Carola de Koning (46) werkte als leerkracht en kindercoach en specialiseerde zich in stress bij kinderen. Nu is ze onderwijsdeskundige bij Wijzer over de Basisschool en ontwikkelt zij samen met haar team nieuwe leermiddelen. Ze is expert in toetsstress rondom toetsen van IEP, Leerling in beeld (Cito) en de Doorstroomtoets. In haar columns neemt ze ouders mee in herkenbare momenten en deelt af en toe een kleine tip voor thuis of op school.
Lees verder onder de advertentie
In het midden van de kring lag van alles: een hamer, een speelgoedkassa, een politiepet, een kapmantel, een stethoscoop en een velletje bladmuziek. Het was tijd voor het inleidende kringgesprek over beroepen.
Ik keek de kring rond. Nieuwsgierige ogen, wiebelende knieën, handen die eigenlijk nu al de lucht in wilden. “Van wie zou dit kunnen zijn?” vroeg ik. Vingers vlogen omhoog. “Die hamer is van mijn opa! Die maakt stoelen… en soms slaat hij per ongeluk op zijn duim!” riep Sem trots, terwijl hij het gebaar meteen voordeed.
Lees verder onder de advertentie
“De kassa is van mijn moeder,” zei Noor. “Maar zij doet nooit echt ‘ping’, want ze werkt thuis.” Ze keek er een beetje verontschuldigend bij, alsof haar moeder daardoor een minder echte winkel had.
“Die politiepet is van mijn oom,” klonk het van achter in de kring. “Hij rijdt in een auto met sirene. Alleen mag ik er nooit in. Behalve één keer toen ik moest zeggen dat ik het niet wéér ging doen.”
Allerlei beroepen
Er werd gelachen. De kring gonsde van verhalen, van halve waarheden en grote fantasie. Precies zoals het hoort. Ik pakte het velletje muziek op en hield het omhoog. “En wie zou dit gebruiken?” “Een zangeres!” riep iemand meteen. “Of een YouTuber,” vulde een ander serieus aan. Ik glimlachte. De wereld van nu past moeiteloos naast die van vroeger, gewoon, hier in de kring.
Lees verder onder de advertentie
Na het bespreken van de voorwerpen pakte ik de praatplaat erbij. “Welke beroepen zie je hier?” “Een brandweerman!” “Een dokter!” “Een bouwvakker!” “Wat doet die persoon precies?” vroeg ik door. “Brandjes blussen.” “Mensen beter maken.” “Dingen maken die eerst nog niet bestonden,” zei een meisje dromerig, terwijl ze met haar vinger een denkbeeldige lijn door de lucht trok.
“Ken jij iemand met dat beroep?” “Mijn vader maakt ook dingen,” zei een kind. “Maar die zijn meestal van Lego.” Ik knikte. Dat telt ook. Daarna gingen de kinderen in groepjes aan de slag. Ze kozen een beroep en bespraken wat die persoon doet, wat hij of zij nodig heeft en waar hij werkt. Er werd druk overlegd. Over doktersjassen en bouwhelmen. Over pannenkoekenbakkers en mensen die ‘gewoon achter een laptop zitten, maar wel heel belangrijk zijn’.
En toen kwam het mooiste deel: het uitbeelden. Op het kleine toneeltje in de klas zag ik een groepje met armen vol denkbeeldige boodschappen. “Wat doen jullie?” vroeg ik. “Wij zijn vakkenvullers!” Even later stond er een meisje midden in de klas, met een hand op haar hoofd en de andere in de lucht. “WIEOE WIEOE WIEOE!”
Lees verder onder de advertentie
“Brand!” gilde ze erachteraan. De rest van de klas lag dubbel. Ik ook. We sloten af in de kring. “Welk beroep lijkt jou leuk?” “Politieagent!” “Schilder!” “Uitvinder!” “Dierentuinbakker!” Die laatste bleef nog even hangen. Alsof niemand het gek vond dat dat gewoon een optie was.
‘Wat voor werk doet u eigenlijk?’
En toen, toen jassen alweer half aan waren en stoelen schoven, kwam er een jongetje naar me toe. Met een serieuze blik. Hoofd een beetje schuin. “Juf,” vroeg hij zacht, “wat voor werk doet u eigenlijk?”
Ik moest lachen. Na een hele les over beroepen had hij niet door dat ik er middenin stond. En ik vond het prachtig. Omdat het precies laat zien wat dit werk zo bijzonder maakt. Dat het voor kinderen niet voelt als een baan. Niet als iets met taken of uren of een salarisstrook. Maar als iets dat er gewoon is. Zoals spelen, zoals ontdekken. Zoals samen zijn. En dat was voor mij misschien wel het mooiste: dat een kind niet ziet dat je werkt, maar alleen voelt dat je er bent.
Lees verder onder de advertentie
Volg Wijzer over de Basisschool op Instagram voor tips en tricks.Meer columns van Juf Carola vind je hier.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.
‘Daar praten we niet over waar de kinderen bij zijn.’ Geld was vroeger in veel gezinnen ongeveer net zo’n gezellig gespreksonderwerp als de belastingaangifte.
Je vraagt één keer of je kind z’n schoenen wil aantrekken, en vijf minuten later zit-ie nog steeds op de grond met één sok aan en een LEGO-poppetje in z’n hand. Herkenbaar, want jonge kinderen zijn nu eenmaal niet altijd kampioen luisteren. Gelukkig zijn er slimme manieren om ervoor te zorgen dat wat jij zegt […]