kind alleen thuis
Beeld: Pexels

Kleine kinderen worden groot, en gelukkig steeds zelfstandiger. Wel zo relaxed, vindt single moeder Jorinde. Met name wanneer ze zonen (9 en 12) alleen thuis laat tijdens de weekendboodschappen, een uurtje sporten of een schoolgesprek (en vooruit: een incidentele, vroege flitsdate in de kroeg). Op een paar momenten na dan. Waarin ze zich plotseling realiseert wat zich allemaal zou kunnen afspelen in haar afwezigheid.

  1. Een uurtje naar de supermarkt moet kunnen. Of even een gin-tonic rond borreltijd, als ze toch zitten te gamen. Maar even realistisch: de gemiddelde ontvoeringszaak kost ook maar een paar minuten.
     
  2. Stel je niet zo aan: als je boven de was weg vouwt hoor je ze ook een uur niet. Of twee, in het geval van onze wasstapels.
     
  3. En doe niet zo hypocriet: toen jongste een baby was, liet je hem ook weleens een paar minuten alleen tijdens zijn middagslaapje, om oudste op de hoek van de straat uit school te halen. Met de babyfoon, maar toch: alsof ‘ie óóit een kik gaf.
     
  4. Maar straks verzinnen ze iets levensgevaarlijks. Frituren ofzo, om mij te verrassen.
     
  5. Of vinden ze het opeens een ontzéttend goed idee om salto’s te maken met een lolly in hun mond, of ander stuntwerk te verrichten.
     
  6. Wat nou als er een of andere idioot aanbelt? Of dat ze een vage colporteur binnenlaten met de belofte dat mama heus zo thuiskomt? Weet jij veel wat voor rare bedoelingen zo iemand heeft.
     
  7. Doe normaal: ze weten al zo lang ze leven dat ze geen vreemden mogen binnenlaten. Niet in onbekende auto’s moeten stappen. En geen snoepjes moeten aannemen van mensen die ze niet kennen – zelfs geen lieve omaatjes met bochels.
     
  8. En als er eentje van de trapt zeilt? En ze minstens een halfuur moeten wachten tot ik ze kom redden?
     
  9. Nee, nee, uitgesloten. Ze kennen 112 en zowel de buurman als de overbuurvrouw zijn verpleegkundige. Dat is trouwens wel een ongelooflijk handig toeval, zeg.
     
  10. Ik had toch wel gezegd dat ze niet naar buiten mogen als ik er niet ben, hè.
     
  11. Besluiten ze natuurlijk uitgerekend nu de hond uit te laten. Ook als verrassing. En vergeten ze de huissleutel. Staan ze drie kwartier te blauwbekken voor een gesloten voordeur.
     
  12. Waarom die ik die boodschappen ook niet gewoon onder schooltijd?
     
  13. Of sport ik gewoon wanneer ze bij hun vader zijn?
     
  14. Ja doei, dan kom ik natuurlijk nooit eens toe aan een date. Of slanke dijen.
     
  15. Zouden ze het redden, anderhalf uur toezichtloos onder één dak, zonder elkaars hersens in te slaan? Als ze het in elk geval maar niet te hárd doen, met letsel en zo.
     
  16. Als ze nu wéér besluiten cake te bakken, poetsen ze deze keer echt zelf het beslag maar van de muren.
     
  17. Of eigenlijk: laat ze in vredesnaam helemaal niet bedenken cake te bakken. Tijdens zo’n ongeautoriseerd bakfeestje bij vriendin Y. staken haar kinderen het bakpapier in de hens en fikten ze bijna het hele huis af.
     
  18. Waar zeur ik over. Over vier jaar gebruiken ze dit soort momenten om stiekem lam te worden met hun matties. Dat is pas eng.
     
  19. Of verliest er eentje z’n maagdelijkheid terwijl ik met de juf over schoolcijfers zit te praten.
     
  20. Ze zitten vast gewoon heel braaf te Xboxen. Oké, met een of ander gruwelijk gewelddadig en bloederig spel, maar daar lopen ze in elk geval niet direct zélf veel schade mee op.
     
  21. Mérken ze niet eens dat ik weg ben. Het zijn net zombies achter die beeldschermen.
     
  22. O god, de beeldschermen! Heb ik mijn telefoon eigenlijk wel bij me? Straks kunnen ze me niet bereiken, of zitten ze stiekem mijn appjes te lezen.
     
  23. Dát is pas gevaarlijk.
     
  24. Gelukkig kán ik ze nog even alleen laten; over een paar jaar zijn ze gewoon nooit meer thuis. Wedden dat ik me dan pas echt zorgen maak?
     
  25. Ik rijd mooi nog stiekem langs dat leuke boetiekje verderop: ze wachten nog maar even.

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.
 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >