niet samenwonen kinderen vriend
Beeld: Shutterstock

Telkens als haar vriend vraagt wanneer ze nou gaan samenwonen, verzint Alexandra (36) een smoes. Het is moeilijk hem de echte reden te vertellen: dat ze zijn puberzoons onuitstaanbaar vindt.

"Vorige week wat ik jarig. De kamer zat al vol visite toen mijn vriend binnenkwam met zijn twee zoons. De jongens bromden vanuit de gang iets wat leek op ‘hé’ en liepen toen door naar de logeerkamer om te gaan gamen. Ze feliciteerden mij niet eens. Op dat moment moest ik echt op mijn tong bijten om ze niet terug te roepen en sarcastisch te vragen of ze misschien iets vergaten? Vooral mijn moeder, die zich echt als een hele leuke stiefoma heeft ontpopt, verdiende het op zijn minst om een handje te krijgen.

More content below the advertising

Maar hen opvoeden is niet mijn taak. Het is de taak van mijn vriend Barry. En hij deed niets. Barry liep zelf wel de visite af voor knuffels, felicitaties en handen schudden, maar stond het zonder enige gêne toe dat zijn zoons zich onbeschoft gedroegen. Dus kon ik niks anders doen dan maar een beetje dom lachen en min of meer verontschuldigend tegen de kamer vol mensen zeggen: ‘Ach ja, pubers.’ Daarbij deed ik alsof het  normaalste zaak van de wereld is dat deze twee knullen van veertien en twaalf mij niet eens netjes gedag zeiden. Al verbaasde het me ook niet.
 

Lakse houding

Sinds ik de jongens ken, erger ik me enorm aan hun lakse, ongeïnteresseerde houding en passieve gedrag. Het lijkt misschien alsof ik een hekel aan ze heb, maar dat is niet zo. In wezen zijn het allebei heel vriendelijke jongens. Als je een-op-een met ze praat, blijken ze best een ‘normaal’ gesprek te kunnen voeren en als het gaat om hun stiefbroertje – mijn zoon Lewis van zeven – tonen ze wel empathie. Ze missen alleen opvoeding. Dingen als beleefd zijn, praten met twee woorden én met lege mond zijn in mijn ogen basisregels. Zorgen dat anderen geen last van jou of je muziek hebben en normale sociale omgangsvormen als gedag zeggen en bedanken als je iets krijgt.

Ik wil mezelf niet op de borst kloppen als moeder. Ik maak net zo goed fouten en mijn zoon is ook niet altijd het toonbeeld van perfectie, maar over het algemeen kan ik hem overal mee naartoe nemen zonder dat hij een last is voor de omgeving of als stoorzender wordt ervaren. Mijn stiefzoons trekken zich nergens iets van aan. Ze laten schaamteloos boeren, reageren niet op het verzoek eerst hun handen te wassen als we gaan eten of zich überhaupt te douchen ’s morgens. Ze bedanken niet als ze een cadeau van me krijgen, laat staan als ik een beker melk voor ze neerzet. En samen uit eten gaan is een ramp. Ze kijken niet op of om van hun telefoons en lusten sowieso niks anders dan een kindermenu.
 

Geen opvoedtalent

Ik vind mijn vriend een schat, maar als opvoeder bakt hij er niks van. Zeker de combinatie met zijn ex-vrouw heeft niet al te best uitgepakt. Alles is goed en daardoor hebben de kinderen geen enkele sturing. Ze eten wat en wanneer ze willen. Ze bepalen hun eigen bedtijden. Er is geen limiet op gamen, ze gaan urenlang door. Ik maak me daar zorgen om: Frank, de jongste heeft én overgewicht én heel vaak hoofdpijn. Ik zou niets liever willen dan dat Frank lekker gaat buitenspelen als hij uit school komt in plaats van achter het stuurwiel van zijn Playstation te kruipen. Of eens een stuk komkommer eet in plaats van mueslikoeken.

Als de jongens bij mijn vriend zijn en ik ’s avonds bel om te vragen hoe hun dag was en wat ze gegeten hebben, krijg ik steevast iets uit de categorie junkfood te horen. Barry kookt niet. Hij heeft meer punten bij Thuisbezorgd.nl gespaard dan menig zakenreiziger aan frequent flyer miles. Ik moet elke keer weer op mijn tong bijten als hij vertelt wat er op het menu stond, om niet te gaan preken dat jongens in de groei niet kunnen leven op taco’s en pizza. Ik doe het niet, want dat soort opmerkingen zorgen alleen maar voor wrevel tussen ons. In het begin zette ik openlijk mijn vraagtekens als ik zag hoeveel afhaalmenu’s er bij Barry op de koelkast hangen en wilde ik hem overtuigen van het nut van de Schijf  van Vijf. Maar daar reageerde hij steeds zo geïrriteerd en boos op, dat ik er maar mee ben gestopt.

Daarbij weet ik ook dat Bas en Frank inmiddels niets anders lusten dan vette happen. Als ze bij mij zijn, worden de groenten met een vies gezicht uit de pastasaus gevist, de fruitsmoothie ’s morgens aan de kant geschoven en eten ze alleen de kroepoek en saté als ik nasi maak. Ik vind dat niet leuk, maar als hun vader het accepteert, wie ben ik dan om daar iets van te zeggen? Ook al heb ik net een uur in de keuken gestaan om een normale maaltijd op tafel te zetten. 
 

De zomerborrel

Barry ziet het asociale gedrag van zijn zoons niet. Hij is stapel op zijn kinderen en wuift mijn voorzichtige kritiek weg. ‘Joh, ik lustte vroeger ook alleen appelmoes en kijk wat ik nu eet’, of: ‘Het zijn speelse jongens, geen gedrilde aapjes’. Ergens denk ik dat hij veel toegeeft omdat hij zich nog schuldig voelt vanwege de scheiding. Ruim twee jaar geleden hebben wij een relatie gekregen. We werken bij hetzelfde bedrijf, alleen op totaal verschillende afdelingen.

Op een zomerborrel sloeg de vonk over. Op dat moment was Barry nog met Elle, zijn ex-vrouw. Ze zaten midden in relatietherapie omdat het al jaren niet lekker liep en ze nog één serieuze poging wilden ondernemen hun huwelijk te redden. Verliefd worden op een collega is dan niet handig en zeker niet bevorderend voor de goede afloop. Ik snap dat hij zich daar schuldig over voelt. Zelf vind ik mijn aandeel ook niet oké. Ook al zei Barry dat hij al helemaal klaar was met zijn ex, hij was niet eerlijk over de relatietherapie. Ik ben toch een soort katalysator geweest voor het definitief mislukken. Gelukkig is Elle een heel verstandige vrouw die haar boosheid nooit op mij heeft geprojecteerd en ook nu nooit moeilijk doet. Het is een leuk, hippieachtig type. Ze is een beetje chaotisch, maar superaardig.
 

Samenwonen

Na de scheiding, toen Barry co-ouderschap op zich nam, hebben we een avond met z’n drieën afgesproken en eerlijk gepraat over de toekomst. Elle vond het meteen prima als de kinderen bij mij over de vloer kwamen. Ik heb haar telefoonnummer en andersom, als er iets is, kan ik haar altijd bellen. Ik vind dat getuigen van echte klasse. Wat dat betreft is ze een fantastische moeder die haar eigen verdriet over het falen van het huwelijk opzijzet om haar jongens een gelukkige jeugd te geven. Elle staat er zelfs niet negatief tegenover als Barry en ik ooit zouden gaan samenwonen. Ze zei nog lachend: ‘Dan weet ik zeker dat ze ook een keer gezond eten.’

Samenwonen is iets wat Barry ook dolgraag wil. Bij het kopen van zijn huis heeft hij gezocht naar de grootste woning binnen zijn budget, met minimaal vier slaapkamers. ‘Ook eentje voor onze Lewis’, zei hij stralend, toen hij het koopcontract onder mijn neus schoof. Heel lief natuurlijk. Zeker omdat de biologische vader van Lewis volkomen uit beeld is. Toen ik ontdekte dat ik zwanger was, is mijn ex letterlijk weggevlucht naar Curaçao. Al zeven jaar stuur ik appjes met info over zijn zoon, maar hij toont nul interesse.

Dat is verdrietig, maar gelukkig weet Lewis niet beter. Lewis is dol op Barry. Niet zo raar natuurlijk, want ook Lewis mag alles van Barry. Zelfs voetballen in de huiskamer of ontbijten met chocoladevla.
 

Invloed

Maar hoewel ik Lewis een dagelijkse vaderfiguur in zijn leven gun en mezelf het idyllische huisje-boompje-beestje-plaatje, moet ik er niet aan denken daadwerkelijk te gaan samenwonen. Dat heeft dus alles te maken met mijn stiefzoons. Behalve mijn eigen irritatie, ben ik ook bang voor de slechte invloed van de jongens op Lewis. Ik zie namelijk hoe hij opkijkt naar zijn twee stiefbroers. Hij vindt alles wat ze doen te gek. Ik snap dat wel: als je zeven bent, zijn twee grote knullen die bloederige en agressieve games spelen en luide boeren laten ‘kapot stoer’.

Twee weekenden per maand zijn we allemaal samen en dan plof ik bijna uit elkaar van ergernis. Dat luie en slordige. Het huis van Barry is een zwijnenstal. Ik ruim zo veel mogelijk op en voel me soms echt de werkster. Van víer mannen, want mijn eigen zoon brengt ook acuut zijn bord niet meer naar de keuken. Ook merk ik dat Lewis de eerste dagen daarna sneller een grote mond opzet en zeurt om schermtijd. Iets wat hij anders amper doet. En dan schiet toch weer door mijn hoofd dat Bas en Frank daarmee te maken hebben.
 

Lees ook
Nieuwe liefde: samenwonen of niet? >

 

De nieuwe partner van hun vader

Het eerste jaar heb ik de samenwoonplannen redelijk makkelijk kunnen wegwuiven. Ik vond het voor alle kinderen niet slim om hen een gedwongen verhuizing door de strot te duwen. De jongens van Barry klakkeloos confronteren met een scheiding, een ander huis én een stiefmoeder en stiefbroertje leek me voer voor jarenlang psychologenbezoek. En voor Lewis na al die jaren ineens een man over de vloer plus twee broers waarmee hij aandacht moest delen. Eerst maar aan elkaar wennen. Maar dat ging eigenlijk soepeler dan verwacht. De jongens hebben wat dat betreft nog geen dag moeilijk gedaan.

Al bij onze eerste ontmoeting sloten ze Lewis in hun hart en deden ze normaal tegen mij. Als Barry en ik zoenen worden we wel dringend gevraagd ‘dat in onze eigen tijd te doen’ en roepen ze hoe walgelijk vies ze dat vinden, maar verder hebben ze geen enkel probleem met mij als
nieuwe partner van hun vader. Ook wat dat betreft moet ik hun moeder hiervoor alle credits geven. Zij maakt geen verwijten naar ons en dus gaan haar zoons daarin mee.
 

Eigen plek opgeven

Nu we alweer twee jaar verder zijn, staat eigenlijk niets meer in de weg mijn boel op te pakken en vijftien kilometer verderop uit te pakken. Ik denk dat ik prima zou kunnen samenleven met Barry. In de weken dat de jongens bij hun moeder zijn, woont hij al half bij mij. Maar Barry wil een stap verder. Mijn appartement is niet ruim genoeg voor vijf personen, dus vraagt hij steeds om bij hem in te trekken. Samen een liefdesnestje te bouwen, bedelt hij. Wel zo voordelig ook: nu hebben we twee huishoudens, twee hypotheken.

Maar nee, zo zeg ik steeds, ik wil mijn eigen plek niet opgeven, uit angst dat ik daarmee een stuk zelfstandigheid opgeef. Ik heb hard moeten knokken een goed leven op te bouwen, alleen met mijn zoon. Hoe gek ik ook ben op Barry, mijn huis is mijn vangnet. Omdat ik al aardig wat heb ingelost op mijn hypotheek, betaal ik slechts 300 euro aan netto maandlasten. Daardoor zie ik uit financieel oogpunt ook de noodzaak tot verhuizen niet. In het weekend zijn we sowieso toch altijd bij Barry. Dan wonen Lewis en ik in ons super-de-luxe buitenhuis. We hebben het beste van twee werelden, zeg ik altijd lachend. Terwijl ik eigenlijk niets liever zou willen. Ik zie Barry als de liefde van mijn leven. Als hij kinderloos was geweest of zijn zoons beter had opgevoed, had ik geen seconde hoeven twijfelen over samenwonen.
 

Jokken

Barry houdt hoop en denkt dat ik een dezer dagen wel van mening verander. Vooral na de sex gooit hij de vraag vaak voor mijn voeten: zou ik het niet heerlijk vinden om elke nacht samen te kunnen slapen? Meestal probeer ik hem iedere keer zo liefdevol mogelijk af te wijzen: ‘O heerlijk schat, maar we hebben de rest van ons leven nog.’ Omdat ik het zo gemeen van mezelf vind, vertel ik Barry de echte reden niet. Het zou ook mijn hart breken als iemand over mijn kind zou zeggen dat het een onopgevoede aap was. Of een naar rotjong. En dat zijn aanwezigheid zo storend is dat hij daarom niet met mij zou willen samenwonen.

Andersom kan ik het dus ook niet maken hem te vertellen dat zijn zoons – door zijn manier van opvoeden – de reden zijn dat ik er niet aan moet denken met z’n allen onder één dak te wonen. En dus jok ik over zelfstandigheid en zelfredzaamheid en hoop ik op betere tijden in de toekomst. Stiekem maak ik al rekensommetjes: nog zes jaar en dan is Frank achttien en Bas twintig. Dan zullen de jongens toch wel het huis uit zijn? Lijkt me vroeg genoeg alsnog dat nest samen te bouwen.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2019.

 

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!