Rianne was op vakantie: ‘Het stormt, zowel buiten als binnen. Door slaaptekort en korte lontjes’

columnist rianne Eigen beeld
Rianne Arendsen
Rianne Arendsen
Leestijd: 5 minuten

Rianne Arendsen (35) is onderwijskundige, docent kinderyoga, schrijver en o ja: moeder. Vooral moeder. In haar columns deelt ze haar observaties en bespiegelingen rondom het ouderschap – aanmodderen met de beste intenties. Volg Rianne ook op Substack.

Lees verder onder de advertentie

Het is voorjaarsvakantie. We gaan een weekje naar de Nederlandse kust. Ondanks dat ik toch zeker 85 procent van de tassen zelf heb ingepakt, lijken we ‘Ik ga op reis en neem mee…’ te hebben gespeeld. Later zullen er namelijk enkele verrassingen in onze bagage blijken te zitten. De Kleuter nam oorontsteking mee. Ikzelf: PMS. De Peuter: waterpokken. En de Echtgenoot: de Olympische Spelen.

Lees verder onder de advertentie

We arriveren op het autovrije park. De sfeer zit er dan nog lekker in. We laden onze bagage in twee bolderkarren en sjouwen in etappes naar het huisje. Dat staat aan de rand van de duinen, zoals aangekondigd op de plattegrond. Maar ook: met uitzicht op de achterkanten van maar liefst zeven andere bungalows. De strandopgang blijkt ruim een kilometer verderop.

Zo, de vakantie is begonnen

We trotseren een winderige wandeling langs een woonwijk, over de grote weg, door de duinen, naar het strand. Onze dochters slepen opgetogen emmers en schepjes mee. Bij de aanblik van het eerste strookje zand duikt de Kleuter erin. Dat het zand bevroren is mag de pret niet drukken, ze graaft alsof haar leven ervan afhangt. De Echtgenoot wordt opgedragen emmertjes water te halen. Niet veel later is het tijd om onze vingers en neuzen weer te ontdooien. Waar kan dat beter dan in een strandtent, boven een kop warme chocolademelk? Omdat de Peuter niet van plan is vrijwillig mee te lopen én erg gehecht geraakt is aan haar zand, zeul ik haar met volle emmer en al tegen de wind in. Zo, de vakantie is begonnen.

Lees verder onder de advertentie

De volgende dag word ik wakker met een koortslip. Ik kan me niet herinneren die op de inpaklijst te hebben zien staan. Ondanks het witte snoetje van de Kleuter en mijn humeur, gaan we een ochtendje op pad. De Peuter slaapt sinds jaren weer eens in de buggy. Tijdens de koffie en de strijd met onze jongste over het wel of niet met haar vuisten opeten van de gezamenlijke punt appeltaart, appen we wat heen en weer met de receptie van het vakantiepark. We informeren of er toch niet een plekje vrij is met iets minder buren in de voortuin – en krijgen zowaar groen licht voor een interne verhuizing.

Ziek

Als we terugkomen in het huisje, blijkt de Peuter 40 graden koorts te hebben. We leggen haar in bed, om vervolgens alle zorgvuldig ingepakte, uitgepakte en uitgestalde bagage voor een tweede keer in te pakken, uit te pakken en weer uit te stallen. De Kleuter is intussen bezig haar dagverslag over ons uitstapje te schrijven, dus blèrt herhaaldelijk: ‘Hoe schrijf je tweeduizendzesentwintig?!’ De Echtgenoot racet in zijn T-shirt heen en weer door de regen, met dezelfde goedgevulde bolderkar. De Peuter wordt wakker in een leeg huisje. Ik draag haar naar ons volgende onderkomen. Mocht iemand het signalement herkennen van een tussen de regendruppels door rennende man met een opgemaakt campingbed in zijn armen? Joe, dat waren wij. Als we aankomen op onze tweede vakantiebestemming, breekt de zon door. Ons heerlijk vrije uitzicht wordt gevuld met een regenboog. Een teken, grapt de Echtgenoot nog. Wat de receptioniste bedoelde met ‘hondenhuisje’ begrijp ik pas als ik, in het verder identieke huisje, neerplof op de bank.

Lees verder onder de advertentie

Tropenjaren

Terwijl de schaatsbaan en de skihelling elkaar die middag op tv onafgebroken afwisselen, slaapt de Peuter. ‘s Avonds ligt ze in mijn armen warm te wezen – weer even ons baby’tje. De gebroken nachten die volgen brengen ons eveneens terug in de tijd. De eerste waterpokken breken door. Twee dagen voor vertrek word ik wakker met keelpijn en aanverwante griepverschijnselen. Omdat mijn ouders me niet met zekerheid kunnen zeggen of ik ooit waterpokken gehad heb, controleer ik dag en nacht angstvallig ieder kriebelplekje met een zaklamp. Ondanks dat we de rustige nachten weer terug hebben, slaap ik slecht.

Lees verder onder de advertentie

Waar de golven op het strand kletteren en de wind haar best doet de daken van de huisjes te blazen, struikelen we met korte lontjes over slaaptekort en elkaars lange tenen. Het stormt. Zowel buiten als binnen.

‘De tropenjaren. Op een dag kijk je er vast verlangend naar terug. Maar nu nog even niet – HAHA’, stuurt mijn zusje. Ik kijk naar de Echtgenoot, zijn blik op de grijze zee. Naar de Kleuter, die rustig van haar warme melk nipt terwijl de Peuter van de stoel ertegenover mietert. Aan de liefdevolle blikken van oudere mensen in de strandtent te zien, denk ik dat ze gelijk heeft. Al vraag ik me af of zij het zich ook zo herinneren.

Meer columns lezen van Rianne? Je vindt ze hier!

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail