Marloes: ‘Ik zei één onschuldig zinnetje tegen mijn dochter, daar had ik de rest van de dag spijt van’

Illustratie bij: Marloes: ‘Ik zei één onschuldig zinnetje tegen mijn dochter, daar had ik de rest van de dag spijt van’ Beeld: Kek Mama
Mandy Heilig
Mandy Heilig
Leestijd: 7 minuten

Kinderen nemen alles wat je zegt bloedserieus. Ook de dingen die je er als moeder in een vlaag van irritatie uitgooit en zelf vijf seconden later alweer bent vergeten. Marloes (36) ontdekte dat toen dochter Lucy een nogal bijzondere uitspraak van haar moeder de rest van de dag niet meer los kon laten.

Lees verder onder de advertentie

Marloes: ”Mijn dochter Lucy is vijf en zit momenteel in een fase waarin ze twee dingen uitzonderlijk goed kan: vragen stellen en mij tot waanzin drijven. Vaak doet ze die twee dingen tegelijkertijd. Afgelopen zaterdag was zo’n dag waarop ik eigenlijk bij het ontbijt al wist: dit wordt een lange dag. Lucy werd wakker met een hoeveelheid energie waar ik oprecht jaloers op ben. Nog voordat ik zelf goed en wel mijn ogen open had, had zij al verteld wat ze had gedroomd, gevraagd wat we die dag gingen doen en drie keer geïnformeerd of ze misschien een snoepje mocht. Het was kwart over zeven.

Lees verder onder de advertentie

Mijn koffie was nog niet op

Aan de ontbijttafel ging het vrolijk verder. Lucy wilde precies weten wat de planning voor de rest van de dag was. Niet globaal, maar het liefst van minuut tot minuut. Wat gingen we na het ontbijt doen? En daarna? Wanneer gingen we naar buiten? Ging papa ook mee? Waarom wist ik dat nog niet? Ik probeerde haar duidelijk te maken dat ik vóór mijn eerste kop koffie überhaupt nog geen gedachten heb over de rest van mijn leven, laat staan over de invulling van onze zaterdagmiddag.

Lees verder onder de advertentie

Stefan zat ondertussen tegenover me met zijn telefoon in zijn hand. Heel knap hoe mannen op zulke momenten volledig kunnen opgaan in iets totaal onbenulligs op hun scherm. Ik weet bijna zeker dat hij geen belangrijk nieuws zat te lezen. Waarschijnlijk keek hij naar een filmpje van iemand die een terras aan het betegelen was. Ik probeerde Lucy nog zijn kant op te sturen, maar daar trapte ze niet in. Ze wilde het van míj weten. Natuurlijk.

Mijn geduld

De rest van de ochtend ging het zo door. Ze wilde drinken, maar niet uit die beker. Ze wilde tekenen, maar haar paarse stift was kwijt. Vervolgens moest ik helpen zoeken, want kennelijk ben ik naast moeder ook verantwoordelijk voor het lokaliseren van alle spullen die zij zelf vijf minuten eerder ergens heeft neergelegd. De stift bleek uiteindelijk in haar hand te zitten. Dat soort momenten.

Lees verder onder de advertentie

Rond elf uur stond Lucy ongeveer voor de zevende keer naast me in de keuken om te vragen of ze een snoepje mocht. Ze had honger, zei ze. Ik bood een appel aan. Die wilde ze niet. Ik concludeerde dat de honger dus wel meeviel. Daar was zij het niet mee eens. Op een gegeven moment voelde ik dat ik nog precies één ‘maar mama’ verwijderd was van mezelf opsluiten in de voorraadkast. Toen zei ik het: ‘Lucy, ik krijg echt een bult van je. Zie je hem al groeien?’

De zoektocht

Ik weet niet eens waar het vandaan kwam. Mijn moeder zei dat vroeger weleens tegen ons, geloof ik. Zo’n uitspraak die ergens in je moederbrein opgeslagen ligt en er jaren later op ineens uit komt rollen. Lucy was stil, voor het eerst die ochtend. Ze bekeek mijn gezicht, mijn buik en daarna mijn armen. ‘Nee’, zei ze uiteindelijk.

Lees verder onder de advertentie

Ik moest lachen en vertelde haar dat hij er echt bijna zat. Daarmee was voor mij het onderwerp afgesloten. Gewoon een grapje. Alleen had ik daarbij één klein detail over het hoofd gezien. Mijn dochter is vijf. Vijfjarigen nemen dingen nogal letterlijk.

Een halfuur later stond Lucy ineens naast me en vroeg waar mijn bult was. Ik had oprecht geen idee waar ze het over had. ‘Die je van mij kreeg.’ O ja. Die bult. Ik vertelde haar dat die alweer weg was. Fout antwoord. Want waar had die dan gezeten? Hoe groot was hij geweest? Hoe kon hij nu ineens verdwenen zijn?

Ik probeerde uit te leggen dat er nooit echt een bult was geweest. Dat ‘ik krijg een bult van je’ gewoon iets is wat grote mensen zeggen als iemand irritant doet. Waarop Lucy natuurlijk wilde weten of ik haar irritant vond. Daar sta je dan met je pedagogisch verantwoorde uitleg. Ik maakte er iets van dat ze niet irritant ís, maar dat ze soms irritante dingen dóét. Daar nam ze gelukkig genoegen mee. Dacht ik.

Lees verder onder de advertentie

Bult beloofd

Vanaf dat moment werd de bult het hoofdthema van haar dag. Tijdens de lunch schoof Lucy mijn mouw omhoog om te kijken of hij misschien op mijn arm zat. Toen ik de vaatwasser uitruimde, bestudeerde ze mijn rug. En toen ik naar de wc ging, stond ze aan de andere kant van de deur te vragen of de bult misschien op mijn bil zat.

Lees verder onder de advertentie

Stefan kreeg inmiddels ook iets mee van het verhaal. Lucy legde hem bloedserieus uit dat mama een bult van haar had gekregen omdat zij irritant deed, maar dat die bult nu kwijt was. Hij keek me aan met zo’n blik die ergens tussen medelijden en keihard uitlachen in zat. Ik zag hem denken: dit heb je zelf veroorzaakt. Daar had hij helaas gelijk in.

Het mooie was dat Lucy helemaal niet bezorgd was. Ze was vooral razend nieuwsgierig. Er was haar een lichamelijke afwijking beloofd en ze wilde die verdomme zien ook.

De supermarkt

Tijdens het boodschappen doen dacht ik dat het onderwerp inmiddels wel vergeten zou zijn. Niet dus. Midden tussen de yoghurt en de geraspte kaas voelde ik ineens twee kleine handen aan de achterkant van mijn jas. Lucy probeerde hem omhoog te trekken. Ze zocht mijn bult, natuurlijk. Een vrouw naast ons begon te lachen. Lucy bleef bloedserieus en wees me erop dat ik zélf had gezegd dat de bult groeide. Eerlijk is eerlijk: daar had ze gewoon gelijk in.

Lees verder onder de advertentie

Ik begon me ineens af te vragen hoeveel van dat soort dingen ik dagelijks zeg zonder erbij stil te staan. Dat ik ergens een punthoofd van krijg. Dat papa achter het behang kan. Dat iets een rib uit mijn lijf kost. Misschien moest ik daar voorlopig maar een beetje mee oppassen. Voor je het weet staat je kind ’s nachts naast je bed om te controleren hoeveel ribben je nog hebt.

‘Komt hij dan morgen terug?’

Die avond leek de bult eindelijk vergeten. Ik stopte Lucy in bed, las een boekje voor en gaf haar een kus. Ik liep al richting de deur toen ze me terugriep. Of ik de bult nog had. ‘Nee schat, die is echt weg.’ Daar was ze zichtbaar opgelucht over. Toen kwam er nog één vraag. ‘Maar mama, als ik morgen weer irritant doe, komt hij dan terug?’

Lees verder onder de advertentie

Vanuit de gang hoorde ik Stefan lachen. ‘Dat risico zou ik maar niet nemen’, zei ik. Ik deed haar deur dicht en liep naar beneden. Heel even dacht ik: misschien moet ik haar gewoon in die bult laten geloven. Als dit ervoor zorgt dat ze morgen vóór negen uur niet zes keer om een snoepje vraagt, ben ik best bereid af en toe een verdacht bobbeltje op mijn voorhoofd te faken. Opvoeden is tenslotte roeien met de riemen die je hebt. Of wacht. Die uitdrukking leg ik haar voorlopig ook maar niet uit.”

Over kinderlogica gesproken: deze vreemde (maar hilarische) uitspraken van kinderen wil je ook weten. Je leest het hier.

Voeg ons toe als voorkeursbron

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail