Mariëtte Middelbeek

Mariëtte Middelbeek is chef redactie van Kek Mama en auteur. Samen met haar man Erik heeft ze twee kinderen: zoon Casper (4) en dochter Nora (2).

Casper ging voor het eerst naar school en wij zwaaiden voor het raam. “Dag lieve peuter van me”, fluisterde ik. Nogal overdrachtelijk allemaal, maar voor mijn gevoel was er een groots afscheid gaande, namelijk dat van een hele periode. Ik had ineens een kleuter en geen idee wanneer die transformatie zich had voltrokken, hoewel het toch onder mijn neus moest zijn gebeurd. Casper keek terug met een blik van maximale opwinding en totale reddeloosheid. Ik ging maar snel weg voor ik een gênante scène met veel snot zou opvoeren.
 

More content below the advertising

'Hij is nog zo klein'

M’n baby, m’n peuter, ineens is-ie weg. Er waren heus momenten dat ik hem groot kéék. Krampjes, tandjes, sprongetjes – met een krijsend kind in m’n armen en de wanhoop nabij fantaseerde ik hoe we front row zouden zitten bij zijn diploma-uitreiking. “Nog maar achttien jaar”, probeerde ik dan optimistisch, maar op anderhalf uur slaap halen dat soort relativeringen weinig uit. Maar toen de basisschool in rap tempo naderde, ging ik ertegen opzien. Hij is nog zo klein, en ik leef in de onterechte maar hardnekkige overtuiging dat hij het niet redt zonder mijn continue bescherming, want ach en wee en kijk hem nou op die grote school.
 

Lees ook
COLUMN MARIËTTE: 14 dingen die je vroeger nooit zei maar nu wel heel vaak >

 

Goedemorgen fluisteren

Misschien is het niet zo raar dat ik opzag tegen de kleuterklas. Ikzelf vond het leuk op de basisschool, maar het eerste jaar was het op z’n zachtst gezegd wennen. Nog zie ik mezelf zitten, in de kring, met die megastrenge juf (dacht ik, het bleek de liefste juf ter wereld). Het hele jaar deed ik mijn mond niet open. “We weten niet zeker of ze kan praten”, zei de juf bezorgd tegen mijn moeder. Die geloofde wel in een goede afloop en sloeg het aanbod van logopedie vriendelijk af, maar het duurde tot groep 3 voor ik goedemorgen fluisterde.

En nu staat Casper te schutteren bij het binnenkomen. “Ik ben verlegen”, fluistert hij op de gang, waarna hij de juf een handje geeft, maar ‘goedemorgen’ zijn mond niet uitkrijgt. Dan ben ik weer vier en vind ik het plaatsvervangend net zo eng als toen. Maar dat wil ik niet laten merken, dus doe ik extreem heppiedepeppie. “Nou líefje, de juf is toch léuk!” “Kijk, wat gaaf, een púzzel!” “Ik denk dat Daan een héél lief jongetje is!” De andere kinderen kijken me aan alsof ik niet spoor, maar ik ben op een missie, want ik probeer de basisschool te verkopen aan mijn kind dat in mijn ogen een 31 jaar latere versie van mezelf is.

“Mam”, zei Casper gisteren, “prima dat je het spannend vindt, maar kun je wat zachter praten alsjeblieft?” Toen ging hij puzzelen met Daan. En besloot ik maar gewoon normaal te doen.
 

Deze column staat in Kek Mama 11-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >