En dan hebben we voor de zoveelste keer ruzie over het huishouden, seks of de opvoeding. Daarom vroegen we drie experts: hoe deal je met almaar terugkerende kwesties?
Lees verder onder de advertentie
Probleem: Ik wil nog een kind, hij niet
“Onze kinderen zijn vijf en drie en ik zou dolgraag nog een baby willen. Mijn man wil absoluut geen derde kind. Hij vindt het veel te druk en is blij dat de babytijd voorbij is. We komen er niet uit. Als ik erover begin, begin hij meteen te zuchten.”
Vetorecht
Sylvia: “In een kinderwensvraagstuk heeft de ander altijd het vetorecht. Je kunt iemand niet dwingen een kind te willen. Focus je op het gezin dat je wél hebt. Het leven loopt soms anders dan gedacht. Neem afscheid van het plaatje dat je in je hoofd had. Daar mag je best verdrietig over zijn, maar blijf er niet in hangen.”
Lees verder onder de advertentie
Sylvia van der Spek is psycholoog en relatietherapeut en staat bekend om de nuchtere adviezen (relatieraadsel.nl).
Nee is nee
Tim: “Het laatste wat je wilt, is hem overtuigen toch nog een kind te krijgen terwijl hij dat eigenlijk niet wil. Dat is een recept voor ellende. Nee is nee, en dan moet je ook niet stiekem blijven hopen en zeuren.”
Tim Veninga is een rebelse relatie- en datingcoach die vaak wordt gevraagd het mannelijk perspectief in liefdeskwesties te belichten (mannengeheim.nl).
Onderzoek de wens
Marlijn: “Onderzoek waarom deze wens zo sterk is. Geef bij je man aan waarom dit belangrijk voor je is. Ik krijg het gevoel dat je gehoord en serieus genomen wilt worden in je kinderwens. Dat moet ook gebeuren om samen tot iets te komen. Een echt gezamenlijke beslissing zorgt ervoor dat jullie dichter tot elkaar komen, ook als je je zin niet krijgt.”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.