Omdat haar man al jaren als een donderwolk door het huis liep, en steeds bozer en depressiever werd, trok Dorien de stekker uit hun relatie. “Ik schaamde me kapot dat ik wegging bij iemand die zo depressief was.”

“Ik bracht het voorzichtig. Tegen mijn familie en vrienden zei ik: ‘Jaap en ik gaan tijdelijk uit elkaar omdat hij tijd nodig heeft om tot zichzelf te komen.’ Ook tegen Jaap durfde ik niet hardop te zeggen dat ik wilde scheiden. Weggaan bij iemand die diep depressief is en het leven niet meer ziet zitten, dat doe je niet. Dat kon ik aan niemand verkopen. Hij was mijn allereerste vriendje. Zeventien was ik en diep onder de indruk van die knappe, lange, populaire jongen. Ik kon niet geloven dat hij voor mij viel.
 

Aandachttrekkerij

Na jaren gepest te zijn, was er niets over van mijn zelfvertrouwen. Bij Jaap voelde ik me geborgen. We hadden fantastische jaren. Studeren, concerten, prachtige reizen en een grote schare vrienden om mee naar de kroeg te gaan. Het is nog even uit geweest, dat wel. Ik wilde ontdekken wat er nog meer te koop was in de wereld. Jaap had het er moeilijk mee. Hij schreef me dat het leven voor hem niet meer hoefde als ik niet bij hem terug zou komen. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan – typisch Jaap om te proberen op deze manier iets af te dwingen. Aandachttrekkerij, vond ik het.

Na een jaar kwamen we toch weer bij elkaar. En toen ging alles in een sneltreinvaart: samenwonen, trouwen, stoppen met de pil. Alles leek geweldig maar toen ik zwanger was, werd Jaap steeds somberder. Achteraf denk ik: waarom had ik toch zo’n haast?
 

Van leuke man naar donderwolk

Jaap had nergens zin in, deed geen oog dicht en zag het leven als een groot, zwart gat. Mijn leuke man werd een donderwolk die klagend door het huis marcheerde: de hond van de buren blafte te hard, ik kwam te laat thuis en niemand nam zijn problemen serieus. Ik begreep het wel. Hij had in korte tijd zijn vader en een goede vriend verloren. Een burn-out, concludeerde de bedrijfsarts. Jaap kwam thuis te zitten.

Toen ik opperde gezellig met vrienden mijn verjaardag te vieren, wilde hij dat niet. Hij kon geen mensen om zich heen verdragen. Uiteindelijk dook ik maar met wat vrienden de kroeg in; ik had geen zin mijn verjaardag thuis te vieren met een knorrige man.
 

Oplossingen

Dit was pas het begin. Al snel weerde hij elk sociaal contact. Jaap sloot zich af voor alles en iedereen en leunde meer en meer op mij. Ik probeerde samen met hem naar oplossingen te zoeken. Struinde internet af op zoek naar therapieën. Hij beloofde elke keer dat hij het ging proberen, maar ging er nooit serieus mee aan de slag. Na een paar keer therapie concludeerde Jaap steevast dat zo’n therapeut hem toch niet begreep. Hij geloofde niet dat hij geholpen kon worden. Ik moest hem maar met rust laten en vooral een beetje normaal doen. Dan kwam alles wel weer goed, zei hij.

Ik stelde voor samen naar een psycholoog te gaan omdat onze relatie door zijn depressie steeds slechter werd. We gingen apart slapen omdat we allebei slaapproblemen hadden. Dat was de nekslag voor de intimiteit. Ondertussen verwachtten we wél een kind, en ik wilde absoluut geen alleenstaande moeder worden.
 

'Niets interesseerde hem'

Jaap vond niks leuk. Als ik hem uit de put wilde halen met kaartjes voor zijn favoriete band, dan was hij te moe en had hij geen zin. Als ik samen met hem probeerde te fantaseren over het dochtertje dat we zouden krijgen, gaf hij nauwelijks sjoege. Niets interesseerde hem. Hij raakte steeds meer in zichzelf gekeerd, sloot mij buiten en beweerde af en toe zelfs dat het allemaal mijn schuld was. Dat pikte ik natuurlijk niet, maar als ik er tegenin ging, kregen we knetterende ruzie. Voor de lieve vrede hield ik dan maar mijn mond.

Misschien was het niet genoeg, maar ik heb echt geprobeerd hem te troosten en steunen. Alleen had ik ook nog een baan en was ik inmiddels zo zwanger als een olifant. Als ik thuiskwam na een dag hard werken, wilde ik met mijn benen omhoog. Jaap had dan de hele dag in bed gelegen en verwachtte dat ik voor hem ging koken. Ik werd steeds bozer en verdrietiger, maar bleef hopen dat de komst van de baby zijn stemming zou veranderen.
 

Zo moe

Dat was niet het geval. Noortje werd geboren. Jaap bleef in de ziektewet. Toen ik weer aan het werk ging, duwde hij me Noortje in mijn handen zodra ik thuiskwam. Dan dook hij in bed omdat hij zo moe was. Ik liep inmiddels ook op mijn tandvlees. Een baby, werken, het huishouden, zorgen voor Jaap, het was zwaar. Ik kan nog steeds niet naar foto’s uit die tijd kijken. Ik woog nog maar 49 kilo, mijn ogen stonden dof, mijn kaken strak.

We deden nooit iets leuks als gezin. Niet naar de dierentuin, geen weekendje weg – we hadden er simpelweg de energie niet voor. Uiteindelijk planden we een vakantie. We zouden naar vrienden in Italië gaan om bij te tanken. Het is er nooit van gekomen. We kregen zo vaak ruzie, dat ik niet eens meer met hem op vakantie wilde. We hadden vooral heftige meningsverschillen over het huishouden. Hij deed daar helemaal niks aan, terwijl ik in mijn eentje de kost moest verdienen. Soms zag ik Noortje tussen de stofwolken over de grond kruipen. Als ik daar iets van zei, kreeg ik de volle laag.
 

'Ik kon vrijuit ademen'

Hij verweet me dat het alleen maar slechter met hem ging omdat ik van alles van hem verwachtte. Jaap ging in zijn eentje naar Italië, zodat we allebei konden afkoelen. Ik zag hem wegrijden en schrok van mijn reactie. Opeens kreeg ik weer lucht. Ik kon vrijuit ademen. Liep zingend door het huis. Genoot van mijn dochtertje. Vond het heerlijk om met Noortje te wandelen en was helemaal niet meer moe. Maar Jaap kwam thuis en alle energie verdween als sneeuw voor de zon.
 

'Waarom ga je niet weg?'

Ik klopte aan bij een psycholoog omdat het met mij ook niet goed ging. Ik vertelde haar alles wat ik tot dan toe voor mijn familie en vrienden verborgen had gehouden. Na een paar gesprekken zei ze: ‘Waarom ga je eigenlijk niet bij hem weg?’ Ik werd woest. Jaap en ik hadden elkaar trouw beloofd, in voor- en tegenspoed. Ik kon hem toch niet laten vallen? Bovendien bleef ik hopen dat het weer goed zou komen. Eerlijk gezegd wist ik ook niet hoe het financieel zou moeten. Ik wilde niet met Noortje naar een flat driehoog achter.
 

Een toekomst zonder hem

Toch maakten de woorden van de therapeute iets bij me los. Steeds vaker dacht ik aan een toekomst zonder Jaap. Ik herinner me nog het moment dat ik thuiskwam uit mijn werk, mijn fiets in de achtertuin zette en Jaap in de keuken zag staan. Ik verstijfde helemaal, wilde niet naar binnen. Niet weer met die donderwolk in één ruimte. Dat was het moment waarop ik besloot: zo kan het niet langer. Maar ik durfde het niet aan Jaap te vertellen. Hij zei zo vaak dat het leven voor hem niet meer hoefde. Hij beweerde al een keer een overdosis slaappillen te hebben genomen. Maar ik wist: er moet iets gebeuren. Zo kon het niet langer, ik was zo moe.

Op een avond gooide ik het hoge woord eruit: ‘Het lijkt me beter als we tijdelijk uit elkaar gaan.’ Ik durfde niet te zeggen dat het voor altijd was. Ook niet tegen familie en vrienden. Ik schaamde me kapot dat ik wegging bij iemand die zo depressief was. Dat ik soms dacht: ik wou dat je zelfmoordpoging was gelukt, dan waren we van alles af geweest.
 

'Het voelde alsof ik een toneelstuk opvoerde'

Jaap vertrok naar vrienden met een groot, vrijstaand huis. Daar kon hij een beetje helpen, in de buitenlucht bezig zijn. Na een tijdje kwam hij weer thuis, tijdelijk, tot hij een huis had gevonden. Dat duurde een jaar. Als ik eraan terugdenk, begrijp ik niet hoe we die tijd zijn doorgekomen. Het voelde alsof ik een toneelstuk opvoerde. Dan hoorde ik mezelf aan tafel gemaakt vrolijk tegen Noortje zeggen: ‘Neem maar een hapje, lieverd’, terwijl haar vader zat te huilen. Natuurlijk was het vreselijk voor hem, maar ik schakelde mijn gevoel uit. Als ik dat niet deed, zou ik ook depressief worden. Dat lag op de loer. Een collega zei niet voor niks: ‘Wat is er met jou gebeurd? Het lijkt alsof je alleen nog maar kunt mopperen.’

Soms denk ik: je kunt beter lichamelijk ziek zijn. Dan komt iedereen in actie. Bij een depressie moet je het allemaal zelf uitzoeken. Niemand die je helpt. Het is zo moeilijk erover te praten. Toen ik eens een topje van de ijsberg oplichtte bij een goede vriendin, wist ze niet hoe ze moest reageren, trok een fles rosé open en begon over haar vakantieplannen.
 

Schuldgevoel

Ondertussen vertelde Jaap iedereen die het horen wilde dat hij eruit werd gezet terwijl hij hartstikke ziek was. Zelfs tegen Noortje: ‘Papa is ziek en mama wil dat papa weggaat.’ Het arme kind begreep er niks van. Ik heb geworsteld met schuldgevoelens. Deed ik wel het goede? Moest ik niet nog meer proberen het weer goed te krijgen? Nee, weet ik nu. Ik ben niet verantwoordelijk voor Jaaps geluk. Ik heb gedaan wat ik kon om hem te helpen en heb uiteindelijk voor mezelf gekozen. En vooral voor onze dochter.
 

Eindelijk meer rust

Na de breuk ging het niet meteen beter. Ik kreeg een terugslag toen ik alleen met Noortje overbleef. Tot overmaat van ramp raakte ik ook nog mijn baan kwijt. Het is nu drie jaar later en eindelijk kan ik zeggen dat het beter gaat. Er is meer rust. Met Jaap gaat het redelijk, hoewel ik dat niet zeker weet omdat we nooit over iets anders dan Noortje spreken. Hij is haar altijd blijven zien. In het begin zweette ik peentjes als ik haar bij hem achterliet, maar inmiddels hebben we co-ouderschap en ziet hij haar net zo vaak als ik.

Het allerergste vind ik dat ik dat de eerste jaren van Noortje zo moeilijk waren. Die babyjaren krijg ik nooit meer terug. Als vriendinnen zien dat Noortje urenlang in haar eentje kan knutselen, zeggen ze: ‘Wat is ze toch makkelijk en lief.’ Ik weet wel beter: Noortje heeft al jong geleerd zichzelf te vermaken omdat haar ouders geen aandacht voor haar hadden.”

Dit artikel staat in Kek Mama 01-2016.

In samenwerking met Kek Mama