kind-mediteren-straffen
Beeld: Getty

Je kleuter heeft een onuitstaanbare bui, doet álles wat niet mag en haalt het bloed onder je nagels vandaan. Wat moet je doen? Leerkrachten van basisschool 'Robert W. Coleman' in de VS zeggen de oplossing te hebben: laat je kind mediteren.

"Kinderen stil laten zitten lijkt onmogelijk, maar ze doen het zonder moeite", zegt de schooldirecteur tegen Psychology-spot.com.

Simpel

Het meditatieproject kwam tot stand in samenwerking met de Holistic Life Foundation: een stichting die al meer dan tien jaar verschillende schoolprogramma's voor kinderen opstelt. Het doel? Leerlingen niet meer op de 'ouderwetse' manier hoeven straffen. De aanpak was simpel: wanneer kinderen slecht gedrag vertoonden, konden ze zich terugtrekken in een apart ingericht lokaal en werden ze begeleid door een ervaringsdeskundige.
 

Schoolprestaties

Al snel bleek het project een groot succes: leerlingen waren na meditatie minder opstandig, konden zichzelf beter beheersen én ze konden zich beter concentreren. Een logisch gevolg, zeggen psychologen van de Universiteit van Chicago. Zij volgden maar liefst 270.034 kinderen van 213 scholen die het meditatieprogramma toepasten en kwamen tot de conclusie dat niet alleen de sociale en emotionele vaardigheden, maar ook de schoonprestaties duidelijk verbeterden.
 

Oefeningen

Of de aanpak voor ieder kind succesvol is, durven wij niet te zeggen. Maar mocht je het willen proberen, dan hebben wij een paar meditatie-oefeningen voor je op een rij gezet:

1. De astronaut
Geef je kind een vrucht, sluit de ogen en doe alsof jullie een bezoekje brengen aan een andere planeet. Laat je kind goed aan de vrucht voelen, ruiken of misschien wel proeven en vraag tot in de details wat hij of zij ervaart. Het doel van deze oefening is het beter kunnen concentreren door het gebruik van al je zintuigen.

2. Het weerbericht
Ga samen zitten, sluit je ogen en vraag aan je kind wat voor weer het nu binnen is. Leg uit dat wanneer hij of zij zich fijn voelt, de zon schijnt. Is je kind bezorgd om iets, dan kan het bewolkt zijn. Belangrijk is om zo gedetailleerd mogelijk te zijn. Vertel dan dat het helemaal niet uitmaakt dat je je een keer rot voelt, want je stemming verandert, net zoals het weer. Op deze manier maak je je kind bewuster van zijn of haar emoties.

3. De kikker
Begin de oefening door samen een kikker na te doen. Vervolgens staan jullie stil en vraag je je kind als een kikker te ademen. (Langzaam inademen door de neus met een dikke buik, langzaam uitademen door de mond, zodat de dikke buik 'leegloopt'.) Hierdoor leert je kind zich te richten op de ademhaling, waardoor hij of zij rustiger wordt.

Mariette Middelbeek uitspraken
Beeld: Getty

Mariette zei ooit best coherente dingen, maar sinds ze kinderen heeft, is dat wel voorbij. 16 dingen waarvan je niet dacht dat je ze ooit zou zeggen.

Ooit, in een prekindertijdperk, was ik best normaal, vond ik zelf. Niet dat alles wat ik zei nou meteen relevant was voor – ik noem maar wat – de wereldvrede, maar er was nog wel enige logica in te ontdekken. Nu niet meer. Nu heb ik twee kinderen en zeg ik zonder knipperen heel vreemde dingen. ‘Lieverd, een soepstengel is geen kikker’, probeerde ik Casper dit weekend bijvoorbeeld uit te leggen.
 

Misverstand

Het bleek hier te gaan om een hardnekkig misverstand, want ik moest deze zin een keer of twintig herhalen, voordat hij eindelijk begon door te krijgen dat er toch wel degelijk verschil zit tussen die twee. Tegen die tijd dachten de buren – we waren in de tuin – waarschijnlijk dat ik iets te diep in het roséglas had gekeken dan wel rijp was voor het gesticht. Ikzelf kijk al niet eens meer op van dit soort uitspraken, ik kraam tegenwoordig nogal veel dingen uit waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze ooit zou zeggen. Zoals dit: 

  1.  ‘Nou dag bruggetje, lekker slapen!’ (En dan zwaai ik er ook nog bij. Gewoon op straat.) 
     
  2. ‘Waarom heb je eigenlijk een slipper in je mond?’ 
     
  3. ‘Wil je geen politieauto tegen de muur smijten, alsjeblieft?’ 
     
  4. ‘Kom, pak je bouwhelm, dan gaan we naar de supermarkt.’ (Casper verlaat het huis liever niet zonder zijn blauwe Gamma-helm.) 
     
  5. ‘Je mag best een onderbroek op je hoofd, maar liever niet op straat.’ 
     
  6. ‘Niet slaan met een vliegtuig! En ook niet met een trekker!’ 
     
  7. ‘Wat had ik gezegd over eten uit de vuilnisbak?!’ 
     
  8. ‘Kijk, hier is je mokaat!’ (Nee, ik zou geen peutertaal gaan praten tegen mijn kind. Ik niet. Ook niet als ik mokaat heel schattig zou vinden en ik het niet over mijn hart kon verkrijgen hem uit te leggen dat zo’n ding eigenlijk tomaat heet.) 
     
  9. ‘De iPad is moe. Leg de iPad maar onder een deken.’ 
     
  10. ‘Heb jij de boer gezien die hoort bij dat dansende varken met dat rokje aan?’ (En dan weet mijn man dus ook gewoon wat ik bedoel.) 
     
  11. ‘Je kunt een lantaarnpaal niet opeten.’ 
     
  12. ‘Kom, dan gaan we tandenpoetsen met de aap.’ (Niet dat het helpt: zelfs de supersonische apen-tandenborstel voorkomt niet het geschreeuw dat doet vermoeden dat ik Caspers tanden poets met een kettingzaag.) 
     
  13. ‘Wil je niet aan het oor van de hond likken, alsjeblieft?’ 
     
  14. ‘Waarom ligt de afstandsbediening in de wc?’ 
     
  15. ‘Als je nu ophoudt met gillen, krijg je een kindersurprise-ei.’  (Ik nam me ooit voor ongevoelig te worden voor peutergezeur en -gegil. Het is mislukt.) 
     
  16. ‘Ik snap wel dat je boos bent, maar ik probeerde alleen maar je leven te redden.’

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vertelt niet gepest
Beeld: Unsplash

Veel ouders denken 'het wel aan hun kind te merken' of gaan ervan uit dat hun kind het zelf wel vertelt als hij gepest wordt. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat kinderen niet alleen vaker gepest worden dan gedacht, maar het ook vaak aan niemand vertellen.

De nieuwe cijfers die RTL Nieuws publiceerde zijn schokkend: Dertig procent van alle kinderen wordt weleens gepest. Eén op de 14 kinderen is zelfs meerdere keren het slachtoffer van pestgedrag. Van alle gepeste kinderen geeft 1 op de 3 aan nooit aan iemand - niet thuis, niet aan een docent en niet aan een vriendje - te hebben verteld dat ze worden gepest. Dat blijkt uit onderzoek van vijf universiteiten en het Trimbos Instituut.

 

Verborgen houden

Hoofdonderzoeker Bram Orobio de Castro vertelt aan RTL Nieuws geschrokken te zijn van het hoge percentage kinderen dat het pesten voor alles en iedereen verzwijgt. 'We dachten dat het aantal kinderen dat gepest wordt in de praktijk wat groter zou zijn, maar dat het op deze schaal was, daar waren we van onder de indruk.' Volgens de onderzoeker houden kinderen het pesten verborgen omdat ze vrezen voor de gevolgen: 'Ze zijn vaak bang dat volwassenen niet goed met die informatie omgaan. Dat ze het aan iedereen vertellen. Of dat je de reputatie van huilebalk krijgt, omdat je bij volwassenen geklaagd hebt.' Daarnaast speelt schaamte een rol: veel kinderen denken ten onrechte dat het hun eigen schuld is dat ze worden gepest.

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Column Anke: Pesten >

 

In vertrouwen

Sinds 2015 zijn scholen wettelijk verplicht om ieder jaar te monitoren of de leerlingen zich veilig voelen op school. Het tegengaan van pesten valt ook onder deze plicht. In hun onderzoek vroegen de onderzoekers kinderen zelf naar pesten en gepest worden. 79 procent van de gepeste kinderen zei dat het pesten al meerdere schooljaren duurde. 'Dat geeft aan dat de kinderen zelf bevragen essentieel is om pestgedrag op scholen in kaart te brengen,' aldus hoogleraar Orobio de Castro. Volgens hem moeten docenten in gesprek met leerlingen om erachter te komen wat er echt onderling speelt: 'Als je het niet aan de kinderen die gepest worden in vertrouwen vraagt of ze gepest worden, dan kun je er dus heel ver naast zitten.'

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >