Bijna alle ouders krijgen hulp van opa en oma, maar dít wordt door 31 procent absoluut níét gewaardeerd
Beeld: Canva
Een oppasdag hier, een tas met kleertjes daar en ondertussen nog even vertellen hoe zij het vroeger deden: opa en oma spelen bij veel gezinnen een belangrijke rol. Toch zit niet iedere ouder op hun bemoeienis te wachten.
Uit nieuw onderzoek van Made for Moments blijkt dat Nederlandse ouders daar behoorlijk verschillend over denken.
Verschillende meningen
Bijna alle Nederlandse ouders krijgen op de een of andere manier hulp van opa en/of oma. Maar liefst 96 procent zegt ondersteuning te ontvangen. Toch vindt 31 procent het niet prettig als (schoon)ouders zich met de opvoeding bemoeien.
Daar staat een grotere groep tegenover: bijna 44 procent vindt het juist fijn wanneer opa en oma meedenken en helpen bij de opvoeding van de kleinkinderen. Een kwart van de ouders zou zelfs graag meer hulp krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Made for Moments, waarbij 587 ouders werden ondervraagd.
Van naam tot voeding
Grootouders blijken zich op allerlei manieren bij het gezinsleven te betrekken. Zo denken ze mee over de naam van een baby, maar ook over religieuze of culturele opvoeding, leefstijl en geldzaken.
Ook onderwerpen als kleding en uiterlijk, vakanties, medische keuzes en voeding komen voorbij. Voor sommige ouders is die betrokkenheid welkom, terwijl anderen liever zelf beslissen.
Verschil per provincie
Hoe ouders tegen de hulp van opa en oma aankijken, verschilt bovendien per provincie. In Groningen vindt 61 procent het prettig dat grootouders meedenken. In Flevoland ligt dat aandeel op 57 procent. In Limburg geeft 40 procent aan de bemoeienis niet prettig te vinden.
Praktische hulp
De steun van grootouders gaat overigens verder dan alleen advies geven. Ze passen bijvoorbeeld op, geven tips, bieden emotionele steun of helpen financieel. Ook spullen kopen of uitlenen, vervoer regelen en helpen in het huishouden worden genoemd.
Bij ziekte of een noodgeval springen grootouders regelmatig bij en ook klussen in en om het huis behoren tot de vormen van hulp. Slechts 3,5 procent van de ondervraagde ouders zegt op geen enkel vlak hulp van opa en/of oma te krijgen.
Lees ook
Meer hulp gewenst
Toch is er ook een groep die juist meer ondersteuning zou willen. In totaal zegt 25 procent van de ouders behoefte te hebben aan meer hulp of hulp op meerdere gebieden. Vooral in Flevoland is die wens groot: daar zou 42,9 procent graag meer ondersteuning krijgen. In Limburg gaat het om 40 procent.
In Zuid-Holland, Noord-Holland en Drenthe geven ouders het vaakst aan helemaal geen hulp te ontvangen. Daar is tegelijkertijd de behoefte aan extra hulp het kleinst.
Kleine steekproef
Bij de resultaten is wel een kanttekening belangrijk. Het onderzoek is gebaseerd op de antwoorden van 587 respondenten. Dat is een relatief kleine groep, waardoor de uitkomsten niet zonder meer representatief hoeven te zijn voor alle Nederlandse ouders. Toch maakt het onderzoek één ding duidelijk: waar de ene ouder dolblij is met een betrokken opa of oma, kan een ander juist behoefte hebben aan wat meer afstand.
Opa en oma blijken grote invloed te hebben op de studiekansen van hun kleinkind. Je leest hier waarom.
Beluister onze nieuwste podcast-aflevering hieronder!
Bron: Made for Moments
Kek Mama leesdeals
Lees Kek Mama nu met korting of luxe cadeau