Opgebiecht: ‘Ik wil niet meer voor mijn moeder zorgen, de druk wordt me te veel’

Illustratie bij: Opgebiecht: ‘Ik wil niet meer voor mijn moeder zorgen, de druk wordt me te veel’ Beeld: Canva
Elsemieke Tijmstra
Elsemieke Tijmstra
Leestijd: 5 minuten

Iedere moeder heeft haar momentjes. Maar sommige blunders zijn té erg – of te hilarisch – om voor jezelf te houden. In de rubriek ‘Opgebiecht’ delen vrouwen hun grootste geheimen en gênantste momenten. Deze week Melinde, die de zorg voor haar moeder het liefst zou willen uitbesteden aan een tehuis.

Lees verder onder de advertentie

Melinde*, getrouwd, moeder van drie kinderen (4, 2 en 5 maanden): “Soms schrik ik wakker van het huilen van de baby. Soms van een kind dat naast mijn bed staat omdat hij heeft gedroomd over monsters. En soms van mijn telefoon, omdat mijn moeder me belt.

Niet omdat ik niet van haar hou. Juist wel. Ik hou zóveel van haar. Maar ik kan niet meer. En alleen die zin denken voelt al alsof ik een slechte dochter ben.

Mijn moeder heeft beginnende Alzheimer. In het begin waren het kleine dingen. Een afspraak vergeten. Drie keer hetzelfde verhaal vertellen. Niet meer weten waar ze haar sleutels had gelaten. Dingen waar we nog een beetje om konden lachen. Maar inmiddels is het niets grappigs meer aan.

Ze belt continu

Ze is weduwe en woont alleen. Sinds mijn vader er niet meer is, is het huis stiller geworden. Te stil, want ze is angstig. Ze hoort geluiden en denkt dat er iemand in de tuin loopt. Of komt inbreken. Dan belt ze mij.

Eén keer. Twee keer. Soms vijf keer op een avond. Of op mijn werk. Of als ik net de baby in slaap probeer te krijgen. En als ik niet opneem, belt ze opnieuw. Ook ’s nachts dus. Terwijl ik drie jonge kinderen heb. De jongste is nog een baby. Mijn nachten bestaan uit voedingen, speentjes zoeken in het donker, natte rompers, huilbuien en onderbroken slaap. Overdag ren ik van schoolplein naar supermarkt, van werk naar opvang, van boterhammen smeren naar was vouwen. En tussendoor is daar mijn moeder.

Lees verder onder de advertentie

“Kun je even komen?” “Ik voel me zo bang.” “Ik weet niet meer of ik de deur op slot heb gedaan.” “Wanneer kom je langs?” “Je laat me toch niet alleen?” “Je stopt me toch niet weg?” Die laatste zin snijdt het diepst en dat weet ze, want ze gooit hem er vaak in, sinds ik heb geopperd dat ze beter naar een tehuis kan verhuizen.

Schuldgevoel

Want natuurlijk wil ik haar niet alleen laten. In voel me al schuldig bij het idee. Ze is mijn moeder. Zij heeft vroeger voor mij gezorgd, en nu wordt er van mij verwacht dat ik alles terugdoe. Alleen. Ik heb ook een broer, maar op de een of andere manier wordt hij nergens in meegenomen. Niet door mijn moeder, niet door hemzelf.

Lees verder onder de advertentie

Als mama bang is, belt ze mij. Als er boodschappen moeten komen, belt ze mij. Als er papieren geregeld moeten worden, kijkt iedereen naar mij. Mijn broer bemoeit zich nergens mee en als ik daarover klaag tegen mijn moeder, zegt ze dat hij zo druk is. Met wat dan? Want volgens mij is hij gewoon een verstokte vrijgezel zonder kinderen. Heb ík het niet druk dan?

En zo ben ik langzaam veranderd in haar dochter, mantelzorger, planner, noodnummer, therapeut en schuldige tegelijk. Ik wil dat mijn moeder naar een tehuis gaat. En altijd als ik het al durf te denken, voel ik me meteen misselijk van schuld. Ik voel me echt een slechte dochter. Want wat voor dochter denkt dat nou? Wat voor dochter hoopt dat haar moeder ergens anders gaat wonen, zodat zij eindelijk weer kan ademhalen?

Lees verder onder de advertentie

Tekst gaat verder onder de video.

Nog beter mijn best

Maar het is natuurlijk niet omdat ik van haar af wil. Het is omdat ik wil dat ze veilig is. Omdat ze bang is in haar eigen huis. Omdat ik haar niet de zorg kan geven die ze nodig heeft. Omdat ik mijn kinderen niet wil laten opgroeien met een moeder die altijd gespannen is, altijd haar telefoon in de gaten houdt, altijd weg moet.

Lees verder onder de advertentie

Mijn moeder wil niet naar een tehuis. “Ik ga toch niet tussen oude mensen zitten?” zegt ze dan. Of: “Je vader zou dit nooit gewild hebben.” En dan breek ik weer een beetje meer. Doe ik dan niet genoeg mijn best?

Maar hoeveel beter kan ik mijn best nog doen? Ik merk dat ik kortaf word tegen mijn kinderen. Dat ik zucht als mijn telefoon gaat. Dat ik soms expres niet opneem en daarna minutenlang naar het scherm staar met buikpijn. Dat ik boos ben op mijn broer. Boos op mijn moeder.

Tekortschieten

Niemand vertelt je hoe ingewikkeld het is om voor je ouder te zorgen terwijl je zelf nog midden in de luiers, broodtrommels en slapeloze nachten zit. Ik wil een goede moeder zijn voor mijn kinderen. Ik wil een goede dochter zijn voor mijn moeder. Maar op dit moment heb ik het gevoel dat ik in beide rollen tekortschiet. En dat levert alleen maar meer schuldgevoel op.

Lees verder onder de advertentie

Ik hoop dat er een moment komt waarop ik durf te zeggen: dit kan niet langer zo. Ik doe het niet meer. Niet in mezelf mompelend, niet fluisterend tegen mijn man in de keuken, maar hardop. Tegen mijn broer. Tegen de huisarts. Tegen mijn moeder. Bij voorkeur vóór ik met een burn-out thuis kom te zitten.”

De zoon van Annelien mag niet mee op schoolreisje, als straf voor iets wat op school is voorgevallen. Zij vindt dat nergens op slaan. Je leest het hier.

* In verband met privacy zijn de namen gefingeerd. De echte namen zijn bij de redactie bekend.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail