Beeld: Getty
Beeld: Getty

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: juf Marijke over Max, een kind dat verliefd is.

Vrijdagochtend, groep 4, vlak voor het speelkwartier. Max loopt langs het tafeltje van Marieke en veegt met een vloeiende handbeweging haar werkje op de grond. Een klok van papier­maché. Marieke heeft er de halve ochtend aan gewerkt. Nu ligt hij verkreukeld op de grond. Even zit Marieke als aan de grond genageld op haar stoel. Als de volle omvang van de ramp tot haar doordringt, begint ze te huilen.

 

Liefste meisje van de klas

De klas kijkt geschrokken. Ik grijp Max in zijn kraag en zeg: “Max, dit is heel erg stout. Waarom deed je dat?” “Weet ik niet,” zegt hij. Zijn mooie gezichtje staat uitdrukkingsloos. “Had je ruzie gehad met Marieke?”, vraag ik. “Nee,” zegt hij. Dat kan ik me ook niet voorstellen. Marieke is zo’n beetje het liefste meisje van de klas.

Het is niet de eerste keer dat Max iets  agressiefs doet. Hij heeft weleens een klas genootje geslagen en gooit soms een stoel om als hij het ergens niet mee eens is. Omdat hij ook nog eens groot en sterk is, zijn sommige kinderen bang voor hem. Hij heeft het niet van thuis. Zijn ouders zijn sociaal en betrokken, ik heb veel met ze gepraat over Max. De schooltherapeut vermoedt dat Max het syndroom van Asperger heeft. Dat is een milde vorm van autisme, die vooral voorkomt onder jongens. ‘Aspergers’ weten vaak alles af van een bepaald onderwerp en kunnen zich eindeloos concentreren, maar hebben geen kaas gegeten van contact leggen en samenwerken.

 

Lees ook
Ankes plan de campagne voor haar zoon met Asperger

 

Hij houdt van wedstrijdjes

Max herkent automerken aan hun banden. Als ik hem autootjes voorzet, speelt hij daar de hele dag mee. Maar wel in zijn eentje. Zijn klasgenootjes lopen met een boogje om hem heen, omdat hij ze op de verkeerde manier benadert. Het kan best zijn dat hij Marieke met haar blonde krulletjes aardig vindt en op deze manier haar aandacht probeert te trekken. Dat laatste is in ieder geval gelukt.

Hele generaties leraren hadden een hekel aan jongens als Max. Toen er nog geen aandacht was voor het syndroom van Asperger, werden ze vaak de klas uit gezet. Zonde, want als je er vroeg bij bent kun je ‘Aspergers’ leren hoe ze emotionele signalen kunnen doorgronden zodat ze vriendschappen kunnen opbouwen.  Zeker als ze intelligent zijn, en dat is Max. Sinds ik hem in de klas kreeg, oefen ik de sociale verkeersregels met hem. Hij kan ze dromen: niet slaan of duwen, niemand pijn doen, op je beurt wachten. Vragen in welk spelletje ze zin hebben en dan meedoen. Niet boos zijn als je verliest. Elke keer als ik hem zoet met een ander kind zie spelen, krijgt hij een sticker. Daar is hij heel gevoelig voor, hij houdt van wedstrijdjes.

 

Verliefd op krulletjes

Marieke huilt alsof ze nooit meer gaat ophouden. Ik zucht. Voor de zoveelste keer vraag ik: “Wat kunnen we nou het beste doen, Max?” Max denkt even na. Dan zegt hij: “Ik weet het!” Hij gaat naar Marieke toe en zegt: “Sorry. Ik zal het nooit meer doen. Ik vind jou juist lief.” Dan raapt hij voorzichtig de papiermachéblaadjes op. Hij legt ze terug op Mariekes tafel en probeert er weer orde in te krijgen. Ook geeft hij haar een onhandig zoentje op haar wang. Marieke is zo verbaasd dat ze stopt met huilen.

Na een tijdje gaat ze Max helpen. Opeens zitten ze samen iets te doen wat verdacht veel lijkt op spelen. Ik kijk met open mond toe en trek mijn stickerlaatje open. Twee voor Max, twee voor Marieke. Max kijkt blij. Niet alleen vanwege de stickers. Ik denk dat het iets te maken heeft met de krulletjes van Marieke.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2016

Mariette Middelbeek uitspraken
Beeld: Getty

Mariette zei ooit best coherente dingen, maar sinds ze kinderen heeft, is dat wel voorbij. 16 dingen waarvan je niet dacht dat je ze ooit zou zeggen.

Ooit, in een prekindertijdperk, was ik best normaal, vond ik zelf. Niet dat alles wat ik zei nou meteen relevant was voor – ik noem maar wat – de wereldvrede, maar er was nog wel enige logica in te ontdekken. Nu niet meer. Nu heb ik twee kinderen en zeg ik zonder knipperen heel vreemde dingen. ‘Lieverd, een soepstengel is geen kikker’, probeerde ik Casper dit weekend bijvoorbeeld uit te leggen.
 

Misverstand

Het bleek hier te gaan om een hardnekkig misverstand, want ik moest deze zin een keer of twintig herhalen, voordat hij eindelijk begon door te krijgen dat er toch wel degelijk verschil zit tussen die twee. Tegen die tijd dachten de buren – we waren in de tuin – waarschijnlijk dat ik iets te diep in het roséglas had gekeken dan wel rijp was voor het gesticht. Ikzelf kijk al niet eens meer op van dit soort uitspraken, ik kraam tegenwoordig nogal veel dingen uit waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze ooit zou zeggen. Zoals dit: 

  1.  ‘Nou dag bruggetje, lekker slapen!’ (En dan zwaai ik er ook nog bij. Gewoon op straat.) 
     
  2. ‘Waarom heb je eigenlijk een slipper in je mond?’ 
     
  3. ‘Wil je geen politieauto tegen de muur smijten, alsjeblieft?’ 
     
  4. ‘Kom, pak je bouwhelm, dan gaan we naar de supermarkt.’ (Casper verlaat het huis liever niet zonder zijn blauwe Gamma-helm.) 
     
  5. ‘Je mag best een onderbroek op je hoofd, maar liever niet op straat.’ 
     
  6. ‘Niet slaan met een vliegtuig! En ook niet met een trekker!’ 
     
  7. ‘Wat had ik gezegd over eten uit de vuilnisbak?!’ 
     
  8. ‘Kijk, hier is je mokaat!’ (Nee, ik zou geen peutertaal gaan praten tegen mijn kind. Ik niet. Ook niet als ik mokaat heel schattig zou vinden en ik het niet over mijn hart kon verkrijgen hem uit te leggen dat zo’n ding eigenlijk tomaat heet.) 
     
  9. ‘De iPad is moe. Leg de iPad maar onder een deken.’ 
     
  10. ‘Heb jij de boer gezien die hoort bij dat dansende varken met dat rokje aan?’ (En dan weet mijn man dus ook gewoon wat ik bedoel.) 
     
  11. ‘Je kunt een lantaarnpaal niet opeten.’ 
     
  12. ‘Kom, dan gaan we tandenpoetsen met de aap.’ (Niet dat het helpt: zelfs de supersonische apen-tandenborstel voorkomt niet het geschreeuw dat doet vermoeden dat ik Caspers tanden poets met een kettingzaag.) 
     
  13. ‘Wil je niet aan het oor van de hond likken, alsjeblieft?’ 
     
  14. ‘Waarom ligt de afstandsbediening in de wc?’ 
     
  15. ‘Als je nu ophoudt met gillen, krijg je een kindersurprise-ei.’  (Ik nam me ooit voor ongevoelig te worden voor peutergezeur en -gegil. Het is mislukt.) 
     
  16. ‘Ik snap wel dat je boos bent, maar ik probeerde alleen maar je leven te redden.’

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vertelt niet gepest
Beeld: Unsplash

Veel ouders denken 'het wel aan hun kind te merken' of gaan ervan uit dat hun kind het zelf wel vertelt als hij gepest wordt. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat kinderen niet alleen vaker gepest worden dan gedacht, maar het ook vaak aan niemand vertellen.

De nieuwe cijfers die RTL Nieuws publiceerde zijn schokkend: Dertig procent van alle kinderen wordt weleens gepest. Eén op de 14 kinderen is zelfs meerdere keren het slachtoffer van pestgedrag. Van alle gepeste kinderen geeft 1 op de 3 aan nooit aan iemand - niet thuis, niet aan een docent en niet aan een vriendje - te hebben verteld dat ze worden gepest. Dat blijkt uit onderzoek van vijf universiteiten en het Trimbos Instituut.

 

Verborgen houden

Hoofdonderzoeker Bram Orobio de Castro vertelt aan RTL Nieuws geschrokken te zijn van het hoge percentage kinderen dat het pesten voor alles en iedereen verzwijgt. 'We dachten dat het aantal kinderen dat gepest wordt in de praktijk wat groter zou zijn, maar dat het op deze schaal was, daar waren we van onder de indruk.' Volgens de onderzoeker houden kinderen het pesten verborgen omdat ze vrezen voor de gevolgen: 'Ze zijn vaak bang dat volwassenen niet goed met die informatie omgaan. Dat ze het aan iedereen vertellen. Of dat je de reputatie van huilebalk krijgt, omdat je bij volwassenen geklaagd hebt.' Daarnaast speelt schaamte een rol: veel kinderen denken ten onrechte dat het hun eigen schuld is dat ze worden gepest.

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Column Anke: Pesten >

 

In vertrouwen

Sinds 2015 zijn scholen wettelijk verplicht om ieder jaar te monitoren of de leerlingen zich veilig voelen op school. Het tegengaan van pesten valt ook onder deze plicht. In hun onderzoek vroegen de onderzoekers kinderen zelf naar pesten en gepest worden. 79 procent van de gepeste kinderen zei dat het pesten al meerdere schooljaren duurde. 'Dat geeft aan dat de kinderen zelf bevragen essentieel is om pestgedrag op scholen in kaart te brengen,' aldus hoogleraar Orobio de Castro. Volgens hem moeten docenten in gesprek met leerlingen om erachter te komen wat er echt onderling speelt: 'Als je het niet aan de kinderen die gepest worden in vertrouwen vraagt of ze gepest worden, dan kun je er dus heel ver naast zitten.'

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >