jongste kind leuker
Beeld: Pexels

Femke (31) heeft het eindelijk aan haar man bekend. Dat ze haar jongste zoon veel leuker vindt dan de oudste. "Gelukkig had hij er nooit iets van gemerkt."

“Ik vind mijn ene kind leuker dan het andere. Dat heb ik tot voor kort nog nooit tegen iemand gezegd. Toen jullie me benaderden voor dit interview heb ik het voor het eerst bekend aan mijn man. Zelfs mijn moeder, met wie ik verder alles bespreek, weet het niet. Ik vind het nu ook moeilijk het hardop te zeggen, dat merk je.

 

'Mama, ik hou van je'

Onze zoons zijn vlak na elkaar geboren. Ik was zwanger van de tweede toen mijn eerste een baby was; ze zijn vier en vijf jaar. De jongste is heel open, daarin lijkt hij op mij, misschien speelt het bij mijn voorkeur voor hem mee dat ik dat herken. En hij windt iedereen om zijn vinger. Hij is altijd vrolijk, grappig, heeft een fantastische lach. Hij praat met iedereen, heel beleefd ook nog. Als hij een speelplaats op gaat, komt hij vaak terug met handenvol snoepjes die hij van andere ouders heeft gekregen omdat ze hem zo leuk vinden. Hij vraagt weinig aandacht, amuseert zich altijd. Thuis kan hij eindeloos met zijn Duplo spelen. Wat ik misschien het belangrijkste vindt: hij is een enorme knuffelaar. Hij knuffelt de hele dag door, zegt: ‘Mama, ik hou van je’.

 

Mijn oudste kind geeft mij minder liefde

Ik denk dat ik dat het meeste mis bij mijn oudste. Die geeft me minder liefde. Hij houdt wel van me, maar hij toont het niet. Knuffelen doet hij nooit. Als hij me één keer per jaar spontaan kust is het veel. Als ik hem wil zoenen, deinst hij terug, als ik hem een kusje vraag, biedt hij zijn voorhoofd aan. Hij vergt veel negatieve energie. Al vanaf zijn prilste babytijd. Daar kan hij helemaal niets aan doen. Daarom voelt het oneerlijk dat ik van hem veel minder kan hebben dan van zijn broertje. 

 

Opgesloten in zijn peuterbed

De eerste drie jaar van zijn leven was hij elke nacht zo’n beetje van half twee tot vier uur wakker. Mijn man en ik hebben alles geprobeerd om hem door te laten slapen. We hadden een geweldig babykamertje gemaakt, dat zijn we gaan onttakelen om alle prikkels weg te halen, leuke lampjes weg, posters weg, lichtgevende sterren- stickers weg. Maar het ging pas beter toen hij op zijn derde een groot bed kreeg. Ik denk dat hij zich opgesloten voelde in zijn peuterbedje, en daar al die jaren niet aan kon wennen. Ik weet niet of we er veel aan hadden kunnen doen: het was te gevaarlijk hem in een normaal bed te laten slapen, dan had hij eruit kunnen vallen. Nog steeds komt hij elke nacht tussen ons in liggen.

 

Hij zet zich niet over frustraties heen

Het is typerend voor hem dat hij zich niet over frustraties heen zet. Als iets niet kan of mag, wordt hij boos en hij blijft boos. Zijn broertje accepteert het als hij een grens krijgt, dan gaat hij gewoon iets anders doen, maar mijn oudste kan eindeloos drammen. Als hij voor de tiende keer komt zeuren of hij zijn favoriete tv-programma mag zien terwijl ik nee heb gezegd, ben ik uitgeput. De jongste kan ook weleens zeuren, maar dat ergert me minder. De jongste heeft veel vriendjes, de oudste weinig. Ik krijg op school klachten omdat hij klasgenootjes pest; hij is een beetje sneaky, trekt andere kinderen aan hun haar als de juf niet kijkt. Dat doet hij ook bij zijn broertje zodra ik de kamer uit ben.

 

Natuurlijk houd ik van hem

Natuurlijk houd ik ook van hem. Over liefde heeft hij niet te klagen, de kinderen zijn mijn allesjes.  Maar hij voelt als een taak, de ander als een plezier. Of ik me schuldig voel? Minder dan je zou denken. Ik zou me schuldig voelen als ik mijn voorkeur in praktijk zou brengen, maar dat doe ik niet. Ik trek misschien zelfs nog eerder de oudste een beetje voor dan de jongste. Omdat die het moeilijker heeft in het leven. In de film Sophie’s Choice dwingen de nazi’s een moeder te kiezen welk van haar twee kinderen ze kan redden uit het concentratiekamp. Je kunt je daar gelukkig niet in inleven, je kunt er alleen theoretisch iets over zeggen. Theoretisch zou ik, als ik die Sophie uit die film was, misschien voor de oudste kiezen. Omdat die me meer nodig heeft. Die jongste komt er wel met zijn lach.

