Opa en oma blijken grote invloed te hebben op de studiekansen van hun kleinkind – en wel hierom

puber dwingen oma en opa Beeld: Canva
Fenne van der Woude
Fenne van der Woude
Leestijd: 3 minuten

Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.

Lees verder onder de advertentie

Canadese onderzoekers ontdekten dat kinderen met rijke grootouders vaker verder studeren – vooral als hun eigen ouders minder te besteden hebben.

Dat het inkomen van ouders invloed kan hebben op de kansen van hun kinderen is niet nieuw. Maar volgens het Canadese onderzoek speelt ook de portemonnee van opa en oma een rol.

Rijke opa en oma

De onderzoekers keken naar gezinnen waarin de ouders tot de 10 procent met de laagste inkomens behoren. Wanneer óók de grootouders tot de laagste inkomensgroep van hun generatie behoorden, ging minder dan 45 procent van de kleinkinderen door naar het hoger onderwijs. Keken de onderzoekers alleen naar universitaire bacheloropleidingen, dan was dat zelfs minder dan 15 procent.

Lees verder onder de advertentie

Maar hadden diezelfde kinderen grootouders die juist tot de rijkste 10 procent behoorden? Dan veranderde het plaatje behoorlijk. Zo’n 55 procent stroomde door naar het hoger onderwijs en meer dan 25 procent begon aan een universitaire bacheloropleiding.

Oftewel: een financieel steuntje in de rug van opa en oma lijkt behoorlijk wat verschil te kunnen maken.

Niet alleen een zak geld

Hoe grootouders precies helpen, hebben de onderzoekers niet onderzocht. En nee, dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat opa bij iedere verjaardag met een envelop vol geld klaarstaat.

Volgens hoofdonderzoeker Xavier St-Denis kan hulp allerlei vormen aannemen. Denk aan sparen voor de studie, collegegeld betalen, helpen met huiswerk of een kleinkind wegwijs maken in de wereld van opleidingen.

Daarbij speelt mogelijk ook mee dat een hoger inkomen vaak samenhangt met een hoger opleidingsniveau. Grootouders kunnen hun kleinkinderen daardoor niet alleen financieel, maar bijvoorbeeld ook met kennis en ervaring ondersteunen.

De rol van opa en oma wordt groter

Volgens de onderzoekers is de rol van grootouders de afgelopen decennia sowieso veranderd. Mensen leven langer en blijven na hun pensioen vaker financieel zelfstandig.

Ook zijn gezinnen tegenwoordig gemiddeld kleiner. Waar opa en oma vroeger hun aandacht misschien over een flinke verzameling kinderen en kleinkinderen moesten verdelen, kan er nu meer ruimte zijn om bij te springen.

En dat hoeft natuurlijk niet alleen met geld. Van een vaste oppasdag tot helpen met huiswerk: we hoeven je waarschijnlijk niet uit te leggen hoe waardevol een betrokken opa of oma kan zijn.

Vooral belangrijk bij gezinnen met minder geld

Opvallend is dat rijke grootouders vooral verschil lijken te maken wanneer ouders zelf een laag inkomen hebben. Bij kinderen uit de rijkste gezinnen lag de deelname aan universitaire bacheloropleidingen sowieso al veel hoger: tussen de 65 en 80 procent.

Volgens de onderzoekers laat de studie daarmee ook een minder gezellige kant zien. Kinderen die meerdere generaties achter elkaar opgroeien in een gezin met weinig financiële middelen, hebben aanzienlijk minder kans om hoger onderwijs te volgen.

Spaarrekening spekken

De onderzoekers vinden daarom dat er bij beleid rondom kansen voor kinderen niet alleen naar het inkomen van ouders moet worden gekeken. Ook de rol van opa en oma kan belangrijk zijn.

Kortom: die trotse grootouders die roepen dat ze ‘graag iets voor later opzijzetten’ doen misschien meer dan alleen de spaarrekening spekken.

Opa en oma springen maar wat graag bij voor hun kleinkinderen, maar dat kan behoorlijk in de papieren lopen. Benieuwd hoeveel grootouders gemiddeld uitgeven aan hun kleinkinderen? Je leest het hier.

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail