Kek Mama-columnist Ionica Smeets checkt elke maand opvoedfabels en -feiten. Zodat jij dat niet meer hoeft te doen. Deze maand: Waarom er meer jongens dan meisjes geboren worden.

Onzin

“Zeg Smeets, weet jij waarom er meer jongens dan meisjes worden geboren?” vroeg een gepensioneerde bioloog me tijdens de lunch. Ik mompelde dat jongens iets meer kans hebben om te overlijden in hun kindertijd en dat die scheve verhouding bij de geboorte zorgt voor een evenwicht op vruchtbare leeftijd. “Onzin”, baste mijn collega. “Jij weet duidelijk niets van biologie. Terwijl het zo simpel is. Jongens komen van een spermacel met een Y-chromosoom, meisjes van sperma met een X-chromosoom. En een Y-chromosoom is lichter dan een X-chromosoom. Daardoor kan jongenssperma net wat sneller zwemmen en worden er dus meer jongens geboren.” Toen ik dit verhaal een paar dagen later opzocht, bleek het helemaal niet te kloppen.

More content below the advertising

 

Er bleek geen verschil in snelheid

De theorie over sneller jongenssperma stamt uit de jaren zestig toen biologen onder de microscoop sperma bestudeerden. Ze zagen zaadcellen met verschillende snelheden en concludeerden dat dit vast iets te maken had met een verschil in die chromosomen. Mijn gepensioneerde collega had deze theorie geleerd in zijn studietijd. Alleen kwamen er daarna nieuwere technieken waarmee spermacellen veel beter te bestuderen waren. En toen bleek er geen verschil tussen de snelheid van spermacellen met een X-chromosoom en een Y-chromosoom. Daar ging deze theorie dus. En toch worden er wel degelijk iets meer jongens dan meisjes geboren: 51 procent jongens en 49 procent meisjes. Hoe komt dit dan wél, als het niet aan sneller sperma ligt? Ik mailde de bioloog die met het verhaal kwam. Hij was verrukt dat het niet waar bleek. Zo zijn wetenschappers, dolblij als je hen wijst op iets dat niet klopt, want dan kunnen ze weer iets nieuws ontdekken.

 

Gloednieuw onderzoek

Een paar dagen later meldde hij zich met een gloednieuw Amerikaans onderzoek dat de verhouding tussen jongens en meisjes tijdens de zwangerschap in kaart bracht. Wat blijkt: bij de bevruchting is de verhouding keurig 50/50. Dat betekent dat het verschil tijdens de zwangerschap moet ontstaan. De Amerikaanse onderzoekers beschrijven het verschil in overlevingskansen van mannelijke en vrouwelijke embryo’s in de verschillende trimesters. Uiteindelijk blijken vrouwelijke embryo’s een net iets grotere kans te hebben om te overlijden in de buik. En daarom worden er meer jongens geboren. Als je zwanger bent van een meisje, raak dan vooral niet in paniek van dit resultaat. De kans dat er iets misgaat is gelukkig klein. Bovendien heeft een dochter op de lange termijn juist betere overlevingskansen: vrouwen leven gemiddeld langer. In Nederland is slechts 46 procent van de 65-plussers man en bij de 90-plussers zijn er nog maar 26 procent mannen over. Al word ik hier dan weer verdrietig van als ik naar mijn vriend en zoon kijk. 

 

Ionica Smeets (36) is wiskundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie. Ze woont samen met Han en is moeder van Tex (5) en Rifka (1).