijsde vakantievilla’s waarvan het interieur ten onrechte niet werd omschreven als ‘ouwe meuk’ maar als ‘authentiek’, wat feitelijk op hetzelfde neerkomt. Dat overkomt ons dit jaar uiteraard niet, dus zat ik op 1 december klaar achter de computer. Want het boekingssysteem van die ene camping (CAMPING, ja) ging open. En de tenten in het pierenbadgebied waren schaars. Ik herhaal: het pierenbadgebied. Want dat is dus een dingetje, weet ik nu.
     
  3. DAT IK ZO VEEL GELD BETAAL VOOR EEN TENT
    Ik vermoedde overigens eerst dat datzelfde boekingssysteem werd bevangen door een virus en toen dat niet zo bleek te zijn, dacht ik dat ikzelf een foutje had gemaakt. ‘Ik heb per ongeluk de hele camping gekocht’, zei ik tegen mijn man. Maar het bleek daadwerkelijk de huursom voor één week in een tent. Een tent, ja. Terwijl ik had gezworen nooit meer te kamperen (mogelijk gebruikte ik zelfs de term ‘creperen’).

    Hoewel, die tent moet ik wellicht even rectifceren. Hij is natuurlijk niet voor niks zo astronomisch duur, want er is airco, een vaatwasser en een badkamer. En een plek in het pierenbadgebied is uiteraard ook niet gratis, want je betaalt er zo veel extra voor dat ik nog steeds vermoed dat we het pierenbad daarna mee naar huis mogen nemen. En die tent staat er al als we aankomen. En de bedden (de BEDDEN, ja, echte, zonder lucht) zijn dan al opgemaakt. Ik zie mijn ouders namelijk nog worstelen met tentstokken en luchtbedden als de Middelbeekjes vroeger à la camping en France arriveerden en voel weinig behoefte om die vakantietraditie voort te zetten.
     
  4. DAT IK OPZIE TEGEN DE AUTORIT
    Insnoeren in de stoeltjes, af en toe een krentenbol naar de achterbank mikken en verder toekijken hoe het tweetal zoet ligt te slapen – ziehier mijn vrij naïeve beeld van hoe ik de autorit naar het zuiden voor me zag toen we voor het eerst met Casper (toen net 2) en Nora (toen 6 maanden) met de auto op vakantie gingen. Ik weet zelf ook niet precies waarom ik dat slaapgedeelte zo rooskleurig voor me zag, aangezien mijn kinderen niet bekendstaan om hun slaperige aard.

    Slapen was dan ook het allerlaatste op hun to-­do-lijst, luidkeels hun ongenoegen over het verblijf in hun autostoeltjes kenbaar maken het eerste. De file voor het tolpoortje was de hel, ik kwam tot het punt dat ik al borstvoedend op de passagiersstoel zat (maar ja, we stonden toch stil) en het moment dat we maar gewoon Pringles naar de achterbank gooiden omdat dat het enige was waar Casper nog blij van leek te worden, was wel een klein dieptepunt. Dit jaar gaan we weer met de auto naar het zuiden. De kinderen zijn gelukkig wat groter (lees: iPad­-waardig), maar toch zie ik er als een berg tegenop. Ik, die vroeger wijsheden predikte als ‘vakantie begint bij de reis’ en mensen die piepten over tien/twintig/vijftig uur reistijd altijd wat meewarig bekeek. Alsnog sorry daarvoor, trouwens.
     
  5. DAT IK MIEP OVER DETAILS
    ‘Er is hier maar één stopcontact. Eén! Stopcontact!’ ‘Het strand is gemaakt van kiezels.’ Wie nu denkt op een zure reisvergelijkingssite terecht te zijn gekomen heeft het mis. Dit was mijn WhatsApp, een paar maanden geleden, toen we met z’n vieren op een op zichzelf heerlijk zonnig zuidelijk eiland waren en ik even aan een vriendin uitlegde wat er ontbrak aan mijn vakantiegeluk. De vriendin in kwestie heeft geen kinderen, was hard aan het werk in regenachtig Nederland en verklaarde me voor gek. En daar had ze gelijk in.

    Gelukkig kwam ik na een dag tot enig zelfinzicht (of wellicht sloeg de vakantiestemming wat meer toe) en haalde hoe langer hoe meer mijn schouders op over het feit dat we niet tegelijkertijd onze telefoons, twee iPads en de camera konden opladen. En dat kiezelstrand bleek uiteindelijk nog best een uitkomst, want de combinatie peuters en overal zand kent ook zo z’n nadelen. Maar het was wel even schrikken dat ik moest vaststellen dat ik een detail­mieper was geworden. (Overigens ben ik tegenwoordig óók makkelijker tevreden te stellen. Een autostoeltje dat bij het ophalen al geïnstalleerd is in de huurauto, en ik verklaar het hele bedrijf heilig. Een hekje om het zwembad, en ik ben oeverloos gelukkig. Zo’n hele stapel van die handige kinderstoelen in het restaurant, en ik knuffel de hotelmanager bijkans plat. Zo ben ik dan ook wel weer.)
     
  6. DAT IK ME UREN KAN VERMAKEN MET EEN EMMER EN EEN GIETER
    Als het maar ver was en met avontuur, wilde dieren, hoge bergen, vele kilometers in een camper – het was pre­-kinderen een dolle boel, hoor, onze vakanties. Een dag niks beleefd is een dag niet geleefd. Toerend door Zuid­-Afrika vertelden we elkaar om het hardst hoe we dit later met onze nog niet bestaande kinderen ook zouden doen, want aan de Spaanse costa, daar zou het ook maar gaan vervelen. Wist ik veel dat ik jaren later niets leukers zou kunnen verzinnen dan met twee junioren af te reizen naar een dergelijke costa of ander zuidelijk oord, om ons daar bij zwembad of strand te vermaken met emmers en gieters. En niet vijf minuten, maar gewoon twee uur lang. En dat ik dat nog heerlijk zou vinden ook.
     
  7. DAT IK ALLEEN NOG FOTO’S VAN DE KINDEREN MAAK
    Er waren jaren dat ik op vakantie ging en met foto’s terugkwam en op die foto’s stond dan zoiets als een landschap, wild dier, tongstrelend voedsel of mijn man. En het waren er ook serieus veel. Tegenwoordig begrijp ik niet meer helemaal waar ik dan al die foto’s van maakte, want streep na een vakantie alles weg waar de kinderen opstaan en je houdt een hele zwik Google Maps screenshots (ik ben een beetje een voorbereidingsfreak) plus hooguit drie foto’s van een strand of berg over. Verder is de filmrol gevuld met plaatjes van de kinderen in het zwembad, de kinderen om het zwembad, de kinderen op weg naar het zwembad, de kinderen op het strand, de kinderen op weg naar het strand, de kinderen met één voet in de zee, de kinderen met twee voeten in de zee, de kinderen met een ijsje, de kinderen met nog een ijsje en zo nog driehonderd van die alledaagse taferelen. Waarna ik ernstig van mening ben dat elk van die foto’s bewaard dient te worden voor het nageslacht, want ze lijken misschien allemaal hetzelfde, maar dat is natuurlijk niet zo.
     
  8. DAT IK UITSTAPJES INEENS ‘EEN ONDERNEMING’ VIND
    Ik geef toe dat ik van nature een beetje een obstakeldenker ben en ook nogal makkelijk verval in het gebruiken van het woord ‘maar’. Maar dan moeten we zestig kilo spullen mee, maar het is 35 graden, maar we weten niet of het wel leuk is, maar het is druk – bezwaren genoeg als je mij voorstelt om een dagje uit te gaan op vakantie. Gelukkig ben ik getrouwd met een zonnige mogelijkheden­denker, die mijn bezwaren verbaasd aanhoort en vervolgens negeert, anders zouden wij zelden ergens komen. Eenmaal ter plaatse ben ik trouwens doorgaans goed te doen, dat wel. En vind ik het ook echt leuk.

    En o ja, in het kader van uitstapjes, ik overweeg ook om een gps-­tracker aan te schaffen en op mijn kinderen te plakken, nadat we Casper een keer kwijt zijn geraakt op een drukke Franse markt en nog steeds niet helemaal over het daaropvolgende hartinfarct heen zijn. Het is mogelijk dat ik dergelijke apparaten vroeger het toppunt van controlfreakerij heb genoemd, maar ik was uiteraard nog erg jong en naïef.

 

Dit artikel staat in het Kek Mama Zomerboek 2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Tijd voor jezelf Krista Okma
Beeld: Unsplash

Je kunt natuurlijk de hele dag door rennen, maar je kunt ook even stoppen en aan jezelf denken. Daar word je namelijk blijer van.

