Kek Mama-columnist Ionica Smeets checkt elke maand opvoedfabels en -feiten. Zodat jij dat niet meer hoeft te doen. Deze maand: vervelen.

 

Als kind verveelde ik me stierlijk in de zomervakantie. Ik was enig kind en woonde in een wijk zonder vriendjes om mee te spelen. Ik mocht overdag geen televisiekijken en internet of iPads waren er niet. Uiteindelijk leerde ik mezelf te vermaken, iets waar ik overigens nog steeds veel plezier van heb. De zomervakanties zien er heel anders uit voor mijn zoon. Tex gaat drie dagen per week naar de buitenschoolse opvang, thuis zijn er buurkinderen om mee te spelen, een kinderboerderij om de hoek en op druilerige dagen filmpjes op YouTube. Tex heeft niet eens tijd om zich te vervelen.

De Britse onderzoekster Teresa Belton zou dat maar niks vinden. “Als je kind zegt dat hij zich verveelt, moet je als ouder trots zijn.” Zij gelooft dat verveling zorgt voor creativiteit en dat je kinderhersenen afstompt door ze continu bezig te houden. Hard bewijs heeft Belton niet voor haar theorie. Ze interviewde voornamelijk succesvolle mensen die vertelden hoe ze zich als kind vaak verveelden en hoe ze daardoor allerlei dingen gingen doen. Maar dat zegt weinig: misschien verveelden hun leeftijdsgenoten die in de goot liggen, zich vroeger ook wel. Verveling lijkt me geen garantie voor succes. Sterker nog: dat verveling niet per se goed is, bleek uit een studie naar drugsgebruik onder Britse scholieren. De onderzoekers waren benieuwd waarom kinderen wel of niet voor drugs kozen. Hun vermoeden was dat jongeren er vooral graag bij wilden horen en drugs namen omdat ‘de rest het ook deed’. Tot hun verbazing zeiden de meeste kinderen echter dat ze drugs gebruikten omdat ze zich verveelden en er verder geen reet te doen was.

Ook interessant zijn onderzoeken die kijken wat kinderen doen als ze zich vervelen op school. Leerlingen blijken drie verschillende strategieën te volgen om met verveling om te gaan. Allereerst zijn er de beschouwers: als deze kinderen iets saai vinden, bedenken ze zelf waarom het onderwerp belangrijk is en dwingen zichzelf om toch mee te doen. Daarnaast heb je de critici, die in actie komen als ze zich vervelen: zij vragen hun leraar bijvoorbeeld om een wat uitdagendere taak. Ten slotte zijn er de ontwijkers, die iets anders gaan doen als ze zich vervelen. Zij gaan met een vriend kletsen of stiekem een spelletje doen. Je kunt je voorstellen dat kinderen thuis dezelfde strategieën inzetten als ze zich vervelen. Denken ze na over waarom ze zich vervelen, vragen ze om hulp, of gaan ze iets anders doen? Eén van de strategieën blijkt beter te werken dan de andere twee, want verschillende studies tonen aan dat de beschouwers zich minder vaak vervelen. Ook doen deze kinderen het beter op school en waarschijnlijk grijpen ze minder snel naar drugs uit verveling.

Misschien moet ik Tex deze zomer dus maar eens een paar saaie dagen bezorgen. Niet omdat hij zal opbloeien door het vervelen zelf, maar omdat het belangrijk is hem te leren hoe hij ermee kan omgaan.

Wiskundige Ionica Smeets (35) is wiskundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie. Ze woont samen met Han en moeder van Tex (4) en kersverse baby Rifka. 

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >