de dag onverwachts in date beland
Beeld: Shutterstock

Toen Gaby (38) haar leven weer op de rit probeerde te krijgen nadat haar man haar verliet voor een ander, was er voor daten geen ruimte. Dacht ze.

Gaby: “‘Joh, de meiden spelen nog zó lekker, kom even zitten. Wit?’ Voordat ik kon tegensputteren, duwde mijn achterbuurman me een glas wijn in mijn handen. Verdorie. Hier had ik dus geen zin in, een borrel met een onbekende man na mijn scheiding. Maar ja, beter een goeie buur dan een verre vriend, dacht ik tegelijkertijd, en in mijn nieuwe woonomgeving kon ik wel wat kennissen gebruiken.

Article continues after the ad

Mijn dochters Sterre en Ymke, toen vijf en acht, hadden hun nieuwe achterbuurmeisjes weken eerder al ontdekt. We hadden de sleutel naar ons nieuwe bestaan net vijf minuten in handen toen ze Pien en Cato in het oog kregen. Nog geen kwartier later zaten ze gezamenlijk boven het stoepkrijt. Nou, als de rest van ons nieuwe leven net zo soepeltjes van start ging, was het misschien een minder taaie kluif dan het nu voelde.

Dat bleek, want nu zat ik hier, amper een week later. Aan de borrel met de vader van de buurmeisjes – terwijl ik alle mannen zo nadrukkelijk had afgezworen.
 

Verhouding

‘Ik hou nog wel van je, ik hou alleen meer van haar.’ Zelfs als ik het nu uitspreek, voelt het nog alsof ik een stomp tegen mijn hart krijg. Ik stikte toen mijn man Jochem die woorden sprak. Opeens, zomaar uit het niets, kwam hij met zijn bekentenis: hij was verliefd op een ander. Hij had goed de tijd genomen om het zeker te weten ook; ze hadden al ruim een halfjaar een verhouding. Het voelde alsof ik op een kleedje stond dat zo onder me vandaan werd getrokken. Kom op, dit was toch een slechte grap? Ik heb een zesde zintuig als het gaat om het aanvoelen van anderen. Dacht ik. Onmogelijk dat ik dit totaal had gemist. Maar het was zo. Hij wilde ons gezin niet opbreken, zei Jochem. En: zij was ook getrouwd. Maar ze konden er niets aan doen, het was te sterk. Tja, wat zeg je dan? Ik verbied je nog met haar om te gaan?

Jochem vertrok naar zijn broer en ik bracht de daaropvolgende week door in een roes. Als ik wakker werd, leek het leven normaal. Dan hoorde ik de stemmen van mijn kinderen en wilde ik gewoon aan de dag beginnen, tot ik in dezelfde seconde de lege plek naast me zag. Het was echt. Dit was mijn nieuwe werkelijkheid.
 

'Standje zombie'

Na die week slaakte ik een diepe zucht en rechtte mijn schouders: als dit was wat hij wilde, konden we maar beter doorpakken. Die enorme pleister over het huwelijk dat blijkbaar al een halfjaar was gebarsten, er in één ruk af. Ik schreef me in bij woningverhuurbedrijven, schakelde een mediator in en maakte een afspraak met z’n drieën. Jochem was me aan alle kanten ter wille. Ik wilde ook niet veel; alimentatie voor de kinderen en mijn auto houden. De lasten van ons huis waren te hoog om in mijn eentje te dragen. Die van een woning in de vrije sector zouden niet veel lager zijn, maar reparaties aan het huis werden dan in elk geval betaald.

Vind maar eens een woning in deze tijden. Dus woonden mijn dochters en ik nog bijna een jaar gedwongen in ons echtelijk huis. Jochem verruilde de zolder bij zijn broer in de weekenden al snel voor een vakantiehuisje met zijn nieuwe vriendin, die inmiddels in een zelfde soort constructie verkeerde. Om het weekend nam hij de kinderen – in eerste instantie zonder zijn vriendin erbij – en zowel het afwikkelen van de scheiding als de opvoedzaken regelden we in goed overleg. Waar ik me de eerste weken na onze breuk liet verteren door verdriet, ging ik al snel op ‘standje zombie’. Zelfs zijn nieuwe partner kon ik stoïcijns onder ogen komen. Geen gevoel, gewoon handelen. Dat was het beste voor Ymke en Sterre, en de enige manier om zelf niet aan het liefdesverdriet onderdoor te gaan.

En toen kwam het telefoontje. De eengezinswoning waarop ik had gereageerd, de zoveelste dat jaar, was voor mij. Na drie weken klussen verhuisden we.
 

IJsbreker

Het wijntje in de tuin bij de achterbuurman was de eerste keer in weken dat ik zat, realiseerde ik me bij de eerste slok. Mark bleek hij te heten, en hij keek me triomfantelijk aan. Zat-­ie nou te flirten? Maar lachend wees hij op mijn wang waarop een grote veeg witte latex bleek te zitten. Goeie ijsbreker: ik voelde me meteen op mijn gemak bij hem.

Een jaar lang had ik me verre gehouden van mannen die meer van me wilden. Ik had mijn dochters, mijn vertrouwde huis; als ik snel keek, leek niets veranderd. Alleen Jochem was er niet. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht te gaan daten; hoe hard mijn vriendinnen ook riepen dat dat goed voor me was. Die strategie wilde ik voortzetten in mijn nieuwe huis, aan de andere kant van ons dorp. Maar nu zat ik in de tuin van een man die ik niet kende en bij wie ik opeens een rust voelde die ik nog nooit had gevoeld.
 

Lees ook
Dateleed van een single moeder: ‘Seks op de eerste date betekent een mislukking voor altijd’ >

 

Knetteren

Het was vroeg in het voorjaar en het werd koud. Onze dochters leken niet van plan zich iets aan te trekken van dit seintje dat het misschien eens tijd werd om op te stappen. ‘Mogen we hier eten?’ gilden Ymke en Sterre. Mark lachte, en vroeg: ‘Lust jij ook pizza?’

Nee, nee, dit ging ik écht niet doen. Maar het was zo gezellig en voor ik het wist floepte ik eruit: ‘Nou, heerlijk.’ De meiden verdwenen weer naar boven en wij kletsten verder. Hij was al een paar jaar gescheiden, vertelde hij, en had zijn dochters week op, week af. Had geen noemenswaardige relatie gehad na zijn huwelijk. De pizza’s kwamen en terwijl we aan het aanrecht zij aan zij de pizza’s in punten knipten, voelde ik het knetteren tussen ons. Hij ook, zo bleek; we kregen geen hap door onze keel.

De kinderen vertrokken weer naar boven, vastberaden nog een film te kijken. Mark en ik zaten plotseling wel heel dicht bij elkaar op de bank. ‘Jeetje, wie bén jij?’ vroeg hij. ‘Gewoon de nieuwe achterbuurvrouw’, zei ik. We wisten allebei wel beter. Zonder dat we het doorhadden, beleefden we onze eerste date.
 

Vooruit kijken

‘Niet schijten waar je eet’, riepen mijn vriendinnen de volgende dag toen ik ze vertelde over de spannende ontwikkelingen in mijn nieuwe leven. ‘Neem gewoon Tinder’, riep de een. ‘Ga op een datingsite’, opperde een ander. Maar dat wilde ik helemaal niet. Voor het eerst in een jaar dacht ik niet meer aan Jochem. Sterker nog: voor het eerst durfde ik weer vooruit te kijken en had ik weer zin om te daten. Diezelfde dag nog stak er een briefje door de brievenbus: ‘Lieve, leuke Gaby, wil je ook een keer zónder onze kinderen pizza/oesters/kreeft met me eten?’ ‘Ja’, schreef ik met stoepkrijt van onze dochters voor zijn voordeur.

Een week later regelde Mark een oppas in zijn huis voor al onze dochters samen en gingen we officieel op eerste date. In goed overleg zitten Mark en ik nu, vier maanden later, nog steeds in de datingfase. Geen verbintenissen, geen plannen, en hoewel we bij elkaar naar binnen kijken, zien we elkaar niet dagelijks. De kinderen weten nog van niets. Dit voelt als het begin van iets moois, maar we doen het stapje voor stapje. We hebben nog tijd zat.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2020.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.