PEDAGOOG KRISTA OKMA: “Vroeger brachten vrouwen weliswaar meer tijd door met hun kinderen, maar ze waren niet per se meer met de kinderen bezig dan de moeders van nu. Het huishouden kostte toen meer energie en tijd, omdat vrouwen nu meer hulpmiddelen hebben. Ze werken meer, maar spenderen ook meer qualitytime met hun kinderen dan vroeger. En dat is belangrijker: het gaat meer om de echte contactmomenten; om dat wat je doet, en niet om hoeveel en hoe vaak. Dat betekent niet dat je per se wekelijks naar de dierentuin of een pretpark moet. Even oprechte interesse tonen door vragen te stellen is al heel veel waard; zo ervaar je dat je een goede band hebt met je kind. Het prettige bijeffect is dat je kind je weet te vinden als er wat is.
 

1001 kritieke dagen

De hoeveelheid aandacht en de frequentie is afhankelijk van de behoefte van het kind. Krijgt het te weinig, dan zal het op een negatieve manier om aandacht vragen. Sommige kinderen worden dan opstandig, anderen trekken zich juist terug. Vooral de eerste jaren is het belangrijk. We spreken ook wel over de ‘1001 kritieke dagen’ waarin de veilige basis wordt gelegd voor alle levensfasen die nog komen.

Het zijn die echte contactmomenten die het ouderschap leuk maken. Samen een boekje lezen, door de kamer dansen, voetballen. Het is belangrijk om daarvan te genieten. Daar heb je zelf ook wat aan en je krijgt er energie van. Bovendien vaar je op die momenten als het ouderschap even niet zo leuk is.”
 

Lees ook
Psycholoog Najla Edriouch: 'Sociale activiteiten mogen geen moetjes zijn' >
 

TIP VAN KRISTA:

‘WEES EEN IMPERFECTE OUDER’

“Stress mag er zijn, het hoeft niet te worden weggestopt voor kinderen. Ouders mogen zichzelf na een drukke werkdag daarom best wat ruimte geven om even te landen. Zo gek is dat niet; kinderen moeten immers ook bijkomen na een lange dag. Help ze even op weg om iets te gaan doen en ga dan op de bank zitten. Een cliché, maar waar: een ouder kan er niet voor het kind zijn als hij of zij niet goed voor zichzelf zorgt. Door zelf niet perfect te zijn geef je je kind ook de ruimte om fouten te maken. En er is geen betere plek om daarmee te oefenen dan thuis.”

 

Dit verhaal is er één van een interviewserie in Kek Mama 10-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

bankrekening vastgoed
Beeld: Unsplash

Dionne (40) is ondernemer, getrouwd en moeder van drie zoons (13, 12 en 9). Ze is graag onafhankelijk en vindt geld verdienen heerlijk.

Dionne (40) is ondernemer, getrouwd en moeder van drie zoons (13, 12 en 9): “Als kind haalde ik kersttakken uit het bos, die ik vervolgens in de buurt aan de deur verkocht. Later verkocht ik pruiken. In mijn studententijd stond ik meer achter de bar dan dat ik in de collegebankjes zat. Ik werkte hele nachten in een illegaal casino.
 

Je eigen broek kunnen ophouden

Van huis uit kreeg ik mee dat je je eigen broek moet kunnen ophouden; er was voldoende geld, maar we kregen nooit iets voor niks. Toen we onze zoons kregen, was dat voor mij geen reden om minder te gaan werken. Wel besloot ik mijn salesbaan bij een telecombedrijf op te geven om te gaan ondernemen. Ik begon met interieurprojecten waarbij mijn jaar kunstacademie van pas kwam – in Rotterdam mocht ik de winkels in een van de armste buurten herinrichten. Intussen had mijn man een financiële klapper gemaakt met de verkoop van een tijdschrift, waarmee hij ineens miljonair was. We besloten ons huis te verkopen en een jaar door Australië en Nieuw-Zeeland te reizen met een camper.
 

Zwemschool

Terug in Nederland kochten we een oude villa waar iedereen in de omgeving zijn neus voor ophaalde. Letterlijk: op de begane grond was er een binnenzwembad dat naar chloor stonk. Maar ik zag mijn kans schoon, verbouwde het voor 15.000 euro en startte er een zwemschool. Nu, een paar jaar later, heb ik 23 man personeel in dienst en zwemmen er wekelijks 450 kinderen in ons eigen bad en in de zwembaden die we huren voor onze lessen. Ik ben er eerlijk in: het had net zo goed een schoenenzaak kunnen zijn, maar het zwembad was er toch al. Mij ging het er vooral om dat het beter verdiende dan die interieurklussen. Dat doet het. Op de rekening van de zwemschool staat nu ongeveer 30.000 euro: na aftrek van de personeelskosten en de huur van andere baden blijft er maandelijks zo’n 15.000 euro bruto salaris voor mij over. Het is míjn toko, mijn man bemoeit zich er totaal niet mee.
 

Eén liter energie

Het voordeel van een bedrijf aan huis is dat ik er veel kan zijn voor mijn zoons. We hebben wel een au pair, maar zij is er meer voor het huishouden. En ze haalt de kinderen van school. Voor kletsen op het schoolplein heb ik nooit geduld gehad. Begrijp me niet verkeerd: ik doe er alles aan om een betrokken moeder te zijn. Ik ben al drie keer klassenmoeder geweest, zit in het bestuur van de hockeyclub, ik ben teamcoach. Maar ik zie het zo: ik beschik per dag over één liter energie en ik zorg ervoor dat ik altijd binnen die liter blijf. Daarom ben ik nooit getroffen door een burn-out. Eén keer per week ga ik een kwartier op Facebook, dan like ik even iedereen die ik leuk vind, en dan ga ik er weer af. Mijn agenda is heilig. Als je je niet laat leiden door impulsen, krijg je veel meer gedaan. En als iets of iemand me te veel energie kost, dan stop ik ermee.


Lees ook
Bankrekening: 'Echt leuke dingen kosten geen geld' >

 

Vastgoed

Omdat ik nogal een gat in mijn hand heb – ik geef vooral veel uit aan eten, kleding, koffietjes en verre reizen – besloot ik mijn geld in vastgoed te stoppen, zodat ik er niet bij kan. Ik heb voor 70.000 euro eigen spaargeld en een aanvullende hypotheek van 270.000 euro een woonboot in de stad gekocht, plus een vakantiehuis op de Antillen, die ik beide verhuur aan toeristen. Die twee hypotheken los ik deels af met de opbrengst van de zwemschool.

Voor de inkomsten uit de woonboot heb ik een aparte rekening waar nu 20.000 euro op staat. Daar kom ik in principe niet aan. Verder heb ik nog een privérekening waar 2000 euro op staat en hetzelfde bedrag staat op onze en/of rekening. Over geld praten we thuis zelden, de gesprekken beperken zich tot: ‘De en/of is leeg, zet jij er even 1000 euro op?’
 

Misgegokt

Je zou kunnen zeggen dat het makkelijk praten is als je zo veel heb. Maar we hebben ook mindere tijden gekend. Mijn man heeft weleens misgegokt met bedrijven opzetten. Momenteel heeft hij een sociaal-maatschappelijke functie als bewindvoerder voor de rechtbank tegen een bescheiden salaris. Hij heeft er volkomen vrede mee dat ik nu degene ben die het meeste binnenbrengt.
 

'Primitief'

Mijn kinderen zijn niet verwend. Merkkleding vinden ze stom, ze rijden op oude fietsbarrels, net als wij. Mijn zoons beseffen dat de wereld groter is dan de statige straat waar wij wonen. Vermoedelijk ook omdat ze een en ander hebben meegekregen van de reizen die we hebben gemaakt. Dat doen we altijd ‘primitief’. Toen we zes weken door Indonesië reisden, sliepen we in de meest aftandse hostels; die hebben meer charme dan die non-descripte, dure hotels.

Ik kan mezelf wel aardig te buiten gaan aan kleding: daaraan besteed ik zo’n vijf- à zeshonderd euro per maand. Tegelijkertijd ben ik een koopjesjager. Ik zou nooit van mijn leven een broek van vijfhonderd euro aanschaffen. Dan koop ik er liever tien van vijftig euro voor mijn zoons. Of zes jurkjes voor mezelf.’
 

Jaloezie

Ik vertel nu over mijn werk en inkomen, maar dat doe ik verder nooit. Dat komt ook omdat ik heb gemerkt dat mensen jaloers kunnen zijn. Vooral vrouwen. Als ik op Facebook iets post over ons huis op de Antillen, krijg ik soms als reactie: ‘Waar is de haatknop?’ Dat is dan grappig bedoeld, maar toch. Mannen zeggen eerder: ‘Good for you dat je zo veel winst maakt!’ Ik vind geld verdienen heerlijk omdat ik graag onafhankelijk ben, maar ik kan het ook relativeren. Zolang we alle vijf gezond zijn, kan ons niks gebeuren.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >