Soms kom je er niet uit in je eentje en kun je wel wat advies gebruiken. Elke week vertelt een lezeres over haar dilemma.
Lees verder onder de advertentie
Marieke, moeder van Jelle (5) en Sterre (4): “Normaal gesproken lopen buurkinderen hier de deur plat, en zijn mijn kinderen van vijf en vier jaar op hun beurt voortdurend bij vriendjes te vinden. We wonen in een nieuwbouwwijk waar het – heel gezellig – wemelt van de leeftijdsgenootjes. Vooral mijn oudste speelt het liefst met de kinderen uit de buurt, veel liever dan dat hij in zijn eentje gaat zitten Lego’en. Maar nu het coronavorus is uitgebroken twijfel ik heel erg of ik dat nog moet doen.
Nu de kinderen drie weken thuis zijn, vlogen ze vandaag al na een uur zo ongeveer tegen de muren op. Ik heb besloten ze thuis ongeveer het ritme van school te laten volgen, wat betekent dat ze tot rond de middag bezig waren met leren, lezen en knutselen. Maar daarna wilden ze allebei dolgraag naar een vriendje, en ondertussen ging de bel ook al een paar keer. Dan stond er weer een kind voor de deur dat graag wilde spelen, maar ik heb elke keer nee gezegd. Ik vind het alleen echt lastig. Mijn kinderen zijn niet ziek, bij wijze van hoge uitzondering zijn ze allebei niet eens verkouden. De vriendjes in kwestie hadden ook nergens last van. Drie weken is een lange tijd. Moet ik het toch niet gewoon toestaan? Desnoods alleen op straat of in de speeltuin? Of ben ik dan onverantwoord bezig?”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Je vraagt één keer of je kind z’n schoenen wil aantrekken, en vijf minuten later zit-ie nog steeds op de grond met één sok aan en een LEGO-poppetje in z’n hand. Herkenbaar, want jonge kinderen zijn nu eenmaal niet altijd kampioen luisteren. Gelukkig zijn er slimme manieren om ervoor te zorgen dat wat jij zegt […]