Mila: ‘Ik wacht al een jaar lang op die Tikkie van €800’
Soms loopt een simpele Marktplaats-aankoop nét even anders dan gepland. Wat begon als een droomvondst voor een prikkie, veranderde in een verhaal dat Mila een jaar later nog steeds bezighoudt.
Er wordt vaak gedacht dat het temperament van een kind aangeboren is en dat je er weinig aan kunt veranderen. Maar niets blijkt minder waar.
Nieuw onderzoek laat zien dat je hier wél degelijk invloed op hebt. Met een vroege interventie en gerichte trainingen voor ouders kan het opstandige gedrag bij jonge kinderen zelfs aanzienlijk afnemen.
Pedagoog Marijke Huijzer-Engbrenghof was nieuwsgierig hoe opvoeding, temperament, genetische aanleg en storend gedrag met elkaar samenhangen en besloot hier haar promotieonderzoek naar te doen. Haar conclusie? “Het idee dat een kind ‘nu eenmaal zo is’ klopt niet.”
Voor haar onderzoek richtte ze zich onder andere op negatieve emotionaliteit al onderdeel van temperament: de neiging van kinderen om heftig te reageren op frustraties of stress. “Dit kan een belangrijke voorspeller zijn voor hoe kinderen later in het leven met situaties omgaan”, zo legt ze uit. Hoge negatieve emotionaliteit hangt bijvoorbeeld samen met problemen in relaties en op het werk op volwassen leeftijd.
Er bestaan echter opvoedinterventies die bedoeld zijn om dit soort storend gedrag te verminderen en Huijzer-Engbrenghof was nieuwsgierig in hoeverre die invloed kunnen hebben op negatieve emotionaliteit. “Wat we ontdekten, is dat niet alleen het storende gedrag van kinderen afnam, maar dat negatieve emotionaliteit gelijktijdig afnam. Daarmee zou je voorzichtig kunnen zeggen dat temperament helemaal niet zo’n vaststaand gegeven is.”
Eén van de opvoedinterventies die bijzonder effectief bleek te zijn, was ‘Incredible Years’. Bij deze interventie nemen ouders in groepsverband deel aan trainingen waarbij zij leren om anders om te gaan met moeilijk gedrag van hun kind. Volgens Huijzer-Engbrenghof is dit belangrijk, omdat ouders vaak in een escalerende wisselwerking terechtkomen.
“Dan pingpongen ze echt heen en weer, waarin ze elkaars gedrag steeds versterken. Als een kind schreeuwt en zeurt en de ouder uiteindelijk toegeeft, leert het kind dat dit gedrag werkt. Of de ouder schreeuwt waarna het kind luistert uit angst en zo denkt de ouder dat hard en streng opvoeden werkt.” In de training leren ouders echter om meer positieve aandacht te geven, complimenten en beloningen te gebruiken voor goed gedrag en storend gedrag vaker te negeren. Hierdoor zou de vicieuze cirkel uiteindelijk kunnen worden doorbroken.
De pedagoog was ook nieuwsgierig of kinderen met een temperament harder opvoedgedrag bij hun ouders oproepen, dus dat ouders bijvoorbeeld sneller gaan schreeuwen of kleineren. Dit bleek echter niet het geval te zijn. “Negatieve emotionaliteit en hard opvoedgedrag waren wel voorspellend voor meer storend gedrag, maar die negatieve emotie bij kinderen lokte geen hard opvoedgedrag van hun ouders uit.”
Daarnaast bleken genetische factoren ook een stuk minder bepalend dan vaak wordt gedacht. Zo werd er gekeken naar de genetische aanleg van kinderen voor storend gedrag. Dit werd berekend met zogenoemde polygenetische scores, dit is een maat die aangeeft in hoeverre iemand genetische aanleg heeft voor een bepaalde eigenschap, zoals agressie.
De verwachting was dat die aanleg invloed zou kunnen hebben op hoe goed een opvoedinterventie werkt, maar dit bleek niet per se het geval te zijn. “Ook bij kinderen met een genetische aanleg voor storend gedrag zagen we echter dat de interventie effectief was voor het verminderen van dit gedrag. De genetische opmaak van de kinderen had daar geen invloed op.” Huijzer-Engbrenghof benadrukt dat dit niet betekent dat genen helemaal geen rol spelen, maar wél dat ze verandering niet onmogelijk waren.
De belangrijkste conclusie van haar onderzoek is dan ook dat opvoeding ertoe doet en dat ouders wel degelijk invloed kunnen hebben op het temperament van hun kind, vooral als ze op jonge leeftijd ingrijpen. “Bij hele jonge kinderen kun je nog heel veel bijsturen, voordat je met elkaar in zo’n vicieuze cirkel terecht komt en elkaars gedrag blijft versterken.” Het idee dat een kind ‘nu eenmaal zo is’ klopt volgens haar niet. “Er zijn genoeg strategieën die ouders in kunnen zetten om het gedrag van een kind positief te beïnvloeden.”
Kinderexperts onthullen: dit helpt nou echt bij een driftbui
Bron: UVA