Lotte: ‘Mijn man neemt me kwalijk dat ik van hem eiste dat hij zijn droombaan zou afslaan’
Haar man werkt hard en kreeg eindelijk die promotie, voor de droombaan waar hij het allemaal voor deed. Maar ja. Lotte zag het niet zitten.
Beeld: Canva
Marjolein en Martine wonen meer dan 6000 kilometer van elkaar en hebben samen het bedrijf ChatLicense. Martine woont in New York met man en zoon (11) en dochter (8), Marjolein woont in Rotterdam met haar man en twee dochters (14 en 12 jaar).
Marjolein en Martine zijn experts in hoe kinderen veilig kunnen omgaan met hun smartphone en geven advies op lezersvragen.
Het dilemma: Mijn zoon is verliefd. Het meisje zit in z’n klas, maar ook in z’n DM. De memes, emojis en hormonen vliegen door de lucht. Is er een handleiding die ik kan gebruiken voor deze fase?
Hoe leuk! Verliefde kids kunnen op zoveel manieren met elkaar flirten. Geen briefjes meer in de jaszak en blijven hangen bij de fietsenstalling om je crush nog even te kunnen spreken. Ze flirten via DM’s, reageren op elkaars emojis (die wij als ouders totaal anders interpreteren) en sturen Snapchats die verdwijnen – of juist nooit, want online gaat niets écht weg. En terwijl jij nog probeert te begrijpen waarom “idk” (I don’t know) een afwijzing is, zit jouw (pre-)puber midden in een digitale dans waarvan de pasjes hem soms misschien ook te snel gaan.
Wat kun jij als ouder doen in – of net voor – deze fase?
Voordat een kind een grens kán aangeven, moet het leren herkennen wat er gebeurt als iets te snel gaat: een kriebel in de buik, spanning, twijfel of gewoon geen zin. Veel kinderen herkennen die signalen niet eens. Stel dus simpele vragen: “Hoe voelt het als iets leuk is? En hoe voelt het als iets niet fijn is?”
Kan je kind dat benoemen? Dan kun je hem handige reacties meegeven zoals:
Veel pre-pubers moeten nog ontdekken hoe je merkt dat iemand geen zin heeft: korte reacties, snel van onderwerp veranderen, lange stiltes. Het zijn subtiele digitale signalen, maar ze betekenen wél wat.
Online wordt een afwijzing vaak verpakt: “meh”, “idk”, “misschien later”. Maar het blijft een “nee”. En dat is nooit een uitnodiging om tóch te blijven sturen, iets te delen “omdat de ander je toch leuk vindt?” of grapjes te blijven maken die net over grenzen heen gaan. Leer je kind: als het gesprek eenrichtingsverkeer wordt, stop je.
Flirten is geen wedstrijd of drukmiddel.
Jongens zouden stoer moeten zijn en vooral niet twijfelen. Meiden moeten lief blijven en niemand teleurstellen. En kinderen die daarbuiten vallen (gevoelige jongens, assertieve meiden, queer kids) krijgen vaker opmerkingen die bedoeld zijn als grapjes, maar eigenlijk microagressies zijn. Deze prikjes lijken klein, maar ze laten kinderen denken dat hun grenzen er niet toe doen. Bespreek dat iedereen anders mag zijn, en dat elke grens telt.
Niet vanuit controle, maar nieuwsgierigheid. Stel vragen zoals: “Wat betekent flirten voor jou?” “Hoe merk jij dat iemand jou leuk vindt?” Of gebruik herkenbare situaties: een grapje dat pijn deed, iemand die ineens om foto’s vraagt. Laat je kind vertellen hoe dat voelt, altijd zonder oordeel.
Vraag af en toe hoe het gaat, niet om te spioneren, maar om er te zijn. Je hoeft niet alles te weten. Laat alleen merken dat je beschikbaar bent, ook als het onderwerp gênant is. Dat maakt jou een veilige haven in een wereld die soms sneller swipet dan goed is.
Interesse in meer digitale dilemma’s? Hier vind je de andere columns van Marjolein en Martine.