Al heeft Mariëtte inmiddels twee baby’s in leven weten te houden (en niet kantje-boord ofzo, maar echt, met heel dito groeicurves enzo), het gevoel dat ze – in vergelijking met andere moeders en hun perfecte baby’s – faalt, dat blijft.
Lees verder onder de advertentie
‘Nou, dan doe ik blijkbaar iets fout.’ Deze zin, die zeg ik nogal vaak.
Als Casper een megadriftbui krijgt omdat hij niet mee wenst te lopen terwijl zijn peuternichtje braaf aan het handje in de juiste richting stapt. Toen Nora in haar eerste weken best veel huilde (vond ik) en een even oude baby in onze omgeving al zo’n beetje schaterlachte. Als Casper na het eten he-le-maal onder de wortel, jus en yoghurt zit en ook nog eens moord en brand schreeuwt wanneer ik zelfs maar wijs naar de snoetenpoetsers, en we aan tafel zitten met kinderen die één minuscuul aardappelbrokje op hun wang hebben (en dat braaf zelf wegvegen met een doekje).
Lees verder onder de advertentie
Als het zwembad vol plonzende kinderen van alle leeftijden ligt en de mijne angstvallig vanaf de kant toekijkt. Of nu Nora al zeven maanden is en eigenlijk nog niet echt een vastomlijnd ritme heeft en de-baby-van-een-broer-van-een-collega elke dag om stipt 10.15 uur een fruithap krijgt, gevolgd door exact anderhalf uur slaap. Elke. Dag. Terwijl ik juist zo trots was dat Nora sinds anderhalve week in haar eigen bed slaapt.
Het betekent niet dat ik iets fout heb gedaan
Ik hoor het haar nog zeggen, de lieve verpleegkundige op het consultatiebureau. Casper was net geboren, de borstvoeding liep nog niet zo jofel en ik gebruikte in één gesprek wel vijf keer het woord fout. Dat viel haar op en ze maakte er meteen korte metten mee. Dat er iets niet liep zoals ik hoopte of wilde, of als mijn kind in de toekomst op wat voor manier dan ook zou afwijken van het gemiddelde of van kinderen om ‘m heen, dan betekende dat niet dat ik iets fout had gedaan. Dan was dat gewoon zo. Ik knoopte die les in mijn oren, maar mijn gierende onzekerheid wilde er nog niet aan.
En gek genoeg: nog steeds niet. Al heb ik inmiddels twee baby’s in leven weten te houden (en niet kantje-boord ofzo, maar echt, met heel dito groeicurves enzo), het gevoel dat ik nogal vaak faal, dat blijft. Alsof ik maar hardnekkig blijf geloven dat kinderen en alles wat er bij hen komt kijken maakbaar is en dat het dus wel aan mij zal liggen als perfectie niet wordt gehaald. Het slaat nergens op en ik geloof niet eens in perfectie. Bovendien lijkt het me heel saai om perfecte kinderen te hebben. Maar toch.
Lees verder onder de advertentie
Toch heb ik het lang aan mijn borstvoeding geweten dat Nora nog steeds niet doorsliep (wat ze nog steeds niet doet nu ze vrijwel alleen maar flesvoeding krijgt, dus dat was echt onzin). Toch probeer ik te bedenken wat ik opvoedtechnisch verkeerd heb aangepakt als ik, zoals vanavond, met een boos schoppende peuter thuiskom van een blokje om (want hij mocht van mij niet zonder handen over een heel smal bruggetje met maar één leuning rennen, wat uiteraard totaal onredelijk is).
Toch denk ik meteen dat ik niet genoeg met haar heb getraind nu Nora nog maar een paar seconden los kan zitten en ik op Facebook allemaal baby’s zie die al zo’n beetje kunnen fietsen.
Best oké
Hoewel, over dat laatste maak ik me sinds kort niet meer zo druk. Ik was weer op het consultatiebureau, met diezelfde verpleegkundige. ‘Met twee jaar kunnen ze allemaal wel zo’n beetje lopen’, zei ze met haar kenmerkende struise houding. ‘En daar tussenin doen ze van alles.’ Ik sputterde nog wat over naar haar buik rollen en of ze daar niet laat mee was enzo. Zij haalde haar schouders op. Dat was het. Punt. Sindsdien vind ik dat ik het eigenlijk best oké doe.
Een zwangerschap terwijl je huwelijk net is stukgelopen, zet alles op zijn kop. Als vervolgens blijkt dat je niet één, maar drie baby’s verwacht, wordt die nieuwe werkelijkheid nog veel groter. Kim maakte het mee en werd midden in haar scheiding moeder van een eeneiige meisjesdrieling.
Wendy is trotse mama van een dochter (16) en een zoon (9). Hun gezinsleven is een heerlijke, soms chaotische mix van liefde en mooie momenten. Die deelt ze graag, ook de uitdagingen die op ons pad komen. Je volgt ons op Instagram.
Je vraagt je kind om zijn kamer op te ruimen en een halfuur later is er… precies niets gebeurd. Behalve dat er inmiddels nóg meer Lego op de vloer ligt. Herkenbaar? Misschien kun je de sterren de schuld geven.
Rianne Arendsen (35) is onderwijskundige, docent kinderyoga, schrijver en o ja: moeder. Vooral moeder. In haar columns deelt ze haar observaties en bespiegelingen rondom het ouderschap – aanmodderen met de beste intenties. Volg Rianne ook op Substack.
“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.