Anke Laterveer

Anke Laterveer is schrijfster. Ze woont samen met Thomas en deelt met haar ex-man de zorg voor hun kinderen Jakob (9) en Hannah (7). In Kek Mama schrijft ze uitgesproken over wat ze meemaakt.

Hannah is vriendliefd. Ze vertelt het in de auto. “Ik ben op Puck, mama. Maar dan niet zoals Jakob met verkering, maar omdat ze mijn beste vriendin is.” Vriendliefd, ik vind het een mooi woord. Is het misschien omdat Puck een meisje is dat het vriendliefd en niet verliefd is, wil Jakob weten. “Nee, suffe, meisjes kunnen toch ook op elkaar zijn,” antwoordt Hannah geïrriteerd. O ja. Dat was ook zo. Maar hoe weet ze dan dat ze vriendliefd is?
“Nou, ik vind haar gewoon heel cool. En ze is stoer en grappig en ik ben graag bij haar.”
“Ja, maar dat heb ik ook allemaal bij mijn verkering”, zegt Jakob. Ik herinner me dat hij en ik twee jaar geleden een overzichtje hebben gemaakt om al die gevoelens uit elkaar te houden. We pakken het er thuis bij.
 

Voorwaarden voor vriendschap

  1. Je speelt af en toe samen.
     
  2. Je vindt elkaar aardig.
     
  3. Je maakt samen grapjes.
     
  4. Je zwaait af en toe naar elkaar, bijvoorbeeld in de klas.
     

Voorwaarden voor verliefdheid

  1. De ander moet ongeveer even oud zijn als jij en niet in je familie zitten.
     
  2. Je geeft elkaar af en toe een kus.
     
  3. Je vindt elkaar niet gewoon een beetje lief, maar supererg lief.
     
  4. Je voelt je superfijn als je de ander aankijkt.
     

Voorwaarden voor liefde

  1. Het maakt niet uit hoe oud de ander is.
     
  2. Je geeft degene knuffels en kusjes.
     
  3. Je schrijft altijd XXXX aan het einde van een brief.
     
  4. Je blijft altijd van elkaar houden, zelfs als jullie ruzie hebben.

We vinden het alle drie een overzichtelijk lijstje. Maar vriendliefd, dat staat er toch niet tussen. Want elkaar een kus geven, dat doen Puck en Hannah ook weleens. “Maar heb je dan ook kriebels in je buik?” wil Jakob weten. “Want ik heb dat wel bij mijn vriendinnetje, maar niet bij mama.” Nee, geen kriebels, zegt Hannah. Ah, nu komen we ergens.


Lees ook
Juf Marijke over het kind dat verliefd is >

 

Voorwaarden voor vriendliefd

  1. Je speelt vaak met elkaar.
     
  2. Je geeft elkaar weleens een kus, maar zonder kriebels.
     
  3. Je vindt elkaar de leukste die er is.

Mooi rijtje, nu nog een vierde punt. “Je wil hetzelfde haar, want ik wil halflang haar net als Puck”, zegt Hannah. “En Puck laat haar haren juist groeien zodat ze net zo lang worden als die van mij.”
“Nou,” zegt Jakob opgelucht. “Dan weet ik echt heel zeker dat ik nooit vriendliefd op mijn verkering word, want ik ga echt mijn haar niet invlechten.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (4) en hoofdredacteur van Kek Mama.

“Niet op het hoofd slaan!” Ik herinner me mijn jeugd als uiterst harmonieus, maar blijkbaar vond mijn vader het op enig moment toch nodig mijn zusje en mij de grondbeginselen van veilig ruziemaken bij te brengen. Want die zin herinner ik me maar al te goed.
 

Bonje van formaat

Hier thuis blijf ik me erover verbazen hoe krankzinnig snel gezellig klooien kan omslaan in bonje van formaat. Laatst bouwden Ko en Toon samen een hut met hangmat voor diverse knuffels. Ik moest als knecht een laken met een megastapel Donald Ducks op de kast zien te draperen zodat het niet naar beneden zou storten. Maar verder hoorde ik een uur lang enkel gebroederlijk geklets uit hun kamer over waar de slang en Dikkie Dik dan wel moesten liggen. En dan is toch ineens het huis te klein, inclusief heel hard huilen en schreeuwen. Vanwege, ja, waarom eigenlijk.
 

'Ik bén niet schattig'

Zingt Toon vrolijk een liedje in de auto waarop Ko verzucht: “Wat is Toon toch schattig”, is meteen de boot aan. “Ik bén niet schattig, ik ben cool!” Om vervolgens de rest van de rit woest te zijn. Een beetje geholpen door Ko met zijn aanhoudende “Jij bent echt wel schattig hoor”.
 

Een team

Ik weet wel dat het gezond is voor de junioren om thuis te leren ruziemaken, maar man, moet dat met zo veel herrie? Na zo’n vroege ochtend vol mot en gedoe zegt Toon ineens voordat we de deur uitgaan richting school en crèche: “Wij zijn een team hè Ko.” Ik smelt. En gelukkig heeft dat team elkaar nog nooit op het hoofd gemept.
 

Toch maar eens onze opvoedtantes Els & Do om tips vragen. Hun advies in Kek Mama 08-2018 om je kind opdrachten te geven in de supermarkt werkt bij mij in elk geval als een dolle tegen gedrens. Het nummer koop je hier.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kinderfiets hier op letten
Beeld: Unsplash

Op zoek naar een goede fiets voor je kind? Lees hier waar je allemaal op moet letten: wij hebben de belangrijkste criteria voor aanschaf van een kinderfiets op een rij gezet.

Maat

Bij de fietsenwinkel vind je tientallen fietsen en het is vaak lastig te bepalen welke geschikt is voor je kind. Ga in de eerste plaats af op de leeftijd en lengte van je kind. Kleuters hebben over het algemeen een fiets nodig met een wielmaat van 20 inch. Kinderen van ongeveer 7 tot 14 jaar fietsen op een jeugdfiets met een wielmaat van 20 tot 26 inch. Let op: niet elk merk heeft alle soorten maten, dus ga eerst goed na welke maat je kind nodig heeft.

 

Lees ook:
7 tips om je kind veilig naar school te laten fietsen >

 

Hoogte & breedte

Koop nooit een te grote fiets, met het idee dat hij er dan langer plezier van kan hebben. Een te grote fiets is niet prettig voor je kind en bovendien gevaarlijk. Let erop dat de voeten van je kind plat bij de grond kunnen komen en dat zijn knieën het stuur niet raken. Ook moet het breedte van het stuur even groot zijn als de schouderbreedte van je kind. Kan je kind nog niet zo goed fietsen, dan is het verstandig om het zadel wat lager te zetten. Zorg er dan ook voor dat je de hoogte van het stuur iets aanpast, zodat de zithouding goed blijft.

 

Fietshelm

Valt je kind tijdens het fietsen, dan voorkomt een fietshelm hersenletsel en schade aan het hoofd. De helm zit als een extra laag om het hoofd heen en zorgt voor bescherming. Een fietshelm is niet verplicht, maar wel aan te raden – zeker als je als je kind nog niet zo behendig is in fietsen. Ga je een fietshelm aanschaffen, neem je kind dan mee naar de winkel zodat hij de helm kan passen. Controleer of de helm voldoet aan de Europese norm (CE-markering) en of hij goed aansluit op het hoofd. Je kind moet bij het dragen van de helm nog steeds goed kunnen zien en horen, om veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Lees hier meer over het dragen van een fietshelm door je kind.
 

Bron: ANWB & Fietsersbond.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >