waarheid Sinterklaas
Beeld: Shutterstock

De waarheid over Sinterklaas: hij komt bij ieder kind anders binnen. De een vogelt het zelf uit, de ander blijft zelfs na de onthulling stug geloven. En valt het kwartje niet vanzelf, dan helpt oma wel een handje.

Karin (43): “Wij wonen in Nieuw-Zeeland, hier is het vooral heel onpraktisch om het geheim in stand te houden. Onze dochter is de enige in de klas die gelooft – of nou, de klas gelooft het inmiddels omdat wij erover verteld hebben. Maar zij zijn meer van de Kerstman. Verder zijn hier de wortels niet te eten, en ongezien aankloppen en wegrennen op pakjesavond is niet te doen, omdat het hier ’s avonds nog licht is. Vorig jaar zag ze haar vader al bij de deur. En dan al die cadeaus die opa’s en oma’s opsturen en waar wij omheen moeten liegen zodra de kinderen ze binnen zien komen... ‘Inpakpiet heeft zeker weer niet opgelet’, zeggen we maar weer, als na het uitpakken blijkt dat familieleden per ongeluk hetzelfde hebben gekocht. Het is liegen in het kwadraat voor ons.”
 

More content below the advertising

'Die heeft wel veel geld hè'

Yvon (47): “Johan, een goede kennis van ons, speelde al jaren Sinterklaas bij ons thuis. Toen mijn achtjarige dochter op school had gehoord dat Sinterklaas niet bestond, gingen we met haar zitten en legden we uit dat het altijd Johan is geweest. De boodschap leek goed over te komen. Totdat ze op een ochtend naast ons bed stond en wijs zei: ‘Die Johan heeft toch wel heel veel geld hè, dat hij al die cadeaus kan kopen.”
 

De droom naar de knoppen geholpen

Sandra (45): “Vanaf het begin ben ik eerlijk geweest tegen mijn kinderen. Mijn moeder heeft dat ook zo gedaan, en ik herinner me dat die eerlijkheid voor mij niets afdeed aan de beleving van het feest. Dus toen mijn oudste zoon in de kleuterleeftijd begon door te vragen, legde ik uit hoe het zat. Blijkbaar heeft hij daarna iets tegen een Piet gezegd in de klas en hebben andere kinderen dat opgevangen. Want niet veel later werd ik staande gehouden door een andere moeder op het schoolplein: hoe ik het in mijn hoofd haalde om de droom van al die kleine kinderen naar de knoppen te helpen.

Ze torende boven me uit – en ik ben al 1.80 meter – en wapperde vervaarlijk met een hand vol puntige nagels terwijl ze heel boos werd, ten overstaan van alle andere ouders. Het was, kortom, nogal een vertoning. Ja, ik was wel even van mijn stuk gebracht. Maar heb toch uit kunnen leggen dat de andere kinderen totaal niet onder de indruk waren van het verhaal van mijn zoon. Sinterklaas ging weer voorbij, het liep met een sisser af. Maar mijn zoon heb ik wel op het hart gedrukt om er niet meer in de klas over te praten.”
 

'Ze werden er bang van'

Annegeer (39): “Mijn kinderen bleven maar vragen stellen: of Piet echt altijd alles kon horen. En hoe hij toch altijd ons huis binnenkwam. Heeft-ie dan een sleutel? Of staat onze deur gewoon altijd open? Ze werden er bang van, ik vond het sneu. Bovendien had ik altijd al moeite gehad met het liegen.

Ze waren vier en zes jaar oud toen ze voor de zoveelste keer vroegen of Piet echt door een klein raampje paste. Ik was er helemaal klaar mee. ‘Nee dat kan hij niet, want Sinterklaas en Piet bestaan niet.’ Ik ben er heel duidelijk in geweest en ze leken het te begrijpen. Totdat ze me vroegen of Sinterklaas dan wel over het dak kon met dat slechte weer. Maar op andere momenten lijkt het kwartje wel gevallen. Toen ze over hun cadeautjes aan het praten waren, vroeg ik of ze soms wisten of ik ook nog wat zou krijgen. Ze keken me meewarig aan. ‘Hoezo, jij koopt het toch allemaal?’”
 

Grote Sint-fan

Dominique (49): “Mijn jongste zoon was altijd al een fanatieke Sint-fan. Nooit een spoortje twijfel, hoewel zijn oudere broer allang niet meer geloofde. Toen hij negen was stelde hij toch de vraag aan het ontbijt: ‘Andere kinderen zeggen dat-ie niet bestaat, maar dat is toch niet zo?’ En dus vertelde ik hem met schaamrood op de kaken dat wij alles deden. Hij werd niet boos, integendeel: hij bleef proberen mijn verhaal op fouten te betrappen. Net toen ik dacht dat hij het eindelijk begreep, zei hij triomfantelijk: ‘En wie komt er dan met de boot aan hè? Ha!’ Daarmee was voor hem de discussie klaar. Een paar dagen later hoorde ik hem aan een vriendje uitleggen hoe het volgens hem zat. ‘Sommige mensen geloven in God. Ik geloof in Sinterklaas.’”
 

'Gewoon de waarheid graag'

Daphne (44): “‘Mama, zeg het maar eerlijk, Sinterklaas bestaat niet hè?’ Mijn zoon van net zeven verraste me op een woensdagochtend compleet met zijn vraag. Ik verslikte me, probeerde nog wat om te buigen, maar hij hield vast aan wat-ie gehoord had. ‘Gewoon de waarheid graag’, besloot-ie. Zo stellig. Ik moest wel.”
 

Lees ook
‘De hel breekt los als ik mijn kinderen vertel dat Sinterklaas niet bestaat’ >

 

Als het einde van een tijdperk

Bouwien (40): “De tandenfee en de Kerstman waren al gesneuveld; we wisten dat De Vraag over Sinterklaas ook niet lang op zich zou laten wachten. Mijn vriend en ik hadden afgesproken: als onze zoon erover begint, dan zullen we eerlijk zijn. Maar toen de vraag kwam, wilde ik ineens niet meer. Het voelde als het einde van een tijdperk en daar hou ik niet zo van. En dus probeerde ik het gesprek steeds om te buigen. ‘Zullen we pepernoten bakken?’ riep ik dan snel, of: ‘Goh wat wil je eigenlijk van de Sint dit jaar?’ Totdat mijn vriend me hoorde sputteren en ingreep: ‘Ehh, we hadden toch een afspraak?’ Ik heb het toen maar verteld. En mijn zoon vond het prima. Maar als het aan mij had gelegen, had ik het nog even volgehouden.”
 

'Dat wist ik toch allang'

Ankie (32): “Mijn jongste zoon vroeg nooit naar het bestaan van Sinterklaas. Toen het onderwerp rond zijn negende toch eens op tafel kwam, begon hij te giechelen. ‘Dat wist ik toch allang’, zei hij. Wat bleek: twee jaar daarvoor had hij zijn bedenkingen al bij zijn broer neergelegd. Samen hadden ze besloten dat het beter was om het geheim nog even mee te spelen, zodat ze verzekerd zouden blijven van cadeaus. Ook de buren, die altijd de pakjes voor de deur zetten en op het raam klopten, lieten ze in de waan. Stomverbaasd was ik. Ik had er al die tijd niets van gemerkt.”
 

Waarom zou je meedoen?

Jennifer (35): “Toen mij als kind de waarheid over Sinterklaas werd verteld, voelde ik me genept. Mijn dochter van twee wil ik daarom niet voorliegen. Het is een onzinverhaal en we fokken kinderen ermee op: waarom zou je daar aan mee willen doen? Ik koop wel cadeautjes, omdat mijn familie graag wil dat we met hen meedoen. En ik zie dat mijn dochter ook wel van het feestje geniet. Maar aan het eind van het verhaal weet mijn dochter gelukkig al wel dat het allemaal nep is.”
 

'Oma zegt dat Sinterklaas niet bestaat'

Amber (38): “Mijn kinderen waren vijf en zeven toen mijn schoonmoeder eind november een avondje kwam oppassen. De volgende ochtend stond mijn oudste zoon aan ons bed. ‘Oma zegt dat Sinterklaas niet bestaat. Klopt dat?’ Vanbinnen werd ik woedend. Ik weet niet meer wat ik ervan heb gemaakt tegenover mijn zoon, maar hij liet het zitten. Daarna nam ik mijn schoonmoeder apart. Trillend; zó boos was ik. ‘Vond je dat nou nodig?’ zei ik tegen haar. Ik zag dat ze schrok, ze werd vuurrood en zei iets van: ‘Ik dacht dat ze het al wisten.’ Ik ben heel kwaad geworden.

Ze heeft nooit haar excuses aangeboden en het heeft nog lang tussen ons in gestaan. Waarom doe je zoiets? Toen onze zoon twee jaar oud was, hoorde ik haar tegen hem praten over hulpsinterklazen. Toen siste ik haar al toe dat ze haar mond moest houden. Het lijkt haast alsof ze het haar kleinkinderen niet gunt.”
 

Nog één jaartje

Tanja (29): “Ik vind het heel moeilijk om te bepalen wanneer ik de bubbel moet doorprikken voor mijn middelste dochter. Ze is acht en gelooft nog heel sterk. Ze gaat heerlijk op in het verhaal, wilde zelfs een tijdlang Piet worden. Nu zit ze in groep vijf en gaat ze voor het eerst surprises maken. Misschien is ze wel de enige in haar klas die nog gelooft. Ik zou het haar nu kunnen vertellen, maar ik gun haar nog zo’n spannend Sinterklaasjaar, en dat kan best: haar oudere zus geloofde ook nog in groep vijf, dat ging best goed.

Ik denk ook dat ze de waarheid echt niet leuk gaat vinden. Al is dat misschien ook projectie, omdat ik het zelf ook ooit zo ervaren heb. Ik hoop dat ze zelf met een kritische vraag komt, dan vertel ik het haar. Dat is alleen nog steeds niet gebeurd. Ze heeft nog een jonger zusje, ik denk dat ze het ook stoer zal vinden om zelf in het complot te zitten. Maar dat mag van mij ook best nog een jaartje wachten.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

Meer Kek Mama? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief >