weg bij man depressief

Omdat haar man al jaren als een donderwolk door het huis liep, en steeds bozer en depressiever werd, trok Dorien de stekker uit hun relatie. “Ik schaamde me kapot dat ik wegging bij iemand die zo depressief was.”

“Ik bracht het voorzichtig. Tegen mijn familie en vrienden zei ik: ‘Jaap en ik gaan tijdelijk uit elkaar omdat hij tijd nodig heeft om tot zichzelf te komen.’ Ook tegen Jaap durfde ik niet hardop te zeggen dat ik wilde scheiden. Weggaan bij iemand die diep depressief is en het leven niet meer ziet zitten, dat doe je niet. Dat kon ik aan niemand verkopen. Hij was mijn allereerste vriendje. Zeventien was ik en diep onder de indruk van die knappe, lange, populaire jongen. Ik kon niet geloven dat hij voor mij viel.
 

Aandachttrekkerij

Na jaren gepest te zijn, was er niets over van mijn zelfvertrouwen. Bij Jaap voelde ik me geborgen. We hadden fantastische jaren. Studeren, concerten, prachtige reizen en een grote schare vrienden om mee naar de kroeg te gaan. Het is nog even uit geweest, dat wel. Ik wilde ontdekken wat er nog meer te koop was in de wereld. Jaap had het er moeilijk mee. Hij schreef me dat het leven voor hem niet meer hoefde als ik niet bij hem terug zou komen. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan – typisch Jaap om te proberen op deze manier iets af te dwingen. Aandachttrekkerij, vond ik het.

Na een jaar kwamen we toch weer bij elkaar. En toen ging alles in een sneltreinvaart: samenwonen, trouwen, stoppen met de pil. Alles leek geweldig maar toen ik zwanger was, werd Jaap steeds somberder. Achteraf denk ik: waarom had ik toch zo’n haast?
 

Van leuke man naar donderwolk

Jaap had nergens zin in, deed geen oog dicht en zag het leven als een groot, zwart gat. Mijn leuke man werd een donderwolk die klagend door het huis marcheerde: de hond van de buren blafte te hard, ik kwam te laat thuis en niemand nam zijn problemen serieus. Ik begreep het wel. Hij had in korte tijd zijn vader en een goede vriend verloren. Een burn-out, concludeerde de bedrijfsarts. Jaap kwam thuis te zitten.

Toen ik opperde gezellig met vrienden mijn verjaardag te vieren, wilde hij dat niet. Hij kon geen mensen om zich heen verdragen. Uiteindelijk dook ik maar met wat vrienden de kroeg in; ik had geen zin mijn verjaardag thuis te vieren met een knorrige man.
 

Oplossingen

Dit was pas het begin. Al snel weerde hij elk sociaal contact. Jaap sloot zich af voor alles en iedereen en leunde meer en meer op mij. Ik probeerde samen met hem naar oplossingen te zoeken. Struinde internet af op zoek naar therapieën. Hij beloofde elke keer dat hij het ging proberen, maar ging er nooit serieus mee aan de slag. Na een paar keer therapie concludeerde Jaap steevast dat zo’n therapeut hem toch niet begreep. Hij geloofde niet dat hij geholpen kon worden. Ik moest hem maar met rust laten en vooral een beetje normaal doen. Dan kwam alles wel weer goed, zei hij.

Ik stelde voor samen naar een psycholoog te gaan omdat onze relatie door zijn depressie steeds slechter werd. We gingen apart slapen omdat we allebei slaapproblemen hadden. Dat was de nekslag voor de intimiteit. Ondertussen verwachtten we wél een kind, en ik wilde absoluut geen alleenstaande moeder worden.
 

'Niets interesseerde hem'

Jaap vond niks leuk. Als ik hem uit de put wilde halen met kaartjes voor zijn favoriete band, dan was hij te moe en had hij geen zin. Als ik samen met hem probeerde te fantaseren over het dochtertje dat we zouden krijgen, gaf hij nauwelijks sjoege. Niets interesseerde hem. Hij raakte steeds meer in zichzelf gekeerd, sloot mij buiten en beweerde af en toe zelfs dat het allemaal mijn schuld was. Dat pikte ik natuurlijk niet, maar als ik er tegenin ging, kregen we knetterende ruzie. Voor de lieve vrede hield ik dan maar mijn mond.

Misschien was het niet genoeg, maar ik heb echt geprobeerd hem te troosten en steunen. Alleen had ik ook nog een baan en was ik inmiddels zo zwanger als een olifant. Als ik thuiskwam na een dag hard werken, wilde ik met mijn benen omhoog. Jaap had dan de hele dag in bed gelegen en verwachtte dat ik voor hem ging koken. Ik werd steeds bozer en verdrietiger, maar bleef hopen dat de komst van de baby zijn stemming zou veranderen.
 

Zo moe

Dat was niet het geval. Noortje werd geboren. Jaap bleef in de ziektewet. Toen ik weer aan het werk ging, duwde hij me Noortje in mijn handen zodra ik thuiskwam. Dan dook hij in bed omdat hij zo moe was. Ik liep inmiddels ook op mijn tandvlees. Een baby, werken, het huishouden, zorgen voor Jaap, het was zwaar. Ik kan nog steeds niet naar foto’s uit die tijd kijken. Ik woog nog maar 49 kilo, mijn ogen stonden dof, mijn kaken strak.

We deden nooit iets leuks als gezin. Niet naar de dierentuin, geen weekendje weg – we hadden er simpelweg de energie niet voor. Uiteindelijk planden we een vakantie. We zouden naar vrienden in Italië gaan om bij te tanken. Het is er nooit van gekomen. We kregen zo vaak ruzie, dat ik niet eens meer met hem op vakantie wilde. We hadden vooral heftige meningsverschillen over het huishouden. Hij deed daar helemaal niks aan, terwijl ik in mijn eentje de kost moest verdienen. Soms zag ik Noortje tussen de stofwolken over de grond kruipen. Als ik daar iets van zei, kreeg ik de volle laag.
 

'Ik kon vrijuit ademen'

Hij verweet me dat het alleen maar slechter met hem ging omdat ik van alles van hem verwachtte. Jaap ging in zijn eentje naar Italië, zodat we allebei konden afkoelen. Ik zag hem wegrijden en schrok van mijn reactie. Opeens kreeg ik weer lucht. Ik kon vrijuit ademen. Liep zingend door het huis. Genoot van mijn dochtertje. Vond het heerlijk om met Noortje te wandelen en was helemaal niet meer moe. Maar Jaap kwam thuis en alle energie verdween als sneeuw voor de zon.
 

Lees ook
Papa is depressief >

 

'Waarom ga je niet weg?'

Ik klopte aan bij een psycholoog omdat het met mij ook niet goed ging. Ik vertelde haar alles wat ik tot dan toe voor mijn familie en vrienden verborgen had gehouden. Na een paar gesprekken zei ze: ‘Waarom ga je eigenlijk niet bij hem weg?’ Ik werd woest. Jaap en ik hadden elkaar trouw beloofd, in voor- en tegenspoed. Ik kon hem toch niet laten vallen? Bovendien bleef ik hopen dat het weer goed zou komen. Eerlijk gezegd wist ik ook niet hoe het financieel zou moeten. Ik wilde niet met Noortje naar een flat driehoog achter.
 

Een toekomst zonder hem

Toch maakten de woorden van de therapeute iets bij me los. Steeds vaker dacht ik aan een toekomst zonder Jaap. Ik herinner me nog het moment dat ik thuiskwam uit mijn werk, mijn fiets in de achtertuin zette en Jaap in de keuken zag staan. Ik verstijfde helemaal, wilde niet naar binnen. Niet weer met die donderwolk in één ruimte. Dat was het moment waarop ik besloot: zo kan het niet langer. Maar ik durfde het niet aan Jaap te vertellen. Hij zei zo vaak dat het leven voor hem niet meer hoefde. Hij beweerde al een keer een overdosis slaappillen te hebben genomen. Maar ik wist: er moet iets gebeuren. Zo kon het niet langer, ik was zo moe.

Op een avond gooide ik het hoge woord eruit: ‘Het lijkt me beter als we tijdelijk uit elkaar gaan.’ Ik durfde niet te zeggen dat het voor altijd was. Ook niet tegen familie en vrienden. Ik schaamde me kapot dat ik wegging bij iemand die zo depressief was. Dat ik soms dacht: ik wou dat je zelfmoordpoging was gelukt, dan waren we van alles af geweest.
 

'Het voelde alsof ik een toneelstuk opvoerde'

Jaap vertrok naar vrienden met een groot, vrijstaand huis. Daar kon hij een beetje helpen, in de buitenlucht bezig zijn. Na een tijdje kwam hij weer thuis, tijdelijk, tot hij een huis had gevonden. Dat duurde een jaar. Als ik eraan terugdenk, begrijp ik niet hoe we die tijd zijn doorgekomen. Het voelde alsof ik een toneelstuk opvoerde. Dan hoorde ik mezelf aan tafel gemaakt vrolijk tegen Noortje zeggen: ‘Neem maar een hapje, lieverd’, terwijl haar vader zat te huilen. Natuurlijk was het vreselijk voor hem, maar ik schakelde mijn gevoel uit. Als ik dat niet deed, zou ik ook depressief worden. Dat lag op de loer. Een collega zei niet voor niks: ‘Wat is er met jou gebeurd? Het lijkt alsof je alleen nog maar kunt mopperen.’

Soms denk ik: je kunt beter lichamelijk ziek zijn. Dan komt iedereen in actie. Bij een depressie moet je het allemaal zelf uitzoeken. Niemand die je helpt. Het is zo moeilijk erover te praten. Toen ik eens een topje van de ijsberg oplichtte bij een goede vriendin, wist ze niet hoe ze moest reageren, trok een fles rosé open en begon over haar vakantieplannen.
 

Schuldgevoel

Ondertussen vertelde Jaap iedereen die het horen wilde dat hij eruit werd gezet terwijl hij hartstikke ziek was. Zelfs tegen Noortje: ‘Papa is ziek en mama wil dat papa weggaat.’ Het arme kind begreep er niks van. Ik heb geworsteld met schuldgevoelens. Deed ik wel het goede? Moest ik niet nog meer proberen het weer goed te krijgen? Nee, weet ik nu. Ik ben niet verantwoordelijk voor Jaaps geluk. Ik heb gedaan wat ik kon om hem te helpen en heb uiteindelijk voor mezelf gekozen. En vooral voor onze dochter.
 

Eindelijk meer rust

Na de breuk ging het niet meteen beter. Ik kreeg een terugslag toen ik alleen met Noortje overbleef. Tot overmaat van ramp raakte ik ook nog mijn baan kwijt. Het is nu drie jaar later en eindelijk kan ik zeggen dat het beter gaat. Er is meer rust. Met Jaap gaat het redelijk, hoewel ik dat niet zeker weet omdat we nooit over iets anders dan Noortje spreken. Hij is haar altijd blijven zien. In het begin zweette ik peentjes als ik haar bij hem achterliet, maar inmiddels hebben we co-ouderschap en ziet hij haar net zo vaak als ik.

Het allerergste vind ik dat ik dat de eerste jaren van Noortje zo moeilijk waren. Die babyjaren krijg ik nooit meer terug. Als vriendinnen zien dat Noortje urenlang in haar eentje kan knutselen, zeggen ze: ‘Wat is ze toch makkelijk en lief.’ Ik weet wel beter: Noortje heeft al jong geleerd zichzelf te vermaken omdat haar ouders geen aandacht voor haar hadden.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

moeder leuk na scheiding
Beeld: Pixabay

Mary houdt van haar kinderen, maar vindt het prima als ze er even niet zijn. 'Na de scheiding is iedereen blij: ik met mijn vrijheid, mijn ex met zijn twintig jaar jongere vrouw.'

Mary is gescheiden en moeder van zoon Kjeld (7) en dochter Marit (5). "Een gezinnetje stond bepaald niet boven aan mijn verlanglijst toen ik jong was. Evenmin als trouwen of een eengezinswoning. Nu weet ik waarom. Ik heb ze alle drie geprobeerd en stuk voor stuk laten mislukken. Behalve die kinderen dan, maar over mijn moederschap heb ik niet alle zeven jaren kunnen zeggen dat ik het goed deed.

Ik ben altijd al op mezelf geweest. Heb veel ruimte nodig en voel me snel geclaimd door partners en vrienden. Ik hobbelde een beetje van vriendje naar vriendje, woonde nooit langer dan twee jaar op hetzelfde adres en werkte hard om vooral zo veel mogelijk te kunnen reizen. Een traditioneel gezinsleven paste mij niet, dacht ik. Maar toen kwam ik Vladimir tegen.
 

'Ik viel als een blok'

Ik was 27 en hoewel ik veel had gezien van de wereld, was ik nog lang niet volwassen. Ik bracht mijn weekends door op festivals en feestjes, geloofde niet in eeuwige trouw en dacht niet verder dan de dag van morgen. Wat ik verdiende maakte ik dezelfde dag nog op; mijn enige kostbare bezit waren mijn universiteitsdiploma en de antieke viool van mijn opa.

Vladimir was het tegenovergestelde. Negen jaar ouder dan ik, serieuzer, bezorgder. Niet de vrije geest die ik was, dus dat onze relatie gedoemd was te mislukken kon een blinde zelfs zien. Toch viel ik als een blok voor hem. In eerste instantie vanwege zijn erudiete verschijning en zijn belezenheid. Hij werkte aan de universiteit als onderzoeker en bracht ook zijn vrije tijd het liefst met boeken door. Ik keek immens tegen hem op. Hij viel op zijn beurt voor mijn ‘sprankeling’, zoals hij dat noemde. Vond het vooral een uitdaging me te temmen, waar ik op mijn beurt hoopte rust bij hem te vinden.
 

Kletsen op het balkon

Opmerkelijk genoeg ontmoetten we elkaar op een feestje. Een vriendin van mij deed haar eindonderzoek bij hem en tijdens haar afstudeerfeest kwam hij beleefdheidshalve langs voor één glas cognac. Dat drinkt-ie ook nog ja, cognac. Woest aantrekkelijk vond ik dat – al moet ik er nu om lachen: hij was achtendertig, niet bejaard.

We kletsten op het balkon van haar woning en toen zijn glas leeg was, vroeg hij of hij me mocht bellen. De volgende dag gingen we uit eten en verlieten elkaars zijde nooit meer – nou ja, tot anderhalf jaar geleden. Drie maanden nadat ik hem tegenkwam, zegde ik de huur van mijn appartement op.
 

'Als ik nu niet ren...'

Oerinstinct is iets heel sterks. In de eerste maand van onze relatie, waarin hij mij doorlopend zijn liefde verklaarde en verkondigde dat hij gek zou worden zonder mij, dacht ik wel tien keer: als ik nu niet ren, kom ik nooit meer weg. Maar ik rende niet. Ik was verliefd, en hij bood me waar ik ondanks mijn drang naar levensvrijheid zo naar snakte: stabiliteit. Je kunt niet eindeloos door het leven blijven dartelen. Samen vonden we een gulden middenweg. Dacht ik. Ik zou hem levenslust geven, hij mij zekerheid. Nu weet ik dat liefde zo niet werkt.
 

Moederinstinct

Met mijn verliefdheid kwam ook een heel ander instinct in mij naar boven: dat van een moeder. Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden gebeurde: toen we nog geen halfjaar samen waren, snakte ik naar een kind. Vladimir wist het zo net nog niet. Hij wilde nog zo veel bereiken, zei hij. Dingen leren, ontdekken. Een halfjaar is wat snel om aan een kind te beginnen, vond ik ook. Dus probeerde ik het los te laten, maar las ondertussen alles wat los en vast zat over het moederschap.

Toen we een jaar samen waren – ik was bijna 29 – spoelde ik met zijn medeweten de pil door de wc. ‘Voor mij is het welkom’, zei ik. ‘Als dat voor jou niet zo is, liggen dáár de condooms.’ Een halfjaar later was ik zwanger en belde Vladimir als eerste huilend van geluk zijn hele familie af om het blije nieuws te verkondigen. Ook ik was dolgelukkig. Zeven maanden lang leefden we in onze bubbel van babyvoorbereidingen en een alles overstijgende verliefdheid. We kochten een huis en trouwden. Alle dingen waarvan ik altijd had geroepen dat ze niet bij me pasten.
 

Met stomheid geslagen

Kjeld werd geboren. En waar ik hoopte overmand te worden door onvoorwaardelijke liefde en zorgzaamheid, was ik vooral met stomheid geslagen. Ik had me het moederschap heel anders voorgesteld. Als een soort serene staat van rust vooral, waarin de baby voornamelijk sliep en ik boeken las, wat werk deed en een nestje bouwde voor ons gezin. In plaats daarvan zat ik met tepelkloven nachtenlang rechtop in bed met een huilbaby van wie ik niks begreep, en een man die met geen mogelijkheid wakker te krijgen was. Ik vond er geen klap aan, dat hele moederschap.

Toen Kjeld een jaar was, werd het leuker. Hij begon te communiceren, ik kreeg weer wat ruimte voor mezelf en hij deed het goed op de crèche terwijl ik vier dagen per week werkte. En wat denk je dat ik deed, in plaats van genieten van een situatie die – ergens in de verte – weer wat overeenkomsten vertoonde met het leven dat ik ooit zo liefhad? Ik begon dat jaar over een tweede baby.

Geen compleet ridicule inschatting: Marit bleek een droombaby. Maar wel het tweede kind in huis, en dat betekende dat wanneer ik niet werkte ik alleen maar aan het moederen was. Als Kjeld eindelijk sliep, was Marit wakker, en andersom. Vladimir had het druk op de universiteit en begreep niks van mijn wanhoopskreten. ‘Hoezo vind je het zwaar?’ vroeg hij. ‘Het zijn baby’s, en je hebt drie dagen weekend.’
 

'Ondertussen verloor ik mezelf'

Ik hield van mijn kinderen. Ik deed het allemaal; de borstvoeding, het co­-sleepen, de doorwaakte nachten en cursussen Muziek op Schoot. Natúúrlijk deed ik dat. Omdat het moest. Maar ondertussen verloor ik mezelf steeds een beetje meer. Ik vond het niet leuk, het zorgen, 24 uur per dag klaarstaan, nooit aan mezelf toekomen.

Met het moederschap verloor ik behalve mezelf bovendien nog iemand: Vladimir. Die weliswaar net zo gek was op onze kinderen als ik, maar ook op zijn 26-­jarige PhD-­medewerker. Toen Marit twee was, vroeg hij de scheiding aan. Het kwam niet als een verrassing. We zijn geen gelijke geesten, Vladimir en ik. Zijn nieuwe liefde en hij wel. Samen hebben we iets heel moois bereikt: onze kinderen.
 

'Het werd een regelrechte vechtscheiding'

Maar met de aanvraag van de scheiding onttrok hij zich meteen aan alle verantwoordelijkheid voor hen. Op dagen die hij eigenlijk zou doorbrengen met onze kinderen, was hij opeens op stedentrip met zijn assistente. Alle regelzaken met betrekking tot de kinderen kwamen ook voor mijn rekening. Daar was ik het niet mee eens. Ik hoefde geen geld, wel verantwoordelijkheidsgevoel van zijn kant. Het werd een regelrechte vechtscheiding, met advocaten, ruzies over geld en moddersmijterij naar familie. Eén ding deden we goed: de kinderen bleven buiten schot. Die merkten er niet veel meer van dan een papa of mama die af en toe wat prikkelbaarder was.
 

Lees ook
11 Dingen die ik leerde van mijn scheiding >

 

Genieten van mijn rol als moeder

Mij kostte het jaren van mijn leven, qua stress. Maar we zijn nu ruim anderhalf jaar verder en boven alles heeft de scheiding van Vladimir me meer opgeleverd dan ik ooit had durven dromen. Met – na lang onderhandelen – co­-ouderschap en dus maar de helft van de tijd zorg voor mijn kinderen, kan ik voor het eerst van mijn leven oprecht genieten van mijn rol als moeder.

Begrijp me niet verkeerd: als Vladimir uit ons leven was verdwenen, had ik Kjeld en Marit evengoed een geweldige jeugd bezorgd. Maar nu we de zorg eerlijk verdelen, vind ik het oprecht leuk. In de week dat ik de kinderen niet heb, werk ik tot diep in de nacht, duik de kroeg in wanneer ik daar zin in heb en als ik wil scharrelen met een man, dan doe ik dat. Mary-­tijd. In de weken dat de kinderen bij mij zijn, heb ik hierdoor eindelijk de rust om me compleet op hen te focussen. Dan geniet ik ervan om twintig keer met ze van dezelfde glijbaan te gaan, of iets lekkers te koken na een lange dag werken.

Als moeder ben ik veel relaxter geworden, omdat ik kan genieten. Wanneer ze op maandagochtend vertrekken, mis ik ze net zo hard als dat ik blij ben dat ik weer tijd heb voor mezelf. Net zo goed als ik een week later met pijn in mijn hart een spannende afspraak laat lopen, maar me wel me verheug op hun komst. Mijn leven is het afgelopen jaar voor het eerst sinds ik kinderen heb in balans.

Ik geloof dat er vrouwen zijn die niks liever doen dan moederen en kapot zouden gaan in een situatie als de mijne. Ik heb daar respect voor, en vraag me weleens af of het mij minderwaardig maakt als moeder dat ik dat anders beleef. Maar dan dans ik een seconde later door mijn woonkamer op mijn kinderloze zaterdagmiddag en voel me gelukkiger dan ooit.

Natuurlijk steekt het dat mijn kinderen de dagen bij hem doorbrengen met een stiefmoeder voor wie hij me inruilde en die tien jaar jonger is dan ik. Maar feitelijk wilde ik zelf ook al lang weg uit ons huwelijk, en dat er een vrouw is om de zorg van Vladimir over te nemen wanneer hij weer eens diep in zijn boeken duikt, stemt me tegelijkertijd gerust. Het leven had niet beter kunnen lopen. Ik heb mijn kinderen én mijn vrijheid. En het belangrijkste: Kjeld en Marit zijn gelukkig zo. Dankzij Vladimir weet ik wat liefde is doordat hij me kinderen schonk, maar ook dat een relatie niet hoeft. We hebben allemaal gewonnen.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Anna's scheiding

Na negen jaar huwelijk en twee jaar relatietherapie, heeft Anna (36) een rigoureus besluit genomen: ze gaat scheiden van Tim (41). Vanuit het nieuwe huis dat ze sindsdien bewoont met zonen Oscar (4) en Merlijn (9), vertelt ze elke twee weken over haar scheidingsleed én -vermaak – want dat laatste is er gelukkig ook.

Het is zaterdagochtend, als ik me onder de dekens omdraai naar Ben-de-vakantievader. Ik voel me fantastisch: alsof ik zestien ben, jarig en een beetje aangeschoten tegelijk. Ik kan me niet heugen dat ik zó verliefd ben geweest. Zelfs niet op Tim, realiseer ik me met enige schaamte. We houden de kinderen er voorlopig buiten, hebben Ben en ik besloten; Oscar en Merlijn hebben al genoeg vrouwen langs zien komen bij Tim, en Bens scheiding is nog vers. Eerst zien hoe leuk wíj elkaar blijven vinden, voordat we het aan de grote klok hangen.

Tim is als een blad aan de boom omgeslagen na onze confrontatie in het restaurant waarbij hij ongepland ook Ben ontmoette, een paar weken geleden, en brengt zijn weekends met de kinderen nu al voor de derde keer op rij zonder enige discussie met ze door. Zou het dan eindelijk zover zijn, dat rustiger vaarwater? Hebben we onze draai als exen en gezamenlijke ouders van Oscar en Merlijn gevonden? Met vlinders in mijn buik geef ik Ben een kus. Ik hóóp het zo, denk ik; deze ruimte voor nieuwe liefde wil ik niet meer kwijt – net als die liefde zelf, trouwens.

 

Lees ook:
‘Twee tafeltjes verderop zit Tim met zijn nieuwste scharrel’ >

 

Champagne op bed

“Hé schone slaapster”, zegt Ben. “Niet bewegen: ik ben zo terug.” Terwijl ik hem hoor rommelen in de keuken, gooi ik snel wat foundation op mijn gezicht, borstel mijn haar en neem een slok mondwater. Alsof ik nooit het bed verlaten heb, wacht ik hem op in een pose die het babyrolletje op mijn buik handig verdoezelt.

“Schuif eens op.” Met een grijns van oor tot oor staat Ben in de deuropening van zijn slaapkamer. Zijn dienblad moet niet te tillen zijn: met de verzameling champagne, koffie en vers fruit die hij heeft meegezeuld, kun je een complete familie voeden.

Een man die me in de watten legt – hij bestáát dus, denk ik, en woel door zijn warrige krullen. We kletsen en zoenen en lachen en eten, en twee uur later liggen we er nog steeds. We raken niet uitgepraat en doorlopen alle emoties samen, van onbedaarlijk de slappe lach tot tranen om gebeurtenissen uit onze verledens – en alles daartussenin. Met deze man kan ik trouwen, denk ik, en schrik van mijn eigen gedachte. “Jemig”, zegt Ben op hetzelfde moment, “als we allebei niet al in krankzinnige scheidingen lagen, zou ik morgen met je trouwen.” Uit pure schok schieten we opnieuw in de lach.

 

Samengesteld gezin

“Over een paar weken erger je je aan alles wat je nu zo leuk vindt”, knipoog ik, “en klopt het leven weer.”
“Onmogelijk”, zegt Ben. “Over een paar weken weten de kinderen over ons en hoeven we elkaar echt bijna geen dag meer te missen.”

Ik kan het niet geloven, maar ik zou niet anders willen, realiseer ik me. Twee jaar na dato ben ik er echt overheen, mijn scheiding. Al vrees ik dat dat rustige vaarwater er met deze allesoverheersende verliefdheid én misschien wel een samengesteld gezin in het verschiet, voorlopig nog niet in zit.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >