Soms kom je er niet uit in je eentje en kun je wel wat hulp gebruiken. Elke week vertelt een moeder over haar dilemma.
Lees verder onder de advertentie
Olivia, moeder van Jelle (2,5): “Jelle gaat sinds hij één is een dag in de week naar de kinderopvang. Zo leert hij met kinderen spelen en hoef ik (ik kan mijn werktijden zelf indelen) niet ’s avonds nog achter de laptop te kruipen om achterstallige mails weg te werken. Louter voordelen, zou je denken, ware het niet dat Jelle sinds hij naar de crèche gaat non-stop ziek is. Waterpokken, oorontsteking, hoesten, verkouden: als er een bingokaart bestond voor kinderziektes, ging hij ongetwijfeld met de complete prijzenpot naar huis.
Lees verder onder de advertentie
Natuurlijk is het niet fijn als je kind 24/7 een snotneus heeft, maar we zagen er nooit zoveel problemen in. Tot de corona-gekte in Nederland begon en iedereen ineens alert was op alles wat ook maar een beetje snottert.
We voelen ons ongemakkelijk in de supermarkt, gaan liever niet op visite bij anderen en roepen regelmatig dat het ‘slechts een opvangvirusje’ is als mensen beangstigend naar ons kind kijken. Maar wat ik nog het ergste vind, is dat hij zijn opa en oma hierdoor bijna niet ziet. Mijn ouders zitten in de risicogroep en ondanks dat Jelle waarschijnlijk geen corona heeft, wil ik niet dat ze een griepje van hem oppikken. Mensen met een slechte weerstand kunnen immers nog sneller besmet worden.
Lees verder onder de advertentie
Wat moet ik doen?
Ik heb er zelfs al aan gedacht om Jelle van de opvang te halen en dan maar de nachten door te werken, maar ik merk dat hij zoveel leert op de crèche en het ook enorm naar z’n zin heeft. Maar aan de andere kant: ik wil hem ook niet weg blijven houden van zijn opa en oma. Wat moet ik doen?
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.