Beeld: 123RF
Beeld: 123RF

Femke (34) spijbelt een dag per week. Dan brengt ze dochter Anna (3) naar de kinderopvang en pakt ze lekker een vrije dag. “Mijn man moest eens weten.”

“Als ik naar Anna kijk, vreet ik haar bijna op. Haar blinde vertrouwen in mij, haar gekwebbel als we samen in huis rommelen – ze is het beste en mooiste wat me ooit is overkomen. Maar ze is óók pas drie, en het grootste deel van het jaar op mijn vrije dagen thuis. Ware het niet dat ik haar vier dagen naar de crèche breng terwijl ik maar drie dagen werk – zonder dat mijn man dat weet. En daarvoor schaam ik me te pletter. Aan de andere kant: ik vind het slopend – een peuter en het totale gebrek aan tijd voor mezelf.
 

Carrièretijger

Ik was best een carrièretijger toen ik nog geen moeder was. Job en ik woonden in een fijn appartement in de stad, gaven geld uit als water. Elk vrij moment besteedden we aan leuke dingen doen. Eten in mooie restaurants. Winkelen in hippe boetiekjes. Een stedentrip. Ons een hele dag laten verwennen in een kuuroord.
 

Urenlang mijmeren

Zwanger worden was een grote droom, van ons allebei. Ik was dankbaar dat het zo snel lukte, genoot van mijn zwangerschap en shopte me suf aan rompertjes, jurkjes en accessoires voor de kinderkamer. Dagenlang. Ik lag uren in bad te mijmeren hoe mooi het zou worden, en maakte plannen voor alle leuke uitstapjes die we konden gaan maken met baby. Ik had zeeën van tijd, en geen enkel benul hoezeer dat zou veranderen.

Tijdens de zwangerschap spraken Job en ik af dat ik mijn baan zou terugschroeven van vijf naar vier dagen. Mijn werkgever toonde zich flexibel, en ik regelde dat ik twee van die vier dagen thuis zou kunnen werken. De bevalling verliep voorspoedig, en ik genoot van de kraamtijd. Natuurlijk vond ik de gebroken nachten pittig. En ook dat ik mijn haar soms een week niet waste omdat ik er door de baby simpelweg niet aan toekwam.
 

'Ik ging jankend weer aan de slag'

Toen Anna vier maanden was, kon ze terecht op het kinderdagverblijf. Ik ging jankend weer aan de slag. Ik vond het vreselijk, die eerste weken. Het idee dat anderen voor haar zorgden, de stuwing, de vermoeidheid. Ik rende alleen maar heen en weer tussen werk, kind, crèche en supermarkt en had geen seconde meer voor mezelf.

De twee dagen per week die ik thuiswerkte, voelden zoals vroeger. Een beetje als de tijd voor Anna er was. Grotendeels dan, als ik de overvolle wasmanden en het speelgoed in de kattenbak en andere ondenkbare plekken negeerde. Die rustige dagen in mijn eigen omgeving gaven me het gevoel dat ik even weer mezelf kon zijn. Alleen: ik moest natuurlijk wél werken.
 

Doorbuffelen

Ik heb mijn baan al tien jaar, het werk gaat me gemakkelijk af. Ik ervaar weinig druk, doe veel op routine. Als ik een beetje doorbuffel, kan ik het werk van vier dagen, best af in drie. Dus knal ik de twee dagen per week op kantoor keihard door, en werk standaard een uurtje over. Job zorgt dan voor Anna. Hij begint ’s ochtends vroeg met werken, en dan breng ik haar naar de opvang. Ik werk ’s avonds langer door en dan haalt hij haar op. Tijdens mijn ene dag thuis werk ik al even hard, en gooi hooguit tussen de bedrijven door een was in de machine. Lunchen doe ik achter de pc. Zo spaar ik uren en neem ik de vierde dag vrij. Stiekem.
 

Mijn spijbeldag

Mijn spijbeldag verloopt volgens een vast patroon. Ik breng Anna weg, ze vindt het heerlijk op het kinderdagverblijf, daarna fiets ik terug naar huis. Daar drink ik een kop cappuccino en vervolgens duik ik de stad in. Of de bioscoop; de matinees zijn heerlijk rustig. Ik ga lunchen met vriendinnen – die niet beter weten dan dat ik dat gewoon doe tijdens mijn lunchpauze van het werk – of lig languit voor de tv te Neflixen. Het deugt misschien niet, maar zo ben ik wel een relaxtere moeder en een leukere partner voor Job.

Job heeft geen idee. Die vindt het eigenlijk nogal wat, dat wij ons kind vier dagen naar de opvang brengen. Hij respecteert dat ik net zo goed als hij aan mijn carrière wil werken, dus legt hij zich erbij neer. Het is niet dat híj bereid is er minder voor te werken. Maar als hij erachter zou komen dat Anna elke week één dag naar de crèche gaat omdat ik leuke dingen wil doen in mijn eentje, gaat hij door het lint: zeker weten. Dus als hij na mijn vrije dag vraagt of ik lekker heb gewerkt, antwoord ik standaard bevestigend.
 

'Ik lever waar voor mijn geld'

Financieel redden we het prima. Op mijn spijbeldagen betaal ik zoveel mogelijk contant, de bonnetjes gooi ik weg. Behalve Job moet natuurlijk ook mijn werkgever er niet achter komen. Aan de andere kant: ik werk keihard en mis nooit een deadline. Die twee dagen op kantoor verzet ik meer werk en maak ik meer uren dan mijn collega’s. Op die ene thuiswerkdag trouwens ook. En als ze me nodig hebben in het weekend, sta ik meteen klaar. Ik lever waar voor mijn geld.

Ik heb bovendien niet de indruk dat Anna lijdt onder die vier dagen op de crèche. Ze weet niet beter en wordt er de hele dag gestimuleerd en uitgedaagd. Op de dagen met mij kan ze daar wel naar fluiten: dan maken we een wandelingetje naar het park en lezen we een boekje, maar ik zit echt niet de hele dag op haar lip. Volgens mij is het zo prima in balans: we hebben alle drie ons eigen leven, en meer dan genoeg tijd met elkaar.
 

Oordelen

Ik ben me ervan bewust dat sommige mensen me hier keihard om zouden veroordelen als ze het zouden weten. Ik hóór ze al denken: je ‘neemt’ toch geen kind om het zoveel mogelijk te dumpen? Maar zo voelt het niet. Mijn vrije dag is heus niet heilig: als Anna zich niet lekker voelt, of een keer te moe is, houd ik haar lekker thuis. En soms heb ik zin een extra dag iets leuks met haar te doen. Lekker naar het strand of de dierentuin. Uit logeren gaat ze nooit: onze weekends als gezin zijn heilig.

De kans dat ik mijn geheim ooit opbiecht aan Job, is minimaal. Het zou een beetje mosterd na de maaltijd zijn, want binnenkort is mijn stiekeme vrije dag verleden tijd. Dan gaat Anna naar de basisschool en krijg ik mijn vrije dag gewoon cadeau. Dat lijkt me het moment om weer te gaan schuiven met mijn werktijden. Als ik op beide thuiswerkdagen gewoon werk, kan ik op kantoordagen eerder stoppen. En dan nog heb ik de vijfde dag vrij. Genoeg tijd met Anna én genoeg tijd voor mezelf.”

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2017.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

foto's social media kinderen
Beeld: Pexels

Van het eerste stapje tot de eerste schooldag: we zijn apetrots op ons kind en posten bijna elke mijlpaal op social media. Blogger Lorna Rose deed dat ook, maar toen haar tweede kind werd geboren ging ze nadenken over de gevolgen.  

‘Wie geeft mij toestemming om informatie over mijn kinderen, laat staan hun privacy, online te zetten?’, schrijft ze op Scary Mommy.

 
Alles vastleggen

Toen Lorna voor het eerst moeder werd, plaatste ze allerlei foto’s van haar zoon op Facebook. ‘Zijn eerste badje, een foto dat hij sliep, de trap op kroop en voor het eerst spaghetti at: ik wilde elk moment vastleggen en het vervolgens delen op Facebook’, vertelt Lorna. ‘Ik wilde mijn moederschap naar de wereld schreeuwen.’

 

Lees ook:
'Kap eens met dat 'mooie' social media-plaatje: geen kind is perfect' >

 

Lelijke pony

Tweeënhalf jaar later werd haar dochter geboren. Na een tijdje merkte Lorna dat ze minder over haar dochter op social media postte. ‘Ik ging erover nadenken: was het omdat dit de tweede ronde van het moederschap was en ik niet de behoefte voelde om het van de daken te schreeuwen? Was het omdat zij een meisje was?’ Lorna realiseerde zich dat ze zelf als kind ook niet op internet stond. ‘Mijn lelijke pony van toen ik 12 jaar oud was en de dikke onderlip die ik als tiener had stonden niet op Facebook, want dat bestond toen niet. En daar ben ik nu opgelucht om. Dus waarom doe ik dat mijn kinderen nu wel aan?’

 

'Denk eerst na'

Lorna kwam tot de conclusie dat het posten van een kwetsbaar moment van haar kinderen, hoe eng of gedenkwaardig ook, niet langer alleen hun gezinsmoment is. ‘Het wordt onderdeel van de Facebook-machine’, zegt ze. ‘Ik heb niet langer controle over wie het ziet, wie het gebruikt en met welk doel.’ Ze wil nog steeds foto’s en video’s delen om verre vrienden en familieleden op de hoogte te houden en steun te ontvangen als het niet goed gaat met haar kinderen. Maar ze denkt nu goed na vóórdat ze iets post: ‘Ik vraag mezelf steeds af: zou dit mijn kind op een dag in verlegenheid kunnen brengen? Of is er een andere manier dan Facebook om steun van mijn omgeving te ontvangen?’

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (3) en hoofdredacteur van Kek Mama en VIVA Mama.

Wat ben ik blij met de mede-schoolpleinmoeder die Ko onverwacht meeneemt op de voetbalschoenenstrooptocht voor haar zoon. Zodat ik nog tientallen verhuisdozen kan inpakken. En ik ben bijna net zo blij dat ik haar zoon een middag bij mij kan laten spelen tussen diezelfde verhuisdozen, als ik haar groen en geel van griep bij de klasdeur zie staan.
 

Zwembad

Of als ik een vriendje van Ko een hele dag mee kan nemen naar het zwembad, zodat zijn ouders een dagje alleen met hun jongste hebben. Extra fijn voor hen: ze zijn net als ik zwembadhaters pur sang en hoeven dus voorlopig even niet. (Ko zegt altijd: ‘Mam, jij bent echt een katje, die houden ook niet van het water.’) Dat ik me uiteindelijk rot heb genoten van eindeloos ronddarren met Toon in een draaikolkbadje, is dan nog onvermoede winst.
 

Om de maandag

Nu Ko en Toon er nog aan moeten wennen dat ze om en om bij mij en bij hun vader zijn, wil ik graag één op één tijd met allebei. Om wat te kletsen, te dollen. En gewoon: te zijn zonder dat ze samen vechten om de Donald Duck / Lego-hond / piraat waar de ander net mee wil spelen. Elke maandagmiddag Ko ophalen lukt qua rollercoaster op het werk niet, maar om de maandag wel. Waar de BSO niet aan doet.
 

Lucky me

Dus wat een geluk dat mijn moeder om de week drie uur wil treinen (ja, DRIE uur, ik overweeg heiligverklaring) om Ko van school te halen zodat ze lekker met hem kan aanklooien. En dan zet ze en passant ook nog ’s avonds het eten klaar en vraagt ze ‘welke klusjes ze kan doen’, lucky me. Echt: (mede-)moeders zijn da bom.

 

In Kek Mama 05-2018 lees je het verhaal van Janna en haar vriendinnen die te maken hebben met schaamteloze oppas-verzoeken van mede-ouders. En die verzuchten: ja hallo, ik ben de BSO niet. Het nummer koop je hier.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >