zoon is pestkop
Beeld: Pexels

Anneke heeft een tienjarige zoon die andere kinderen pest, mishandelt en bedreigt. ''Mijn man wilde het heel lang niet zien, hij werd woedend als de juf ons op het matje riep.''

“Mijn zoon Klaas is tien jaar oud en een nare pestkop. Het heeft lang geduurd voor ik dit hardop kon zeggen. Ik geef dit interview in de hoop dat andere ouders in dezelfde situatie zich minder geïsoleerd voelen.

Als je kind gepest wordt, heeft iedereen begrip voor je. Maar als je kind dader is, word je zelf ook gezien als dader. Zeker als je het niet erkent. Zoals wij lang hebben gedaan. We hebben iedereen de schuld gegeven behalve Klaas. Daarmee hielpen we hem niet. Als je kind pest, kun je maar een ding doen: openstaan voor klachten over zijn gedrag. Hoe minder inlevingsvermogen hij toont bij anderen, hoe meer jij het moet hebben. Van daaruit kun je hulp gaan zoeken.
 

Diep verontwaardigd

Ik weet dat Klaas niet slecht is. Hij slaat om zich heen uit onzekerheid, omdat hij bang is er niet bij te horen. De aanval is de beste verdediging. Eigenlijk is hij heel kwetsbaar, maar ik begrijp heel goed dat andere ouders niet bereid zijn dat te zien. Ouders wier kind hij te grazen heeft genomen vinden hem een rotjoch. Zij beoordelen hem op wat hij doet, niet om wat daarachter zit. Ik zou hetzelfde doen in hun plaats. Dat inzicht heeft me geholpen. Toen Klaas op de peuterspeelzaal werd weggestuurd wegens agressief gedrag waren Michiel en ik nog diep verontwaardigd. Wij zagen alleen een eenkennige zoon, die zich als een liaan om me heen slingerde als ik hem achterliet.
 

'Hij werd nergens meer voor uitgenodigd'

Dat deden andere kinderen ook bij hun ouders. Alleen, die gingen uiteindelijk braaf spelen. Klaas werd boos, en die boosheid vierde hij bot op andere kinderen. Hij was sterk voor zijn leeftijd – zijn klappen kwamen hard aan. Toen hij een ander jongetje beet, rustten de ouders van dat jongetje niet voor Klaas weg werd gestuurd uit het klasje. Mijn man en ik waren daarover diep verontwaardigd, maar op de basisschool maakte mijn verontwaardiging plaats voor bezorgdheid.

Vanaf het begin klaagden de juffen over Klaas’ ruwe gedrag. Hij duwde andere kinderen van de speeltoestellen. Toen zijn buurjongetje jarig was en in het middelpunt stond, pakte hij de traktaties van andere kinderen af. Waarop hij niet werd uitgenodigd op het partijtje. Dat vond hij vreselijk. We hadden dit soort dingen nooit meegemaakt met Klaas’ oudere zusjes; die zijn juist populair en geliefd. Ik dacht dat Klaas anders was doordat hij een jongetje was – stoer, sterk, macho zoals zijn vader.
 

Alfamannetje

Mijn man Michiel is een soort Jerommeke. Hij gaat graag naar de sportschool en is enorm zelfverzekerd. Bij onze eerste ontmoeting zei hij dat hij een bedrijf ging opstarten, en dat hij pas tevreden zou zijn als hij veertig man in dienst had. Dat is hem gelukt. In mijn ogen kon hij alles, wist hij alles, ik keek huizenhoog tegen hem op. Dat heb ik te veel op de kinderen over gebracht. Zij kregen het gevoel dat Michiel de baas was. Als ze vervelend waren, zei ik: ‘Wacht maar tot papa thuis is.’ Met name Klaas zag Michiel als god zelf. Misschien is hij daarom het alfamannetje gaan uithangen op school.
 

Oogkleppen

Maar daarmee geef ik Michiel de schuld. En dat is te makkelijk. Michiel is nooit een pestkop geweest. Bij zijn bedrijf moet hij soms autoritair moet optreden, mensen ontslaan. Maar dat doet hij niet voor zijn plezier. Wel accepteert hij moeilijk andermans gezag. Hij kon het al die jaren niet uitstaan dat de juffen het laatste woord hadden over zijn zoon.

Wat hem betrof waren ze te soft, hij vond dat ze jongens meisjesnormen op legde. Als er meer mannen in het onderwijs zaten was er niets aan de hand, volgens hem. Met verwijzing naar Louis Tavecchio, een Amsterdamse hoogleraar die stelt dat de oververtegenwoordiging van vrouwelijke leerkrachten op de basisschool jongens tekortdoet. God, wat was ik blij met Tavecchio. Ik klampte me aan hem vast. Daardoor heeft het langer geduurd voor ik inzag dat Klaas te ver ging.
 

Typische jongensgrap

In groep drie koos Klaas een zielig meisje uit als mikpunt. Een verlegen kind met leerproblemen. Bij handenarbeid plakte hij een briefje op haar rug met de woorden: ’Ik ben dom.’ De juf kon hem meteen in zijn kraag grijpen omdat hij het in zijn eigen hanenpootjes had gedaan. Dat vond ik nog wel schattig. Toch dacht ik ook: huh? Mijn zoon? Michiel vond Klaas’ foute actie typisch een harde jongensgrap. Niet aardig maar ook geen ramp. Hij vond het overdreven dat we daarvoor op het matje werden geroepen en zette de juffen en mij weg als overbezorgde watjes. Dat ontging Klaas niet. Er kwam een moment dat hij uitsluitend nog naar Michiel luisterde. Ik had geen vat meer op hem.
 

Meelopers

Sinds mensenheugenis ben ik computer- en luizenmoeder en overblijfjuf. Ik sta graag te kletsen op het schoolplein, dus ik ken iedereen. Dat leverde me goodwill op; ik denk dat Klaas anders eerder van school was gestuurd. Op een dag zag ik een huilend jongetje in paniek over de speelplaats rennen toen ik Klaas ophaalde. Als een schichtig diertje in het nauw. Hij wilde naar huis, maar dat kon niet omdat Klaas telkens als hij naar buiten wilde het hek dicht deed. Een paar meelopers stonden hard te lachen. Die meelopers gaven Klaas benzine. Van hun ouders begrijp ik nu dat ze dat deden omdat ze bang voor hem waren. Wie niet voor Klaas was, was tegen hem, en als hij boos werd was hij een soort duivel.
 

Bedreigd

Een verdrietige moeder van een nieuweling in de klas sprak me aan. Ze beweerde dat Klaas er de oorzaak van was dat haar kind niet naar een partijtje mocht. Hij zou tegen de jarige hebben gezegd: ‘Als jij hem uitnodigt, sla ik je in elkaar.’ Ik vond het vreselijk. Klaas was nota bene zelf zo overstuur geweest toen hij niet welkom was bij partijtjes.
 

Lees ook
COLUMN ANKE: Pesten >

 

'Ik aanbad mijn man niet meer'

De verhoudingen bij ons thuis sijpelden door naar de buitenwereld via onze dochters en hun vriendinnetjes. Michiel kwam bekend te staan als een boeman die Klaas de hand boven het hoofd hield en mij onderdrukte. Intussen beet ik steeds meer van me af. Ik begon Michiels trots als zwaktebod te zien. De tijd dat ik hem aanbad was voorbij, dat voelde hij. Hij kon het niet hebben, sloeg terug door extra te ‘bonden’ met Klaas. Het had zijn weerslag op ons huwelijk. Dat heeft echt langs de rand van de afgrond gescheerd.
 

Gevangenis

In groep zeven werden Michiel en ik op school ontboden wegens verdenkingen dat Klaas met zijn vriendjes een nieuw jongetje geld had afgetroggeld. Klaas ontkende, Michiel geloofde hem. Ik niet, ik had hem meerdere malen betrapt op liegen. En hij had het vaker voorzien op nieuwe kinderen. Misschien omdat hij bang was dat ze populairder werden dan hij. Ik droomde vaak dat ik Klaas in de gevangenis bezocht. Ik was doodsbang dat hij naar een school voor moeilijk opvoedbare kinderen zou worden gestuurd die bekendstond als vergaarbak van criminelen in de dop.
 

'Hij moest van school'

Driekwartjaar geleden heb ik in een paniekaanval een vreselijke scène geschopt, waarbij ik Klaas die arrogant deed, uitschold voor rotkind en loser. Ik ging veel te ver. Michiel was woedend op me. Terecht. Ik zag in Klaas’ ogen dat ik hem geraakt had, dat vond ik naar. En het pakte averechts uit, hij kwam juist op ramkoers te liggen.

Toen een argeloze invaljuf hem de beurt gaf om een som uit te rekenen op het bord, schreef hij ‘Juffie is een gekkie’. De juf stuurde hem de klas uit, maar hij ging niet, ze moest hem uiteindelijk naar buiten trekken. Op de speelplaats lichtte hij een jongen pootje die langs hem heen rende. De jongen verstuikte zijn enkel. De ouders tekenden protest aan bij de school. De directie deelde ons mee dat de school geen verantwoordelijkheid meer wilde dragen voor Klaas, en dat hij weg moest.
 

Voorwaardelijke straf

Toen schrok Michiel zich opeens te pletter. Hij zag van het ene op het andere moment in dat hij oogkleppen op had gehad. In zijn verslagenheid reageerde hij fantastisch. Hij bood me zijn excuses aan, zei dat hij zou veranderen en dat hij hoopte dat ik dat accepteerde. Dat was zo’n opluchting. Mijn liefde voor hem was meteen weer terug. Voor het eerst waren we weer eensgezind, we gingen het probleem samen tackelen. Als Michiel eenmaal achter je staat, heb je een goeie aan hem.

Hij belde de ouders van het jongetje met de verstuikte enkel, en ging door het stof. Hij nam de schuld op zich en vroeg of ze ons nog een kans wilden geven. We zouden Klaas laten onderzoeken en intensief in therapie doen. Die ouders gingen akkoord. Het hielp dat het zusje van het jongetje een vriendin was van onze dochter. Ze pleitten voor Klaas bij de directrice, die haar vonnis omzette in een voorwaardelijke straf. Ik zal ze altijd dankbaar blijven.
 

Therapie

Klaas is het afgelopen half jaar een ander jongetje geworden. Deels omdat hij ontzettend geschrokken is, want hij wil niet weg van school. Deels omdat hij voelt dat Michiel en ik nu een team zijn en dat we ons niet meer laten manipuleren. En deels omdat hij in een steengoeie therapie zit: de Rots en Water Training.

Zijn therapeuten leren ons dat er drie redenen kunnen zijn voor pestgedrag. Uit onzekerheid, dus om te voorkomen dat anderen de eerste klap geven; uit gebrek aan inlevingsvermogen, omdat ze geen idee hebben wat ze een ander aandoen; of omdat ze een gevoel van verbondenheid met anderen missen. Bij Klaas is het waarschijnlijk een combinatie.

Hij worstelt met verwarrende gevoelens, waardoor hij boos wordt. Die boosheid mag hij voelen, maar hij mag er niet naar handelen door andere kinderen pijn te doen of dwars te zitten. Het gaat er niet om hoe je je voelt, maar hoe je doet. Ze brengen Klaas inlevingsvermogen bij via rollenspelen. Hij is om de beurt de pester en de gepeste. En hij moet goed antwoord geven op de vraag hoe hij het zou vinden als een ander zo tegen hem zou doen.
 

'Hij heeft meer respect'

Intussen mogen we hem nooit meer mogen laten wegkomen met verkeerd gedrag, nooit meer een voorval met de mantel der liefde bedekken. Het werkt. Wij durven heel voorzichtig te genieten van een nieuwe Klaas. Een bijkomend voordeel is dat ik voorzichtig durf te genieten van de nieuwe Michiel. Onze relatie is gelijkwaardiger geworden. Ik kijk niet meer tegen hem op, hij heeft meer respect voor mij. We zijn nu vrienden.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

dol op kinderen alleen mezelf
Beeld: Pixabay

Joan zegt het maar ronduit: ze houdt niet van andermans kinderen. Beter gezegd: niet van onopgevoede kinderen die wel twaalf speelgoedbakken kunnen omkieperen maar nog niet één legoblokje zullen opruimen

De rosé-appgroep volstorten met bevallingsfoto’s. Een echo als Facebookprofiel. 123 nieuw toegevoegde foto’s aan het album Sprookjeswonderland. Duizend kiekjes van kleine Nina of Sem die bedelen om likes. Voor mij hoeft het niet, al die tentoongespreide kinderen op social media. Ik kan er niks mee. Een baby is een baby, een kind is een kind. Of het nu veel of weinig haar heeft, bolle wangen of schattige dreads.

Een enkele keer laat ik me verleiden tot een duimpje of hartje omdat ik anders zo harteloos overkom. Hetzelfde geldt voor verhalen over schattige baby’s, dreumesen en peuters. Ik mis de clou (die er vaak ook niet is), ik haak af bij opboksverhalen over wanneer een kind kon lopen, zindelijk was, zijn veters strikte of alle tafels kende.
 

Gelukkig van nageslacht

Blijkbaar denkt mijn omgeving dat ik vanwege mijn achtergrond net zo gelukkig word van hun nageslacht als zijzelf. Zwanger worden ging bij mij niet vanzelf. Dat is nogal een understatement, als je bedenkt dat het me tien jaar kostte om mijn zoon te krijgen. Toen ik vlak voor mijn dertigste de pil door de wc spoelde, rekende ik erop de volgende maand al positief te testen. Ik was altijd doodsbang geweest een keer een pil te vergeten en prompt zwanger te raken. Dus die keer dat ik het opzettelijk deed, verwachtte ik dat mijn lijf meteen de boodschap zou oppakken. Niet dus. Pillen, spuiten, reageerbuisjes – ik kwam terecht in de hele medische mallemolen.

Om een lang verhaal kort te maken en ook nog eens zegevierend af te sluiten: op de valreep, een maand voor mijn veertigste verjaardag, werd ik toch nog moeder. Ik kreeg een heerlijk kind waarover alle clichés waar zijn. Twee dagen na zijn geboorte keek ik in de wieg en dacht: als er ooit iets met jou gebeurt, hoeft het leven voor mij niet meer. Een gevoel dat daarvoor niemand bij me had opgeroepen en dat ik nu tot in mijn tenen voelde.
 

Stapelgek op kinderen? Mis.

Met zo’n succesverhaal verwacht de buitenwereld dat je stapelgek bent op kinderen. Als je zo veel moeite doet voor een baby, ben je blijkbaar een moederkloek, kindervriend en babyfluisteraar ineen. Mis. Het tegenovergestelde is waar. Als ik één ding heb ontwikkeld in mijn kinderloze jaren, dan is het een hekel aan andermans spruiten. Beter gezegd: het onopgevoede kind. Of nog beter: aan hun ouders die niet-opgevoede producten afleveren.

Ik vind het vervelend als ik tien uur lang in mijn rug word getrapt door een jongetje in de vliegtuigstoel achter me. Als er kinderen tikkertje spelen in een restaurant. Als nichtjes en neefjes op een verjaardag met twee ongewassen handjes in de bak met chips/ cashewnoten/ komkommers duiken en de tafel leegsnaaien. Laat ik het vriendelijk formuleren: dan ben ik niet zo goed in het onderdrukken van mijn ergernis.
 

Basisbeleefdheidsregels

Natuurlijk zou ik het allemaal anders doen als ik zelf kinderen had. En natuurlijk slaag ik daar niet altijd in, want ook mijn zoon is geen modelkind en weleens moe, hangerig en chagrijnig. Ook heeft hij eigenschappen waaraan een ander zich misschien stoort, maar die ik toevallig goed kan verdragen (zoals bloedfanatiek sporten en elk spelletje willen winnen). Maar de basisbeleefdheidsregels zitten er bij hem wel ingebrand.

Mijn credo is ‘mijn kind mag geen overlast bezorgen aan anderen’. Callum is pas zeven en ik kan hem rustig meenemen naar een restaurant, verjaardag, bruiloft of begrafenis. En voor trans-Atlantische vliegreizen draait hij zijn hand niet om. Dankzij goeie voorbereiding, afleiding, hapjes en vertier in de handbagage zit hij de lange vlucht uit, zonder noemenswaardig contact met medepassagiers. Na afloop van een playdate helpt hij met opruimen en geeft hij de ouder van het vriendje een handje en bedankt voor het spelen. Daar sta ik op.
 

Irritatie

Zelf vind ik het daarom lastig als kinderen hier een hele middag spelen en bij het afscheid nog geen doei uit hun snavels krijgen. Kids die wel twaalf speelgoedbakken feilloos weten om te kieperen, maar nog geen legoblokje willen terugleggen. Meestal zwaai ik moeder en kind overdreven lang na, in de hoop dat er iemand nog enige fatsoensregels herinnert. Om vervolgens met Callum aan het puinruimen te slaan en hem er nogmaals op te wijzen dat ik dit gedrag nooit zou accepteren.

Als ik een feestje geef en een vriendje van Callum na één hap frikadel met volle mond roept dat hij nog een tweede wil, mis ik het gen om dat weg te lachen en te denken: wat fijn dat het jochie zo geniet van de snack. In plaats daarvan irriteert het me mateloos en denk ik vals: jij krijgt als enige helemaal niets meer. Geen mooie karaktereigenschap, niet iets waar ik trots op ben, maar het is wel zo.
 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

'Als het om kinderen gaat, is niks haar te veel'

Ik kijk dan ook vol bewondering naar vrouwen die instant van andermans kinderen houden. Die lieve moeder die elke ochtend in de klas stralend mijn kind begroet, hem bij zijn voornaam noemt en complimenteert met zijn nieuwe poloshirt/ Beyblade/ lunchbox terwijl ik niet eens weet hoe haar kind heet. De moeder die op het klassenuitje soepel zes stuiterende kids in bedwang houdt, terwijl ik er nog geen drie bij elkaar weet te houden – waaronder mijn eigen zoon die ineens een stuk minder goed luistert dan thuis. Mijn buurvrouw waar dagelijks hele schares buurtkinderen zich verzamelen en die een schijnbaar bodemloze vriezer vol ijsjes heeft. Jaloers kijk ik naar haar energie, geduld en warme inborst. Ze is 78, maar als het om kinderen gaat, is niks haar te veel.

En dan is er mijn vriendin Hettina, die ik de oermoeder noem. Zij houdt van elk kind dat ze in haar handen krijgt gedrukt (of gewoon uit andermans box of kinderwagen grist). Ze krijgt het verdrietigste kleintje nog aan het lachen. Elke baby valt op haar schoot meteen in slaap. Ook bladert ze verrukt door babyalbums en roept bij elke foto oh en ah. Toen mijn zoon net was geboren, kwam ze drie avonden bij me logeren om me door de eerste nachten te helpen. Vrijwillig.
 

Niks met baby's

Zelf heb ik dus helemaal niks met baby’s. Maar echt. Zal wel een teveel aan mannelijke hormonen zijn. Ik ben namelijk stapel op voetbal en Formule 1 en net als de meeste mannen vind ik kinderen pas lollig vanaf pakweg anderhalf jaar. Als ze kunnen lopen en een beetje praten. Eerder kan ik er gewoon niks mee en vind ik het een opgave ze op schoot te nemen of de fles te geven.

Voordat ik moeder was, kon ik nog wegkomen met een dom grapje: ‘Nee joh, straks laat ik het vallen of breekt er een armpje af, haha.’ Maar sinds ik zelf heb gebaard vertrouwen moeders mij trouwhartig hun larfjes toe. Ik kom niet meer weg met een smoes, ik krijg ze automatisch toegestopt. Overigens snappen die baby’s dat ik er niet veel mee kan, want ze zetten het bij mij onmiddellijk op een brullen.
 

Gave

Er zijn heus wel kinderen die ik kan verdragen en leuk vind. Kinderen die van hun ouders redelijk ouderwetse gedragsregels hebben geleerd of die van zichzelf erg grappig, voorkomend en innemend zijn. Maar dat zijn niet per se Callums beste vrienden. Helaas heeft hij de gave maten te kiezen die snel op mijn irritatielevel zitten.

Callum mag natuurlijk zijn eigen vriendschappen sluiten, zelfs met jongens en meiden die zijn moeder niet pruimt. Maar dat betekent niet dat ik hem niet een beetje kan sturen. Zo zijn er twee buurjongens die elke zin met een scheldwoord larderen. Ik heb ze al twee keer boos van de trampoline gestuurd omdat ze het leuk vonden non-stop ‘je bent een vieze homo’ te zingen.
 

'Dol op hun moeder, niet op die van een ander'

De eerste keer heb ik keurig uitgelegd dat artikel 1: gij zult niet discrimineren ook en vooral in mijn tuin gold. Maar toen ik niet lang daarna weer ‘homo, flikker en mietje’ uit hun monden hoorde, stormde ik naar buiten om met íets meer volume en agressie te zeggen dat een volgende keer dat ik zo’n uitspraak hoor, ze nooit meer een voet in de tuin mogen zetten. Daarmee won ik niet de wedstrijd van ‘coolste moeder’. De broertjes kijken me sindsdien doodsbang aan en vermoeden dat ik ze de volgende keer in mijn kelder verstop. Ach, voor hen zal ook gelden: dol op hun moeder, niet op die van een ander.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet vertellen over kinderen opvoeden
Beeld: Unsplash

Wat zijn de belangrijkste dingen die jij nooit hebt gehoord over het krijgen van kinderen, maar je wel graag had willen weten? Buzzfeed heeft een aantal van de beste antwoorden.

1. Volwassenen zijn grote kinderen

via GIPHY

"Volwassenen zijn grote kinderen. We hebben dezelfde basiseisen en vaak ook dezelfde problemen. Als we niet genoeg eten, slaap of gezonde relaties hebben worden we moe, geïrriteerd en boos. Dat kan gaan van een licht humeur tot een woedestorm compleet met schreeuwen, vechten of zelfs fysiek geweld." — Brian Knapp

 

2. Veel, heel veel saaie taken

via GIPHY

"Veters strikken, het verdomde 'Little Green Frog'-liedje 50 keer zingen, in je hoofd bijhouden wat je kind heeft gegeten om te bepalen of de volgende maaltijd rijk aan proteïne of vetten of vezels moet zijn en elke keer glimlachen als je kind de kamer inloopt, zelfs als je een moord zou plegen om vijf minuten alleen te zijn. Jup, deze mensen verdienen een onderscheiding voor doorzettingsvermogen." — Imogen Moore

 

3. Een kleuter is net een slordige huisgenoot

via GIPHY

"Het ene moment geniet je van elkaars gezelschap, kaarten, grappige kattenvideo's kijken op YouTube, gewoon een beetje hangen — dan ga je naar de badkamer om tandpasta over de hele wastafel en handdoek te vinden. Dan sta je in de deuropening, schreeuwend: 'Er zit tandpasta overal! Ruim eens op nadat je je tanden hebt gepoetst!' Je nieuwe huisgenoot komt grinnikend de hal in. 'Sorry, ik liet mijn tandenborstel vallen nadat ik er tandpasta op had gedaan en toen ben ik het vergeten.' Je lacht, maar de volgende dag gebeurt weer hetzelfde." — Tamara Troup

 

4. Terwijl je kind opgroeit ga je de persoon missen die hij/zij was

via GIPHY

"Waar is die driejarige die op schoot kroop om boeken te lezen en de oprit versierde met kunstwerken van krijt? Waar is die tienjarige die in volledige stilte elke nacht uren zat te tekenen? Waar is die grappige veertienjarige die hilarische verhalen vertelde over zijn dag, elke dag? Ze zijn weg, voor altijd." — Jessica Margolin

 

5. Kinderen leren jou net zoveel

via GIPHY

"Je hebt niet alleen kinderen — kinderen hebben jou. Ze hebben je in de palm van hun kleine handjes, om te kneden en je net zoveel te leren als andersom. Zij zijn niet de enige die aan het groeien zijn." — Jeff Darcy


Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >


 

6. Het is heel moeilijk om te slapen 'als de baby slaapt'

via GIPHY

"Mijn dochter viel een keer in slaap terwijl ik haar aan het voeden was. Het was 2 uur 's middags en ik dacht dat ze maar vijf minuten zou slapen, dus ik ben opgestaan en heb haar daar laten liggen. Drie uur later was ze nog diep aan het slapen en waren mijn man en ik beiden uitgeput, omdat we zelf niet bij het bed konden zonder haar wakker te maken. We wisten niet of we nou moesten huilen of lachen. Ik denk dat we het allebei hebben gedaan." — Shiri Dori-Hacohen

 

7. Alles zelf uitvogelen

via GIPHY

"Je zal allerlei soorten advies tegenkomen, goed of fout, over alles dat te maken heeft met jouw kinderen. Maar toch moet je het allemaal zelf uitvogelen - ondanks dat mensen kinderen hebben grootgebracht sinds het menselijk ras is geëvolueerd." — Scott Stirling

 

8. Je kan nooit genoeg geduld hebben

via GIPHY

"Ik dacht altijd dat ik meer geduld had dan andere familieleden en dat dit een voordeel zou zijn bij het opvoeden van een kind. Het is nuttig, maar het is alsnog niet genoeg." — Roy Ronalds

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >