Patricia van Liemt is radiopresentator, schrijver en moeder van Maria (11) en Phaedra (8). Elke vrijdag schrijft ze rake, eerlijke, grappige en vooral herkenbare columns over haar leven en het moederschap.
Lees verder onder de advertentie
Ik heb een tatoeage. Een overblijfsel uit mijn roerige coming of age in de jaren ’90. Dit was dé periode dat de tattoo zich via het zeevaarderslichaam en bajesklantlijf een weg baande naar de onschuldige jeugd. En ik stelde mijn onschuldige huid graag ter beschikking. Tot groot verdriet van mijn ouders, want een tatoeage stond bij ons in de familie voor ‘superordinair’. Zeker als je het later ver wilde schoppen (?).
Lees verder onder de advertentie
Later krijg je spijt. Later wordt hij lelijk. Later zal je toekomstige man (waarom geen vrouw?) je misschien niet willen: ik kreeg deze argumenten keer op keer naar mijn hoofd geslingerd.
Tattoo’s
De Hollywood problem childs hadden er natuurlijk wel een en dat waren nou juist de mensen die ik inspirerend vond. Precies omdat ze buiten de lijntjes kleurden. Denk aan Johny Depp, Angelina Jolie en Melanie Griffith (met haar ode aan Antonio Banderas: zijn naam stond in een hart pontificaal op haar bovenarm getatoeëerd), machtig interessant vond ik ze allemaal als zestienjarig meisje.
Lees verder onder de advertentie
Mijn eerste tattoo was dan ook een hartje op mijn arm met de tekst Don’t Cry, naar het gelijkmatige nummer van Guns ’n Roses. Lekker dramatisch. Er volgden nog wat doodles, wat in die tijd tribals werden genoemd, en het definitieve pronkstuk belandde op mijn rug. In een vlaag van verliefdheid zette ik de titel van zijn favoriete liedje in koeienletters op mijn rug: Sympathy for the Devil.
De tatoeage op mijn arm heb ik een paar jaar geleden laten laseren, maar die op mijn rug prijkt er nog steeds. En als ik heel eerlijk ben, dan ben ik daar nog steeds trots op. Maar dan word je zelf moeder en vinden je kinderen het maar wat interessant, die inkt op je rug.
Mijn oudste dochter heeft al een hele lijst met tattoo’s die ze later zou willen. Ik weet alleen niet zo goed wat ik daar op moet zeggen…
Tot nu toe is mijn antwoord steevast: ‘Denk er wel goed over na.’ En: ‘het is wel handig als je ‘m kunt bedekken met kleding.’ Maar is dit wel een goed advies? Of ben ik de mildere vorm van mijn eigen ouders geworden?
Misschien als ik later echt groot ben, weet ik wat ik wat het juiste is…
Patricia van Liemt is radiopresentator, schrijver en moeder van 2 lab baby’s Maria (11) en Phaedra (8). Ze werkte o.a. bij Qmusic en 100% NL. Haar succesvolle podcast serie Let’s Talk About Sex(e) hoor je nu op GoodLIFE Radio. Haar man woont doordeweeks in Zwitserland, wanneer ze probeert kids, werk en girls nights zo goed en zo kwaad te combineren. In haar debuut roman ‘De Lab Baby’ vertelt ze over haar persoonlijke ervaringen met IVF.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.