Koningin Máxima na uit de hand gelopen situatie met gezin: ‘We willen met de rechter praten’
De Oranjes zijn tijdens Koningsdag neergestreken op een Fries schip, waar ze zich wagen aan een fanatieke quiz over de provincie zelf.
Beeld: Canva
Veel kinderen die snel boos worden, makkelijk gefrustreerd raken of heftig reageren op stress, krijgen al snel het label ‘moeilijk’. Vaak wordt gedacht dat zo’n temperament aangeboren en onveranderlijk is. Maar nieuw onderzoek van pedagoog Marijke Huijzer-Engbrenghof laat zien dat dat beeld te simpel is.
Huijzer-Engbrenghof, gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht hoe temperament, opvoeding, genetische aanleg en storend gedrag met elkaar samenhangen. Haar conclusie: temperament is minder vaststaand dan we denken.
Het idee dat een kind ‘nu eenmaal zo is’, klopt niet volgens de pedagoog. “Vooral bij jonge kinderen kun je nog veel bijsturen, voordat gedrag en opvoeding elkaar in een vicieuze cirkel versterken,” zegt Huijzer-Engbrenghof.
Het onderzoek richtte zich op negatieve emotionaliteit, oftewel de neiging van kinderen om heftig te reageren op frustratie of stress. Die eigenschap voorspelt deels hoe kinderen later in het leven omgaan met relaties, werk en andere uitdagingen.
Met opvoedinterventies zoals Incredible Years, waarin ouders leren positief te reageren op moeilijk gedrag van hun kind, blijkt dat niet alleen storend gedrag vermindert, maar ook de negatieve emotionaliteit van het kind zelf. “Daarmee kun je voorzichtig zeggen dat temperament helemaal niet zo vaststaat,” legt Huijzer-Engbrenghof uit.
Veel moeilijk gedrag ontstaat doordat kind en ouder elkaar versterken. Bijvoorbeeld: een kind zeurt, de ouder geeft toe; het kind leert dat dat werkt. Of: de ouder wordt boos, het kind luistert uit angst. In de training leren ouders juist positieve aandacht, complimenten en beloningen te gebruiken, en storend gedrag vaker te negeren. Zo wordt de vicieuze cirkel doorbroken.
Een opvallende ontdekking: kinderen met een pittig temperament zorgen er niet automatisch voor dat ouders harder opvoeden. Negatieve emotionaliteit en hard opvoedgedrag hangen samen met storend gedrag, maar het ene lokt het andere niet automatisch uit.
Ook genetische aanleg blijkt minder bepalend dan gedacht. Zelfs kinderen met een genetische aanleg voor storend gedrag reageerden positief op opvoedinterventies. Genen maken verandering dus niet onmogelijk, maar opvoeding doet er wél toe.
De kernboodschap van Huijzer-Engbrenghof: ouders hebben invloed, zeker bij jonge kinderen. Er zijn geen simpele oplossingen en niet elk gezin profiteert op dezelfde manier, maar het idee dat een kind “nu eenmaal zo is” klopt niet. “Er zijn genoeg strategieën die ouders kunnen inzetten om het gedrag van een kind positief te beïnvloeden,” benadrukt ze.
Wat is eigenlijk het verschil tussen een temperamentvol en een driftig kind? Deze expert legt het voor je uit.