zooi speelgoed
Beeld: VisualHunt

Beans, wuppies, smurfen, welpies, troetels, beesies, voetbalplaatjes, disco’s, dino’s en de complete Freek Vonk verzameling. Janna wordt knettergek van alle zooi die haar huis binnenstroomt.

Vorige week haalde mijn schoonmoeder de kinderen op voor een dagje dierentuin. Ze sjouwde met een flinke shopper. Niet met broodjes en trommeltjes fruit, zoals ik nog even hoopte. Nee, ze had haar speelgoedkast opgeruimd en ‘een paar dingetjes’ voor mijn dochters meegenomen. Categorie: hoef ik niet. Voor ik het wist, lag de bank bezaaid met een spel, een camera, drie knuffels en zes boeken. Ik durfde er niets van te zeggen. Ze bedoelt het goed en ik wilde de stemming niet verzieken met mijn zure commentaar.
 

'Een dagje uit is een cadeau op zich'

Toen ze na een paar uur terugkwamen met een nieuwe knuffel en drinkbeker, vier ballonnen, twee notitieblokjes en een berg flutspeelgoed van de McDonald’s, kon ik het echter niet laten. Ik zei dat een dagje uit een cadeau op zich is. En dat ik werkelijk niet begrijp waarom het altijd gepaard moet gaan met cadeaus waarmee ze na een uur al niets meer doen. Mijn verhaal werd braaf aangehoord, maar ik heb niet de illusie dat het de volgende keer anders gaat. Luisteren is niet de sterkste kant van mijn schoonmoeder.

Ik heb serieus nooit vermoed dat er met de kinderen ook zo veel meuk mijn huis in zou komen. Dat ze zich niet enkel vermaken met blankenhouten blokken, weet ik allang. Maar waarom ze te pas en te onpas van wie dan ook wat dan ook krijgen, ontgaat mij volledig. Ons huis slibt dicht met zooi, tot we gillend gek worden en met een volle auto naar de vuilstort rijden. Mijn schoonmoeder spant wat meuk betreft
de kroon. Die dierentuindag was niet de eerste keer dat ze me overviel met haar gulheid.
 

'Oma zat triomfantelijk op de bank'

Eigenlijk gaat het al jaren zo. Een keer veranderde ze mijn woonkamer spontaan in een ballenbak. Ik was boven mijn jongste aan het verschonen, die was nog een baby. Toen ik beneden kwam, zag ik mijn oudste zitten te midden van een stuk of vijftig felgekleurde plastic ballen. Oma zat triomfantelijk op de bank. Trots op haar score uit de kringloopwinkel.

Ik ging hinkstapsprong richting keuken om daar een driedubbele espresso achterover te kieperen. Ze weet dondersgoed dat wij niet op vijftig plastic ballen zitten te wachten. Daarom vraagt ze niets en plempt ze haar cadeaus gewoon in de kamer. Of op zolder, dat kan ook. Laatst heeft ze daar op een onbewaakt ogenblik een tent opgezet. Ik ontdekte hem toen ze al weg was. Toen heb ik wel tierend de telefoon gepakt om te vragen wat die klote-iglo op mijn zolder deed. Ik ben nondeju de gemeentecamping niet. “Verrassing! Leuk voor de meiden, hebben ze lekker een eigen plekje in huis. Ik heb ’m stiekem opgezet, want ik weet heus wel dat jij hem niet hoeft. Maar opgezet krijg je hem de trap niet af.”

Ik viel stil. Moest ook wel lachen. Zag voor me hoe ze in alle haast had staan zwoegen met die stomme elastieken stokjes. Ik bedaarde en voelde de meiden achter me langs de trap op schieten, de zolder op, de tent in. Hoewel we al twee tenten hebben, werd ook met dit exemplaar zoet gespeeld. Tot ik hen aan het einde van de middag die iglo uit joeg. Ik moest dat ding weg zien te moffelen voor mijn man thuiskwam. Hij is nog allergischer voor troep dan ik. Het hoesje van de tent vond ik achter het logeerbed. Daar ligt de tent nog altijd, opgerold en goed verstopt.
 

'Je kunt geen boodschap meer doen zonder spaaractie'

De meuk komt van alle kanten. Marketeers weten de tere kinderzieltjes feilloos te raken. Beans, wuppies, smurfen, welpies, troetels, beesies, voetbalplaatjes disco’s, dino’s en de hele Freek Vonk-verzameling, je kunt geen boodschap meer doen of er komt een spaaractie aan te pas. Negen van de tien keer worden het dikke rages.

En hoewel ik het vaak de grootst mogelijke onzin vind, doe ik dan toch mee. Dan praat ik het voor mezelf goed dat ze veel leren van de dierenplaatjes van vriend Vonk. En natuurlijk is het leuk die plaatjes te ruilen en mee te doen met de massa. Zo ben ik dan ook wel weer. Maar als de plakboeken vol zijn en liggen te verstoffen op de speeltafel, bonjour ik ze met net zoveel liefde richting de oudpapierbak.

Mijn ouders wonen aan de andere kant van het land en hun plaatselijke supermarkt heeft compleet andere acties dat de grootgrutters bij mij in de stad. Lang hoopte ik dat mijn moeder haar spaarkaarten nooit vol zou krijgen, met die paar boodschappen die zij doet.

Tevergeefs: ze trommelt namelijk de hele buurt op. Iedereen verzamelt zegels, stickers en stempels zodat oma haar kleinkinderen kan voorzien van Efteling-vingerpoppetjes – ik heb er 68, geen grap – vier Blue Band-broodtrommels, zestien koekuitstekers en de volledige collectie Wickie de Viking kookstripboeken. Dan strijk ik over mijn hart. Heel zwak, maar hoe lief is het dat een hele straat aan het sparen slaat. Ik heb besloten traktaties te maken van die vingerpoppetjes; kan ik mooi het hele jaar mee vooruit. En die kookboeken liggen al lang en breed bij de kringloop. Geen haan die ernaar kraait.
 

Nóg meer meuk

Overigens ben ik niet alleen na een rondje supermarkt de sjaak. Bij een bezoek aan de tandarts krijgen ze tegenwoordig geen klein tubetje tandpasta, maar een lichtgevende stuiterbal. Why? Bingo gespeeld op de bso? Ja hoor, nog een stuiterbal erbij. IJs als toetje besteld in een pannenkoekenrestaurant? Een kunststof beker rijker die niet in de vaatwasser kan plus twee bellenblazers. Ik vind uit eten gaan leuk, zelfs in een pannenkoekenhut. Maar niet als de kinderen nog voor we een hap hebben gegeten al aan het steggelen slaan over het achterlijke cadeautje dat ze na het toetje mogen uitzoeken van de ober.

O, en lieve ouders, zullen we voor eens en altijd ophouden met het uitdelen van plastic meuk aan het einde van een kinderfeestje? Wij hebben echt genoeg puntenslijpers, potloden, vingerpoppetjes en feestfluitjes. Die laatste vooral. De kinderen komen na een partijtje thuis met een uitdeelzakje, mikken het in een hoek en kijken er nooit meer naar om. Zonde van je geld, kun je beter besteden aan koffie. Of wijn.
 

'Alsjeblieft, veel plezier ermee'

Dan hebben we ook nog de categorie kennissen die aan het opruimen slaan. Zo kreeg ik van een vriendin zeventien kinderdvd’s door mijn strot geduwd. Alsjeblieft, veel plezier ermee. Ze heeft nu een tv zonder dvd-speler en kan er dus niets meer mee. Ik heb zelf drie dozen met dvd’s die we nooit bekijken. Hoe goedbedoeld ook, ik hoef geen zeventien kinder-dvd’s. Helaas vraagt niemand me iets, de troep wordt direct in de knuistjes van mijn kroost gestopt. Dat stoort me, maar ik durf ik er niets van te zeggen. Misschien vind ik dat wel het stomst van mezelf.

Bovendien vind ik het irritant dat zo’n gift vaak resulteert in een vervelende discussie met mijn man. Hij vindt het belachelijk als we weer tweedehands films, boeken, potloden, goocheldozen, verkleedkleren en puzzels hebben gekregen. Niet omdat het tweedehands is, maar omdat we het niet nodig hebben. Daar heeft hij helemaal gelijk in en toch heb ik de neiging de gulle gever te verdedigen.

Gisteren ben ik heel dapper geweest toen een vriendin met een poppenwagen aan kwam zetten. Ik hield de voordeur op een kier en zei streng dat ze alleen binnen mocht komen als ze dat ding weer in haar auto zou zetten. We hebben namelijk al een poppenwagen en nee we hoeven er geen twee. Dat scheelde ruzie met mijn man en leverde mij een goed gevoel op: ik kan het, meuk weigeren.
 

Tijd om schoon schip te maken

Zonder alle krijgertjes, weggevertjes en andere cadeaus hebben we meer dan genoeg speelgoed. En hoe meer er de kast in gaat, hoe minder ermee wordt gespeeld. Als ik weer eens met de vlekken in mijn nek naar de speelhoek kijk, is het tijd schoon schip te maken. In de vakantie heb ik samen met mijn dochters al hun speelgoed uitgezocht. Alle meuk in de kliko; alles wat nog wel goed is maar waar niet meer mee wordt gespeeld, hebben we apart gezet. Drie shoppers vol.

Dit weekend gaan we naar mijn schoonmoeder en sleep ik die drie shoppers stiekem haar bijkeuken in. Kunnen de kinderen zich er bij oma mee vermaken. Succes met je meuk.
 

Dit verhaal staat in Kek Mama 04-2018.

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden niet genoeg geld
Beeld: Unsplash

Laurie (37) ziet al twee jaar geen toekomst meer in haar huwelijk met Michael (35). Alleen, denkt ze: ze kan niet scheiden. “Ik heb geen cent om een nieuw bestaan op te bouwen.”

“Niks heb ik opgebouwd, in de afgelopen vijftien jaar. Níks. Behalve dan een ijzersterke band met mijn twee zonen van negen en zeven. Maar ja, daar betaal je geen huis van, hè?

Michael verdient goed. Hij heeft zijn eigen bouwbedrijf en krijgt al sinds dag één meer opdrachten dan hij tijd heeft. Toen ik tien jaar geleden voor het eerst zwanger raakte, was het dus ook geen enkel probleem dat ik stopte met werken. Heerlijk vond ik het, om fulltime voor de jongens te zorgen. En Michael ook, want die vindt stoeien en voetballen met de kinderen prima, maar de zorgtaken laat hij graag aan mij over.

Natuurlijk had ik toen onze zonen naar de basisschool gingen best een parttime baan kunnen zoeken. Maar we hebben een groot huis, en dat blijft niet vanzelf schoon. Ik vond het wel druk zat, het moederschap en het huishouden, en we hoefden er niks voor te laten. Dus leefden we door op alleen Michaels inkomen, en zorgde ik dat thuis alles op rolletjes liep.

 

Eerst een sixpack, dan een kus

Maar: Michael drinkt vrij veel. Ik vermoed dat hij al een biertje pakt tijdens zijn werk, maar zodra hij rond half vijf thuiskomt, trekt hij hoe dan ook eerst een sixpack open voordat ‘ie de kinderen en mij een kus geeft. Tegen de tijd dat hij het laatste blikje in de vuilnisbak gooit, liggen er al zeker acht in. Dan is er geen normaal gesprek meer met hem te voeren, hij ligt alleen maar zwijgend op de bank.

Hij heeft geen probleem, vindt hij, ik moet gewoon niet zo zeuren. Hij heeft de ontspanning hard nodig, na een dag zware fysieke arbeid. Daar kan ik me wel in verplaatsen, maar ik snap niet waarom het dan zo veel moet zijn. Met elk biertje wordt hij venijniger.

Hulp zoeken, in relationeel óf drankopzicht, wil Michael niet. ‘Dat is voor kneuzen’, zegt hij, wanneer ik dat weer eens opper. Van ons huwelijk is niks meer over. Om vier uur ’s middags word ik al onrustig, in de wetenschap dat hij binnen een halfuur weer binnen stapt. Dan hoop ik maar dat hij gaat voetballen, of afspreekt met vrienden. Al blijft hij in de praktijk meestal thuis, en vouw ik boven was weg of bel met een vriendin, tot het moment dat we gaan slapen.

 

Lees ook:
`Ik blijf bij hem voor het geld` >

 

‘Ik wil niet beknibbelen’

Ik droom van mijn eigen huis, met de kinderen. Van ademruimte en de afwezigheid van Michael. Alleen: ik heb geen cent te makken. Spaargeld hebben we niet, en de wachtlijst voor een sociale huurwoning is zeker twee jaar. Met een parttime baan en alimentatie zou ik officieel moeten kunnen rondkomen, maar dan wel op minimumniveau. Ik heb nauwelijks werkervaring; ik moet onderaan de ladder beginnen. En zo’n huis moet ook nog worden ingericht.

Ik zie enorm op tegen het beknibbelen; betaal ook nog steeds aan mijn studieschuld en een lening bij de bank. Mijn angstbeeld is dat ik aan het eind van de maand de spaarpotten van de kinderen moet omkeren om nog een brood te kunnen kopen. Nu hebben de kinderen alles. Ze zitten op voetbal en karate, gaan net als hun klasgenootjes op vakantie, hebben eigen, gezellige kamers en drie keer per jaar nieuwe schoenen. Dat leven kan ik niet voor ze voortzetten in mijn eentje en Michael ook niet, zelfs al neem ik een baan.

Dus blijf ik, zo lang mijn kinderen nog veel zorg nodig hebben. Als ik nu alvast begin met werken, verdien ik over vijf jaar misschien genoeg om de stap te zetten. Dan zitten de jongens op het voortgezet onderwijs en hebben ze me qua zorg ook minder nodig. De komende jaren overbrug ik wel; zoek ik toch gewoon een baan in de avonduren?”

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

ouders altijd gillende ruzie vakantie
Beeld: Pixabay

Zij vindt dat hij zich niet opeens met de opvoeding moet bemoeien, hij wordt gek omdat zij de hele dag op een strandbedje wil liggen. ''En dan wil hij ook nog seks. In een zweterige tent terwijl iedereen ons kan horen.''

Gaan Nicole en Bastiaan naar Spanje, dan hebben ze bij de Van Brienenoordbrug al ruzie. “Echt hoogoplopende discussies over onbenulligheden als rijstijl en route, inclusief krachtermen. Dan horen we vanaf de achterbank: ‘Oh mama, je mag geen kut/fuck zeggen’, en daarna duiken de jongens snel in hun iPad, koptelefoons op.”

 

'We moeten gezellig doen'

Nicole vreest dat het hele idee van ‘we hebben nu vakantie en dus moet het gezellig zijn’ hen opbreekt. “Ik haat het als Bastiaan zich bemoeit met mijn rijstijl, hij vindt het vreselijk dat ik het tanken zo lang mogelijk uitstel omdat hij bang is dat we zonder benzine komen te staan. Ook de Périphérique rond Parijs is een jaar­ lijkse woedetrigger, waar we ondanks de tomtom steeds weer weten te verdwalen (mijn schuld, vindt Bastiaan). Het is regelmatig voorgekomen dat ik na uren kibbelen de auto de vluchtstrook opstuur met de mededeling dat ik geen meter meer rijd.”

 

Stadsduif

Ook bij Kristel en Frank, ouders van vijfjarige Milou, betekent de zomervakantie knetterende bonje. Meestal beginnen hun ruzies al in de week vóór de reis. Reden: Kristel vindt Frank laks. Ze vergelijkt haar man met een stadsduif: die komt pas in beweging als je bijna op hem trapt. Zelf pakt ze haar koffer ruim voor vertrek, Frank bedenkt pas de laatste avond wat hij mee wil nemen. Ook snapt hij niet waar­ om zij per se het huis spic en span wil achterlaten, de wasmanden leeg moeten en het bed verschoond.

 

'Hij doet alles rustig'

Kristel: “Ik ren en vlieg met de stofzuiger door het huis en Frank leest op zijn gemak de krant of zit te Xboxen. Bij hem is alles ‘ja straks’. Ook aan extra reis­tijd doet hij niet. Als de trein om twee uur vertrekt, presteert hij het om om vijf voor twee aan te komen op het station. Wordt er aangeraden ruim drie uur van tevoren op Schiphol te zijn, vindt hij vijf kwartier ruim zat en racen wij dus iedere keer over de luchthaven om toch nog op tijd bij de gate te arriveren. Ik ben tegen die tijd bloednerveus en heb het helemaal met hem gehad. Hoe meer ik in de stress schiet, hoe laconieker Frank wordt.”

 

Onderzoek

Volgens onderzoek van de Britse reissite latedeals.co.uk, maakt 79 procent van de stellen ruzie tijdens de vakantie. 62 procent van hen zegt dagelijks mot te hebben en bij 6 procent lopen de gemoederen zo hoog op dat ze aparte kamers vragen in het hotel. Meest voorkomende redenen voor het gekrakeel: kaartlezen, hoeveel bagage nemen we mee (hij te weinig, zij te veel), geld, op tijd het vliegtuig halen, jengelende kinderen op de achterbank, verschillende opvoedstijlen.

 

'Mijn opvoeding is niet goed volgens hem'

Dat laatste is het geval bij Maaike en Jeff. Als het om hun drie kinderen Floor (11), Daan (9) en Lot (4) gaat, staat Maaike er bijna alleen voor. Haar man Jeff is beroepsmilitair en soms maanden van huis. Als hij op uitzending is, zorgt zij dat thuis alles goed draait. De kinderen weten niet beter dan dat papa weg is en mama de kapitein op het schip. Behalve op vakantie.

“Ineens is daar die man die niet alleen het vlees op de barbecue legt, maar ook vertelt wat ze wel en niet mogen doen. De kinderen zijn bij mij een bepaalde mate van vrijheid gewend, maar Jeff grijpt de vakantie aan om de teugels eens stevig aan te trekken. Hij eist dat ze aan tafel blijven zitten tijdens het eten, terwijl ik het prima vind dat ze het broodje chocopasta liggend op het gras nuttigen. Ook moeten ze hun bord leegeten. Ik trek meestal partij voor de kinderen en dat vindt Jeff niet leuk. Ik snap best dat hij ook iets wil zeggen over de opvoeding, maar zijn kritiek steekt toch. Onze kinderen zijn over het algemeen beleefd, spreken met twee woorden, maar van mij mogen ze op vakantie best later naar bed, twee uur op de iPad en drie ijsjes per dag. Jeff vindt dat ik te makkelijk ben en de kinderen over me heen laat lopen.”

 

Geen seks

Ruby en Patrick, ouders van Julia (3), maken ruzie om seks. De gedachte dat de hele camping meegeniet van een vrijpartij weerhoudt Ruby er al jaren van het op vakantie te doen. Zeker nu hun dochter op gehoorafstand slaapt. “Patrick raakt daar nogal gefrustreerd van. Hij baalt, zegt dat ik de hele dag in mijn kleine bikini paradeer maar dat hij er vervolgens niks mee mag. Ik vind dat hij zich aanstelt: die twee weken per jaar kan hij zich toch wel inhouden? Meestal is het toch te heet voor seks in zo’n zweterige tent. Op mijn beurt verwijt ik hem weer dat hij te veel naar andere vrouwen kijkt. Hij kan ze echt ongege­neerd nastaren of met ze flirten aan de rand van het zwembad. Ach, het blijft bij bekvechten. En dat kun je alleen fijn met je eigen vent.”

 

'Alles moet kreukvrij zijn'

Vakantieruzies zijn meestal onschuldig van aard. En best te begrijpen: in het dagelijks leven heb je allebei je eigen werk en bezigheden en leef je al snel een beetje langs elkaar heen. Op vakantie zit je ineens op elkaars lip. Jacqueline wordt daar gek van.

“Thuis hebben we genoeg ontsnappingsmogelijkheden, maar in een camper of tent ontkomen we niet aan elkaars onhebbelijkheden. Zo ben ik een sloddervos, terwijl Jerryl supernetjes is. Bij het inpakken van zijn koffer maakt hij een kledingsetje voor elke vakantiedag. Die setjes vouwt hij zo kreukvrij mogelijk op. En daarna pakt hij ook nog de strijkbout in. Ik ruk wat korte broeken, shirts en jurkjes uit mijn kast en stop ze in mijn sporttas. Voor onze zesjarige dochter Cato doe ik precies hetzelfde. Ik kijk niet op een kreuk meer of minder. Die hang naar perfectie heeft Jerryl ook op het vakantieadres. Voordat hij de caravan verlaat, maakt hij alle bedden op. Hij was zijn onder­broeken en hangt ze keurig naast elkaar aan de waslijn. Hij strijkt zijn kleding voordat we op pad gaan. Tegen de tijd dat hij klaar is, hebben Cato en ik al een rondje of vijf gezwommen in het zwembad. Ik word zo kriegel van Jerryls netheid, dat ik hem ’s ochtends zo veel mogelijk ontloop. Ik zie hem wel weer rond lunchtijd.”

 

Lees ook
'Ruziemaken? Hij kan het, ik moet nog een hoop leren' >

 

Verschil moet er wezen

Rosalie en Nick, ouders van Siem (7) en Thijs (4), gaan elkaar ook zo veel mogelijk uit de weg als ze op vakantie zijn. Bewust. Twaalf jaar geleden gingen ze nog met zijn tweeën op vakantie. Dat was hun huwelijksreis. Geen onver­deeld succes. “Nick snapt niet dat ik de hele dag op een strandbedje kan liggen, maar ik heb bij dertig graden Celsius geen zin in een museum. Ik vlieg geen vijftienhonderd kilometer naar de zon om culturele dingen te doen in een Italiaans stadje waar ik toch nooit meer kom. Nick houdt ervan actief te zijn en te sightseeën, maar hij heeft een kantoorbaan en zit het hele jaar op zijn kont. Ik werk als kapster en ben blij dat ik twee weken per jaar plat kan. Voor mij is het uitzicht op zee cultureel genoeg.”

 

Win-win situatie

Voor Nick en Rosalie werkt het om met een groep vrienden op vakantie te gaan. Dat ze elkaar dan weinig zien, nemen ze op de koop toe. Rosalie kan met haar vriendinnen en de kinderen hele dagen bakken op het strand, Nick maakt excursies of schrijft zich in voor een strandvoetbaltoernooi. Een win­winsituatie. “We hebben het nog één keer samen geprobeerd, vier jaar geleden, vlak na de geboorte van Thijs. We vonden dat we het toch een keer moesten kunnen. Zaten we in een troosteloos Kroatisch bungalowpark. We hadden nauwelijks gesprekstof en konden alleen maar snauwen. Ik vond dat hij te veel klaagde over de hitte, de bungalow en het zwembad. Hij vond mij een lui kreng dat niet van haar stoel was te branden. We snakten allebei naar het einde van de vakantie. Het grappige is; onze kinderen hebben precies hetzelfde. Thuis gaat het prima tussen die twee, maar op vakantie vliegen ze vliegen elkaar in de haren.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >