Roos Schlikker

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (8) en Róman (6). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

“Moeder van Róman, ik wil even vertellen dat Róman en ik sinds gisteren gescheiden zijn.”

More content below the advertising

Het is vroeg in de ochtend en tegenover me staat het meisje met wie Róman verkering heeft. Had, moet ik zeggen. Het huwelijk heeft maar liefst drie dagen geduurd.
 

Plakkers

Kinderen hebben een merkwaardig veranderlijke visie op relaties. De eerste jaren klauwen ze zich vast aan de ouders. Strontvermoeiend was het soms, zo’n kind dat zich als een klimaapje rond mijn been klemde. “Mama mag niet weg!” Maar ik kan niet ontkennen dat ik het ook gezellig vond.

Niet zo vreemd, aangezien eenkennigheid mij nooit echt verlaten heeft. Ik ben ruim twintig jaar met dezelfde meneer, ken veel van mijn vrienden minstens zo lang, werk al decennialang bij hetzelfde bedrijf (de BV Schlikker Vooruit), kortom: ik ben een plakkerd.

Miró ook. Die hecht zich het liefst aan een mannetje dat hij ‘mijn allerbeste vriend’ noemt om vervolgens geregeld het deksel op zijn neus te krijgen wanneer dat vriendje besluit met iemand anders te gaan spelen. Róman zit anders in elkaar. En hij is niet alleen. Zijn hele klas doet wat betreft trouw en ontrouw sterk denken aan parenclub Hoplakee waar de buurman het het ene moment vrolijk aanlegt met Annie van de jassen om een halfuur later innig verstrengeld met bardame Sjaan te liggen foezelefozen.
 

Lees ook
Juf Marijke over het kind dat verliefd is >

 

Meerweken-project

Het meisje met wie Róman verkeerde was echter een meerweken-projectje. Eerst moest hij haar interesse wekken (dat deed hij door zich  veelvuldig dramatisch voor haar voeten op de grond te laten kletteren), vervolgens diende ze te worden losgeweekt van een van zijn vriendjes (in liefde en oorlog is alles geoorloofd), ten slotte vroeg hij om haar hand, iets wat ze professioneel drie keer weigerde om uiteindelijk overstag te gaan.

En nu is het uit. “Hoe kan dat nou?” vraag ik hem ’s avonds. Er volgt een moeilijk verhaal over een vriendje dat wilde mee spelen, het vriendinnetje dat dat niet goed vond en Róman die het voor het jongetje opnam door haar pop woedend op de grond te smijten. “Dat vinden meisjes misschien niet zo leuk”, zeg ik zo pedagogisch verantwoord mogelijk. Hij haalt zijn schouders op. “Ik hoef geen verkering meer.” “Oh?” vraag ik verbaasd vanwege zijn amoureuze volharding van de afgelopen weken.
“Ik heb jou toch”, klinkt het simpel.
En zo is het. Sommige stellen gaan nooit uit elkaar.
 

Deze column staat in het Kek Mama 05-2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >