Ionica Smeets checkt

Ionica Smeets (37) is wiskundige en moeder van Tex (6) en Rifka (2). Elke maand checkt ze de zin en onzin van opvoedfabels en -feiten: hoef jij dat niet meer te doen.

Net voor de zomervakantie stuurde Tex’ meester alle ouders een nieuwsbrief over lezen. We kregen allerlei tips én een link naar een wetenschappelijke publicatie over de ontwikkeling van leesvaardigheden. Minstens één ouder zocht enthousiast de informatie uit de link op: ik natuurlijk. Het bleek een zeer interessante studie. Onderzoekers keken hoe kinderen vooruitgaan met lezen, zowel tijdens het schooljaar als in de zomervakantie.

 

Drie-Minuten-Toets

Ze gebruikten daarvoor de resultaten van de Drie-Minuten-Toets. Hierbij moeten kinderen woorden van kaarten oplezen. De eerste kaart staat vol met korte woorden zoals koe en pen. De tweede kaart heeft iets moeilijkere woorden zoals herfst en schroef. Op de derde kaart staan langere woorden als koningin of papegaaien. De kinderen krijgen een minuut per kaart om zo veel mogelijk woorden voor te lezen. De meeste scholen nemen deze test een paar keer per jaar af. Vraag je kinderen maar eens of ze hem kennen. Tex stak een enthousiast verhaal af over het spel met de kaarten. Hij had gelukkig nog niet door dat het een toets was.

 

'Ons leesonderwijs werkt'

Enfin. Om te kijken hoe kinderen zich ontwikkelen volgden de onderzoekers een hele rits kinderen gedurende groep vier en vijf. Aan het begin van groep vier kwamen kinderen op de Drie-Minuten-Toets gemiddeld tot 58 woorden, aan het eind van groep vijf waren dat er 83. Er gebeurt dus heel wat in anderhalf jaar. De onderzoekers vergeleken de vooruitgang tijdens de schoolperiode en de zomervakantie. Per schoolmaand gingen kinderen zo’n twee woorden vooruit. In zomervakantie was dat met één woord per maand minder. De geruststellende conclusie is dat ons leesonderwijs werkt.

 

Verschillen

Minder fijn is dat het onderzoek liet zien dat verschillen tussen kinderen groter worden in de vakantie. Juist de goede leerlingen lezen meer in hun vrije tijd en gaan daardoor sneller vooruit. In andere landen lijken de slechtere leerlingen juist áchteruit te gaan tijdens vrije periodes. Dit lijkt in Nederland gelukkig niet zo te zijn. Misschien komt dit doordat onze vakanties korter zijn.

 

Praktische tips

Wel duidelijk is dat kinderen die in de zomer helemaal niet lezen inderdaad terugvallen in hun ontwikkeling. Onze school stuurde daarom naast die wetenschappelijke studie ook een reeks praktische tips voor in de vakantie: laat kinderen de menukaart in een restaurant lezen, doe spelletjes met taal, geef ze folders over pretparken en onthoud dat strips en tijdschriften ook prima zijn om te lezen. Het hoeft allemaal niet moeilijk en zwaar te zijn, lezen moet vanzelfsprekend en leuk zijn. Om meer samen te lezen kun je je kinderen bijvoorbeeld ook een bingo-voorleeskaart geven (via google vind je allerlei voorbeelden).

 

'Ouders moeten ook lezen'

Het enige jammere is dat al deze tips natuurlijk alleen gebruikt worden door ouders die zelf ook dingen lezen. Lees daarom deze column vooral eens voor aan een bevriende moeder die weinig leest en geef haar kind gewoon eens een mooi boek.

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2017

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >