De kinderen slapen door, logeren af en toe bij vriendjes en opeens heb je weer tijd voor je lief. En nu vraag je je af: hoe leuk hebben we het nog nadat we elkaar vijf jaar amper in de ogen hebben gekeken?

Wat ben je grijs geworden dacht Femke (34), acht jaar getrouwd met Toon en moeder van een zoon van zeven en dochter van vijf. De tropenjaren met alleen maar zorgen en gebroken nachten zaten erop, en voor het eerst had ze weer eens echt aandacht voor haar man. “Toen ook onze jongste haar draai op de basisschool had gevonden en wij steeds vaker momenten hadden voor onszelf, realiseerde ik me dat ik eigenlijk al jaren niet meer goed naar hem gekeken had. Hij oogde moe, ouder. Getekend. Ik ook. Ik draag al jaren geen hakken meer – want totaal onpraktisch met kinderen – en mijn make-up is sinds de geboorte van de oudste maximaal een veeg foundation tegen de ergste wallen en wat mascara.” Schokkend, vindt ze. “Zoals ik hem zag, zag hij mij op dat moment waarschijnlijk ook. Maar erger: op dat moment besefte ik dat ik eigenlijk zelfs niet echt meer wist wie hij was.

 

'Nou schat, ik duik er vast in'

Zeven jaar lang deden we alsof we een team waren. Speelden de geoliede machine van om de beurt kinderen van de opvang halen, boodschappen doen en verhaaltjes voorlezen. Maar ondertussen waren we elk contact met elkaar verloren. Terwijl ik thuis ploeterde met nachtvoedingen, doorkomende tandjes en bedplassen, had hij tot middernacht bieravonden op de hockeyclub. Op de avonden dat ik me – sporadisch, want altijd moe – een uitje met vriendinnen permitteerde, besprak ik mijn leven met hen, Toon had eigenlijk geen idee van mijn gevoelens. We leefden volgens een nauwkeurig schema, dat precies bijhield wiens beurt het was om ‘vrij’ te zijn. De zeldzame momenten die Toon en ik samen hadden, brachten we doorgaans afgepeigerd door, zappend langs programma’s waarvan we ons na afloop de  inhoud niet eens meer konden herinneren. En die steevast  eindigden met een: nou schat, ik duik er vast in, ik zie je straks wel.”

 

Opeens móest het allemaal leuk zijn

Ze had natuurlijk ook een oppas kunnen inschakelen, beseft ze nu. De tv kunnen verruilen voor een hotel, restaurant, de buurtkroeg. “Dat deden we ook wel, maar de druk die dat met zich meebracht vond ik nogal vervelend. Want opeens móest het allemaal weer leuk en spannend zijn tussen ons. Terwijl ik al jaren naar hem kijk en denk: tja, ik ken je als geen ander. Weet wat je gaat antwoorden voordat ik de vraag maar heb gesteld, hoe je kreunt in je slaap en een scheet laat bij het wakker worden. Als vader vind ik hem geweldig, maar wij hebben amper nog tekst. Er is niks spannends meer aan.”

 

Het stel waar ik vroeger zo bang voor was

Voor bijna alles is een oplossing, dus dacht Christie (35, moeder van een dochter van zes en zoon van vier) geen seconde na toen ze een jaar geleden eens kritisch naar haar relatie met de vader van haar kinderen keek. “De tv stond aan, David snurkte op de bank en ik zat de hele avond op mijn telefoon. O god, dacht ik: we zijn precies dat stel geworden waar ik vroeger zo bang voor was. Waarin de geliefden meer broer en zus zijn geworden en op hun trouwdag zwijgend tegenover elkaar aan een restauranttafeltje zitten. Ik vond hem nog steeds de liefste, maar onze laatste keer sex kon ik me niet eens meer herinneren. Terwijl we de zondagochtenden gewoon weer konden uitslapen, en ’s avonds nooit meer  gestoord werden door gehuil of ander genachtbraak.

 

Vaste prik: romantisch doen

Als ik heel eerlijk was, had ik er ook geen behoefte aan. Net als hij blijkbaar, want de laatste keer dat hij avances maakte, verwekten we onze jongste.” Tijd voor actie, besloot Christie. Ze kocht een mooi setje, boekte drie avonden oppas vooruit, en deelde haar man mee dat dit vanaf nu vaste maandelijkse prik zou zijn: romantisch doen.

“Natuurlijk komt de klad erin als je jarenlang voor baby’s en peuters hebt gezorgd. De één Op een klein stationnetje neuriet terwijl hij de vaat wegwerkt, terwijl de ander de spaghetti van de avondmaaltijd van de muur schraapt. Als je in zijn gedragen sweatshirt naar beneden komt omdat je topje voor de derde keer is ondergespuugd, vervolgens in coma zakt op de bank, en het enige gespreksonderwerp wanneer je wél een keertje wakker bent, de kinderen is.

 

'Gedwongen' maandelijkse avondjes

Het leek een beetje geforceerd, die ‘gedwongen’ maandelijkse avondjes met zijn tweetjes. Wáren ze ook, maar ze verplichtten ons wel weer eens echt naar elkaar kijken. De ander weer te zien als degene op wie we verliefd werden, in plaats van alleen de ouder van onze kinderen. Soms doken we een hele avond de sauna in, we bezochten zelfs een keer een parenclub. De andere keer pakten we een film na een snelle hap in de stad. We pikten de draad zo weer op. Hadden weer gesprekken. Waarin we afspraken dat ik meer zou gaan werken om me ook los van de kinderen te blijven ontplooien. Hij ideeën opperde om de sex weer wat spontaner te maken. En we konden lachen om het stelletje slonzen dat we sluipender wijs waren geworden.

Tijdens die avonden vond ik steeds meer mezelf terug. Maar dan wel een versie twee-punt-nul, in een mooie jurk, op hoge hakken én met zin in hem. Steeds vaker weer kijk ik naar die man boven de legosteentjes op zondag middag en denk: ja, zo wil ik nog best vijftig jaar met je verder. Heel graag zelfs.”

 

Gros van de huwelijke strandt in de tropenjaren

Ware liefde, als je de cijfers van het Centraal  Bureau voor de Statistiek bekijkt. Die zijn namelijk meedogenloos: een slordige veertig procent van de huwelijken strandt, en het gros daarvan in de tropenjaren, wanneer de kinderen tussen de nul en acht jaar zijn.  “Dan heb ik het nog lang volgehouden”, zegt Marjolein (35, sinds een jaar gescheiden, twee dochters van acht en zes). “Eigenlijk was ons huwelijk al niet goed meer toen de meiden net geboren waren. Maurice en ik verloren oog voor elkaar op het moment dat ik bevallen was van onze oudste. Na zes weken kon ik wel weer mee naar etentjes met onze gezamenlijke vriendenclub, vond hij, van wie bijna niemand nog kinderen had. Dat ik vastzat aan voedingen, om zeven uur ’s avonds hoe dan ook uitgeteld was door een chronisch gebrek aan slaap en mijn baby eigenlijk liever nog niet achterliet bij een oppas, leek hij niet te begrijpen.

 

Stond ik opeens te zoenen met een collega

Hij stortte zich als vanouds op zijn werk, wilde geen tijd inleveren om bij de kinderen te zijn, en ik richtte me op het thuisfront. We groeiden volkomen uit elkaar. Tegen de tijd dat de kinderen steeds minder zorg nodig hadden, en ik ruimte voelde om weer wat vaker uit te gaan, had hij een heel nieuw, eigen sociaal netwerk opgebouwd. Naast ons gezin, zonder mij. En toen stond ik dus opeens te zoenen met een collega. Dat krijg je ervan als je een relatie hebt die nauwelijks nog iets voorstelt. Met die collega is het bij die ene keer zoenen gebleven, maar het zette me wel aan het denken.”

 

Meer het plaatje van haar man

Het gezamenlijk doel dat ze voor ogen hadden toen ze trouwden – kinderen, samen oud worden – bleek opeens niet meer het plaatje van Maurice. Marjolein: “Ik droomde van een groot huis met een tuin vol kleinkinderen op mijn tachtigste, hij wilde maar één ding en dat was zo snel mogelijk geld verdienen om een penthouse in de stad te kunnen kopen. Het hele gezinsgevoel, de liefde… opeens werd het me duidelijk: die had hij nooit gehad op de manier waarop ik die ervoer. Voor hem was het leven een to do-lijst die je afwerkt. Onze over the top bruiloft, twee perfecte kinderen en een mooie, leuke vrouw die ook dol is op design – niks meer aan doen, op naar de volgende stap op de lijst. Altijd op zoek naar meer, naar groter. Terwijl ik vond dat we juist weer even klein moesten zijn. Gewoon hij en ik, vrijend met onze twee prachtige, gezonde kinderen boven in hun bedje. Nu de rust was teruggekeerd in ons leven, moesten we her-ijken, vond ik. Van de conclusie werd ik niet blij: onze ideeën over de toekomst lagen nog verder uit elkaar dan Nederland en Australië.”

 

Kabbelt dit door tot we tachtig zijn?

Marjolein ging scheiden, Femke ploetert voorlopig nog even door met haar Toon. “Elk stel krijgt vroeg of laat een dip nadat er kinderen komen. Denkt: is dit alles? Kabbelt dit zo door tot we tachtig zijn? Dat wij het met simpelweg tijd voor elkaar maken niet redden is wel duidelijk, dus beginnen we binnenkort met relatietherapie. Gewoon, omdat het hard nodig is. We zijn allebei veranderd, de tropenjaren met kleine kinderen hebben hun tol geëist. Ik vind het helemaal niet raar dat Toon en ik moeten zoeken naar nieuwe posities in onze relatie. Eindeloos blijven zoeken naar de partner die er vroeger was, is zinloos en oneerlijk. Ik ben niet meer dezelfde Femke sinds ik moeder ben, en Toon is veranderd sinds hij vader is. We hebben andere prioriteiten nu, en tien keer meer zorgen. Maar onze basis blijft dezelfde; onze liefde is niet veranderd. Als dit alles is, vind ik het voorlopig goed genoeg, met hopelijk een optie op nog heel veel goede jaren samen wanneer de kinderen straks echt op eigen benen staan.” 

Dit artikel staat in Kek Mama 04-2017

In samenwerking met Kek Mama