Twaalf paar schoenen op de trap. De kinderkamers zijn een puinhoop. Ze zou er dankbaar voor moeten zijn, vermoedt Katie Bingham-Smith, want ooit zijn haar drie kinderen de deur uit. Maar nee: dat is ze alles behalve.
Lees verder onder de advertentie
Ze dacht dat het een fase was, toen de kinderen jonger waren en hun slaapkamervloeren bezaaid waren met Lego, schrijft ze op ScaryMommy. Maar naarmate ze groter werden, werd de rotzooi dat ook. Ze luisterden niet meer, wanneer ze vroeg of ze hun kamers op wilden ruimen. En inmiddels is de kinderverdieping een no go area waarvan Katie geen idee meer heeft wat zich er afspeelt. Om over de lege chipszakken tussen de bank nog maar te zwijgen.
Lees verder onder de advertentie
Mislukte scheikundeproef
Ze weten hun spullen er prima te vinden, verzekeren haar kinderen haar. Katie weet wel beter: “Ze zijn weleens een halfuur op zoek naar een schoen, hun onopgemaakte bedden lijken onbeslaapbaar en het ruikt er alsof er een scheikundeproef is mislukt.” Er zit tandpasta aan de spiegels; de tandenborstels liggen met de borstelkop in de afvoer.
Haar taak is het niet meer, om achter hun kont op te ruimen, oordeelt ze. Maar wanneer ze haar kinderen eraan herinnert dat opruimen toch een tamelijk essentiële vaardigheid is in het leven, kijken ze haar glazig aan. Katie probeert haar stress en woede te negeren en hoopt dat het kwartje op een dag wel valt. Maar dat is best lastig, wanneer ze ondertussen tien andere opvoedballen probeert hoog te houden. Ze krijgt de zenuwen van rotzooi – zelfs al is hij veroorzaakt door de kinderen van wie ze zielsveel houdt.
Lees verder onder de advertentie
Ze zal het ooit nog missen? No way, stelt ze. “Al komt er misschien een dag waarop ik spijt heb van al mijn gefoeter hierover. Want ik zal mijn kínderen wel missen, maar hun vuile sokken mogen ze houden.”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Suzes oudste zoon mag sinds kort zelfstandig van school naar huis, maar komt de laatste tijd steeds laat uit school. Als ze op een middag besluit te kijken waar hij blijft, ontdekt ze de reden voor zijn dagelijkse vertraging.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.