papa manisch depressief
Beeld: Unsplash

Leo zei tegen zijn kinderen dat hij moe was, in werkelijkheid is hij manisch-depressief. “Ze hadden een vader die als een schim op de bank lag.”

“Mijn dochter Maartje was negen maanden toen het begon. Ik was 29 en gelukkig getrouwd met Roos, had een goede praktijk als aannemer en een leuk leven. Met vier vrienden was ik op fietsvakantie in Italië. Op de laatste avond zaten we gezellig te borrelen bij het kampvuur.

More content below the advertising

Toen werd ik uit het niets overvallen door een gevoel van totale eenzaamheid; door de gedachte dat ik alleen was in het leven, dat ik alleen dood zou gaan. Het sloeg nergens op, ik zat daar met mijn beste vrienden. Het akelige was dat hun gezelschap me niet troostte. Ik keek naar hun vrolijke gezichten, en voelde me van ze vervreemd. Ik kon me niet concentreren op wat ze zeiden, zag alleen hun lippen bewegen. Alsof ik in een onzichtbare glazen kooi was beland waar geen geluid doordrong. Ik raakte in paniek, begon te transpireren, voelde dat ik ging hyperventileren.
 

Totale paniek

Terwijl ik probeerde gewoon door te ademen vroeg mijn buurman iets over voetbal. Ik gaf een warrig antwoord. Blijkbaar sloeg ik de plank mis, want hij keek me verbaasd aan. ‘Blijf je er een beetje bij, Knorrie’, zei hij. Ik zei dat ik naar de wc ging, sloop naar mijn kamer, ging in bed liggen en trok de dekens over me heen, trillend van angst. Af en toe viel ik een paar minuten in slaap, en werd dan totaal in paniek wakker.
 

Verkeerde diagnose

De volgende ochtend vroegen mijn vrienden waarom ik niet terug was gekomen. Ik durfde niet te vertellen dat ik knettergek was geworden mompelde dat ik moe was, dat ik te hard had gewerkt. Ze wisten dat ik de maanden tevoren een groot project had afgerond. Ik had al die tijd nergens anders over kunnen praten – alsof ik met de redding van de wereld bezig was. Ik had dag en nacht gewerkt en veel te weinig geslapen. De laatste dag van onze fietsvakantie wist ik me goed te houden. Pas toen ik ’s avonds thuiskwam begon ik te huilen.

Roos wist niet wat haar overkwam. Ze had zich verheugd op een uitgeruste man en was zelf ook hartstikke moe. Die nacht hielden Maartje en ik een soort huilwedstrijd. Roos had opeens twee baby’s, waarvan een hele grote.

De volgende ochtend belde ze de huisarts. Die stelde meteen de verkeerde diagnose: een burnout. Begrijpelijk, maar in werkelijkheid was het een depressie als gevolg van een genetische ziekte: een bipolaire stoornis, ofwel manische depressiviteit. Maar dat werd pas vijf zogenaamde burn-outs later ontdekt. Toen pas kreeg ik het goede medicijn: lithium. Mensen met bipolariteit hebben lithium nodig zoals mensen met suikerziekte insuline. Uit het boek van Isa Hoes, dat ik heb verslonden, begreep ik dat haar man Antonie Kamerling pas een week voor zijn dood hoorde dat hij de ziekte had. En toen was het te laat.
 

Lief en geduldig

Ik was in eerste instantie dolblij met de diagnose. Omdat het betekende dat ik niet gek was en dat het gewoon weer overging. Daar werd ik rustiger van. Maar het allerbelangrijkste kalmeringsmiddel was Roos. In het begin was ik bang dat ik me ook bij haar sterk moest houden. Dat ik de macho moest zijn waar ze op was gevallen. Maar die angst week al snel; het was een openbaring hoe lief en geduldig ze was. Als ze weg was, lag ik de hele tijd op de bank naar de deur te kijken of ze weer binnenkwam.

Roos is maatschappelijk werkster, parttime, drie dagen per week. In het begin liet ze me nog met Maartje achter. Tot ik haar een keer in bad deed en zo ongeconcentreerd was dat ik haar onder water liet slippen. Ik viste haar gelukkig op tijd op, maar was totaal in paniek, durfde niet meer met haar alleen te zijn. Ik durfde haar niet eens op te halen uit de crèche. Dat had trouwens ook te maken met een soort straatvrees. We wonen in een gezellige buurt. Normaal klets ik me altijd een slag in de rondte met iedereen. Nu had ik niets te bieden. Ik was bang dat er over me gepraat zou worden; bang dat die praatjes opdrachtgevers zouden bereiken. En dat ze me dan niet meer zouden willen.

Je neemt geen aannemer in de arm die overspannen wordt. In mijn nachtmerries werden we door griezelige deurwaarders het huis uit gezet. Van Roos’ inkomen kunnen we ons huis niet betalen. Bij dit alles was ik gewoon te trots. Ik wilde niet te boek staan als zwakkeling. Daar heb ik veel last van gehad.
 

'Het ging al gauw weer goed met me. Te goed'

Na een maand op de bank ging ik voorzichtig weer aan het werk. Mijn angst dat opdrachtgevers me niet meer wilden, bleek ongegrond. Het ging al gauw weer goed met me. Te goed. Op borrels stond ik te shinen, iedereen mocht bij ons komen feesten. Mijn euforie bereikte de top toen Roos in verwachting raakte van onze zoon Sam. Toen ik dat hoorde kocht ik een Porsche op afbetaling. 

Een maand na Sams geboorte wist ik niet hoe snel ik de Porsche terug moest geven; de paniekaanvallen keerden terug. Sam huilde ’s nachts veel, en slaapgebrek is een trigger voor mijn ziekte. Overdag werkte ik harder dan ooit omdat de verantwoordelijkheid voor twee kleine kinderen zwaar woog. De huisarts constateerde een soort mannelijke variant van een postnatale depressie, kortom: weer een burn­out.
 

Lees ook
Caroline is depressief: 'Ik had nooit een kind moeten krijgen' >

 

'Ik moet nadenken voor mijn werk'

Ik heb nog drie zogenaamde burn­outs gekregen voor ik eindelijk lithium kreeg. De laatste twee hebben de kinderen bewust meegemaakt. Ze hebben me bij elkaar zes maanden als een schim op de bank zien liggen. Als ze vroegen wat er met me was, zei ik dat ik voor mijn werk moest nadenken en dat ik dat beter kon als ik thuisbleef. En dat ik niet wilde dat er vriendjes kwamen spelen, omdat ik dan niet kon nadenken. Ik zei ook dat ze niet aan hun vriendjes moesten vertellen waarom ze niet konden komen spelen. Omdat ik anders te moe werd. Het was hopeloos verwarrend voor ze.

Roos wist te functioneren als buffer. Zij speelde de gezellige moeder. Af en toe eiste ze van me dat ik het toeliet dat er wel vriendjes kwamen spelen. Dan verwees ze me naar de slaapkamer, waar ik in bed moest doen alsof ik er niet was. Ik kromp in elkaar van de kinderstemmetjes in huis, deed soms een kussen op mijn oren om ze niet te hoeven horen. Ik werd sowieso boos als Maartje en Sam hard schreeuwden of hun kleine ruzietjes hadden. Eigenlijk mochten ze alleen maar fluisteren.

In mijn frustratie reageerde ik me af op mijn gezin. Gelukkig heb ik nooit de aandrang gehad fysiek te worden – ik kwetste Roos en de kinderen verbaal. Ik zei de ergste dingen. Niet dat ik wilde dat de kinderen niet geboren waren, natuurlijk niet, hoe kun je zoiets ooit zeggen? Maar verder kun je wel een rotzak zijn. Je wil mij niet zien als ik loop te gillen. Ik ben zo vaak uit mijn dak gegaan om niets, dat zullen Maartje en Sam zich de rest van hun leven herinneren. Roos zag zich vaak genoodzaakt aan de kant van de kinderen te gaan staan, dan werd ik nog giftiger.
 

Er was een man...

Er waren momenten dat ik dacht dat het beter zou zijn voor iedereen als ik er niet meer zou zijn. Als ik voor de trein zou springen. Ik knapte haast op van de gedachte dat ik eruit zou kunnen stappen. Er speelde steeds een liedje van cabaretière Jasperina de Jong door mijn hoofd: Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen, waarom precies was hem zelf niet bekend, hij had die drang bij zijn geboorte meegekregen, zoals een ander taalgevoel of zangtalent.

De man in het liedje beheerst zich aanvankelijk omdat hij liefhebbende ouders had, en toen die eindelijk dood waren, en hij opgelucht naar de trein liep, vond hij een zieke hond. Hij had het dier het liefst ter plaatse willen worgen, maar nee, hij bleef er tot zijn laatste snik voor zorgen. Ik had geen zieke hond, maar een gezin. Ik voelde me vastzitten in een valstrik van liefde. Ik dacht soms: kon Roos maar eens voor tien minuten in mijn hoofd zitten, dan zou ze zeggen: ‘O, nu snap ik het, natuurlijk moet je naar die trein, ik help je wel.’ Ik denk echt dat het mis was gegaan als ik haar en de kinderen niet had gehad.
 

'Misschien had ik zelf in een vorig leven ook zo gereageerd'

De zelfmoord van Antonie Kamerling heeft me op een wrange manier gered. Ik begreep hem, maar ik denk dat hij het bij het verkeerde eind had als hij dacht dat het een opluchting voor zijn gezin was. De foto’s van Isa en haar kinderen kon ik nauwelijks aanzien. Volgens zijn vrouw durfde Kamerling zijn ellende niet tegen zijn vrienden te spuien. Mede omdat hij bekend was. Dat moet rot zijn geweest. Het is extreem belangrijk dat je je verhaal kwijt kunt bij anderen, maar ook ik heb me maar bij twee vrienden durven laten gaan. Een derde zakte voor mijn test. Hij liet doorschemeren dat hij vond dat ik me aanstelde, dat ik zeurde. Misschien had ik zelf in een vorig leven ook zo gereageerd.
 

'Ik kan haar nooit dankbaar genoeg zijn'

Sinds ik lithium slik, kan ik de ellendige gevoelens van toen niet meer navoelen. Bij mijn vijfde burn­out stuurde de dokter me door naar een kliniek voor bipolaire stoornissen en kreeg ik lithium. Sindsdien ben ik een redelijk normaal mens. Wat ik eraan heb overgehouden? Dat ik Roos extra vereer, wegens haar trouw, en haar kracht. Ik kan haar nooit dankbaar genoeg zijn. Verder heb ik mededogen voor mensen met zwaktes. Ik zal nooit meer zo makkelijk over anderen oordelen als vroeger.
 

‘Maar je kon er toch niets aan doen, papa’

Roos en ik hebben Maartje en Sam verteld dat ik een ziekte heb waarvoor je medicijnen moet slikken. En dat ik toen ik die medicijnen nog niet slikte vaak boos was terwijl ze helemaal niets fouts hadden gedaan. En dat ik daarvoor sorry wilde zeggen. ‘Maar je kon er toch niets aan doen papa’, zei Maartje. Sam kroop op schoot en gaf me een knuffel.

Maartje en Sam zijn nu dertien en elf. Het zijn topkinderen. Aardig ook. Aardiger dan ik op hun leeftijd. Misschien door hun ervaringen met hun rare vader. Ik heb stille hoop dat ze iets positiefs aan die ervaringen overhouden. Dat ze bijvoorbeeld een luisterend oor zullen bieden aan vrienden die daar behoefte aan hebben. Mocht onverhoopt blijken dat ze iets van mijn genen hebben geërfd, dan kunnen ze mijn hele lijdensweg overslaan. En dan zullen mijn kleinkinderen het nooit zo lastig met ze krijgen als zij met mij.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Bankrekening Curaçao
Beeld: Pixabay

Sandra heeft drie jaar op Curaçao gewoond en heeft daar geleerd alles uit het leven te halen.

Sandra (40), getrouwd met Teun, twee dochters van 14 en 12, fulltime gastouder “Ik zie net op mijn telefoon dat een van de gastouderbureaus waarvoor ik werk, heeft betaald. Mooi, dan kunnen we vanavond uit eten. Dagelijks vang ik maximaal zes kinderen op: de jongste is een baby van drie maanden, de oudste een meisje van acht.

More content below the advertising

Alle kinderen zijn welkom, of ze nu gedragsproblemen hebben of niet. Als hun ouders minder te besteden hebben, vraag ik een kleinere vergoeding. Voor het geld moet je dit werk niet doen. Per maand verdien ik gemiddeld vijftienhonderd euro.
 

Kinderopvang-proof

Toen ik na de geboorte van mijn oudste dochter aan huis was gekluisterd vanwege bekkeninstabiliteit, begonnen vroegere collega’s hun kinderen bij mij te droppen. Ik kreeg zo veel energie van die kinderen, dat ik dacht: dan kan ik het net zo goed betaald gaan doen. Ik haalde de benodigde papieren en heb ons hele huis kinderopvang-proof gemaakt.

Onze dochters weten niet beter. Het zijn gemakkelijke en sociale meiden die gewend zijn alles te delen. Als het een drukke dag is geweest, biedt mijn jongste dochter vaak aan om te koken – ze bakt al een betere biefstuk dan ik. Ik heb er wel altijd voor gewaakt dat ze genoeg aandacht van mij krijgen. Jarenlang gingen we aan het eind van de dag met z’n drietjes in bad, en met de jongste doe ik dat nog steeds.
 

'We deinen mee op de golven'

We zijn vaak met zijn drieën. Mijn man is chef d’équipe bij de marine, en veel van huis. Het komt voor dat hij zondagavond terugkomt uit Den Helder en zegt: ‘Schat, ik ga drie maanden weg.’ Ik zeg altijd: we deinen mee op de golven. Vrouwen die geen nacht zonder man kunnen slapen, dat vind ik zo’n gezever. En dat een zeeman in ieder stadje een ander schatje heeft, is onzin. Teun en ik weten wat we aan elkaar hebben.

Als je dat wil verkloten met een stomme nacht met een ander, ben je dom bezig. Nee, ik vind het heerlijk zo veel alleen te zijn. Als hij terugkomt van een lange reis gaan we ’s avonds samen in de tuin zitten, onder het afdakje voor de winterhaard. Biertje en glaasje wijn erbij en dan uitgebreid bijpraten.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Drie jaar Curaçao

Het werk van mijn man heeft meer voordelen. Toen de meisjes vijf en acht waren, zijn we voor drie jaar naar Curaçao vertrokken. We kozen er bewust voor te midden van de lokale bevolking te wonen en niet tussen de Hollandse expats, en hebben er vrienden voor het leven gemaakt.

Met gemiddeld drieduizend euro per maand heeft Teun een modaal salaris, maar daar waren we met dat geld schatrijk. Onze tuinman woonde met elf andere familieleden in een piepkleine kunuku – een huisje volgestouwd met stapelbedden, zonder douche. Veel eilandbewoners moeten rondkomen van vijfhonderd euro. ‘We hebben geen geld, maar wel de blauwe zee en de barbecue’, zeggen ze vaak. Een tijd naar het buitenland kan ik iedereen aanraden, het leert je relativeren. Ik ben milder en relaxter teruggekeerd naar Nederland, laat me minder snel van mijn stuk brengen.
 

BRCA1

Van die levenshouding heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad. In mijn familie komt BRCA1 voor, de genmutatie die borstkanker of eierstokkanker kan veroorzaken. Na de geboorte van mijn tweede dochter heb ik me laten testen. Die timing was bewust, niet alleen omdat mijn gezin compleet was, ook omdat we als ik positief zou testen misschien geen hypotheek konden afsluiten, en ook geen levensverzekering. Ik testte inderdaad positief. De kans dat ik ooit kanker zou krijgen was tachtig procent.

Tien jaar lang werd ik elke zes maanden onderzocht en zat ik tien lange dagen in spanning over de uitslag. Toen drie jaar geleden mijn nichtje, moeder van twee jonge kinderen, overleed aan borstkanker, besloot ik een einde te maken aan die onzekerheid. Ik dacht: bepaalt dit gen wie ik ben? Bepaalt dat gen wat ik ga doen met de rest van mijn leven? Ik wilde de controle terug. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Genieten van het leven.
 

De impact van angst en onzekerheid

Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk ik sliep, die eerste nacht nadat mijn eierstokken en borstweefsel waren verwijderd. Toen ik zo uitgeslapen wakker werd, realiseerde ik me pas echt hoeveel impact de angst en onzekerheid op mijn leven hebben gehad.

Ik heb het geluk dat Defensie ook goed voor de partners van hun werknemers zorgt, en ik via hen ben verzekerd. Wat niet wil zeggen dat de verzekeraar niet tegenstribbelt. Dat deden ze bijvoorbeeld bij mijn borstreconstructie; die wilden ze niet vergoeden omdat het om een cosmetische ingreep zou gaan. Wat ik ook krom vind: als zzp’er kan ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering vergeten. Die is vanwege mijn medische geschiedenis onbetaalbaar.

Terwijl ik sinds de operaties net zoveel kans heb op kanker als jij. Maar zoals ik al zei: ik laat me niet meer gek maken. En richt me op wat ik kan betekenen: bijvoorbeeld door mee te werken aan alle mogelijke onderzoeken op het gebied van deze gen-mutatie, zodat onze dochters later niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan.
 

'We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om'

Het enige waarvoor we sparen, is om de eventuele studies van onze kinderen te bekostigen en om Teuns pensioengat aan te vullen. Op de rekening voor onverwachte uitgaven staat altijd wel tweeduizend euro. Verder mag het geld gewoon op. Aan etentjes met vriendinnen. Weekendjes weg met zijn vieren. Een spontane wintersportvakantie die we eigenlijk niet kunnen betalen. Dan bijten we daarna maar weer even op een houtje. We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

NASCHRIFT 

In dit interview vertelt Sandra dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering vanwege haar medische voorgeschiedenis voor haar te kostbaar werd. Ter verduidelijking: wie een BRCA-mutatie heeft, kan zich bijna altijd tegen de normale voorwaarden verzekeren. Als je toch borstkanker of eierstokkanker hebt gekregen, is het wel mogelijk dat de je premie omhoog gaat. Meer informatie vind je op oncogen.nl, een platform voor mensen met kanker in de familie. 

 

​​​​​​​

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaapgebrek kort lontje
Beeld: Pixabay

Als je iemand wilt martelen moet je zorgen dat ie-niet slaapt: Nienke Blokhuis gelooft het meteen. Toen haar zoon maandenlang niet doorsliep was ze in staat een moord te plegen.

Ik kende ze, de verhalen over kinderen die hun ouders tot waanzin dreven door nachten achtereen niet te slapen. Ik had met ze te doen, maar was vooral heel erg blij dat het bij ons wel goed ging. Onze oudste zoon duikt van jongs af aan met plezier zijn bed in en slaapt door tot in de late ochtend.
 

More content below the advertising

Jullie zijn zulke relaxte ouders

“Jullie zijn ook zulke relaxte ouders, dat zie je terug in het kind hè”, hoorde ik vaak als ik vertelde dat we op dit vlak niets te klagen hadden. Dan antwoordde ik iets van: “Pfff nahh haha joe”, met een wegwerpgebaar en uiteraard een flinke toef valse bescheidenheid. Want natuurlijk klopten wij onszelf op de borst. Potdorie, dat hadden we maar goed gedaan.
 

Tweede zoon is vreselijk slechte slaper

En toen, ruim twee jaar later, kwam nummer twee. Een joekel van een kind met een flinke bos haar en grote donkere ogen. Mijn prachtzoon. Een dikke tevreden boeddha met een enorme eetlust en flinke stembanden, die hij gelukkig alleen gebruikte als het echt nodig was. We waren dik tevreden met onze nieuwe aanwinst.

Toen hij ’s nachts wat begon te spoken, susten we dat met het geruststellende: “Het zal wel weer een sprongetje zijn”. Totdat het zelfs niet meer binnen de brede marges van Oei, ik groei viel. En een dutje overdag voor mij niet meer voldoende was om bij te slapen. Het duurde even voordat ik toe kon geven dat mijn zoon een vreselijk slechte slaper was. En ik dus een oververmoeide moeder.
 

Slaaponderbreking is een martelmethode

Even voor de duidelijkheid: mijn zoon sliep wel, hij werd alleen steeds wakker. Bijna om het uur. Dan wilde hij mijn hand voelen, of even aan de borst en sliep na twintig minuten weer verder. Om na een uur weer wakker te worden voor nog zo’n sessie. Behalve als ik hem naast me liet liggen, onze voorhoofden tegen elkaar. Lief, maar voor mij een onmogelijke positie om weer in slaap te vallen.

Daarom legde ik hem uiteindelijk weer terug in zijn bedje, waar hij na een klein uurtje, jawel, weer wakker werd. En dat tot de vroege ochtend. Slaaponderbreking is een beproefde martelmethode, las ik ergens. Mensen kunnen er gek van worden, en ziek. Het raakt je namelijk in je diepste biologische functies die verantwoordelijk zijn voor je lijf en je verstand. En man, dat heb ik geweten. 
 

Een kort lontje met vies haar

Ik geef alvast één cliffhanger weg: mijn vriend is al die tijd bij mij gebleven. Een godswonder. Gek genoeg sliep hij altijd door het gehuil heen, waardoor hij mijn geraaskal waarschijnlijk nog redelijk op kon vangen. Ook leerde hij al snel niet meer tegen mij in te gaan als ik ’s ochtends de gebroken nachten evalueerde.

Soms durfde hij het aan ook een beetje te klagen als hijzelf iets van het gehuil had meegekregen. “Ik merk het toch wel aan mezelf hoor, dat gespook ’s nachts”, probeerde hij dan. “Je bent niet de enige die moe is.” In mij groeide dan een gloeiend hete bal die langzaam naar boven steeg. “Hoe bedoel je”, kreeg ik er nog net uit. “Ik zág je verdomme slapen, al die keren dat ik rechtop in bed zat.” Meestal liet hij het hierbij, een enkele keer sloot hij af met: “Maar dat hoef je nog niet op mij af te reageren”. Waarop ik gilde: “Dat zal wel, maar dat moet je me maar even gunnen!” Want ik was me er heus van bewust dat ik zowel fysiek als mentaal de slechtste versie van mijzelf was: een kort lontje met vies haar. En het ergste nog: zonder humor.
 

Hersencellen één voor één uitgeschakeld

Want hoe ik ook mijn best deed tijdens gesprekken op feestjes, altijd ging de clou langs me heen. Of antwoordde iemand, nadat ik het voor elkaar had gekregen een scherpe volzin te formuleren, dat die conclusie net ook al was getrokken.

Eén keer heb ik zes vergeefse pogingen gedaan het woord ‘manipulatief’ foutloos uit te spreken. De slapeloosheid schakelde mijn hersencellen één voor één uit totdat er maar een handjevol actief bleef. Die laatste dappere exemplaren leken alleen maar goed te zijn voor de meest noodzakelijke functies: eten, drinken, rechtop staan, lopen. En praten over slaap.
 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over slaapgebrek >

 

Als een suikerpatiënt

Want god, wat praatte ik graag over nachtrust. Als een suikerpatiënt die een slagroomtaart moet beschrijven, zo ging ik los over slaap. Vroeg iemand mij hoe het met me ging, dan begon ik over de nachten. Ondertussen zag ik overal mogelijkheden waar ik mijn hoofd even neer kon leggen.

Een etalage van een beddenwinkel was als een snoepwinkel. Let wel: niet alle slaapverhalen waren welkom. De anekdotes van een vriendin die na mij was bevallen van een dochtertje dat meteen doorsliep kon ik niet aanhoren. “We snappen er zelf ook niets van,” sloot ze haar succesverhaal steevast af, “maar vaak genoeg moeten we haar zelf ’s ochtends wakker maken.”
 

Dat het niet aan mij lag, stond nooit in zo'n lijstje

Daarna volgde een reeks tips die ik uiteraard zelf allang had uitgeprobeerd. Dat deed pijn. Want dat ik gewoon pech kon hebben, dat het niet aan mij lag, dat kwam nooit in zo’n lijstje voor. Nee, dan de moeders die in hetzelfde schuitje zaten. Ik pikte ze er meteen uit: zij die zich in een gesprek hardop afvragen waar ze het ook alweer over hadden, tijdens het luisteren ineens een glazige blik opzetten of op zoek zijn naar het mobieltje dat ze op dat moment in hun hand houden.
 

Jezelf en je gevoel voor humor kwijt

Toen ik een keer via Marktplaats bij iemand een wipstoeltje ging ophalen, zag ik het al toen ze de deur opendeed: de kleine oogjes, haar smoezelige yogabroek, de blik waaruit bleek dat ze even geen idee had waarvoor ik kwam. Toen ze in haar woonkamer vroeg voor wie het wipstoeltje was, begon ik automatisch over mijn nachten.

Als afgesproken viel ze me bij. Hoe onproductief ze al maanden is op haar werk. Hoe intens ze die collega haat wiens kinderen wél doorslapen. Samen bespraken we hoe irritant het is jezelf zo kwijt te zijn, en je gevoel voor humor. Hoe je relatie eronder lijdt en dat je partner echt geen recht van spreken heeft als hij wel slaapuren maakt. Later dan gepland fietste ik weer naar huis. Het motregende en het stoeltje gleed bij elke bocht van mijn stuur. Maar ik voelde me licht en fris. Ik zou bijna zeggen: uitgeslapen.
 

Dagelijks op jacht via Google

Eén hoofdstuk besprak ik niet met deze vrouw: die met oplossingen en adviezen. Want we wisten van elkaar dat we alles uit de kast hadden getrokken. De opmerking ‘laat je vriend het eens doen’ kon ik bijvoorbeeld niet meer horen. Ook al lag ik een verdieping lager of een huis verder, door mijn verstoorde nachtritme werd ik alsnog minimaal vier keer wakker.

Wel googlede ik dagelijks nieuwe slaapmethodes. Las ik iets over de heilzame werking van wollen rompers, dan stond ik al in een antroposofische kinderwinkel een loeiduur exemplaar af te rekenen. Ik gaf mijn zoon papflessen voor de nacht omdat een volle maag hem in slaap zou houden, bakerde in en weer uit, vermeed op krampachtige wijze oogcontact als ik hem op bed legde (en bad dat hij hier geen sociale stoornis aan zou overhouden), zong liedjes, speelde muziekdoosjes af, probeerde een verduisteringsgordijn en nachtlampjes, liet hem huilen of bleef sussen. Maar het hielp allemaal niets.
 

Ik flipte de pan uit

Toen mijn schoonmoeder begon over een aanschuifbedje, werd dat vanzelfsprekend mijn nieuwe missie. Op Marktplaats vond ik een perfect exemplaar. Meteen maakte ik een afspraak: zaterdag zou ik het ding ophalen. Ik was in een jubelstemming, zag voor me hoe mijn zoon intens tevreden in zo’n bedje lag, naast mij, zijn ronkende moeder. O jongens, dacht ik. Vanaf zaterdag slapen we weer. Alles komt goed.

Totdat op vrijdag een berichtje van verkoopster Chantal binnenkwam. Met een lullig ‘sorry’ kondigde ze aan dat ze het wiegje net had verkocht aan iemand die het eerder kon ophalen.Het was als het moment in een real life-soap waarop de voice-over zegt dat er ‘iets in haar knapte’. Ik flipte de pan uit. Ik overwoog Marktplaats te mailen om deze vrouw aan te geven. Ik gilde naar mijn vriend dat dit toch zeker niet normaal is. Dat dat hele Marktplaats toch zeker nergens op slaat als dit soort mensen eraan meedoen.

Wat mijn antwoord aan haar is geweest weet ik niet meer. Ik durf het niet op te zoeken. Maar het voelde wel heel fijn om eindelijk eens iemand volledig de schuld te geven van alle misère. Om de hele baggerse zooi bij deze volstrekt onbekende vrouw uit te storten. Ontremming, noemen ze dat in de psychologie. Knettergek, moet Chantal gedacht hebben. 
 

Eén voor één knipten ze weer aan

Dat aanschuifbedje is er nooit gekomen. Rond diezelfde periode bouwde ik de borstvoeding af en ging er meer flesvoeding in. Of misschien was het het weer, die nieuwe slaapzak, de stand van de maan. Het kan me niet schelen: hij sliep.

Ik heb nog weken moeten herstellen van zijn Guantanamo Bay-regime en werd iedere nacht vier keer wakker. Maar toen was-ie daar. Die hele nacht slaap. En nog één. Eén voor één knipten mijn hersencellen weer aan als kerstlampjes, ik kreeg weer zin in jurken en lipstick, etentjes, feestjes. Ineens was mijn vriend weer leuk en kwam ik eindelijk toe aan alle dingen die ik in die maanden had willen doen. Bijna alle dingen dan. Ik moet Chantal nog steeds een excuusmailtje sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >