Beeld: Getty
Beeld: Getty

Madelief (40) weet echt wel dat niet elk kind briljant kan zijn, maar toch doet het haar pijn dat haar zevenjarige zoon zo onzeker is over zijn prestaties. "Het herinnert me aan mijn eigen jeugd."

“Ik vraag me af of de Montessorischool waar mijn zoon van zeven op zit, eigenlijk wel zo geschikt is voor hem. Laatst hadden we een tienminuten- gesprek en bleek dat-ie in alles de m van matig had gescoord. Dat is raar, als je lieve kind ineens bestempeld wordt als matig kind. We hadden het natuurlijk wel gelezen in het verslag, maar ik hoopte nog dat de juf tijdens het gesprek wat positiever zou zijn.

 

Vreselijk aantrekken

Mijn man kan beter zijn schouders ophalen over dit soort kwesties. Niet dat hij niet betrokken is, maar het lijkt alsof hij over een natuurlijke gave beschikt zorgen te relativeren. En, ja, ik weet natuurlijk dat ook een kind niet altijd gelukkig kan zijn, dat pech en ongeluk ook horen bij het leven, en toch doet het me pijn als ik hem verdrietig zie. Ik trek het me ook allemaal zo vreselijk aan. 

 

'Hoe was het vandaag?'

Laatst fietsten we naar huis. Ik had hem opgehaald van school en vroeg argeloos: ‘En, hoe was het vandaag?’ Op dat moment ging hij er met een rotvaart vandoor. ‘Ik wil daar niet over praten, mama!’ En weg was hij, in zijn eentje over de twee gevaarlijke kruispunten. Ik trof hem pas weer aan in de voortuin, waar mijn bezorgdheid en boosheid om het hardst met elkaar streden. Boosheid won. Ik sloot hem niet meteen in mijn armen maar zei dat-ie nooit, nooit meer alleen mocht wegfietsen, hoe boos hij ook was. Maar met die reactie maakte ik hem alleen nog maar gefrustreerder. 

 

Karakter kan ik niet veranderen

Ik ben geneigd om de oplossing in het schoolsysteem te zoeken, want zijn karakter kan ik niet veranderen. Het is een geweldige school met een fantastische sfeer, maar doordat er drie leeftijden samen in een klas zitten, is de keuze van vrienden beperkt. Er zitten vijf meisjes en vijf jongens in zijn groep. Aan een van die jongens klampt hij zich vast. Hij wil net als de anderen een goede voetballer zijn, maar als ik hem dan zaterdags op het veld zie, met zijn vader langs de lijn als coach, denk ik: ach jee, het lijkt wel of hij bang is van de bal.

 

Mijn zoon lijkt op mij

En het doet me zo’n pijn omdat ik het allemaal herken uit mijn eigen jeugd. Mijn dochter is vier, zij gaat nu al haar eigen weg, maar mijn zoon lijkt op mij. Ik was net zo terughoudend, net zo verlegen. Op een verjaardagsfeestje met mijn moeder kroop ik weg achter haar rug. Mijn moeder begreep dat niet, en spoorde me aan met de andere kinderen te gaan spelen. Zij was heel  extravert, maar ik was haar tegenpool, en ik heb de indruk dat ze nooit veel van me begrepen heeft.

 

'Ik ben bang dat je me uitlacht'

Een tijdje geleden zaten we te eten, mijn man, onze zoon, onze dochter en ik, toen ik weer naar mijn zoons schooldag informeerde. Opeens schoof hij boos zijn stoel naar achter en zei: ‘Ik wil niet dat je dit soort dingen vraagt. Ik ben bang dat je me uitlacht, net als de kinderen op school.’ ‘Wie heeft je dan uitgelachen?’, vroeg ik hem. Hij antwoordde: ‘Mama, nee, ik heb geen zin erover te praten.’ Kort daarop was dat tienminutengesprek. De juf had van plagen niks gemerkt, wel begon ze over dat vreselijke woord, matigheid. En dat hij moeite had met hulp vragen. En weer dacht ik: misschien moet hij toch naar een regulier schoolsysteem. Daarmee los ik die verlegenheid niet op, maar daar wordt hij wel meer bij de hand genomen.

 

Niet lukt zich staande te houden

Ik maak me zorgen dat het hem niet lukt zich staande te houden tussen brutalere leeftijdgenoten. Toen de trainer van de F’jes hem een keer uitfoeterde dat hij maar van voetbal af moest als hij niet beter zijn best zou doen, kwam hij huilend thuis. Ik ken ook kinderen die juist verongelijkt zijn of hun schouders ophalen. Het maakt zijn leven lastiger. Ook al weet ik dat ik vertrouwen moet hebben dat dit alles bij opgroeien hoort, het kost me slapeloze nachten.

 

Wapenfeiten van de kinderen

Soms denk ik: we leven veel meer dan vroeger in een prestatiemaatschappij, en we letten op alles. Natuurlijk is het goed dat ik, anders dan mijn moeder, begrip voor hem toon, dat ik laat blijken dat het niet erg is om geen held in voetbal te zijn, dat het niks uitmaakt dat hij zijn naam nog niet goed kan schrijven. Maar aan de andere kant lijkt het of moeders en vaders, inclusief ikzelf, hun kinderen onder een vergrootglas leggen. We zijn steeds minder in staat dingen gewoon te laten gebeuren en onbedoeld werkt dat een zekere competitie in de hand. Op Facebook wordt uitgebreid gepronkt met de wapenfeiten van de kinderen. Eerst een foto van het A-zwemdiploma, dan van B en dan van C. Maar toen mijn zoon tijdens zwemles op een dag onder water het gat niet kon vinden, wilde hij onmiddellijk van zwemles af. Hij is dus niet verder gekomen dan A. En hoe gek het ook klinkt, dat steekt toch even.

 

Misschien komt het vanzelf goed

Laatst zei hij: ‘Mama, de kinderen op school zeggen dat ik niet altijd moet weglopen als ik boos ben.’ Toen dacht ik: misschien komt alles dus vanzelf wel goed. Toch verontrust het me dat hij zo slecht met tegenslagen kan omgaan. Ik ben bang dat het hem later parten zal gaan spelen als hij volwassen is, dat hij zich de kaas van het brood laat eten, dat hij moeite zal hebben met het vinden van zijn weg. Mijn man lacht en zegt: ‘Ik heb tot de universiteit nooit iets uitgevoerd. En nu ben ik gepromoveerd.’ 

 

Afwachten tot anderen mijn talent opmerkten

Maar ik denk steeds: ik heb tot mijn veertigste alleen maar afgewacht tot anderen mijn talenten opmerkten. Ik zag collega’s dingen doen waarvan ik dacht: dat kan ik ook, waarom vraagt niemand mij? Als je maar veel lawaai maakt, word je vanzelf gezien. Maar hoe zit het met de onzekeren onder ons, de jongetjes die geen talent hebben voor voetbal en geen talent voor op de voorgrond dringen?”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 06-2015

Tijdelijke aanbieding: Neem nu een abonnement op Kek Mama en krijg een gratis tas naar keuze >


kind vermaakt zichzelf
Beeld: Unsplash

Hallo zeg, Joan is geen animatieteam voor kinderen die zich vervelen. Haar zoon moet echt heel ziek zijn, wil ze een potje met hem kwartetten.

Wachtend op het schoolplein raak ik in gesprek met de moeder van Fien, een klasgenoot van Callum. Uit beleefdheid informeer ik naar haar plannen voor de meivakantie. En krijg een dagbesteding voorgeschoteld waar menig animatieteam jaloers op zou zijn. Ze gaan naar het filmmuseum en Nemo. Ze heeft een dj­-workshop geregeld. Ze is van plan Fien pasta te leren koken. Ze doen met zijn tweetjes mee met de zwemvierdaagse, hebben twee moederdochter­-tennisclinics geboekt en uiteraard het gebruikelijke programma: verven, knutselen en koekjesbakken. En wij? Ook zulke leuke plannen?
 

'We zijn ons nog aan het oriënteren'

Eerlijk gezegd heb ik daar nog geen seconde over nagedacht. Bij twee weken vrij denk ik vooral aan ultieme rust. Beetje uitslapen, rustig de dag opstarten en dan kijken op welke momenten ik nog kan werken. Met wat geluk is het mooi weer en speelt Callum buiten. Bij hevige plensbuien gaan we een keer naar de bioscoop, maar ik weet niet eens of er iets draait. Ik hou het dus maar op: “We zijn ons nog aan het oriënteren.” Dat klinkt in ieder geval een stuk beter dan: “Ik heb niks gepland.”
 

Moedergen

Al komt het daar wel op neer. Ik ben namelijk niet zo’n entertainmentmachine. Ik mis de moederdeugd waarbij je dolgelukkig wordt van een middagje fröbelen of kwartetten met je kroost. Of van dekens en lakens een spannende hut maken. Dat moedergen heb ik nooit gehad. Ook niet toen Callum jonger was. Ik vond het heerlijk naar hem te kijken als hij met zijn kleine knuistjes een blokkentoren stapelde. Maar dan vanaf de bank met een espresso erbij.

En dat is altijd zo gebleven, ook nu hij zeven is. Ik voel me niet geroepen mee te klimmen op een klimrek, in zandbakken te grutten of deel te nemen aan watergevechten. Ik moedig hooguit aan en cater met liefde limonade en koekjes. ’s Zomers wil ik met alle plezier een zwembad opblazen, vullen met emmers lauw water en de hele collectie zwemattributen oppompen, maar dan houdt het op.

Van de Xbox weet ik alleen hoe hij aangaat, maar ik heb geen idee hoe ik een voetbalpoppetje naar voren kan bewegen, laat staan een bal schieten, dus dat hele Fifa18 is niet aan mij besteed. En ik mis het geduld om urenlang Muizenval, Toren van Pisa of Bunny Hop te spelen. Als een toren instort ben ik er meteen klaar mee en ik erger me nogal snel als ik niet win. En laten we het alsjeblieft niet hebben over Legopakketten in elkaar zetten, Callums grote passie.
 

Lego

Callum is dol op Lego Ninjago. Sinds zijn vijfde prutst hij de ingewikkeldste bouwwerken in elkaar. Hij bestudeert secuur gebruiksaanwijzingen die door de gemiddelde Ikea-klant als hogere wiskunde zouden worden betiteld. Af en toe wenst hij daar hulp of aanmoediging bij. Al was het maar omdat sommige priegelsteentjes echt lastig klemmen of hij net dat ene rode blokje niet kan vinden.

Of ik wil zoeken? Alvast een vliegtuigje in elkaar wil zetten? De vleugels van de adelaar maken? Zo’n taak schuif ik direct door naar mijn vriend, met de zeer vrouwonvriendelijke boodschap ‘moeders kunnen niet bouwen’. Voordat ik nu een feministische lawine over me heenkrijg: ik voed Callum verder reuze genderneutraal op. Hij leerde al jong dat vrouwen gelijk zijn aan mannen en we verdelen hier in huis keurig alle huishoudelijke taken, ongeacht de sekse. Maar als het om Lego gaat, komt dit politiek incorrecte statement me persoonlijk gewoon goed uit.
 

Sámen delen, sámen spelen

Gek genoeg heb ik wel engelengeduld als het op knuffelen aankomt. Lekker met Callum in bed tutten, samen in bad en stoeien op de bank. Ik ga ook graag mee als hij moet voetballen. Ik sla geen training over, juich om elk balcontact en mis niks, ook niet die uitwedstrijd om kwart over acht ’s ochtends. En voorlezen vind ik een feestje. Zowel voor het slapengaan of op de bank, als we net uit de bieb komen.

Niets zo leuk als mijn favoriete jeugdboeken opnieuw lezen en mijn kind enthousiasmeren voor taal. Maar daar houdt het qua ouderparticipatie wel bij op. Tot ongenoegen van mijn zoon, die heilig gelooft in het credo sámen delen, sámen spelen. Callum kan na zo’n zaterdagochtend, waarop ik in de stromende regen een uur heb gekeken naar een horde jonge hondjes en een bal, doodleuk vragen wat we straks gaan doen, als we thuis zijn. Nou, ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga koffiedrinken en de krant lezen, denk ik dan. Of domweg candy crushen op de bank. In ieder geval schakel ik mezelf de rest van de dag uit. Even alleen met mijn eigen gedachten. En dat kan het beste als hij in zijn speelhoek Lego bouwt of Pokémonplaatjes op sterkte sorteert.
 

Uitzondering

De enige uitzondering maak ik als Callum ziek is. Een paar werken geleden had hij hoge koorts, hoofd­ en keelpijn en kon hij geen hap door zijn keel krijgen. Heel aandoenlijk en mijn hart brak. Ik wist niet hoe snel ik het hele arsenaal aan familiespellen en Beyblades (soort tollen, google maar) tevoorschijn moest halen. Ik was dolgelukkig dat ik hem kon afleiden met 45 potjes Pesten en Beyblade­gevechten. Maar man, wat was ik blij toen hij beter was en weer lekker buiten kon spelen met de jongens uit de buurt.

Dat zie ik toch het liefst, een kind dat met vriendjes buiten aan het schooieren is en zichzelf goed kan vermaken. Natuurlijk lukt dat niet elke dag. Zeker als zijn twaalfjarige stiefzus hier is, hoor ik regelmatig de woorden ‘ik verveel me’ rondzingen. Prima, niks mis mee. Heb ik vroeger ook veelvuldig gedaan. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verveling fantastisch is voor de creativiteit. Kinderen hebben meer tijd nodig om prikkels te verwerken dan volwassenen. Dus als je kind zich verveelt of alles saai vindt, schijnt dat heel nuttig te zijn. Saai betekent namelijk rust en oplaadtijd voor de hersenen.
 

Zichzelf vermaken

Als je continu je kind entertaint of ideeën aandraagt om ergens mee te spelen, worden de hersenen niet voldoende gestimuleerd en dus lui, stellen experts. Kinderen leren zo niet om zichzelf te vermaken. Peter Gray, hoogleraar psychologie aan het Amerikaanse Boston College, maakt het nog bouder. Volgens hem moeten ouders die constant meespelen als er een vriendje komt, niet gek opkijken als hun kind narcistisch wordt. Hij stelt in zijn boek Free to learn dat ouders hun kinderen zelf moeten laten aanmodderen. Door je afzijdig te houden, geef je ze de kans hun empathisch vermogen te ontwikkelen. Ze weten dat vriendjes zomaar kunnen afhaken, als er geen ouder is die ingrijpt, dus zijn ze automatisch socialer.

Ik kan me ook niet herinneren dat mijn moeder marathonsessies touwtjespringen of knikkeren met mij hield of fijn mee kwam spelen met de Barbies. Noch de moeders van mijn vriendinnen. Ik weet ook niet wat ze wel deden. Het huishouden? Koffiedrinken? In mijn herinnering stond mijn moeder altijd op de tennisbaan, maar dat kan ik mis hebben.
 

Lees ook
VIDEO: dit doen moeders dus de hele dag >

 

De hele dag bezig met hun kind

Schijnbaar zijn de moeders in mijn omgeving allemaal reuze productief. Zeker degenen die maar één kind hebben, zijn de hele dag bezig om het hun kind naar de zin te maken. De moeders van Callums vriendje Bas gaat gerust met vier jongens tegelijk naar het bos om daar een speurtocht uit te zetten. Zomaar, omdat het woensdagmiddag is. Ik moet er niet aan denken.

Of lijkt dat maar zo, dat al die moeders hele dagen meespelen? Als ik de moeders van Callums voetbalelftal ernaar vraag, blijkt dat zij ook niet als animatieteam fungeren. Lucie doet zelfs helemaal niets. “Ben je gek, hooguit eens per jaar een bordspel, met Kerst. Verder vermaakt hij zich maar met zijn iPad of Playmobil.” Lian haat de Playstation waarmee haar zoon zich dagelijks amuseert. “Al die vreselijke autorace­games. Ik ga echt geen wedstrijdje met hem spelen hoor. Ter compensatie ga ik naast hem op de bank zitten als hij gamet, beetje Facebooken en appen met vriendinnen. Vindt hij ook reuze gezellig.” En Fatima, moeder van vier zonen en een dochter, is nog resoluter: “Nee hoor, spelletjes doen ze maar samen; genoeg broers, zeg ik altijd. Ik speel thuis al zo vaak voor scheidsrechter, dat vind ik voldoende.”

Hoe meer ik doorvraag, hoe meer eerlijke antwoorden ik krijg. Mijn collega Sophie biecht op dat ze soms wel erg lang doet over het zoeken naar de vingerverf in de hoop dat de kinderen inmiddels allang zijn vergeten wat ze zouden gaan doen.
 

Qualitytimen

Gesterkt door deze verhalen (maar ook met een tikkie schuldgevoel, want het is toch wel erg dat mijn zoon eerst ziek moet worden voor ik een keer met hem wil qualitytimen) besluit ik in de meivakantie toch iets met hem te gaan doen. En zo komt het dat ik na twee weken op het schoolplein bewust de moeder van Fien opzoek. Ik kan haar trots vertellen dat ik met Callum ben gaan midgetgolfen, dat ik een keer popcorn (magnetron, maar toch) met hem heb gemaakt en ook naar Nemo ben geweest. Dat Callum daar vervolgens als een haas op leeftijdsgenootjes afging met wie hij in de bellenblaasmachine kroop, waarop ik de hele middag op een bankje op mijn iPhone kon turen, is een detail dat ik wijselijk verzwijg.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

fotoserie-babys-lijken-oud

De baby's uit onderstaande fotoserie zijn nog geen paar maanden oud, toch lijken ze al behoorlijk op leeftijd. Maar dat maakt ze ook wel weer behoorlijk lief.

Goed om te weten: de foto's zijn allemaal ingezonden door de trotse ouders zélf - van babyshaming is dus weinig sprake ;-).

 

Net Gordon Ramsay

 

En zei iemand Danny Devito?

 

Je ziet 'm nog net niet aan de bar van een Engelse Pub hangen

 

Lees ook
Ja, deze babynamen werden vorig jaar écht gegeven >

 

Samen met z'n concullega

 

Hij is al die aandacht nu al zat

 

Net als deze baby

 

En je dacht dat die new born shoot zo schattig zou worden...

 

Nu al wijzer dan z'n vader

 

Dus... En waar was jij gisteravond?

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >