geheimen
Beeld: 123RF

Hoe Anke met haar kinderen bespreekt dat er geheimen zijn die je onmiddellijk moet verklappen. Gewoon, omdat ze haar kroost de ellende wil besparen die ze in haar eigen jeugd heeft meegemaakt.

Het is woensdagochtend en hoewel we eigenlijk moeten opstaan voor school, kruipen mijn kinderen nog even bij mij in bed. Sommige mensen zullen zeggen dat het ongepast is met kinderen van zeven en acht in bed te liggen. Wij weten wel beter. Het is een ideale plek om te knuffelen en te praten over dingen waar je het normaal niet zo snel over hebt. Zo half in de schemer met de gordijnen dicht en de slaap nog in je ogen, praat het net iets makkelijker dan normaal. Op deze plek hebben we al van alles besproken. Verliefdheden, waarom kittens met hun ogen dicht geboren worden, de zieke moeder van een klasgenootje en dat je lava heus wel aan kunt raken, maar dat het dan wel eerst moet stollen.
 

Geheimen bespreken

Vandaag bespreken we geheimen. Het is een gesprek dat ik al vaker heb gevoerd en zo nu en dan herhaal. “Lieverdjes”, zeg ik. “Weten jullie nog dat er twee soorten geheimen zijn? Er zijn vrolijke geheimen, zoals dat je een cadeautje voor iemand hebt, en verdrietige geheimen. Van verdrietige geheimen krijg je pijn in je buik. Word je boos of moet je huilen. Of je bent bang dat je ouders er verdrietig of boos van worden. Of dat je straf krijgt.”
Ze knikken.
“Weet een van jullie een voorbeeld van een vrolijk geheim?”
“Jaaa!” roept mijn dochter meteen. “Toen het bijna Moederdag was en we iets voor je geknutseld hadden, maar we van juf nog niet mochten zeggen wat het was. Dat was zo moeilijk. Ik kan helemaal geen geheimen bewaren. Dus toen had ik het toch verteld.”
“Sinterklaas”, gaat mijn zoon eroverheen. “Dat is ook een geheim. Een beetje wel en een beetje niet vrolijk. Want het was niet zo leuk dat jullie er niet eerlijk over waren, maar wel leuk dat we nog steeds cadeautjes krijgen.”
“Klopt. Dat zijn allemaal heel goede voorbeelden. En het geeft niks dat je het moederdagcadeautje verklapt had, hoor. Het was je eigen geheim, dus dan mag dat. Je hoeft alleen geheimen van anderen te bewaren als ze dat aan je vragen. Met je eigen geheimen mag je doen wat je wil. Ze vertellen of ze bewaren, dat maakt niet uit.”
Ze knikt opgelucht.
“Behalve bij verdrietige geheimen. Die moet je altijd aan iemand vertellen. Bijvoorbeeld aan mij of papa of juf.”
“Waarom moet dat?”
“Omdat verdrietige geheimen zwaar zijn en wij kunnen helpen dragen.”
“Maar wat als je echt boos wordt?”
“Ik beloof je dat als je zoiets aan mij vertelt, ik niet boos zal worden.”
“Heb jij weleens zo’n geheim gehad dan, toen jij klein was?”
 

Mijn grootste verdrietige geheim

Meteen begint mijn hoofd te razen. Het is natuurlijk niet voor niets dat ik dit al van zo jongs af aan met ze bespreek. Ik moet denken aan mijn grootste verdrietige geheim. Bijna dertig jaar hield ik het voor me.

Ik was acht toen het gebeurde. De puberbroer van een vriendinnetje paste vaak op ons als onze ouders aan het werk waren. Soms speelde hij met ons mee. Maar de spelletjes gingen steeds verder en werden steeds seksueler, al wist ik toen nog niet goed wat dat was. Ik wist wel dat ik er buikpijn van kreeg en moest huilen.

Toch vertelde ik mijn ouders dit pas vorig jaar. Toen het aan de hand was, durfde ik niet. Te bang dat ze me niet zouden geloven of straf zouden geven om het snoep dat we na afloop altijd aten. Ik wist heus wel dat ik dat niet mocht. Dus bedacht ik smoesjes: ze hebben het druk, ze hebben al veel zorgen, ik wil ze niet boos of verdrietig maken. En ik dacht dat ik misschien iets niet goed begrepen had. Dat ze zouden lachen als ik het zou vertellen. Omdat het heel gewoon was en hoorde bij grotere broers. Ik had niet zo’n broer en mijn vriendinnetje deed of het normaal was. Dus zei ik niks. En ging het door. Tot het vriendinnetje en ik ruzie kregen en ik er niet meer hoefde te spelen.
 

Met iemand over praten

Al deze dingen denk ik, maar net als toen zwijg ik. Ook mijn kinderen wil ik niet verdrietig maken. In plaats daarvan vertel ik ze een ander verhaal dat zich rond dezelfde tijd afspeelde.

“Vroeger, toen ik zo oud was als jullie, woonde ik natuurlijk nog bij opa en oma. Ik speelde vaak buiten en liep dan uren door de buurt. Opa, oma en ik hadden heel goede afspraken over waar ik wel en niet mocht komen. Op een dag was ik te ver gelopen, naar een straat waar ik niet heen mocht. Er was een klimrek en ik klom erop. Een groter meisje kwam erbij. Zij wilde ook op het klimrek. Ik ging een stukje opzij maar dat was niet genoeg. Ze duwde me eruit en schopte me toen ik op de grond lag ook nog in mijn buik.”
Hannahs ogen worden groot. “Deed het pijn? Moest je huilen?”
“Ja, het deed wel pijn, maar nog meer was ik gewoon heel erg geschrokken. Ik ben weggerend.”
“Ik zou ook heel erg schrikken!” zegt ze. “Heb je het tegen je moeder gezegd?”
“Nee, want ik was bang dat ik straf zou krijgen omdat ik te ver van huis was gegaan.”
Allebei knikken ze heftig. Geen straf willen snappen ze best.
“Wat zielig”, zegt Jakob. “En toen?”
“Toen ben ik heel lang bang geweest dat ik dat meisje weer tegen zou komen.”
Ze knikt. “Snap ik.”
“En je kon er met níemand over praten?” vraagt Jakob.
“Klopt”, zeg ik.
“Wel fijn dat je het nu aan ons kunt vertellen, hè mama?”
“Heel fijn, liefje.”
We zijn even stil en denken na. Dan vraag ik: “En jullie? Hebben jullie verdrietige geheimen?”
Nee, schudt mijn dochter meteen. “Ik ben heel slecht in geheimen, zei ik toch.”
Gelukkig maar, denk ik.
Jakob kijkt sip en blijft stil.
“En jij?” vraag ik.
“Ik heb heel lang een verdrietig geheim gehad”, zegt hij zacht.
 

'Wie heeft mijn kind pijn gedaan?'

Mijn hart slaat over. Mijn gedachten gaan als een razende langs alle potentieel gevaarlijke momenten. Dat stomme jongetje uit groep acht, zou die hem pesten? Is het de vader van dat ene vriendje, waarover die rare verhalen gaan? De oppas? Ik vertrouw hem volkomen, maar misschien zit ik ernaast? De verschrikkelijkste scenario’s vliegen door mijn hoofd. Wie heeft mijn kind pijn gedaan en kan ik het wel aan dat te horen? Ga ik niet heel hard huilen als hij eindelijk vertelt wat hij heeft meegemaakt? Kan ik er voor hem zijn zonder dat mijn eigen verdriet en verleden in de weg zitten? Dit was alleen maar een gesprek voor mocht het ooit een keer van pas komen. Om ze te laten weten dat ik er altijd voor ze ben. Ik had er niet op gerekend dat ze écht iets zouden hebben.
 

Onopvallend, maar diep opgelucht

“Wil je het vertellen?” vraag ik duizendmaal rustiger dan ik me voel.
“Ja.” Hij zucht diep. Zijn ogen staan vol tranen. Ik voel de mijne ook al prikken.
“Ik had een splinter. En het deed heel erg pijn. Hij zat in mijn vinger en ik voelde hem de hele dag. Maar ik was bang dat als ik er iets van zou zeggen, papa of jij hem eruit zou willen halen en dat wilde ik niet, want dat zou nog meer pijn doen. Of dat ik naar het ziekenhuis zou moeten en ik vind het ziekenhuis eng. Ik moet er nu nog van huilen.”
Ik adem uit. Onopvallend, maar diep opgelucht. Ik voel een lach opborrelen die ik wegslik.
Hij heeft hier een tijdje mee gelopen, dus zelfs nu ik het niks bijzonders vind, is het voor hem bloedserieus.
“Dat zie ik, lief. En dat mag. Het klinkt ook verdrietig. Heeft het lang geduurd?”
Hij knikt.
“Heb je er nog pijn van?”
Hij schudt zijn hoofd.
“Is de splinter er inmiddels uit?”
Weer knikt hij.
“Lukt het even niet om te praten?”
Weer schudt hij zijn hoofd.
“Wil je knuffelen?”
Hij knikt en kruipt tegen me aan. Aan mijn andere kant doet mijn dochter hetzelfde. Als een balletje mens liggen we in het grote bed. We knuffelen alsof ons leven ervan afhangt. En zo voelt het ook.
 

De grootte van een splinter

“Weet je wat?” zeg ik na een tijdje. “Ik beloof hierbij plechtig dat als jullie een verdrietig geheim hebben, wat dan ook, je het kan zeggen. En dat ik niets zal doen wat je niet wil. Ik luister naar je en dan gaan we samen bedenken wat we eraan kunnen doen. Deal?”
Ik steek mijn hand in de lucht. Twee kleine handjes slaan er tegelijkertijd keihard tegenaan.
“Deal!”
En terwijl ik ze uit bed en naar school jaag, denk ik: laten hun verdrietige geheimen alsjeblieft voor altijd de grootte van een splinter in hun wijsvinger blijven.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 01-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Anke Laterveer

Anke Laterveer is schrijfster. Ze woont samen met Thomas en deelt met haar ex-man de zorg voor hun kinderen Jakob (9) en Hannah (8). Deze column over Sinterklaas schreef ze al eerder voor Kek Mama.

'Wat is er allemaal nog meer niet waar dan?' roept mijn dochter woedend, waarna ze met haar handen over haar oren in de keuken gaat staan. 'Jij bent echt de stomste rotmama van de hele wereld. Je LOOG tegen ons!'

Mijn zoon, daarentegen, is nogal opgelucht. 
'Dus Sinterklaas hoeft niet in zijn eentje langs al die huizen? En hij komt dus ook niet zomaar bij ons binnen in de nacht?'
'Nee, lieverd. Dat doet-ie niet.' 
Daar heeft-ie nogal een goede reden voor ook. Hij bestaat namelijk niet. Sinterklaas is een acteur, je ouders kopen de cadeautjes en alle grote mensen hebben tegen je gelogen. Sorry joh.
 

Toneelstuk

'Oké, dus het is een soort toneelstuk?' probeert mijn zoon het te begrijpen. 
'Ja,' beaam ik opgelucht. 
'Wat is er nog meer een toneelstuk dan?' hoor ik uit de keuken. 'Dan bestaat de kerstman zeker ook niet!'
'Ehm nee, die ook niet.'
Ik hoor een grom uit de keuken.
'Ik weet zeker dat hij wel bestaat, want papa heeft hem gezien.'
'Nee, liefje, dat zei papa wel, maar dat hoorde bij het spel.'
'En opa en oma dan? Weten die wel dat Sinterklaas niet bestaat?'
'Ja, lief, die weten dat ook.'
'Aaaaaaarrrggg!' 
Arm kind. 
 

Cadeautjes

'Krijg ik nu ook geen cadeautjes meer? Of moet ik die van mijn zakgeld gaan betalen?' wil Jakob weten. 
'Je krijgt gewoon cadeautjes. Papa en mama gaan die kopen. Opa en oma kopen ook iets. Jij hoeft niets te kopen. Geen zorgen.'
'Mooi,' zegt hij tevreden en loopt weg.
Hannah staat nog een tijdje in de keuken boos naar de crackers te grommen, maar Jakob is alweer over tot de orde van de dag, die speelt met Lego op zijn kamer.

Drie weken later zijn ze helemaal aan het idee gewend. Ze hebben het er met bijna alle volwassenen die ze kennen over gehad. Ze hebben gedaan alsof ze het altijd al wisten, want ze zijn heus niet dom ofzo hoor, duh. Daarna hebben ze bedacht dat het nogal gaaf is dat zij zo’n groot grotenmensengeheim kennen en de meeste van hun vriendjes nog niet.

En dan is de intocht op tv. 'Dat hoef ik niet te zien, want het is toch nep,' zegt Jakob. Hannah gaat ook liever iets anders doen. Kort daarna zitten ze toch gebiologeerd te kijken.
'Mama?' klinkt het na een tijdje. 'Mogen we vanavond onze schoen zetten of moet jij eerst nog naar de winkel?'
Fuck. Een uur later staan we in de supermarkt. 
'Wij gaan wel even bij de tijdschriften kijken, mama. Dan kun jij iets kiezen.'
'Goed,' mompel ik. Elke andere moeder heeft natuurlijk allang alles in huis, denk ik beschaamd.
 

Lees ook
Zo zorg jij voor het ideale Sint-verlanglijstje >

 

Vergeten

Die avond zetten we schoenen en zingen we liedjes. 
'Voor wie zingen we nu eigenlijk?'
Weet ik veel. 'Ssssht. Doorzingen,' zeg ik maar. Ze doen het.

Om drie uur in de nacht voel ik iemand aan mijn haar trekken. 'Mama, ik zie dat er nog geen cadeautje in onze schoen zit. Ik denk dat je het vergeten bent, dus ik dacht: ik maak je even wakker.'
'Wat lief schatje, ik was het inderdaad vergeten. Wat dom van mij. Ga maar lekker slapen.' 
Daar gaat ze weer. Met haar blote voetjes en haar slaaphaar.
En daar sta ik. Om drie uur in de nacht twee in de haast gekochte puzzelboekjes in aluminiumfolie in te pakken, want pakpapier ben ik natuurlijk ook vergeten. Deed Sinterklaas dit nog maar, denk ik. Dat was tenminste makkelijk.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

in bad met je kind

We worden steeds preutser, of we dat nou leuk vinden of niet.

Twee jaar geleden, mijn zoon Callum is vier jaar oud. Als ik hem voor zijn tweede zwemles omkleed in de speciale jongenskleedkamer, zie ik hem gegeneerd een hand voor zijn piemeltje houden. Geen idee waar dit ineens vandaan komt. Dit is een jongetje dat poedelnaakt door het huis rent als ik hem onder de douche wil stoppen. Kan hem wat schelen wie hem ziet.

Maar dan kijk ik om me heen en zie ik allemaal kleuters uit zijn zwemlesgroep hun hand voor hun piemeltje houden bij het wisselen van onderbroek naar Minions-zwemshort. En dan worden ze door hun ouders ook nog omzichtig afgedekt met grote badhanddoeken. Is mijn kind het product van een steeds preutsere samenleving waarin stadsloketmedewerkers geen korte rokjes meer mogen dragen, kinderen na de gymles douchen in hun onderbroek, je je kind niet mag voeden in het openbaar en foto’s van blote borsten worden verwijderd van Facebook?

 

Topless in de zon

Zelf ben ik een kind van de heerlijk vrije jaren zeventig en tachtig. Toen moeders nog topless in de zon lagen en kindertjes poedelnaakt in zee zwommen. Een tijd waarin je er openlijk voor uit kon komen dat je naar een nudistencamping ging, de sauna populair werd en je tijdens een strandwandeling zomaar op een naaktstrand kon belanden. Kortom: bloot was toen heel normaal. Niet uit een utopische gedachte, maar gewoon omdat het kon.

 

We zien er allemaal hetzelfde uit

Mijn eigen ouders deden ook niet moeilijk over naakt. Ze liepen na het douchen in hun blootje van badkamer naar slaapkamer. Nooit provocerend, wel vanuit de gedachte dat we niet raar hoefden te doen over ons lichaam. Omslachtig je badpak uittrekken onder een groot badlaken, was onzin. Hup uittrekken en onderbroekje aan. We zien er allemaal hetzelfde uit.

Die tijden zijn voorbij, hoe jammer het ook is. Mijn vader kon rekenen op zuinige opmerkingen en fronsende wenkbrauwen toen hij op de bridgeclub vertelde dat hij met zijn kleinzoon douchte. Bloot ja. Er werd hem gevraagd of hij echt vond dat hij dat kon maken. Mijn vader reageerde fel. Uiteráárd kon hij dat maken. Het was een gezellig, onschuldig ritueel waar niks mis mee was en waarvoor hij zich weigerde te verontschuldigen. Wat zijn kaartvrienden daarvan ook denken.

 

Niet meer dan logisch 'in deze tijd'.

Mijn vriendin Barbara vertelde een keer op haar werk dat ze nog steeds met haar dochter van twaalf in bad gaat. Dat vinden ze allebei heel gezellig en het is een heerlijke plek voor mooie gesprekken. Een mannelijke collega reageerde geschokt en waarschuwde dat ze dat beter niet hardop kon zeggen, stel je voor dat anderen dachten dat ze obscene neigingen had. Daar was zij op haar beurt weer diep door geschokt: hoe pervers moet je zijn als je achter zoiets normaals zoiets slechts zoekt? Haar collega vond het niet meer dan logisch ‘in deze tijd’. Hij biechtte op dat hij een zwembroek droeg als hij met zijn tweejarige zoon in bad ging. Uit angst dat zijn zoontje met het verkeerde ‘badeendje’ zou spelen.

Barbara: “Ik ga ervan uit dat mijn dochter op een dag zelf niet meer met mij in bad wil zitten. In de puberteit worden bijna alle kinderen een beetje preuts. Maar tot nu toe gaat er geen badkamerdeur op slot en ziet zij ook geen kwaad achter gezamenlijke baddermomenten. Laten we alsjeblieft niet te panisch doen. Ik vind bloot doodgewoon en als je er geen seksuele lading aan geeft lijkt het me volstrekt onschadelijk voor een kind."
 

Lees ook
Juf Jannie (61) over douchen op school >

 

Mijn vriend en ik slapen naakt

Dat lijkt mij ook. Callum kan schateren om blote borsten op tv, maar die van mama zijn blijkbaar een natuurlijk deel van mijn lichaam die vooral dienen om heerlijk tegenaan te liggen. Mijn vriend en ik slapen naakt en daar heeft Callum nog nooit een opmerking over gemaakt. Ik laat het aan hem over de grenzen te bepalen. Zolang hij het prima vindt af en toe een stukje blote huid te zien, voelen wij ons niet geroepen een pyjama aan te trekken alvorens mijn kind onze slaapkamer mag betreden.

 

Weinig trek in politiesirenes

Maar toch. Ook ik worstel met hoe gewoon bloot nog is en wat nog wel en niet kan. Neem zondagmiddag. Ik was bezig met een gekleurde was en riep tegen mijn vriend en zoon dat ik hun broeken wilde wassen: “Jullie moeten maar even in je blootje lopen.” Callum vond het een geweldig plan. “Jaaaa, allebei in ons blootje.” Maar terwijl ik het zei, dacht ik meteen: oh jee, is dat niet raar? Het was een gekkigheidje, maar zouden anderen dat niet anders uitleggen? Ik voorzag rampscenario’s waarin Callum in het kringgesprek op school / aan de buren / bij de bakker zou vertellen: “Mijn moeders vriend en ik liepen gistermiddag lekker naakt...” Ik had weinig trek in politiesirenes in de straat en liet de mannen veilig een joggingbroek aantrekken.

Het liefst zou ik mijn kind net zo zorgeloos willen opvoeden als mijn moeder dat deed met mij, met die fijne jaren-zeventig-principes, vrij van schaamte. Maar ik wil hem ook weerbaar maken. Ik ben me terdege bewust van mogelijke gevaren. Niet omdat ik overbezorgd of paranoïde ben, maar omdat ik het ook een beetje eens ben met de collega van mijn vriendin: tijden veranderen. De wereld is veranderd. Vroeger liepen m’n babybroertje en ik in ons blootje op het strand, nu draagt Callum een zwemshirt en zwemshort. Dat dient meer als bescherming tegen uv-stralen dan tegen vieze mannetjes, maar toch. Ik zal hem niet snel in zijn blootje laten lopen.

 

Regenjas, rare gedrag en ongure uiterlijk

Komen we een keer in een situatie terecht waarin een spontane zwempartij lonkt, dan zeg ik: “Zwem maar in je onderbroek.” Want ik vertrouw mijn omgeving niet. Wie zegt me dat die wielrenner die daar in het gras uitrust geen rare ideeën heeft of een camera heeft verstopt in zijn bidon? En wat doet die jongen daar met een smartphone in zijn hand? Is hij aan het sms’en met zijn vriendin of maakt hij stiekem een foto van mijn kind? Maar ook: wat denken andere mensen daarvan, dat ik zomaar mijn kind in zijn niksie laat zwemmen? Zelf vind ik het ook raar als ik in deze tijd een geheel ontblote kleuter ontwaar. Gevaarlijk ook.

In mijn jeugd dachten we vieze mannen te herkennen aan hun lange regenjas, rare gedrag en ongure uiterlijk. Tegenwoordig zijn ze de badmeester of kleuterleider of vermomd als een twaalfjarige chatvriendinnetje. Mijn schoonzus zette twee video’s van mijn twee neefjes op YouTube. ‘J. en D. voeren de eendjes’ werd honderdvijftig keer bekeken. ‘J. en D. in bad’ 290.000 keer. Ik waarschuw ook vriendinnen die foto’s van hun blote baby’s plaatsen op Facebook. Ook al is je pagina afgeschermd, je loopt tóch gevaar dat viezeriken je hacken en met je kiekjes aan de slag gaan. 

 

Thuis kan hij best streaken

Voorkomen is nog altijd beter dan genezen en daarom ging ik het gesprek aan met Callum. Onderwerp: wie hem wel of niet naakt mag zien. Thuis kan hij best even streaken. Op een warme dag mag hij in zijn blote billen rennen in onze afgeschermde tuin of op zijn bed springen. Ik heb Callum geleerd dat hij de baas is over zijn lichaam, dat hij beslist wie hij wel of niet kust of knuffelt en dat hij niet voor Jan en alleman zijn broek uittrekt. Ik heb hem een lijst voorgeschoteld met mensen die zijn billen en piemel mogen zien: dat ben ik, zijn opa en oma, mijn vriend Dennis en de juf. Verder is het niet de bedoeling dat we billen en piemel publiekelijk tentoonspreiden.

Callum zei dat hij het snapte: “Oké mama.” Maar een week later vertelde hij trots dat hij tijdens de gymles in het broekje van een klasgenootje had mogen kijken. Toen ik hem nogmaals vertelde dat dit niet de bedoeling is, reageerde hij verbaasd: “Maar meisjes hebben toch geen piemel, dan mag het toch wel?” Wat weer eens bewijst dat het blootthema lastige kost is voor een kleuter. Voorlopig blijft het nog wel op onze agenda staan.

 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >