de juf straf vrije school
Beeld: Shutterstock

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Caroline (35) geeft les aan groep 3.

Vrijdagochtend. Ik sta me te ergeren aan Max (6) en Jurgen (6). Het zijn op zich lieve jongetjes, alleen hebben ze er haast een principe van gemaakt nooit te doen wat ik wil. Nu gooien ze stuiterballetjes door de klas. Alle kinderen hebben zo’n balletje. Ze stuiteren het met de ene hand op de grond en vangen het met de andere op. Doordat ze geconcentreerd naar het balletje moeten kijken verbeteren ze hun focus, is het idee.

Article continues after the ad

Het spel maakt deel uit van een systeem met de naam ‘De bewegende klas’. Bij ons op de vrije school zijn ze dol op dit soort nieuwigheden. Uitgangspunt is dat de kinderen tussen de lessen in zo veel mogelijk moeten bewegen. Dat zou hun hersenhelften ontwikkelen. Ik sta er ietwat sceptisch tegenover; als je het mij vraagt bewegen mijn leerlingen al genoeg. Vooral de jongens.
 

Sturing

Op onze school werken we weinig met straffen en bepalen de kinderen grotendeels hun eigen grenzen. Dit alles naar de inzichten van antroposoof Rudolph Steiner, de grondlegger van de vrije school. Citaat van Steiner, die een eeuw geleden leefde: ‘Wanneer je het kind straf geeft, ga je vaak tegen de ontwikkeling van het mensenwezen in.’

Ik sta er op zich achter, anders werkte ik hier niet. Maar sommige leerlingen zou ik weleens wat meer sturing willen geven, op z’n zachtst gezegd. Bij Max en Jurgen krijg ik af en toe visioenen van lekker veel strafwerk geven, ze tien keer in hun hanenpootjes laten schrijven: ‘Ik moet naar de juf luisteren’. Maar dat mag niet van Rudolph Steiner. Hier doen we aan ‘geweldloze communicatie’, zonder straffen of belonen. Heel veel verder dan zeggen: ‘Max en Jurgen, ik vind het niet fijn dat jullie niet naar me luisteren’, kan ik niet gaan.
 

Lees ook
Particuliere scholen: 'Het kost wat, maar mijn kind wordt eindelijk gezien' >

 

Het parcours

Nu volgt weer een vaste bewegingsoefening: het parcours. De leerlingen zetten hun bankjes in een kring, sommige omgedraaid met de balk naar boven, andere op elkaar, met een schuine balk naar beneden. Daarna lopen ze er voorzichtig overheen. Behalve Max en Jurgen; die springen. “Zo gaan jullie vallen”, zeg ik boos.

Ik heb het nog niet gezegd of Max valt in volle vaart op de grond. Op zijn voorhoofd. Hij begint hard te huilen. De andere kinderen kijken geschrokken toe. Als Max weer opkrabbelt heeft hij een bult. Ik haal een ice-pack uit de lerarenkamer, die hij tegen zijn voorhoofd moet houden. We houden meteen op met het parcours, zetten de bankjes weer recht en gaan over tot de rekenles. Max en Jurgen gedragen zich als lammetjes.
 

'Ik zal niet meer stout zijn'

Aan het eind van de dag houden we ons vaste nagesprek in de kring. Iedere leerling vertelt waar-ie het meest blij van is geworden vandaag. Jurgen steekt zijn vinger op. “Juf, ik ben blij dat Max niet dood is.” De andere kinderen knikken instemmend, zij zijn er ook blij om. In mezelf krijg ik de slappe lach. Dan zegt Max spontaan: “Juf, ik zal niet meer stout zijn.” Rudolph Steiner zou verbaasd staan. Maar ik ga straks wel even de ouders inlichten voor het gerucht gaat rondzingen dat er een bloedbad heeft plaatsgevonden in groep drie.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2020.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.