Moeders credo: ‘Liever verwend dan verwaarloosd’

03.03.2022 05:42
liever verwend dan verwaarloosd verwennen kinderen Beeld: Getty Images

Joan geeft het ruiterlijk toe: ze vindt het heerlijk om haar zoon Callum in de watten te leggen. Maar doet de hele maatschappij daar eigenlijk niet aan mee?

“Ach, ik heb er maar één, dus dan kan het ook”, zeg ik vergoelijkend tegen mezelf, of degene die toevallig voor me staat, als ik weer eens appels sta te schillen, ontpitten en keurig in partjes snijd voor mijn tienjarige zoon Callum. Of als ik zijn voetbalspullen, verstrooid over de hele kamer, bijeenzoek en in een sporttas stop. Zijn vriendjes allemaal tegelijk bij ons laat logeren en voor iedereen tosti’s maak. Naar de gele M rijd omdat hij zo’n zin heeft in een McKroket na een training. Of een vet cool groen Spyder skipak bestel, voor de aankomende wintersport.

 

Enig kind

Tegelijk met die opmerking weet ik wat de reactie zal zijn. “Aha, enig kind, dus verwend.” Het algemene oordeel over enig kinderen blijft vaak toch dat van het materiële, egocentrische en bezitterige kind. Het hoeft immers geen speelgoed en/of aandacht te delen met een broertje of zusje. Ik heb me er lang tegen verzet, want het laatste wat ik wilde was een ‘spoiled brat’. Dat snel iets (toe)geven zou mij niet gebeuren.

Maar dat gebeurt dus wel. Onder je handen. Ik was al wat ouder toen ik eindelijk moeder werd en had al een carrière opgebouwd, inclusief eigen huis, auto en spaarrekening. Callums biologische vader was en is uit beeld, maar doordat ik altijd fulltime ben blijven werken, kunnen dingen bij ons net even makkelijker dan bij de vriendjes van de voetbalclub of van school. Ik ben niet steenrijk, maar hoef ook niet na te denken over een keer sushi bestellen of de aanschaf van nieuwe kicksen. Komt ook doordat ik van de ‘liever nu plezier dan een goed pensioen’-kerk ben. Later zie ik wel weer.

“Ik ben van de ‘liever nu plezier dan een goed pensioen’-kerk. Later zie ik wel weer.”

We gaan regelmatig uit eten en maken elk jaar een mooie reis. Met drie maanden nam ik Callum al mee naar vrienden in Las Vegas en hij stond met drie jaar samen met mij en opa en oma op de ski’s van de Rocky Mountains, ons jaarlijks wintersportfestijn. Hij had geen hekel aan (lang) vliegen en ik vond het heerlijk hem om me heen te hebben.

Maar het is natuurlijk niet normaal. Als kleuter nam mijn vader hem mee voor een trein- en busritje. Kind vond het fantastisch. Had al tig keer in een Boeing 747 gezeten, maar nog nooit in het Nederlandse ov. Toen we in de herfstvakantie naar de bruiloft van mijn beste vriend in Dubai vlogen, vroeg de securityofficier op Schiphol aan Callum belangstellend waar de reis heen zou gaan. De goede man verwachtte waarschijnlijk iets als Spanje, maar Callum antwoordde doodleuk: “Dubai en ik ben dit jaar ook al naar Canada en Amerika geweest.” Ik dook op dat moment onder de balie van schaamte. Ook al bedoelde Callum het niet blasé, het klonk vreselijk decadent. Zelf was ik al lang en breed volwassen toen ik voor het eerst vloog. Naar Antwerpen…

 

Vertroetelen

Toen Callum vier was, kreeg ik een nieuwe relatie. Maar vriend Dennis en ik deelden geen huishouding en hielden onze eigen rekeningen en dus veranderde er niet veel aan de levensstijl. Dat ik genereus was met uitgaves vond mijn vriend geen probleem, hij profiteerde ook van mijn gulheid. Wel mopperde Dennis vaak dat ik Callum te veel vertroetelde. Waarom hoefde hij maar een kik te geven of ik kwam al met een dekentje aan op de bank en waarom stond ik élke training en élke voetbalwedstrijd langs de kant? “Laat me nou”, riep ik dan. Gevolgd door steevast dezelfde opmerking: “Ik heb er maar één.”

Die (in zijn ogen) pamperende opvoeding is trouwens nog steeds een twistpunt tussen ons. Waarbij ik uiteraard vind dat ik Callum verzorg in plaats van verwen. Iets wat ik gewoon graag doe, omdat hij daar altijd zo blij mee is. Met zijn ‘ah lieve mammie’ pakt hij me helemaal in, daarin heeft Dennis gelijk. Maar ik vind het fijn om de trouwste voetbalsupporter van Callum te zijn en geniet ervan als hij in een kek voetbaltenue staat te ballen. Bovendien is zijn dankbaarheid altijd heel groot en zeer welkom, zeker op die momenten waarop ik me weleens schuldig voel over mijn lange werkdagen.

 

Verwennen

Om mezelf nog een tikje meer te verdedigen: ik zie hetzelfde gebeuren bij vriendinnen die wel meerdere kinderen hebben. Zoals bij Fleur, wier man meteen een mini-bike aanschafte toen er na twee meiden een zoon werd geboren. Kleine Mees kan nog steeds niet lopen, maar zijn vader wacht vol ongeduld op het moment dat hij op de motor kan rijden. Of Evelyn, die haar dochters van zeven en vijf dure ponyles laat volgen, geheel in de allernieuwste trendy rijkleding en bijna dagelijks met hen weer naar de manege fietst, alleen maar omdat de meiden even de paarden willen aaien.

Vriendin Jenell is er zelfs open en eerlijk over. ‘Liever verwend dan verwaarloosd’ is haar credo. Ze geeft toe dat het bij haar thuis soms wel een beetje te gek is. Zo werd haar dochter Joëlla een maand geleden vier en leek hun huis na afloop wel een dependance van de Intertoys. Na het tiende pakje was Joëlla verzadigd en verloor verdere interesse in de enorme hoeveelheid cadeaus. Ze speelde liever buiten met een stuiterbal. Jenell stopt Joëlla daarom nu af en toe een pakje toe.

Bij haar dochter valt het nog mee, maar kijkt ze naar de kleding- en sneakerscollectie van haar elfjarige zoon Jay, dan schrikt ze. “Mijn zoon heeft zeker vijf paar Nikes (in dezelfde maat) in de kast staan en er hangen peperdure Nike- en Touzani-trainingspakken en exclusieve voetbaltenues. Jay volgt YouTubefilmpjes van rappers en influencers en wil zich net zo kleden. Financieel hebben we het als tweeverdieners wat makkelijker en we houden zelf ook van merken, dus snappen zijn wens. Maar het is scheef, als je het vergelijkt met ons vroeger. Ik kreeg één keer per jaar een paar Nikes. Mijn voeten groeiden immers nog en mijn ouders moesten er hard voor werken.”

 

Zuinig

Herkenbaar excuus: vroeger leefden mensen zuiniger, spaarden keurig voor hun oude dag en er was geen internet, dus minder verleidingen. Het is in deze tijd eenvoudiger om kinderen te verwennen. Zeker als je allebei werkt. Maar eigenlijk vertroetelt de hele maatschappij mee. Probeer maar eens naar de tandarts te gaan of boodschappen te doen in supermarkt zonder een cadeautje/snoepje/plakje worst/verzamelobject te krijgen voor de kinderen.

“Krijgen we een keer niks bij het afrekenen, is het meteen verbaasd: “Huh, waar blijft de verrassing?””

De ene voetbalplaatjesspaaractie is nog niet afgelopen of we krijgen alweer knikkers, armbandjes of zakjes bouwstenen, als dank voor een volle kar boodschappen. En ook al kom je er zelf niet, dan zijn er altijd welwillende buurvrouwen, kennissen of familieleden die willen sparen voor jouw kind. Callums bed puilt inmiddels uit van alle groenteknuffels en ik breek mijn nek over Marbles. Krijgen we een keer niks bij het afrekenen, is het meteen verbaasd: “Huh, waar blijft de verrassing?”

 

Opa en oma's

Ook de opa en oma’s moet ik afremmen. Niet elke keer iets voor Callum meenemen of te groots uitpakken met zijn verjaardag of kerst. Ze beloven dan wel dat ze dat niet zullen doen, maar er lagen afgelopen december toch weer vijftien dozen met zijn naam onder de boom. Kleinigheidjes, hield mijn moeder vol. Maar dat maakt een kind niet uit. Die ziet alleen veel en groot. En als Callum daar een weekend logeert, moet er altijd worden gebowld, naar de dierentuin of bioscoop worden gegaan, met na afloop ook nog eens een bezoek aan een all you can eat-restaurant.

“De vijftien pakjes onder de boom kwamen van oma, ‘kleinigheidjes’.”

Ook al zijn het mijn ouders, ik ben zelf niet zo overdadig door hen opgevoed. In mijn jeugd was één keer per jaar naar de Chinees al een enorme traktatie. Kleding werd pas gekocht als de kinderbijslag was gestort en zonder vette logo’s of labels. Cadeaus kregen mijn broer en ik met sinterklaas, kerst, onze verjaardag en zwemdiploma – dat was het. We ging nóóit op zaterdagmiddag ‘even’ naar de speelgoedwinkel om iets uit te zoeken omdat ik gevallen was, een mooie goal had gemaakt of omdat het weekend was. Allemaal dingen waar ik mezelf wel af en toe schuldig aan maak.

Ook mijn gulle schoonmoeder was vroeger niet zo. Als bijstandsmoeder met twee opgroeiende zoons was dat onmogelijk. Mijn vriend had goedkope kleding waar mijn schoonmoeder krokodillen, paardjes of vleugel-emblemen op naaide. Als zij op bezoek komt, neemt ze steevast vijf euro voor Callum mee. Ik heb hem meerdere malen verteld hoeveel geld dat voor haar is en was. Gelukkig reageert hij altijd lief blij. Ik laat hem expres naar Steenrijk, straatarm kijken, zodat hij beseft dat er gezinnen zijn die van zestig euro in de week moeten leven. Op dat soort momenten zit hij met de tranen in zijn ogen te kijken, vol medelijden voor kinderen die het heel veel minder hebben. Maar het is meestal van korte duur. De volgende dag kan hij weer net zo hard hengelen naar een pakje Pokémonkaartjes à € 6,99.

 

Lees ook

‘Hoe bedank ik mijn schoonmoeder vriendelijk voor alle prullaria die ze mijn kinderen toestopt?' >

 

Nee zeggen

Het is echt niet zo dat ik hem maar alles geef wat zijn ogen willen hebben. En zeker geen belachelijk dure kaartjes die slechts gekocht worden om te kijken of er een zeldzame Shiny of First Edition in zit en daarna achteloos worden weggelegd. Ik durf zelfs te beweren dat ik negen van de tien keer bewust nee zeg, omdat ik het ook essentieel vind dat zijn frustratietolerantie hoog is. Hij moet leren dat dingen anders lopen dan verwacht of niet kunnen, zonder grote teleurstelling of zeurpartijen.

Ik denk bovendien dat je het verwennen meestal voor jezelf doet. Ik ben immers degene die hem opvoedt, pampert, in de watten legt en meeneemt naar restaurants en op reis. Laten we eerlijk zijn: voor mijn zoon maakt het echt niet uit of hij nou in Canada op een berg staat of in Oostenrijk of op een kunstbaan in Zoetermeer. Voor hem zit de pret erin dat we met de hele familie op pad zijn. Hij mag dan een prachtige kamer met luxe boxspring hebben, het liefst ligt hij met zijn vriendjes op een luchtbed op zolder. En die kleding met bananenlogo vindt hij heus vet cool, maar trekt net zo graag de verwassen sweater van zijn neef aan, omdat die zo lekker zit.

 

Flexen

Als ik mijn zoon – voor dit artikel – vraag of hij verwend is, antwoordt hij eerst dat hij dat niet over zichzelf kan zeggen, alsof het om een compliment zou gaan: “Dat moeten anderen over mij zeggen.” Ik begin te lachen en leg hem uit dat ‘verwend’ niet bepaald een positieve eigenschap is.

“Ik heb kinderen in de klas die echt ‘flexen’ met hun nieuwste Jordan sneakers.”

Na enig nadenken vertelt hij: “Ik heb wel veel, maar voel me niet verwend. Ik kan de nieuwste Fifa kopen van mijn eigen geld en dat mag van jullie. Ik heb een trampoline en voetbaltafel en jij bent er altijd bij als ik voetbal en ruimt mijn kamer op en dat is fijn. Maar ik wil niet verwend overkomen. Ik heb kinderen in de klas die echt ‘flexen’ (opscheppen) met hun nieuwste Jordan sneakers of kleding, maar in de pauze oude schoenen aandoen die ze hebben meegenomen, omdat er anders krasjes opkomen. Zo wil ik nooit worden.”

 

Bijzonder goed verzorgen

Volgens het Van Dale woordenboek betekent verwennen (even afgezien van de seksuele variant): 1) bijzonder goed verzorgen en 2) bederven door toegevendheid. Ik kan me wel vinden in de eerste definitie. Ik denk dat Callum lichtelijk verwend is en dat is dan volkomen op mijn conto: die van de oververzorgende moeder. Van de tweede betekenis, het gevalletje ‘bedorven door toegevendheid’, heb ik tot op heden gelukkig geen signalen ontvangen.

We mogen het dan wat luxer hebben dan anderen en hij krijgt misschien sneller een croissant bij de bakker of een nieuwe (tweedehands) fiets, ik heb Callum godzijdank nog niet verpest. Hij is niet egoïstisch of pocherig en maakt er ook geen drama van als ik een keer nee zeg. Hij deelt met liefde zijn spullen met vriendjes, geeft al zijn oude, nog goede kleding aan broertjes van jongens uit het voetbalteam die het minder hebben dan hij en is altijd even verheugd met een presentje of verrassing.

En toen er laatst een collecte aan de deur kwam voor KIKA Kankerfonds en ik midden in een deadline zat, haastte hij zich naar boven om zijn hele spaarpot à 250 euro te legen in de bus. Gelukkig vond degene die collecte liep het superschattig, maar niet helemaal de bedoeling en riep mij erbij. Kon ik het met een eigen tientje voorkomen. Maar het gaf me de bevestiging dat het met zijn gulheid wel snor zat en ik het als moeder niet helemaal slecht had gedaan. Nu hopen dat hij mij later, als ik pensioenloos door het leven ga, net zo vertroetelt als ik hem nu doe.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2022.

 

 

Meer Kek Mama? Volg ons op Facebook en Instagram.