 

Mijn zoontjes merken niet dat ik een voorkeur heb

Ik weet zeker dat mijn zoontjes niet merken dat ik een voorkeur heb. Zoiets voel je als moeder. Het is er alleen in mijn hoofd. Als ik door de Intertoys loop, kijk ik instinctief naar cadeautjes voor de jongste, aan de ander denk ik niet. Als ik leuke kleren zie hangen, denk ik ook alleen aan de jongste, terwijl de oudste dezelfde maat heeft. Daar schrik ik van. De belangrijkste getuige is mijn man, die ik net heb ingelicht. Aan hem kan ik eigenlijk alles vertellen, we vertrouwen elkaar, dat is de kracht van onze relatie, denk ik. Dat je eerlijk bent. Dat zeggen we elkaar ook steeds. Het betekent dus genoeg dat ik dit nog niet eerder ter sprake heb durven brengen. 

 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

Voorkeur voor een van onze twee zonen

Gelukkig reageerde hij lief. Omdat hij zag hoe erg ik het vond. Hij heeft ook weleens een voorkeur voor een van onze twee zonen, zei hij, maar dat gaat gelijk op, hij heeft het dan weer met de een, dan weer met de ander. Het leek hem naar voor me dat het bij mij anders ligt. Mij kennende weet hij dat ik er niets aan kan doen; dat het sterker is dan mezelf. Misschien maakt het uit dat hij onze kinderen door de week maar een uur per dag meemaakt, ’s avonds na zijn werk. Ik ben de hele dag met ze bezig, dan loop je toch meer tegen hun verschillen aan.

 

Mijn lievelingetje niet voortrekken

Waar ik ongelooflijk blij om ben, was dat hij ziet dat ik heel erg mijn best doe mijn lievelingetje in de praktijk niet voor te trekken, en dat hij vindt dat ik daar goed in slaag. Dat is voor hem belangrijk. Misschien omdat zijn eigen moeder zijn broertje altijd voortrok. Als ik de fout in zou gaan, zou hij dat absoluut merken. Hij is een heel goede vader, die tijd vrijmaakt voor de jongens. Ze zitten elke avond te wachten tot hij thuiskomt van kantoor; dan rennen ze naar hen toe en is het stoeien geblazen. Het duurt een hele tijd tot wij samen aan een gesprek toe komen.

 

We horen bij elkaar

Mijn bekentenis heeft geen weerslag op onze relatie. Die is daar te sterk voor, denk ik. We zijn al veertien jaar bij elkaar, het was liefde op het eerste gezicht. We leerden elkaar kennen bij een popconcert, ik was 22, hij een jaar jonger, en aan het eind van de avond liepen we al hand in hand. Hij had een crossmotor en zijn rijbewijs, dat zijn belangrijke dingen op die leeftijd. Het was niet de bedoeling, want ik had verkering met een andere jongen, een visser, die op zee zat. Die overlaadde me met cadeautjes, deed alles wat ik wilde, als we naar de film wilde mocht ik kiezen, hij ging altijd mee, al was het een film met Leonardo DiCaprio, waarbij de hele zaal vol zat met vrouwen. Mijn man zegt in zo’n geval: ‘Ga jij maar lekker met je vriendinnen, ik vermaak me wel met mijn Xbox.’ Dat past meer bij me, ik houd van tegenwicht. Wij horen bij elkaar. 

 

Een van de grootste taboes

Waarom heb ik er nog nooit met de buitenwereld over gepraat? In de eerste plaats uit angst dat mijn oudste het ooit te weten komt. Dat zou ik afschuwelijk vinden. Op de tweede plaats ben ik bang voor commentaar. Je kunt niet hardop zeggen dat je een favoriet hebt, het is een van de grootste taboes. Mensen oordelen snel. De beste stuurlui staan aan wal. Ik ben bang voor praatjes, dat ik een slechte moeder zou zijn, of dat ik de kinderen niet gelijkwaardig behandel. Dat mensen gaan opletten, wie ik aandacht geef, wanneer, hoeveel. Daar heb ik geen behoefte aan. Ik vind het al moeilijk genoeg. 

 

Niemand zegt het hardop

Ik denk dat er meer ouders zijn die dit probleem kennen. Maar niemand zegt het hardop. Zolang je het niet zegt, is het er niet. Ik heb nog nooit in mijn hele leven een moeder horen zeggen dat ze een favoriet heeft onder haar kinderen. Zelfs al is het de omgeving vrij duidelijk. Dat mijn zwager het lievelingetje is van mijn schoonmoeder vermoedt echt iedereen, maar als je het zou vragen zou ze het ontkennen. De vraag alleen al zou een belediging zijn. Dat geeft een eenzaam gevoel. Ik ben blij ik het tegen mijn man heb gezegd, ik merk dat het me enorm oplucht. Ik denk dat ik het binnenkort aan mijn moeder ga vertellen. Alsof ik uit de kast kom. Ik denk dat ze zegt: ‘Maar lieve schat, dat wist ik toch allang.’
 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

jaloerse peuter
Beeld: Unsplash

Ja, ook peuters kunnen last hebben van het groene monster. Dit zijn de oorzaken van hun jaloezie en zo ga je daarmee om.

Waarom jaloers?

Niets menselijks is onze peuters vreemd. Dus logischerwijs kunnen ze soms flink jaloers worden. Het is een normale menselijke emotie, net als blijdschap of verdriet. Bovendien zijn peuters nog erg op zichzelf gericht. Empathie ontwikkelt zich meestal pas later, peuters kunnen zich nog moeilijk in een ander verplaatsen en gunnen een ander nog niet echt iets. En dus pakken sommige peuters rustig een nieuwe Barbie af van een vriendinnetje, simpelweg omdat ze die mooi vinden en ook willen hebben. Maar jaloezie bij peuters richt zich vooral op de aandacht van ouders. Of eigenlijk: als die aandacht naar een ander kind gaat, bijvoorbeeld als er een nieuw broertje of zusje wordt geboren. Dan kan er een ware concurrentiestrijd losbarsten.

 

Lees ook
KIND: Zo beleeft een peuter verstoppertje >

 

Zo herken je het

Een peuter die geplaagd wordt door jaloezie om jouw aandacht of liefde zal dat soms letterlijk zeggen: ‘Mijn mama! Afblijven!’ Of ze duwen hun concurrenten weg. Maar er zijn ook kinderen die dit minder duidelijk uiten. Sommige peuters gaan zich ineens lastiger gedragen: ze maken iets stuk, huilen om niets of gooien ineens hun theeserviesje door de kamer. Allemaal tekenen aan de wand die erop kunnen wijzen dat er sprake is van het groene monster.

 

Omgaan met jaloezie

Vermoed je jaloezie bij jouw peuter? Ga het gesprek aan en neem deze gevoelens serieus. Want ook jij bent soms een tikkie jaloers op je buurvrouw die voor de vierde keer dit jaar op vakantie gaat, of op die collega die een week na haar bevalling weer maat 36 had. Benoem het gedrag van je peuter: ‘Ik zie dat je het niet leuk vindt dat een ander met jouw speelgoed speelt/ik jouw zusje de fles geef.’ Dan voelt jouw kind zich al gezien en gehoord. Probeer als het enigszins kan je aandacht goed te verdelen en iets leuks in het vooruitzicht te stellen: ‘Straks maak ik een puzzel met jou.’ En realiseer je dat jaloezie een nuttige emotie is. Zo leert jouw peuter rekening te houden met een ander en dingen te delen. Wijze levenslessen, kortom.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

moeder ik zeg te vaak ja
Beeld: Unsplash

Schrijfster Karen Johnson merkt dat ze te mild is geweest voor haar kinderen. Ze heeft te vaak ‘ja’ gezegd op hun wensen, en daarvoor betaalt ze nu de prijs.

De hel breekt los wanneer Karen, Scary Mommy-schrijfster en moeder van drie kinderen, besluit dat het genoeg is geweest. Haar kinderen mogen even geen nieuwe spullen kopen, óók niet van hun eigen geld. Dat valt niet in goede aarde bij haar kroost. ‘Ik geef toe dat ik mijn kinderen een beetje heb verwend. Ze groeien op in de instant bevrediging en online generatie. Apps worden in een paar seconden gedownload. Online aankopen worden binnen 48 uur bezorgd. Het is tegenwoordig makkelijk om meteen te krijgen wat je wilt.’

 

Omkopen

Karen legt verder uit: ‘Ik ben vaak moe. En daarom zeg ik al snel: ‘Prima, je mag een snack/speelgoedje/spinner terwijl je al 17 spinners hebt’, en ik probeer mijn kinderen om te kopen voor hun medewerking na een lange dag. Maar de meesten van ons zijn schuldig aan het verwennen van hun kinderen, of het nou is om ze stil of blij te houden, of omdat we van ze houden en er moe van worden om altijd een spelbreker te moeten zijn. Maar als ik vervolgens de kelder opruim en de planken bezwijken bijna onder het gewicht van 984 stukken speelgoed die stof staan te verzamelen, dan moet er iets veranderen. Hoe moeilijk ik het ook vind, het wordt tijd dat mijn kinderen hun moeder en vader het woord ‘nee’ horen zeggen.’

 

Lees ook
PERSOONLIJK: 'Ik ben geen slechte moeder, ik doe mijn best' >

 

Krachtig woord

Karen heeft sindsdien het roer omgegooid. Er mogen geen nieuwe spullen worden gekocht zonder eerst iets ouds weg te gooien. Als haar dochter een nieuw knuffelbeest wil, moet een ouder exemplaar eerst het veld ruimen. ‘Ik zeg waarschijnlijk nog steeds vaker ja dan ik nee zeg. Maar ik probeer aan mijn ‘ja’ iets te koppelen: ‘Ja, er mag een vriendje komen spelen, maar dan moet je eerst je kamer opruimen.’ En ik zeg ook vaak ‘nee’. Want er zit kracht in dat woord. En als we aardige, nuttige burgers willen opvoeden die ergens iets om geven, dan moeten onze kinderen dit woord zo nu en dan horen.’

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >