Beeld: Getty
Beeld: Getty

Kek Mama-columnist Mariëtte Middelbeek zet elke week persoonlijk, herkenbaar en met humor de zaken voor je op een rij. Deze week: IKEA

Ik was bij Ikea, met mijn kinderen. Dat zette mij nogal aan het denken:

1. WAAROM dacht ik dat dit een goed idee was?

2. O ja, omdat Småland me zo handig leek. En leuk. Ze hebben daar toch een ballenbak?

3. Vroeger wel, toen ik daar een keer was. Toen heb ik ook nog een heel lelijke tijdschriftenhouder geknutseld.

4. Zouden ze dat nog steeds doen, dat knutselen?

5. Nou, daar ga ik dus niet achter komen, want Småland is pas vanaf drie jaar.

6. Casper ziet er wel uit als drie.

7. Waarom ben ik te eerlijk?

8. Omdat ik het eigenlijk ook een beetje zielig vond dat hij daar dan bij de grotere kinderen moest blijven.

9. En hij kan zijn naam nog niet goed zeggen.

10. Dat je dan straks hoort: ‘Attentie attentie, Kapper wil graag opgehaald worden uit Småland.’ Dat is ook weer zo wat.

11. Maar goed, nu moet ik dus met twee kleine kinderen door de Ikea.

 

12. Ik ben alweer vergeten wat ik nodig had, maar ik zie wel heel veel andere dingen.
 

13. Die ik nu ineens ook nodig heb.

14. Een sprei voor op de bank! Nu het weer koud wordt! Hebben!

15. Een set van zesentwintig opbergdozen in verschillende maten! Nooit meer rondslingerende zooi!

16. Nou ja, behalve de rondslingerende dozen zelf dan.

17. O kijk nou, heel handige labeldingen voor bij die dozen. Ik ga de rest van de middag besteden aan het bedenken van een systeem.

18. En dan heel netjes op die labels schrijven.

19. Nu nog een kast om al die dozen in te doen.

20. Die hebben ze hier ook! Kost maar 39,95! Waar wacht ik nog op?!

21. Ik heb eigenlijk geen plek voor een extra kast.

22. Ik denk dat ik bij thuiskomst ook word vermoord.

23. Maar die dozen moeten toch ergens staan?

24. Waar is Casper eigenlijk?

 

25. O shit. O shit o shit o shit.

 

26. O gelukkig, hij zit daar bovenop een stapelbed. Hoe komt hij daar nou terecht?

27. O ja, hij moest uit de kar om plaats te maken voor mijn nieuwe dozenset.

28. Misschien kunnen we beter naar huis gaan.

29. Wat kwam ik ook alweer doen? O ja, een tafelkleed kopen.

30. Dat is dus echt het nadeel van de Ikea. Je vindt altijd van alles, maar nooit datgene waarvoor je kwam.

31. Ha, keukenspullen. Dan moet ik warm zijn.


32. Nou já zeg, wat handig! Rubberen ovenhandschoenen!
 

33. En een extra set ovenschalen is ook nooit weg. En hé, een inklapbaar vergiet. En 2000 servetjes voor een euro. En kijk nou, een hele bestekset voor maar 4,95.

34. Ik heb al een bestekset.

35. Maar altijd handig voor als er bezoek komt! En laat ik deze pollepelset ook maar even meenemen, want dat komt altijd van pas. En extra scharen. Een kurkentrekker die je aan de muur kunt hangen, dat ik ooit zonder heb gekund!

36. Goed, een tafelkleed dus.

37. Gevonden! Op naar de kassa.

38. Maar waar in vredesnaam?

39. Hé, kaarsen. Altijd handig en… Nee, doorlopen nu. Marie Kondo trekt dit niet meer.

40. Maar toch, hè. Kaarsen heb je nooit genoeg. En hier zijn ze heel goedkoop. Toch even kijken.

41. Roze of paars, roze of paars, roze of paars.

42. Of allebei.


43. Waar is Casper?!
 

44. O nee, ik zie een heel ingenieus opgebouwde kaarsenpallet staan en een blonde krullenbol die veel te geïnteresseerd bezig is met de onderste rij…

45. Casper! Nee!

46. Ha! Mooi die crisis bezworen.

47. Mensen kijken echt vreemd naar me nu.

48. Oké, roze én paars en nu snel naar de kassa.

49. Shit, poepluier. Nora houdt niet van poepluiers. Dat wordt krijsen.

50. En de rij bij de kassa is ongeveer 32 kilometer.

51. En Casper heeft weer de benen genomen.


52. WAAROM BEN IK HIER?


53. Ik kan ook gewoon de kar laten staan en weggaan. Hoewel, nee, ik moet nu die opbergdozen hebben.

54. En dat tafelkleed natuurlijk. Al vind ik de opbergdozen belangrijker.

55. Hé, afwaskwasten voor zo goed als niks. Die kan je nou nooit genoeg hebben.

56. Ha, wat ben ik toch een inventieve moeder. Casper vermaakt Nora met drie afwaskwasten in verschillende kleuren en de hele poepluier is vooralsnog vergeten.

57. En de rij gaat ook best snel.

58. Nu nog even zorgen dat Casper niet ziet dat er na de kassa ijsjes te verkrijgen zijn, want dan breekt de hel los.

59. Kijk nou, afgerekend, ijsjes genegeerd, en een heel handige babyverschoonplek gevonden. Het leven lacht mij toe.

60. Goed, op naar de parkeergarage.

61. Waar heb ik de auto ook alweer gelaten?!


62. En waarom is Casper wéér weg

63. O daar. Shit. Rennen.

64. Ik zweet me te pletter.

65. O leuk, nu heeft hij bij een ander kind een ijsje ontdekt.

66. En wil niet meer in de auto.


67. Ik wou dat IKEA oordopjes verkocht.

68. De volgende keer bestel ik online.

Mariëtte Middelbeek (33) is schrijver en chef redactie van Kek Mama. Ze is getrouwd met Erik, met wie ze zoon  Casper (2) en dochter Nora (9 maanden) heeft.

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >