De juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Louki (42) geeft les aan groep acht.

Dinsdagochtend. Ik sta met zeventig gillende kinderen uit groep acht op het schoolplein. En met tien nerveuze hulpouders. We gaan naar het Rijksmuseum. Onder mijn leiding. Ik heb het programma tot in de puntjes voorbereid. De hulpouders krijgen elk zeven kinderen onder hun hoede, die ze heelhuids moeten terugbrengen. Hun belangrijkste opdracht is ze de hele dag te tellen.
 

More content below the advertising

Indeling

Ik heb de groepjes zorgvuldig ingedeeld. Er zitten zo weinig mogelijk raddraaiers bij elkaar. In groepjes waar ze desalniettemin oververtegenwoordigd zijn (ik heb nogal veel raddraaiers) heb ik ouders ingezet met extra harde stemmen.

Verder heb ik rekening gehouden met ieders fietskwaliteiten. We fietsen namelijk met zijn 81-en naar het station, drie kilometer verderop. Om het tempo gelijkmatig te houden heb ik de sterkste kinderen over de groepjes verdeeld. Zodat ze de zwakkeren kunnen steunen. Ik heb de NS verwittigd dat er vanochtend een lawine kinderen aankwam. Ze hebben een extra compartiment ingezet. Mij hoor je nooit meer klagen over de NS.
 

Tellen

“Ouders, tellen!” roep ik bij het instappen. Op Amsterdam Centraal roep ik het weer. En nog een keer als we naar de tram lopen. De vaak zo sikkeneurige trambestuurders glimlachen om de kudde uitgelaten dwergen. Ik ben nu ook fan van het ov.

Eenmaal in het Rijks halen de hulpouders opgelucht adem omdat de verkeersgevaren zijn weggevallen. Ze zien er afgepeigerd uit. De verantwoordelijkheid voor zeven kinderen is best zwaar. Dat weet ik, omdat ik dagelijks de verantwoordelijkheid heb voor dertig kinderen. Ik lach in mijn vuistje. Watjes, denk ik.

We lopen linea recta naar De nachtwacht. Dan hebben we die maar gezien. Net als de rest van de westerse wereld. Daarna gaan we door naar de afdeling Tachtigjarige Oorlog, waarover ik vele geschiedenislessen heb gegeven. Ik wijs de spannendste schilderijen aan, en echte kanonnen en geweren uit die tijd.
 

Lees ook
'Beste overheid, ik vind dat alle meesters en juffen meer geld moeten krijgen' >

 

Slagveld

Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de hulpouders lakser worden. Ze kletsen met elkaar. Sommigen kijken op hun mobiel. De kinderen voelen het. Ze breken los. Als een kudde wilde veulens rennen ze door de zalen. Ze doen verstoppertje. Er gaat er een op een kanon zitten. Ik betrap twee kinderen bij de draaideur naar buiten.

Als een generaal overzie ik het slagveld. Ik commandeer mijn manschappen hun eigen groepje te vangen en naar de centrale hal te dirigeren waar we gaan lunchen op de trappen. Er ontspint zich een ware jacht met de hulpouders als jagers en de kinderen als prooi. Uiteindelijk zit iedereen braaf met zijn lunchtrommeltje op schoot.
 

Respect

Maar nu moeten we nog naar huis. Tegen de tijd dat de hekken van de school weer in zicht zijn, zien de hulpouders grauw van vermoeidheid. “Ik had geen idee hoe zwaar jouw werk is”, zegt een hulpvader. “Respect.” Hij geeft me een high five. Overmorgen ga ik dezelfde klus klaren met groep zeven. Ik neem me voor de hulpouders een extra streng mailtje te sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >